Posts tonen met het label Oudemanhuispoort. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Oudemanhuispoort. Alle posts tonen

vrijdag 7 november 2014

Ansichtkaarten & boeken


Ik heb al eens geschreven over "Oud papier" en "Ephemera uit vak U-7" om aan te geven dat ik als antiquarius een brede belangstelling heb voor oud bedrukt papier. Meestal wel in de vorm van een – liefst gebonden - boek maar zo af en toe ook in andere vormen.
Oude topografische kaarten bijvoorbeeld, of curieuze brochures en oude prenten zal ik niet gauw laten liggen als ze een relatie hebben met mijn interessegebieden, boeiende verhalen opleveren en ‘last but not least’ vriendelijk zijn geprijsd.

Op mijn blog heeft u al diverse malen kunnen zien dat ik ook over wat ansichtkaarten (of in goed Nederlands ‘prentbriefkaarten’) beschik. Een echte verzamelaar van ansichtkaarten voel ik me niet. Op boekenmarkten laat ik ze links liggen en ik ga vrijwel nooit naar kaarten- of verzamelbeurzen. Mijn voornaamste bronnen op dit gebied zijn Marktplaats en Qoop.


Mijn aandacht voor oude ansichtkaarten is begonnen in de tijd dat ik veel genealogisch onderzoek deed naar mijn familie, zo tussen 1990 en 2005. Ter illustratie van de droge feiten uit de doop- trouw- en begraafregisters, de burgerlijke stand of notariële archieven kocht ik toen regelmatig ansichtkaarten van straten waar familieleden hadden gewoond of van winkelpanden, scholen, bedrijven en begraafplaatsen die met onze geschiedenis waren verweven.
Het is natuurlijk puur jeugdsentiment maar ik kan het nog steeds niet laten om af en toe kaarten te kopen van de buurten en straten in de Watergraafsmeer, Amsterdam-Buitenveldert en Amstelveen, waar ik opgroeide, speelde, naar school ging en woon(de). Al deze nostalgie bewaar ik in zuur- en weekmaker vrije hoesjes in insteekmappen in één van de dertig ordners met mijn genealogie.

Regelmatig koop ik ansichtkaarten die in verband staan met mijn boekenliefhebberij. Een goed voorbeeld is mijn interesse voor kaarten van de Amsterdamse Oudemanhuispoort. De bescheiden collectie die ik bezit gebruikte ik ter illustratie van het stukje “Holy ground” en bewaar ik in het boek van Jurjen Vis: “De Poort” ( Amsterdam, 2002).
Een ander voorbeeld is het boek: “Toen ik nog jong was” (Amsterdam, 1901) van Justus van Maurik waarin ik zijn portretkaart en de kaart met Amsterdamse straatfiguren bewaar, die ik gebruikte voor het stukje “De jus van de stad”.


Een bijzondere toevalsvondst deed ik enige tijd terug toen ik voor het eerst de vernieuwde winkel van Scheltema bezocht aan het Amsterdamse Koningsplein. Mijn belangstelling gold vooral de antiquarische afdeling die me overigens niet tegenviel.
Tegenover de inkoopbalie op de tafel met vers binnengekomen tweedehands boeken stonden twee schoenendozen. Beiden bleken gevuld met kaarten - a één euro per stuk - van en over het Oranjehuis.
Geboorten, huwelijken, optochten, staats- en stadsbezoeken, kaarten met Oranjeliedjes, fotokaarten, getekende kaarten, noem maar op. Op zoek naar iets speciaals of geks gleden zo talloze Wilhelmina’s, Juliana’s, prinsen en prinsessen door mijn vingers.

Een eenvoudige op oranje papier gedrukte kaart trok mijn aandacht. Een rennende jongen met de tekst “Hoera een prins geboren, 15 april 1909”. Ik piekerde me suf welke prins dat kon zijn. De enige koninklijke geboorte die ik kon bedenken was die van koningin Juliana (1909-2004) die bovendien niet op 15 maar op 30 april ter wereld kwam!


Thuisgekomen begon het uitpluizen en al gauw kwam ik er achter dat de kaart een ontwerp was van de Utrechter J.H. Moesman (1859-1937).
Die volgde destijds op de voet en in spanning, net als de rest van Nederland, de zwangerschap van koningin Wilhelmina die al diverse miskramen had gehad. Tegelijkertijd hoopte hij op een commercieel en financieel succesje!
Hij maakte een ansichtkaartontwerp met 'prins' dat hij, mocht het een prinses worden, makkelijk kon aanpassen, zodat hij direct na het goede nieuws kon drukken en verkopen.

