Posts tonen met het label Restaureren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Restaureren. Alle posts tonen

vrijdag 26 juni 2026

Rouwbeklag, lijkzang, grafdicht, ... grafsteen?


Het boekje dat ik hier wil bespreken vond ik op de Spui boekenmarkt in de kraam van Eric Klee, antiquariaat De Uilenspiegel. Het is een 'convoluut' (maar mooier vind ik 'sammelband') met verschillende uitgaven die in verband staan met de Amsterdamse stadshistoricus Jan Wagenaar (1709-1773). Eric zag mij geïnteresseerd bladeren, riep dat hij in een goeie bui was en verlaagde daarom zijn vraagprijs. Ik voelde een lichte aarzeling want twee van de zes publicaties in deze verzamelband heb ik al los in mijn bibliotheek staan. Bovendien was de originele negentiende eeuwse band versleten en de rug grotendeels verdwenen. Een nieuwe band was noodzakelijk maar opnieuw inbinden daarentegen niet, want het boekblok was nog stevig. Ik wist dat ik spijt zou krijgen als ik het boekje zou laten liggen en daarom betaalde ik zonder morren het verlaagde bedrag.

Nog diezelfde middag besprak ik met Hans Pieterse, mijn vaste boekrestaurator (-binder), wat er volgens mij moest gebeuren en wat mijn (dure) wensen waren. Enkele weken geleden heb ik het fraaie resultaat (u ziet het hierboven) opgehaald. Hans heeft een nieuwe halfleren band gemaakt met valse ribben. Ook de hoeken zijn bekleed met leer. Het leer is verder afgewerkt met goudbelijning. Het oude titelschildje kon worden hergebruikt.
De buitenzijde van de oorspronkelijke platten is bekleed met origineel achttiende eeuws kievitsmarmer. De verbruinde negentiende eeuwse schutbladen zijn vervangen door authentiek achttiende eeuws papier. Alles bij elkaar kostte dit inclusief btw € 485,- euro.
U bent dus gewaarschuwd voor 'koopjes' (op bijvoorbeeld websites als Marktplaats) van drukwerk waarvan de band 'wat aandacht nodig heeft'. Zeker bij dergelijke fraaie historiserende banden is het - naast de materiaalkosten - vooral het arbeidsloon dat bepalend is voor zo'n hoge prijs. Als bibliofiel (en Wagenaar-aanbidder in het bijzonder) had ik dat er graag voor over. Inmiddels bent u wellicht ook nieuwsgierig naar de precieze de inhoud. Welnu deze 'sammelband' omvat de volgende titels:


1. Huisinga-Bakker: "Het leeven van Jan Wagenaar benevens eenige brieven van en aan denzelven" (Amsterdam, 1776). Mét bijgevoegd portret van Jan Wagenaar door Jacob Houbraken (1767).
Deze uitgave staat al geruime tijd in mijn bibliotheek in zijn originele achttiende eeuwse halfleren band, maar - zoals uitgegeven - zonder portret!


2. J.L.F.v.B. (Johannes le Franq van Berkheij): "Klinkdicht op het afsterven van den beroemde heere Jan Wagenaar..." (z.p.[], z.j. [1773]). Dit klinkdicht werd ook opgenomen in: "Gedichten van Johannes le Franq van Berkheij" (Amsterdam, 1776, blz. 314 met een toelichting op blz. 315).


3. A. Deken: "Lykzang, op het afsterven van den heere Jan Wagenaar...". (z.p [Amsterdam], z.j. [1773]). Een bespreking hiervan vond ik in: "Hedendaagsche Vaderlandsche Letter-oefeningen" (Amsterdam, 1773, tweede deel, eerste stuk, blz. 170 t/m 173). Dit is overigens het officiële debuut van Aagje Deken (1741-1804), dat zij voor het eerst ondertekende met 'Agatha Deken'. Haar lijkzang voor Wagenaar werd ook opgenomen in: "Stichtelyke gedichten van Maria Bosch en Agatha Deken" (Amsterdam, 1775, blz. 327).


4. J. de Kruyff: "Grafschrift op den heer Jan Wagenaar" (z.p [Leiden], z.j. [1774]). In: "Werken van de Maetschappy der Nederlandsche letterkunde te Leyden" (Leiden, 1774, tweede deel). Het grafschrift werd eveneens opgenomen in: "Gedichten van Jan de Kruyff" (Amsterdam, 1776, blz. 165).

Vooral deze rouwpoëzie is antiquarisch onvindbaar. Daarvan ken ik nog twee andere voorbeelden, namelijk: "Rouw-klagte over den dood van den heere Jan Wagenaar" (z.p., z.j. [1773]). Geschreven uit 'verplichting en genegenheid' door L.B.D.G. En - tot slot - het gedicht: "Op het overlijden van Jan Wagenaar", geschreven door Jan Messchert van Vollenhoven (1740-1814) in: "Gedichten van Jan Messchert van Vollenhoven" (Amsterdam, 1808, blz. 18). Vervolgens...