Het werd dus een prinses en het kleine partijtje reeds gedrukte ‘prins-kaarten’ met de verkeerde datum werd vernietigd, op een klein stapeltje na dat door het handels- en verzamelaars circuit zwerft. Een toppertje dus voor verzamelaars van kaarten van het Oranjehuis of liefhebbers van gedrukte curiosa zoals Perkamentus!

Mijn laatste aanwinst is een ansichtkaart die ik regelmatig in publicaties tegenkom. Of het nu gaat om seriewerken over de geschiedenis van Amsterdam of om specialistische werken over prostitutie en/of vrouwengeschiedenis, deze kaart zie ik regelmatig als illustratie voorbij komen. Van een dergelijk 'icoon' kan ik ontzettend hebberig worden. Het vinden en verkrijgen was een ware uitdaging want juist vanwege het bijzondere verhaal erachter is de kaart gewild en een curiosum.


De in zwart-wit gedrukte kaart is een particuliere uitgave van de Fransman Guillaume Rigal die rond 1900 uitbater was van het meest beroemde en luxueuze bordeel van Amsterdam; Maison Weinthal. In 1902 werd een nieuwe, strengere politieverordening aangenomen, die het bezoek aan verdachte huizen verbood. Het verbodsplakkaat werd ook aangeplakt bij de ingang van Maison Weinthal en er kwamen twee agenten posten, om klanten te beletten naar binnen te gaan.
Uit woede en onvrede liet de uitbater toen deze ansichtkaart drukken met het portret van een lieftallig meisje (met als romp Maison Weinthal), omgeven door opgewonden heren met stijve pie… boorden en de tekst: “De Nieuwe Politie-Verordening: Je mag er naar kijken, maar inkomen niet.”. En dat gold zowel voor het bordeel als voor de meisjes!


vrijdag 27 december 2013

Holy Ground

Ever been in Amsterdam?
As in every European city there is much to see. Beautiful old buildings, the historic canals (Amsterdam is one of the cities called ‘Venice of the North’!) lots of museums, history and art. For booklovers there are some great old book shops and flee-markets. People are friendly, and - guess what? - with few exceptions everybody speaks English too!

Especially in the summertime it can be very busy and crowded. For some attractions like the Van Gogh museum or Anne Frank House it really doesn’t make any difference. Summer- or wintertime, there’s always a long queue of waiting visitors.
If you are stuck in one of those and you are tired of waiting, tired of crowded places, tired of seeing too much in a time too short. If you need some time to rest, a place where your mind can get some peace, let me take you to a more silent and forgotten part of the town.


Let’s go to the Oudezijds Achterburgwal and take a look at this old gate, the ‘Oudemanhuispoort’ (‘Old-Man-House-Gate’ or in short ‘The Gate’). The complex behind dates from 1602 was rebuilt several times and originally housed poor old men and women but in 1880 the University of Amsterdam moved in. A century before the corridor along the south façade of the building was turned into a covered passageway (just behind this gate) with eighteen little shops for rent. They were called ‘winkelkasten’ (‘winkel’ = shop and ‘kasten’ = cabinet) because the niches were too little for a shop and too big for a cabinet.

Luxury items were sold here, like jewelry and precious metals. These articles gave the passage for a short time the allure of a grand shopping street. In 1879 the nearby ‘Botermarkt’ (Butter market), now Rembrandt Square (with his bronze statue) was shut down and the book merchants, called ‘book Jews’ because most of them being of Jewish religion, had to move to another place. Many restarted their book business in one of the ‘winkelkasten’ in The Gate.


Undoubtedly the most famous 'book Jew' was Barend Boekman (1869-1942). January 21st. 1939 he celebrated together with his colleagues his seventieth birthday in The Gate, along with his fiftieth anniversary as a book trader there. But happy times in Mokum, the Jewish nickname for Amsterdam, were not to last.
By the end of that year World War II started and in May 1940 Germany occupied the Netherlands. Jews were excluded from Dutch society and it became impossible for Jewish merchants to continue their business. Prosecutions started, daily roundups followed and bounty hunters roamed the city. More than 100.000 Dutch Jews were deported to the German concentration camps and never returned. Among them Barend Boekman and his wife. Both died in the gas chambers of Auschwitz on September 14th. 1942.

A Dutch Jewish bookseller who survived the Second World War was Menno Hertzberger (1897-1982) one of the founding fathers of the International League of Antiquarian Booksellers (ILAB) and the Dutch Association of Antiquarian Booksellers (NVvA).
Ten years after the War ended Hertzberger published a small book, by F.J. Dubiez; “Barend Boekman van de Oudemanhuispoort” (Amsterdam, 1955), to commemorate this colorful person. It is a limited edition of only 100 copies and some years ago I was lucky to find number 73.
It’s by far not the most expensive book in my library, it has no luxury binding and no color illustrations. It’s not fancy at all but still it’s one of my favorites, a wonderful and vivid memory of the 'book Jew' Barend Boekman and his time.


As Dubiez aptly wrote: “With the passing of Boekman and his colleagues from The Gate , something was lost. A specific atmosphere. An atmosphere indispensible for the true book-lover and -collector. It’s something he can’t live without and doesn’t want to miss because he needs it”.

Times changed, peoples changed, almost everything changed.

In my teenage years, the seventies, there were still booksellers in The Gate. Sometimes no less than six or seven of those little shop cabinets were open, and then there was of course the famous shop of Pfann; “In 't Oude Boeckhuys” ('In the Old Bookstore’).


Pfanns’ little shop started in 1924, just outside the passage, in the open part of The Gate near the Oudezijds Achterburgwal (take a look at the illustrations). Founding father of this family of book- and print sellers was Hendrik Daniel Pfann I (1889-1957).

Everybody knew Pfann.
Like Boekman he was a very colorful person, with wild black hair and big mustache, always wearing his long velvet coat, jaunty flambard or black bowler hat. He was a teetotaler, didn’t smoke and wasn’t Jewish either (a novelty in The Gate!) but instead an active member of the Salvation Army. In 1949 Pfann celebrated his silver jubilee in The Gate.
According to Dubiez he was “not only a bookseller but also a passionate collector and an equally large book connoisseur as the old Barend Boekman”. Pfann was the last of his time, the last old book trader in The Gate. “When this last great figure is gone”, Dubiez wrote, “when this last significant bookseller has disappeared from The Gate, a sympathetic and romantic past has come to an end”. That moment finally came in 1981.


Times changed, peoples changed, almost everything changed.

What is left are my memories and black and white postcards from the fifties, sixties and seventies next to some artist impressions by Anton Pieck (1895-1987), one being a ‘Dickens’ fantasy, the other more realistic.

Nowadays The Gate is a somewhat dim and windy passageway. If your lucky there are two or three book niches open (one of them specialized in cookery books). But most of the time it’s just an empty passage for University Law student and some peace seeking tourists like you.

For me it’s a very special place. Here, more than forty years ago, I was infected with Bibliophilia, a ‘Gentle Madness’. It’s also a place full of memories and important in a cultural- and (book) historical sense.
Be silent for a little moment take a deep breath and relax, this is Holy Ground.


Did you enjoy this English blog post? Look here for some more!

donderdag 6 oktober 2011

Reclame voor Don Quichot!

Op mijn blog zult u (nog) geen reclameboodschappen en irritante pop-up’s aantreffen. Je schijnt er geld mee te kunnen verdienen (al heb ik geen flauw idee hoeveel) maar ik vind ze over het algemeen niet fijn, opdringerig en oninteressant.
Het zou al een stuk aangenamer worden als het reclame betrof van antiquariaten en boekwinkels (tipje?).
Aan dat laatste voldoet onderstaande berichtgeving en daarom maak ik graag - geheel belangeloos natuurlijk - een uitzondering op de openingszin.

Afgelopen zaterdagmiddag was ik bij de feestelijke opening van antiquariaat Don Quichot in de Amsterdamse Oudemanhuispoort (kast 5).

Don Quichot (geopend dinsdag t/m zaterdag van 11.00 uur tot 17.00 uur) is een initiatief van de boekhandelaren Max van Til (links) en Arnoud Bosch (rechts), die zich respectievelijk in kast 3 en 4 hebben genesteld. Beiden staan overigens ook op de vrijdagse boekenmarkt op het Spui die een voorname voedingsbron is voor de stukjes op dit blog en dit jaar alweer twintig jaar bestaat!