5. J. van den Toorn: "Geslachtboom van alle de mannelyke nakomelingen uit het oud adelyk stamhuis der heeren van Brederode..." (Amsterdam, 1788). Met grote uitslaande gravure van de "Geslacht-boom". Een uitgave bedoeld als aanhangsel op Wagenaars eenentwintigdelige "Vaderlandsche historie".


6. M. Siegenbeek: "De eer van Jan Wagenaar als historie schrijver en die van Jacoba van Beijeren tegen Mr. W. Bilderdijk, in zijne geschiedenis des Vaderlands, verdedigd..." (Haarlem, 1835).
Ook deze uitgave stond al - in een negentiende eeuws halfleren bandje - in mijn bibliotheek.


In de afgelopen jaren heb verschillende artikelen op dit blog geplaatst over mijn idool Jan Wagenaar en zijn uitgaven in mijn bibliotheek. Over zijn prachtvolle Amsterdamse stadsgeschiedenis bijvoorbeeld, die ik (vierdelig), uniform in perkament gebonden, koester en natuurlijk over zijn "Vaderlandsche historie"(1749-1759), waarvan ik de eerste druk kocht (en die ik tekstueel en illustratief kon 'upgraden' naar een derde druk; de meest uitgebreide versie). Ook over zijn uitzonderlijke doodsbericht schreef ik al eens en 'last but not least' over het bijzondere opdrachtexemplaar van: "'T Verheugd Amsterdam" (1768), voor zijn vriend mr. Nicolaas Bondt, waarvoor ik een ware boekentempel liet bouwen!

Uit dit alles blijkt wel dat de gedachte aan Jan Wagenaar bij deze bibliofiel nooit ver weg is.
Wagenaar werd begraven in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. De exacte locatie (D-25) is dankzij de begraafboeken bekend. Wie zijn graf nu bezoekt, vlakbij het orgel, treft een kale naamloze steen aan (genummerd 34!). Ik koester sinds lange tijd de wens om deze belangrijke Amsterdammer en invloedrijke historicus te eren met een passende grafsteen. Een die recht doet aan zijn onmiskenbare verdiensten voor de stad Amsterdam en de geschiedwetenschap in het algemeen.


Uiteraard heb ik daarover al eens contact gehad met Paul Mosterd, directeur van de Nieuwe Kerk, die er wel voor voelt. Om die reden werd ik vorig jaar nog uitgenodigd voor de onthulling van een schrijverssteen (een gedenksteen) voor Annie M.G. Schmidt (1911-1995) en aansluitend persoonlijke kennismaking. Het gebeuren inspireerde mij toen voldoende om na afloop thuis achter mijn computer een eerste ontwerp te maken, dat ik u hieronder laat zien. De uitvoering in blauw hardsteen zal nog wel even op zich laten wachten, dus u zult het voorlopig moeten doen met deze virtuele weergave. Dit alles te uwer informatie en uiteraard geheel terzijde - maar toch...

woensdag 10 november 2021

Een boek(band) 'met proefdruk platen'


Wie mijn aanwinstenlijstje in de gaten houdt weet dat ik op vrijdag 2 juli een succesvolle tocht maakte naar een jubilerende boekenmarkt op het Amsterdamse Spui (30 jaar alweer!). Ook op het vorige jubileum, vijf jaar geleden, was ik aanwezig (zie hieren ook toen verliep de dag zeer succesvol! 
Destijds kocht ik wat bij Max van Til maar nu was het bij Arnoud Bosch (van antiquariaat 'De Salamander', uit Almere), waar mijn oog viel op een groot boek. 

Het bleek te gaan om een uitgave met werk van de destijds zeer populaire en beroemde schrijfster Lucretia Wilhelmina van Merken (1721-1789) en bovendien eentje op 'groot papier', d.w.z. dat het boekblok niet werd bijgesneden. De uitgave werd gebonden in een halfleren band met kievitsmarmeren platten. Een veel voorkomende band in die tijd, maar wat mij direct daaraan opviel was een zeer ongewone opmerking op de staart: "met Proefdruk Platen"


Toen ik vervolgens de drie buitentekstplaten (beschermd door een los vloeiblad) bekeek, zag ik echter nergens 'proefdruk' staan. Wel zijn ze gesigneerd: "J. Buys, inv. et delin. C. Brouwer sculps. W. Vermandel en J.W. Smit exud.". De afbeeldingen zijn daarnaast voorzien van titels, respectievelijk; "Het nut der tegenspoeden.", "Brieven." en "Mengeling van verscheide gedichten.". 


Alleen de tweede en derde allegorische gravure bevatten een 'verwijzing' in de afbeelding naar de inhoud. Op de tweede zien we op de voorgrond wat losse papieren liggen met de tekst "Leife Erik" (Leif Eriksson), een verwijzing naar het stuk: "Leife aan zynen vader Erik, eersten bevolker van Groenland" (blz. 77 t/m 102). 
Op de derde afbeelding staat de Nederlandse maagd met vrijheidshoed te wijzen naar een epitaaf met het jaartal MCCXLVIII (1748), een verwijzing naar de "Feestzang op het eerste eeuwgetyde der Nederlandsche Vrijheid(blz. 168 t/m 185) dat in hetzelfde jaar werd geschreven.


Al bladerend ontdekte ik vervolgens dat het boek eigenlijk een convoluut is met drie uitgaven. Als eerste komt: "Het nut der tegenspoeden, brieven en andere gedichten van Lucretia Wilhelmina van Merken" (Amsterdam, 1768). Het is de tweede druk van deze achttiende eeuwse bestseller van Van Merken die bij Pieter Meijer (op de Dam) verscheen en wiens fondslijstje tot besluit van de uitgave na de bladwijzer volgt. De eerdergenoemde paginagrote gravures bevinden zich alle drie in dit boek. 


Als tweede volgt: "Aan de Britten" (Amsteldam, 1781), met aan het eind - op een aparte bladzijde - het colofon waaruit blijkt dat (ook) dit gedicht (waaruit haar afkeer voor de Engelsen blijkt), verscheen onder de zinspreuk "La vertu pour guide", bij de erven van David Klippink in de Nes (Amsterdam).
De derde uitgave - tot slot - is niet van haar hand, maar is een bundel: "Lykdichten ter gedachtenisse van de grootste der Nederlandsche dichteressen, vrouwe Lucretia Wilhelmina van Merken, echtgenoote van den Heer Nicolaas Simon van Winter; overleden in den ouderdom van ruim acht en zestig jaren, te Leyden, den 19den, en begraven te Amsteldam, den 24sten van october, des jaars 1789" (Amsteldam, 1790).
De tekst op de titelpagina heeft de vorm van een urn en weerspiegelt daarmee het funeraire karakter van de uitgave (zie over deze uitgave het artikel van Lotte Jensen: "Lang leve de dode dichter! Schrijversherdenkingen en literaire fancultuur rond 1800"). 
De laatste uitgave verscheen bij Pieter Johannes Uylenbroek, wiens uitvoerige fondslijst na de talrijke lijkdichten (waaronder een van hemzelf) geheel achterin werd meegebonden. Deze lijst wordt besloten met de opmerking: "Verwacht, zo dra mogelyk, lofrede en lykvaers op L.W. van Winter, geb. Van Merken, door J.F. Helmers, in 4to.". Jan Fredrik Helmers (1767-1813) was een groot bewonderaar van Van Merken maar zijn bescheiden lijkvers op haar en haar echtgenoot zou pas acht jaar na Van Merkens overlijden bij Uylenbroek verschijnen in: "Kleyne dichterlijke handschriften" (Amsteldam, 1798). Helmers' lofrede daarentegen werd nimmer uitgegeven maar voorgedragen bij Felix Meritis in Amsterdam.


Arnoud vroeg zestig euro voor het boek en toen ik op mijn mobieltje de vraagprijzen op Boekwinkeltjes nakeek zag ik dat er van deze tweede editie vier exemplaren worden aangeboden voor bedragen tussen de honderd en honderdzestig euro. Echter, alleen bij het duurste exemplaar (aangeboden door antiquariaat Goltzius) staat expliciet vermeld dat de drie paginagrote gravures aanwezig zijn, maar ongesigneerd en zonder titels! Kortom; met wat korting betaalde ik er graag vijftig euro voor.
Toen ik thuis zoals gebruikelijk aanvullend onderzoek deed ontdekte ik al snel dat Arnoud het boek met enkele andere boeken bij Zwiggelaar Auctions had gekocht voor € 80,- euro, exclusief veilingkosten (juniveiling 2021, kavel 453).


Vervolgens raadpleegde ik WorldCat en diverse gedigitaliseerde exemplaren met behulp van Google Books. Daardoor werd mij het volgende duidelijk:
De eerste editie van: "Het nut der tegenspoeden, brieven en andere gedichten van Lucretia Wilhelmina van Merken" verscheen in 1762 met een allegorische titelpagina door J. van Schley (1761), naar Cornelis Ploos van Amstel. Daarnaast bevat deze uitgave een typografische titelpagina met vignet (eveneens door Van Schley). Tegenover de allegorische titelpagina bevindt zich een bladzijde "Op de titelprent", met een gedicht van Nicolaas Simon van Winter (1718-1795) met wie Van Merken in 1768 zou trouwen. Wellicht niet geheel toevallig verscheen in het jaar van hun huwelijk de tweede editie van dit boek.