‘De Poort’ heeft een lange traditie en geschiedenis in de wereld van het boek. Wie de oude foto’s en verhalen van vroeger kent werd de afgelopen decennia bij zijn of haar wandeling door de kale en tochtige gang met een enkele boekverkoper wel eens bevangen door weemoed naar vroeger.

We weten allemaal dat het niet zo best gaat in ‘de wereld van het boek’. Het aantal winkelantiquariaten neemt af en snuffelen en sneupen via internet is – wat mij betreft - de dood in de pot. Laten we het hopen dat de oude tijden weer herleven. ‘De Poort’ verdient een wederopleving en ik wens Don Quichot dan ook heel veel klanten toe en nog meer succes!

donderdag 23 december 2010

Pieck en Pfann in 'de poort'


Er zullen maar weinig mensen zijn die Anton Pieck (1895-1987) niet kennen.
Vooral dankzij attractiepark De Efteling in het Noord-Brabantse Kaatsheuvel maar daarnaast natuurlijk ook door zijn sprookjesachtige sfeervolle tekeningen vereeuwigd op talloze ansichtkaarten, geboortekaartjes en kalenders.

Op zoek naar kerstkaarten voor de komende feestdagen trof ik ook het bovenstaande sfeervolle plaatje aan van een boekwinkeltje met het uithangbord “De boekenwurm”.
Een Dickensiaans tafereeltje, waar de meeste bibliofielen spontaan warme gevoelens bij krijgen naast een intens verlangen om de afgebeelde imaginaire winkel met een bezoekje te vereren. Hoewel; imaginair?
Voor de ware bibliofiel, en dat is naar mijn bescheiden mening de verzamelaar die ook enige kennis heeft van de geschiedenis van het (Nederlandse) antiquariaat en dito bibliofilie, is deze afbeelding niet aan de fantasie van Pieck ontsproten maar hoogstens een wat geromantiseerde weergave van een inmiddels vergane werkelijkheid.


Twee fotokaarten uit mijn collectie vormen daarvoor het bewijs.
Zoals u zelf kunt vaststellen gaat om een afbeelding van het boekwinkeltje van Hendrik Daniël Pfann (1889-1957) in de Amsterdamse Oudemanhuispoort.
De oudste kaart, van begin jaren ’50 van de vorige eeuw, toont de eigenaar voor de deur in gesprek met twee studenten van de Universiteit van Amsterdam op de fiets.
Zijn winkeltje - gestart in 1924 - droeg de naam: “In 't Oude Boeckhuys“, maar om te stellen dat Pieck dan toch in ieder geval de naam fantaseerde vind ik iets te kort door de bocht.
De familie Pfann bezat namelijk nog een hele keten van boeken ramsj winkels onder de naam “De boekenwurm”.
Eerder dus een bewust grapje van Pieck, dan pure fantasie. Dat geldt ook voor de Joodse boekhandelaar (met keppeltje) die hij op zijn kaart in de deuropening van het winkeltje tekende. Pfann was religieus (zelfs heilsoldaat geweest), maar een uitzondering in ‘de poort’ waar de boekhandel van oudsher (en zeker tot aan de Tweede Wereldoorlog) gedomineerd werd door Joodse kooplieden.


De wervende tekst op het uithangbord, eerst nog met krijt later in de jaren ’60 gedrukt, illustreert goed de herinneringen van een andere antiquaar aan ‘de poort’ in 2002.
De jaren zestig en zeventig waren gouden tijden. Daarna is de markt volledig ingezakt. De handel in studie- en schoolboeken, die vroeger zo lucratief was, is verleden tijd. Vroeger werd eindeloos lang dezelfde drukgang gebruikt, tegenwoordig zijn er om de haverklap nieuwe drukken. Bovendien, het kopieerapparaat zorgt wel voor ‘readers’. Mensen zijn ook niet meer zo geïnteresseerd in oude boeken”.

Het citaat komt uit het boekje van J. Vis: “De poort. De Oudemanhuispoort en haar gebruikers 1602-2002” dat ik iedere boekenliefhebber kan aanraden en voor een paar euro antiquarisch goed verkrijgbaar is.
De hier afgebeelde ansichtkaarten zult u daarin niet aantreffen (en ook niet in de doorgaans goed gesorteerde beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam). Beschouw ze maar als kleine hommage aan de legendarische boekenfamilie Pfann in ‘de poort’, of zo u wilt als kerstgroet van mij.