Pieter Meijer, de vaste uitgever van het schrijversechtpaar Van Merken/Van Winter, overleed in 1781. Daarop maakten beiden de overstap naar diens opvolger Pieter Johannes Uylenbroek. Vijf jaar later werden in opdracht van de Amsterdamse boekverkopers W. Vermandel en J.W. Smit drie 'kunstplaten' gemaakt ten behoeve van: "Het nut der tegenspoeden, brieven en andere gedichten van Lucretia Wilhelmina van Merken". Uit een advertentie in de "Oprechte Haerlemsche Courant" van 24 oktober 1786 blijkt dat deze bij diverse boekverkopers, verspreid door het land, verkrijgbaar waren en dat de proefdrukken (zijn dit wellicht de gesigneerde titelexemplaren?) bijna dubbel zo duur waren als gewone afdrukken. Overigens produceerden Vermandel en Smit vaker extra kunstplaten voor eerder verschenen geïllustreerde uitgaven, zoals de bibliofiel N.G. van Huffel (1869-1936) opmerkte in het "Nieuwsblad voor den Boekhandel" (1920. Jrg. 87, nr. 65).


Dat pas bijna twintig jaar (!) na het verschijnen van de tweede editie van het boek deze allegorische (titel)gravures verschenen roept vragen op, maar een uniek verschijnsel is het niet. Hetzelfde gebeurde met het Bijbels heldendicht "Abraham de aartsvader" van de Vlaardingse dichter Arnold Hoogvliet (1687-1763), dat talrijke edities kende. Pas vijftien jaar na het verschijnen van de eerste druk in 1728 werden daarvoor gravures vervaardigd die we vervolgens in vrijwel al de 18de eeuwse edities tegenkomen
Wellicht was het ook een combinatie van populariteit en handelsgeest. Mogelijk was de allegorische titelprent uit 1762 in 1786 niet meer leverbaar (in de tweede editie ontbreekt die nog wel eens) en met nieuwe illustraties kon de uitgever het publiek opnieuw verleiden.
Het verloste hem bovendien op een makkelijke manier van zijn uitgeversrestant (in totaal zou Meijer er circa 2000 exemplaren van verkopen).

Hoe dan ook, het overgrote deel van beide edities in bijzondere bibliotheekcollecties van:
"Het nut der tegenspoeden, brieven en andere gedichten van Lucretia Wilhelmina van Merken" bevat alleen de allegorische titelpagina van 1762. De STCN laat zien dat exemplaren met drie gesigneerde titelgravures bijzonder zijn. Vermeldenswaardig in dit verband is een uniek ingekleurd exemplaar (inclusief de drie gravures) dat ik raadpleegde in de collectie van het Allard Pierson (UvA/bijzondere collecties) in een band door de Van-Damme-binderij (band 1 A 6).


In de mij bekende gedigitaliseerde prentencollecties, zoals die van het Rijksmuseum, ben ik deze drie buitentekstplaten niet tegengekomen. Wel vond ik een vermelding in: "Jacobus Buijs als boekillustrator" van de onlangs overleden Leontien Buijnsters-Smets (in: "Documentatieblad Werkgroep Achttiende eeuw", jrg. 1984). Ze worden genoemd aan het eind in de overzichtslijst van boekillustraties vervaardigd door Buijs (nummer 82). Curieus genoeg staat daarbij de opmerking: "Met 3 titelprenten door Th. Koning en 2 prenten door C. Brouwer".


Mijn aanwinst onderstreept andermaal de enorme populariteit en roem van deze grande dame uit de achttiende eeuw die zo veel heeft geschreven. "Over het nut der tegenspoeden" was en bleef echter haar meest bekende en populairste werk. In 1818 verscheen daarvan nog een herdruk bij G. Warnars en zoon. Dik twintig jaar later maakte Hildebrand (Nicolaas Beets) in zijn "Camera Obscura" (Amsterdam, 1839) korte metten met Van Merken en haar bestseller:

"'Weet je wat ik ook altijd al een heel mooi verzenboek vind?' zei mejuffrouw Van Naslaan, het gezelschap rondziende, 'Het nut der Tegenspoeden'. 
'Wat?' vroeg de heer Dorbeen, droger en komieker dan ooit: 'het nut der regenhoeden?'.
Er ontstond een groot gelach over deze aardigheid, hetwelk mejuffrouw Van Naslaan min of meer verlegen maakte; zij besloot dus haar lofrede over het bekende geschrift van Lucretia Wilhelmina, die voor een algemeen gesprek in de wieg gelegd was, als privaat gesprek den geest te laten geven. 
'Inderdaad', fluisterde zij mijne tante in, 'het is een heerlijk boek en door een vrouw geschreven; maar ik kan je zeggen, dat je 't met geen droge ogen lezen kunt'" (Uit: "De familie Stastok").


Om mijn luxe-exemplaar helemaal af te maken kocht ik bij antiquariaat Goltzius de bekende portretgravure van 'Lucretia Wilhelmina van Winter, gebooren Van Merken' (door 'H. Pothoven ad viv. delin. 1772. P.J. Uijlenbroek excud. Reinr. Vinkeles sculps. 1792'). Inmiddels bevindt die zich ook in mijn exemplaar (dat doe ik wel vaker, zoals u hier kunt lezen). Het is nota bene een 'Proefdruk' dus de opmerking op de boekrug houdt stand!

Tot slot vond ik dat die bijzondere band wel een restauratieve ingreep kon gebruiken.
De kop en de staart van de leren rugbekleding waren gedeeltelijk verdwenen en het voorplat zat eigenlijk alleen nog stevig vast aan zijn touwen. Ik nam daarom contact op met mijn vertrouwde handboekbinder en boekrestaurator Hans Pieterse. Eind oktober was het boek klaar en stuurde ik een email met foto’s naar boekbandenexpert Jan Storm van Leeuwen. Die liet mij weten dat het vermoedelijk gaat om een band uit Leiden of Amsterdam en dat hij de opmerking "met Proefdruk Platen" of iets dergelijks nog nooit eerder op een boekband heeft gezien, maar “degene die de band liet maken moet wel heel trots op die proefdrukken zijn geweest en hij moet dus geweten hebben dat die drie platen proefdrukken waren”!

Perkamentus is erg blij met het fraaie resultaat, uitgerekend in Van Merken's 300ste geboortejaar. Een bijzondere aanwinst voor mijn collectie oude drukken, tevens een ode aan deze vrouwelijke Vondel uit de achttiende eeuw.
Om mijn tevreden gevoel daarover beter te begrijpen moet u tot slot nog even kijken naar deze informatieve en leuke korte film: "Dichter bij Van Merken", met een geestdriftige Imre Besanger (Theater Kwast) en een deskundige Lieke van Deinsen.

vrijdag 17 juli 2020

Bibliofilie in coronatijd


Eind maart liepen de coronacijfers nog steeds op. Mijn werkgever bood het personeel boven de 55 jaar (of met een medische indicatie) aan om - met behoud van salaris - thuis te blijven tot 1 juni.
Ook Perkamentus maakte gebruik daarvan en dus zat ik bijna tien lange weken thuis. Alle tijd dus om me te wijden aan boeken, bloggen en bibliofilie.
Ik kwam er al gauw achter dat de coronatijd een verlammende uitwerking op mij heeft... Steeds saaier wordende dagen regen zich aaneen en de lust om te sneupen of te kopen verdween. Dat heeft merkbare consequenties voor mijn blog; weinig inspiratie, weinig aanwinsten, weinig blogbijdragen.

Maandenlang kon ik niet naar mijn favoriete Amsterdamse Spui boekenmarkt. Pas vanaf 5 juni was dat weer mogelijk en twee weken later greep ik mijn kans om er weer eens te gaan snuffelen.
Coronamaatregelen hebben ook mijn boekenmarkt veranderd. Geen inloopstalletjes meer en gezellige hoekjes, maar alle tafels naast elkaar - in een lange rij - aan beide zijden van het plein. Niet iedereen was aanwezig en tot mijn grote spijt hoorde ik dat Paul Gaemers (antiquariaat De Boekerij v.o.f.) de markt vaarwel heeft gezegd en nu zijn boekenberg opruimt in Den Haag en in een winkel in Baarn, alvorens van zijn pensioen te gaan genieten. Erg jammer want regelmatig vond en kocht ik leuke oude boeken bij hem voor weinig geld zoals u op dit blog hebt kunnen lezen (bijvoorbeeld in "Scribleriana"). 

Op de markt wisselde ik wat nieuwtjes uit met verschillende oude bekenden en ik trof er mijn blogredacteur Reinder Storm, die nu veel thuiswerkt (maar die dag toevallig in Amsterdam was) en met wie ik had afgesproken om - op anderhalve meter van elkaar - bij te kletsen. Nadat wij afscheid hadden genomen richtte ik mijn schreden naar de boekenkraam van Eric Klee (antiquariaat De Uilenspiegel). Ik had een oogje laten vallen op een fraai perkamenten spitselbandje waarin twee (eigenlijk drie) uitgaven waren samengebonden van Daniël Willink (1676-1722).


Eric zakte twintig procent in zijn vraagprijs en ik betaalde € 200,- euro. Dat is weliswaar meer dan waarvoor ik het had kunnen krijgen toen hetzelfde boekje vorig jaar november werd geveild bij Bubb Kuyper en niet werd verkocht (71/2832), maar nog steeds vijftig procent minder dan wat antiquariaat Goltzius op dit moment vraagt. Die bieden namelijk - opmerkelijk genoeg- een zelfde convoluut aan, waaruit blijkt dat deze twee uitgaven kennelijk wel vaker werden samengebonden. Een specifieke reden daarvoor is mij niet bekend, maar wellicht komt het doordat ook de tweede uitgave een sterk Amsterdams karakter heeft. Niet alleen werd die opgedragen: "aan de eerwaarde en zeer geliefde broederen diakenen, en zusteren diakenessen, van de gereformeerde Nederduitsche kerke onzes heeren Jezus Christus te Amsteldam", maar bovendien bevat het een aantal lovende 'byschriften' op het - door Willink bezongen - aan de Amstel gelegen diaken wees- en oude vrouwenhuis (Amstelhof waarin thans Hermitage Amsterdam zit). Die 'byschriften' behandelen onder andere de verschillende kamers in het gebouw waaronder de 'artsenywinkel', de eetzaal, de school voor knechtjes en de meisjesschool maar ook de ziekenkamer en de 'braayschool'.