Ik wens u allen prettige feestdagen en een voorspoedig en bibliofiel 2011.

vrijdag 3 december 2010

Tentoonstellingscatalogi


Tentoonstellingscatalogi heb je in allerlei soorten en maten. Elke bibliofiel heeft er wel een paar in zijn collectie staan. Slechts enkele hebben eeuwigheidswaarde, bereiken een cultstatus of zijn om wat voor reden dan ook kostbaar.
Het gros, zeker wat je tegenwoordig tegenkomt in de museumwinkel, is goedkope massaproductie. Soms is bij het verschijnen al voelbaar dat het iets bijzonders is/wordt. Neem bijvoorbeeld de gesigneerde mini overzichtscatalogus die afgelopen juni verscheen bij de tentoonstelling van het werk van Irma Boom in de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam. Onlangs kwam ik op Marktplaats al een gesigneerd exemplaar tegen dat bij opbod werd verkocht (laatste bod € 25,- euro).

Anderen zijn al wat ouder maar desondanks nog goed verkrijgbaar en betaalbaar zoals de klassieker: “Printing and the mind of man. Catalogue of the exhibitions at the British Museum and at Earls Court, London 16-27 july 1963”. In 1967 en 1983 verschenen herziene uitgaven, in boekvorm, die overigens heel wat duurder zijn.
Nog zo’n voorbeeld is de catalogus die verscheen in 1973 bij de tentoonstelling in de Koninklijke Bibliotheek Albert I in Brussel: “De vijfhonderdste verjaring van de boekdrukkunst in de Nederlanden”. Als liefhebber van boeken over boeken is een exemplaar in eigen bezit toch niet meer dan logisch?
Enkele catalogi zijn kostbaar geworden.
Zo ben ik een groot bewonderaar van Hendrik Nicolaas Werkman (1882-1945) en kom regelmatig drukwerk druksels van hem tegen op beurzen en veilingen.
Als liefhebber wil je dan natuurlijk een exemplaar hebben van: “Hot Printing. Catalogus van druksels en voorlopige catalogi van gebruiksdrukwerk. Litho's, etsen, houtsneden, tiksels en schilderijen van Hendrik Nicolaas Werkman” (Amsterdam, 1963). Prijzen voor deze uitgave variëren nu zo tussen de € 120,- en € 175,- euro. Toen mij een mooi exemplaar voor € 60,- euro werd aangeboden heb ik niet lang geaarzeld!


De oudste tentoonstellingscatalogi in mijn collectie zijn van 1876.
In de zomer van dat jaar, een jaar na het 600-jarig jubileum van de stad Amsterdam, werd in de zalen van het Amsterdamse Oudemannenhuis (thans gebouwen van de Universiteit van Amsterdam) een Historische Tentoonstelling gehouden. Het was een belangrijke en groots opgezette manifestatie die veel tot dan toe verborgen voorwerpen van kunst en kunstnijverheid in openbaarheid bracht en waarvan velen vroeger of later in openbare collecties zijn terechtgekomen. De expositie zou tevens leiden tot de oprichting van het Amsterdams Historisch Museum, dat in 1925 zijn poorten opende in de Waag (de Middeleeuwse Sint Anthoniespoort).


Er verschenen in 1876 feitelijk twee catalogi, die nu schaars zijn en zelden compleet worden aangeboden in het antiquarisch circuit. De ene is een vrij droge opsomming zonder illustraties van de bijna 4.500 getoonde objecten met een korte beschrijving en vermelding van de eigenaar (264 blz. inclusief register). Hierbij hoort een bijlage ‘nagekomen en nader beschreven bijdragen’ (35 blz. exclusief register). Het belang van deze uitgave is dat vele in particulier bezit zijnde historische objecten hierin voor het eerst werden gesignaleerd. Als het gaat om de herkomst (‘provenance’) van museale (veiling)stukken wordt nogal eens naar deze tentoonstellingscatalogus verwezen.