Overigens gaat het bij de "Amstelstroom" om de derde druk die veel uitvoeriger is dan de eerste uit 1708, en die bovendien is voorzien van een gegraveerde (allegorische) titelpagina. De uitgave, met illustraties van maar liefst drie verschillende graveurs; J. Goeree (1670-1731), A. Houbraken (1660-1719) en J. Schijnvoet (1685-na 1733), past prima in mijn collectie geschiedenis van Amsterdam en Amstelland. Van Willink bezat ik al de "Amstellandsche Arkadia" (Amsterdam, 1737) en de "Amsterdamsche Buitensingel" (Amsterdam, 1723). Inmiddels heeft de aanwinst een plaatsje gekregen in mijn bibliotheek naast twee andere stroomdichten in mijn collectie waarover ik eerder schreef; "De Ystroom" van Joannes Antonides van der Goes en "De Amstelstroom in zes zangen", door Nicolaas Simon van Winter. Ik vermoed dat de rivier De Amstel Nederlands meest bezongen waterloop is.


Digitaal sneupen in coronatijd leverde de afgelopen maanden niet zo heel veel op. Het meest bijzondere trof ik aan op Marktplaats. Daar struikelde ik over een zeer gedetailleerde titel die mij nieuwsgierig maakte naar de inhoud. Het gaat om een vertaling van de Duitse medicus Johann August Unzer (1727-1799) getiteld: "Geneeskundig Huisboek voor professoren, predikanten, rechtsgeleerden en allen die in het openbaar moeten spreeken; ter bewaaring hunner gezondheid by de waarneeming van derzelver ambtsverrichtingen..." (Amsterdam, 1792). 
Uitgaven van Unzer waren hier eind achttiende eeuw mateloos populair wat blijkt uit het feit dat verschillende werken van hem destijds in het Nederlands zijn vertaald en zich thans in tal van (universiteits)bibliotheken bevinden. 
Wat mij als eerste in de titel had getroffen was de term 'Huisboek'. Alweer drie jaar geleden schreef ik over twee andere 'huisboekjes' in mijn verzameling; dat van J.F. Martinet (1729-1795) voor huisgezinnen en dat van Christian Friedrich Traugott Voigt (1770-1814) voor verloofden en jong-gehuwden. Daaraan kan ik nu dus een derde toevoegen. Ook de interessante en vermakelijke inhoud stelde me niet teleur.


Opvallend is Unzer's overal klinkende waarschuwing voor ongezonde lucht, of het nou de rook van houtskoolvuur is of van lijken! Unzer schrijft uitvoerig over het ongezonde begraven in de kerk (vanaf blz. 142). Een discussie die met name aan het einde van de achttiende eeuw werd gevoerd en die zou leiden tot de eerste (openbare) begraafplaatsen. Ik heb daarover - naar aanleiding van een aanwinst - al eens eerder geschreven in: "Zand erover".
Unzer toont zich al met al nog sterk verbonden met de miasmatheorie. Ik moest onmiddellijk denken aan de smakelijke studie van Alain Corbin: "Pestdamp en bloesemgeur. Een geschiedenis van de reuk" (Nijmegen, 1986), waarin uitvoerig wordt ingegaan op vieze luchtjes en ons reukorgaan. Overigens is dit ook het onderwerp in de bekende historische roman van Patrick Süskind: "Het parfum. De geschiedenis van een moordenaar" (Amsterdam, 1985), die u wellicht verfilmd (2006) in de bioscoop hebt gezien.
Zijn boekje geeft ons zodoende een interessante blik op de toenmalige heersende opvattingen over hygiëne, volksgezondheid en geneeskunde. Bovendien bevat het een 'smakelijk' aanhangsel met recepten (vanaf blz. 151), die trouwens niet bepaald doen terugverlangen naar deze 'goeie oude tijd'...

De uitgave verkeerde in goede staat maar de rug was overplakt met plakband (volgens boekengoeroe Piet Buijnsters "een uitvinding van de Duivel"). Ik nam daarom contact op met handboekbinder en boekrestaurator Hans Pieterse die ik alweer geruime tijd geleden heb leren kennen via het Amsterdamse antiquariaat Brinkman. Hans heeft voor mij in het verleden al diverse opdrachten uitgevoerd (zoals deze) en onlangs schreef ik daarover in "Restauratie omwille van provenance". In zijn Amsterdamse atelier vertelde ik hem dat ik overwoog om het boekje opnieuw te laten inbinden, bijsnijden en voorzien van een halfleren band (gebruik makende van het de oorspronkelijke omslag van gespikkeld kievitsmarmer) zodat het meer zou passen bij mijn huisboek van J.F. Martinet. Hans keek bedenkelijk en vond het geen goed plan. Het boekje, zo betoogde hij, is immers een prachtig behouden voorbeeld van een halffabricaat. Het zit nog in zijn oorspronkelijke uitgeversomslag en de katernen zijn met een voorlopig naaisel gebonden. Het papier werd nog niet bijgesneden waardoor de marges rondom de tekst ruim zijn. Hij had maar weinig overtuigingskracht nodig. Twintig jaar geleden zou ik wellicht hebben volhard in mijn voornemen maar inmiddels is de markt in oude drukken en het verzamelen daarvan veranderd. Uitgaven in 'unsophisticated condition' worden steeds meer gewaardeerd. Uiteindelijk heeft Hans dus alleen de omslag hersteld met origineel 17de eeuws kievitsmarmer. 


Omdat geld uitgeven aan boeken in coronatijd zo stroperig verliep besloot ik op een andere manier mijn bibliofiele behoefte te bevredigen. Ik vroeg aan Hans om voor twee uitgaven in mijn collectie een bewaardoos te maken zoals ik die om meer boekjes heb zitten en waarover ik lang geleden schreef in "(G)een boek?". Het gaat om een doos(je) voor het eerdergenoemde huisboekje voor verloofden en jong-gehuwden en voor: "Galante dichtluimen", een zeldzaam erotisch dichtbundeltje waarover ik hier schreef. Overigens kreeg ik van Hans nog een compliment voor de bijna niet van echt te onderscheiden facsimile omslag die ik destijds maakte voor mijn exemplaar van "Galante dichtluimen".
Enfin, zoals u geheel bovenaan kunt zien werden het twee fraaie overslagdozen met op de voorkant verdiept een kopie van de desbetreffende uitgave. Beide boekjes zitten bovendien in een envelop van zuurvrij karton. Voor de nieuwsgierigen geïnteresseerden onder u, dergelijke doosjes kosten circa tachtig euro per stuk exclusief btw.

Begin juni ben ik weer begonnen met mijn werkzaamheden op Schiphol. Mondkapje op, latex handschoenen aan, desinfecterende gel bij de hand en temperatuurcontroles... De coronamaatregelen zijn inmiddels nationaal en internationaal steeds meer versoepeld. Overal wordt het weer drukker en steeds meer Nederlanders gaan met vakantie naar het buitenland. Het wachten is op de tweede epidemische golf. Ik blijft deze zomervakantie gewoon thuis, kijk de kat uit de boom, en geniet van mijn private library, de boeken en bewaardoosjes...

vrijdag 17 januari 2020

Restauratie omwille van provenance


Mijn eerste stukje op dit weblog - in april 2009 - droeg de titel "Marktplaats". Niet voor niets, nog steeds is Marktplaats een belangrijke bron van bijzondere vondsten. Dat blijkt trouwens ook uit mijn maand- en jaaroverzichten. Alweer enige tijd geleden, in december 2018, trof ik op Marktplaats de negentiende eeuwse biografie aan van Mr. J.C. de Jonge: "Henrik van Wijn als geleerde en staatsman geschetst" ('s-Gravenhage/Amsterdam, 1832), die ik voor een luttel bedrag kocht. Wie was deze Van Wijn, wat maakt mijn aanwinst bijzonder en waarom liet ik het boekje restaureren?


De geschied- en oudheidkundige Hendrik van Wijn (1740-1831) is vooral bekend geworden als Nederlands eerste rijksarchivaris. Hij is de auteur van verschillende andere boeken in mijn collectie waarover u kunt lezen in: "Belangrijk en woest aantrekkelijk" en "Nieuwe oude aanwinsten". Van Wijn was bovendien in 1766 één van de stichters geweest van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (MdNL) in Leiden. Zijn overlijden werd tijdens de jaarlijkse vergadering van de MdNL, de derde Hooimand (juli) 1832, herdacht met een korte toespraak door voorzitter Matthijs Siegenbeek (1774-1854).
"En hier verwacht Gij zeker allen van mij, dat ik, in de eerste plaats, aan den eenigen, die van de verdienstelijke oprigters dezer Maatschappij door de Goddelijke gunst nog in het leven was gespaard gebleven, den achtbaren en eerbiedwaardigen grijsaard Mr. H. VAN WIJN, met den hem toebehoorenden lof gedenke. En waarlijk niets zou voor mij, die het voorregt had, sedert ruim dertig jaren, vele bewijzen van welwillendheid van hem te ontvangen, en die, zoo voor zijne diepe ervarenis in de Vaderlandsche Oudheden en Geschiedenis, als voor zijn uitmuntend verstand en edel hart de diepste hoogachting koesterde, streelender en aangenamer geweest zijn, dan hem, bij deze gelegenheid, de hulde van onzer aller dankbaarheid en eerbiedige genegenheid toe te brengen.
Doch ik gevoel, dat de waardige volvoering dezer taak, zoo niet mijne krachten te boven, dan ten minste het korte tijdsbestek, mij tot spreken vergund, verre te buiten zou gaan.
Ik verheug mij derhalve hartelijk, dat een onzer waardige medeleden, wiens meerdere bevoegdheid daartoe niemand opregter, dan ik zelve, erkennen kan, die taak op eene wijze volbragt heeft, welke aan alle vereerders van den zaligen afgestorvene niets te wenschen overig laat, en twijfele geen oogenblik, of ik zal de tolk van uwer aller gevoelens zijn, wanneer ik hem, uit naam der Maatschappij, hartelijk dank zegge voor de hulde, welke hij aan de nagedachtenis van een' harer verdienstelijkste oprigters en luisterrijkste sieraden, met even veel waarheid als gevoel, heeft toegebragt" (Jaarboek MdNL, 1832).