De ander is van D.C. Meijer jr. en draagt de titel: “Wandeling door de zalen der Historische Tentoonstelling van Amsterdam” (Amsterdam, 1876). Deze catalogus voert de bezoeker op verhalende wijze door de thematisch ingerichte zalen waarbij een aantal hoogtepunten wordt beschreven.
De uitgave is opmerkelijk vanwege zijn tien originele ‘photographiën’ van kunstobjecten gemaakt door Pieter Oosterhuis (1816-1885). Niets is thans zo gewoon als een fraaie en uitbundig geïllustreerde fotocatalogus maar in 1876 was het gebruik van originele foto’s als boekillustratie nog maar twintig jaar oud. De foto’s werden zoals in dit geval tussen de desbetreffende pagina’s ingeplakt en in het ‘bericht voor den binder’ treffen we daarom behalve de aanwijzing voor de ‘plaatsing der platen’ ook een aanwijzing aan voor de ‘plaatsing der photographiën’. Hierin zou pas verandering komen met de introductie van een nieuwe druktechniek in de jaren tachtig van deze eeuw; de autotype. Deze maakte het mogelijk foto’s gelijk met het letterzetsel in dezelfde drukgang af te drukken.


Mijn tot dusver laatste catalogus kocht ik een paar weken geleden toen ik de Philipsvleugel van het Rijksmuseum bezocht. "De meesterwerken gids” (Amsterdam, 2009) is een toeristisch massaproduct voor een klein prijsje (€ 7,50 euro) en een typisch voorbeeld van een hedendaagse museumcatalogus: handzaam voormaat, kleurrijk en uitbundig geïllustreerd, meertalig en niet te veel droge tekst.
À propos... Eén van de getoonde objecten is het marmeren borstbeeld van de Amsterdamse burgemeester Andries de Graeff (1611-1678) door de beroemde beeldhouwer Artus Quellinus (1609-1668). Het is catalogusnummer 420 in de Historische Tentoonstelling van 1876 en één van de ‘photographiën’ in het boek van Meijer.

dinsdag 3 november 2009

Een lijstje volgens Umberto Eco

Veel schrijvers zijn dol op lijsten met boeken, van Cervantes en Huysmans tot Calvino, en het is bekend dat bibliofielen de catalogi van antiquaren (die zonder enige twijfel bedoeld zijn als doelmatige lijsten) beschouwen als een soort Luilekkerland en aan het lezen ervan even veel plezier beleven als de lezers van Jules Verne aan diens boeken, waarin ze oceanen exploreren en griezelige zeemonsters ontmoeten”, aldus Umberto Eco in zijn laatste boek ”De betovering van lijsten” (Amsterdam, 2009).

Eco heeft wat mij betreft gelijk.
Ik ben verzot op lijstjes. Alledaags voorbeeld; het boodschappenlijstje. Lijstjes geven me houvast, richting en vormen een realiteit op zich. Talloze verzamelaars zie ik op boekenmarkten met hun lijstje langs de boekenkramen schuifelen; vooral stripverzamelaars. Ik heb in mijn PC ook zo’n lijstje nog te vervullen boekenwensen naast een afgewerkt lijstje in de vorm van mijn collectie.

Een bijna 400 jaar oud lijstje kocht ik ruim twintig jaar geleden in de Amsterdamse Oudemanhuispoort.
Het is een: “Register van allen den Schouten/Burghermeesteren/ Schepenen/XXXvj. Raeden/ende allen anderen Regenten der Stede Amstelredamme” (Anno 1613, zonder vermelding van drukker en plaats). Een redelijk zeldzame uitgave, vermoed ik.
De ‘Short Title Catalogue Netherlands (STCN)’ geeft maar drie bekende exemplaren aan en laat zien dat er geen latere edities verschenen en slechts één eerdere uitgave in 1597 (gedrukt bij Barent Adriaensz. in Amsterdam).
Dit is, zo lees ik in het boek van Eco, een goed voorbeeld van een doelmatige lijst. Referentieel (verwijzend naar bestaande personen/zaken), eindig (een afgebakende periode) en onveranderbaar (alleen personen die één van de genoemde functies beklede werden opgenomen).

Een blik op de inhoud leert ons dat de samensteller destijds veel meer heeft gedaan dan een opsomming van de gezagdragers per jaar.
Er zijn her en der ook allerlei geschiedkundige aantekening opgenomen. Ongetwijfeld met als doel om de namen niet alleen aan de hand van de jaartallen maar ook aan de hand van enkele bekende historische gebeurtenissen te kunnen plaatsen.
Zoals bijvoorbeeld onder 1417: “Sterf Hertoch Willem van Beyeren” en bij 1601: “In dit jaer heeft men de muer rontom de stad beginnen af te breken en twee groote nieuwe sluysen gemaeckt / de eene op de S. Antheunis Dijck / ende de ander daer de oude Haerlemmer poort heeft ghestaen”. Ook historische zaken die de genoemde personen of hun ambt betreffen werden vermeld. Voorbeelden daarvan zijn de vermelding onder 1535 bij de burgemeesters: “Desen werden van den anabaptiste op de plaets deser Stede den x. May zeer deerlijck vermoort” en ook de Alteratie (1578) werd in het lijstje opgenomen. Uitvoerige vermelding treffen we aan over Pieter Boom die in dat jaar stadsraad werd in plaats van de 81 jarige Mr. Reijer Lamberts.
Deze hoogbejaarde raadsman, zo lees ik, had de stadssecretaris zelf om ontslag verzocht omdat hij “impotent was, in drie jaeren onder den blauwen hemel noyt gheweest was ende zijn memorie ende verstant verlooren hadde”.
Er zijn mij geen moderne politici bekend die op een dergelijke open wijze afscheid namen van hun politieke carrière...

In 1611 publiceerde Johannes Isacius Pontanus (1571-1639) zijn: “Rerum et urbis Amstelodamensium" dat drie jaar later, in 1614, verscheen in een Nederlandse vertaling:
Historische beschrijvinghe der seer wijt beroemde coop-stadt Amsterdam".
Wie deze laatste uitgave openslaat ziet aan het einde het “Register vande Schouten, Burgermeesteren, ende den heelen Magistraet naer het vervolch der jaeren” met uiteraard dezelfde namen maar ook soms letterlijk dezelfde historische aantekeningen.

Pontanus zou niet de laatste zijn, ook zijn navolgers namen dergelijke overzichten in hun werk op en zo werd dit oorspronkelijk apart uitgegeven doelmatige lijstje voortaan alleen nog maar gedrukt als onderdeel van een groter historisch geheel. (Stads)Geschiedenis is immers meer dan een lijstje, ook volgens Umberto Eco!

dinsdag 1 september 2009

Boekenjood


Sinds mijn tienerjaren ben ik een regelmatig bezoeker van de Oudemanhuispoort in Amsterdam. Mijn eerste antiquarische schatten heb ik gekocht in de schemerige gang van ‘de poort’, waar diverse antiquaren (zoals Bonset en Pfann) die inmiddels allang weer zijn verdwenen en vervangen door anderen, hun hoog opgestapelde waren aanboden. In mijn beleving hing er toen een heel andere gezellige sfeer. In ieder geval waren de kansen op een koopje in dat internetloze tijdperk groter.

Zo herinner ik mij een winkelkast waarin een stapel ongeordende dissertaties en pamfletten lag uit de 17de en 18de eeuw en waaruit ik een kookboekje viste uit 1669: “De verstandige kock of sorgvuldighe huyshoudster”; voor 50 gulden!
Ik weet nog goed dat ik datzelfde boekje een paar jaren later zag op een boekenbeurs, aangeboden door antiquariaat Nico Israel, voor 1000,- gulden. Uiteindelijk heb ik mijn exemplaar weer doorverkocht (voor ik meen 500,- gulden) aan de bekende culi-goeroe Johannes van Dam toen die nog eigenaar was van de Amsterdamse kookboekhandel in de Runstraat. Ik prijs mij gelukkig in de wetenschap dat mijn voormalig bezit nu onderdeel uitmaakt van zijn gastronomische bibliotheek van zestigduizend titels die hij schonk aan de Stichting Gastronomische Bibliotheek (SGB) in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek.


De boekenmarkt in de Oudemanhuispoort is ontstaan in 1879 toen een destijds op de Botermarkt (nu Rembrandtsplein) gevestigde markt werd opgedoekt en de daar aanwezige boekhandelaren in vijftien zogenaamde winkelkasten (te klein voor een winkel en te groot voor een kast) een plaats konden krijgen. Veel Amsterdamse marktkooplieden hadden een Joodse achtergrond. In het reguliere spraakgebruik was de boekenjood (evenals de voddenjood, linnenjood of zuurjood) een min of meer romantisch begrip. Van deze Amsterdamse ‘boekenjoden’ was Barend Boekman (1869-1942) ongetwijfeld de bekendste.
Op 21 januari 1939 vierde hij zijn zeventigste verjaardag, tegelijk met zijn vijftigjarig jubileum als handelaar in ‘de poort’. In diverse kranten, zoals ‘Het Volk’, ‘De Telegraaf’, ‘Het Volksdagblad’ en ‘Het Algemeen Handelsblad’ werd daar aandacht aan besteed.
Op zijn boekenkast hing toen het onderstaande gedicht van zijn collega’s.

Boekman in boeken.
Nu al vijftig jaar.
Was hij hier te zoeken.
Altijd fris en klaar!
Heden zijn zijn jaren.
Zeventig in getal.
God zal hem nog sparen.
Gezondheid bovenal!


Dat mocht niet zo zijn. Nadat Nederland door Duitsland in mei 1940 was bezet werd het voor Joodse handelaren geleidelijk aan onmogelijk om hun handel voort te zetten. Velen werden door de Duitse bezetter afgevoerd naar concentratiekampen. Onder hen ook Barend Boekman en zijn echtgenote die beiden in de gaskamers van Auschwitz omkwamen op 14 september 1942.

Een Joodse antiquaar die de oorlog wel overleefde was Menno Hertzberger (1897-1982).
Hij was ondermeer medeoprichter van de Nederlandse Vereeniging van Antiquaren (NVVA) in 1935. Zeer recent verschenen zijn herinneringen: “Boeken, veel boeken – en mensen” (Amsterdam, 2008). Over Barend Boekman schreef hij het volgende:
De sfeer op die veilingen was vaak bijzonder levendig, er waren oude getrouwen, zoals de onvergetelijke bouquiniste Barendje Boekman, de bekendste figuur in de Oudemanhuispoort, waar ongeveer 10 bouquinistes stonden. Ik placht Barendje met zijn onafscheidelijke bolhoed altijd een sigaar aan te bieden. Deed ik het niet dan placht hij te zeggen ‘Heb je wat tegen mij?’ En als ik dan wat verbaasd keek, vulde hij aan: ‘Ik kreeg geen sigaar’. In 1955 heb ik een klein boekje uitgegeven ter herinnering aan deze onvergetelijke figuur, een der velen van het Oude volk, die de oorlog niet overleefden”.


Dat boekje werd geschreven door F.J. Dubiez. “Barend Boekman van de Oudemanhuispoort”, telt slechts 34 bladzijden, verscheen niet in de handel en in een beperkte oplage van maar 100 genummerde exemplaren. Treffend schreef Dubiez: “Met het heengaan van Boekman en zijn collega’s uit de poort, is er iets verdwenen, dat wij de ware sfeer zouden willen noemen; een sfeer die de echte boekenliefhebber en verzamelaar niet kan en niet wil missen, omdat hij deze nodig heeft”, en even verder, “In ’t Oude Boeckhuys’ van de heer H.D. Pfann – die in 1949 ook al zijn zilveren jubileum in de poort vierde – leven de laatste resten van de oude roem nog voort. De heer Pfann, is niet alleen boekhandelaar, meer nog een hartstochtelijk verzamelaar, en een even groot boekenkenner als de oude Barend Boekman. Wanneer ook eenmaal deze laatste grote figuur er niet meer is, zal de laatste boekhandelaar van betekenis uit de poort verdwenen zijn en zal definitief met een sympathiek romantisch verleden gebroken zijn”. Dat moment brak uiteindelijk aan in 1981.

Onlangs kreeg ik de gelegenheid om een exemplaar van dit zeldzame boekje aan te schaffen. Het is nummer 73 voorzien van het ex-libris van Ger Brouwer (1919-2005), oud bibliothecaris van de Vereniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels te Amsterdam (thans de Bibliotheek van het Boekenvak) waarin ook het archief van Menno Hertzberger zit.
Ik koester mijn exemplaar, deze weemoedige herinnering aan de kleurrijke
‘boekenjood’ Barend Boekman en zijn tijd, uitgegeven door een wereldberoemd antiquaar in een beperkte oplage en afkomstig uit de bibliotheek van een bibliothecaris en boekenliefhebber.
Om met een uitspraak van Boudewijn Büch te besluiten: “Zoiets heet geluk, boekengeluk”.