Het waardige medelid, verantwoordelijk voor de hulde aan de nagedachtenis van de 'zaligen afgestorvene', zat tijdens deze bijeenkomst onder de toehoorders. Jhr. mr. J.C. de Jonge (1793-1853) was Van Wijn in 1831, kort voor zijn overlijden, opgevolgd als rijksarchivaris en had, direct na diens overlijden, in nog geen jaar tijd Van Wijn's biografie geschreven. Hij droeg zijn publicatie eerbiedig op aan zijn illustere voorganger; die de laatst overgebleven nog in leven zijnde stichter was geweest van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde

Mijn exemplaar van De Jonge's biografie is bijzonder. Volgens het ruitvormige etiketje aan de binnenzijde van het voorplat en het handschrift voorin ('Van den schrijver, aan J.A. de Zwaan cz.') werd dit exemplaar geschonken. De ontvanger was Johannes Andries de Zwaan cz., (1799-1862) die als zeventienjarige op het Rijksarchief was komen werken als klerk en daar uiteindelijk chartermeester werd. De Jonge en De Zwaan waren dus naaste medewerkers op het archief en hebben hun eerbiedwaardige overleden baas goed gekend.


Het presentexemplaar van De Jonge had behalve een vriendschappelijke en collegiale achtergrond natuurlijk ook te maken met het feit dat De Zwaan hem moet hebben voorzien van nuttige informatie over Van Wijn. De Zwaan heeft Van Wijn's biografie vermoedelijk bewaard op zijn werkplek, het Rijksarchief, en om die reden op het titelblad geschreven: 'Behoort aan J.A. de Zwaan cz. 1832'. 


Dat de ontvanger de biografie goed heeft gelezen is zichtbaar aan enkele aandachtstreepjes hier en daar in de kantlijn en op twee plaatsen waar hij met potlood een verhelderende aantekening maakte.
De eerste aantekening treffen we aan op bladzijde 108 waar het gaat over het verzoek aan Van Wijn (en zijn weigering) om in 1796 toe te treden tot de (eerste) Nationale Vergadering. De Jonge schreef hierover: "Er bevonden zich in dezelve onderscheidenen mannen, die hem hoogachting en vriendschap toedroegen; aan welke omstandigheid voornamelijk schijnt te moeten worden toegeschreven, dat er besloten werd, op het tegen hem gerigte verzoekschrift (gedaan door tegenstanders die Van Wijn politiek te gematigd vonden) geen acht te slaan en hem zitting te doen nemen". 
In de kanttekening plaatste De Zwaan hierbij een dubbel vraagteken en schreef onderaan de bladzijde: "Ik meen dat dit niet geschiedde uit persoonlijke genegenheid voor VW, maar, slechts naar het Reglement evenals met alle weigerende doch niet wettig verkoren Representanten".
De andere aantekening treffen we aan op bladzijde 154 waar De Jonge schreef: "Weinige maanden na de gelukkige omwenteling des jaars 1813, zag ik aan dat verlangen (om bij van Wijn te werken) voldaan, toen Van Wijn mij, uit eigene beweging, het voorstel deed, om nevens hem als Substituut te worden voorgedragen".
De Zwaan voegde daaraan toe: "De minuut van den brief, waarin deze aanbieding gedaan werd, berust thans op het Rijks Archief, onder de ingeko: en uitgaande stukken betreffende
's Lands Archivariaat, en wel op den datum van 6 Januarij 1814".


Een tweede provenancekenmerk in deze uitgave is van geheel andere aard. Het gaat om twee inktstempels. De ene vermeldt: "Geslachtkundig Archief" en de ander: "JURRIAAN VAN TOLL, Willemstraat 47, 's-Gravenhage, Postrekening 197284".


De Haagse genealoog Jurriaan van Toll (1895-1970) was voor de oorlog ambtenaar bij de Koninklijke Bibliotheek (Lange Voorhout 34) en moet ergens in die periode De Zwaans presentexemplaar (op het Nationaal Archief?) zijn tegengekomen. Van Toll was vooral actief tijdens de Tweede Wereldoorlog als 'sibbekundig' expert en publiceerde diverse boekjes zoals: "Van eenen bloede" (Amsterdam, 1941) van uitgeverij Liebaert. Daarnaast schreef hij artikelen, met name in het blad 'Sibbe', van het Nederlands Verbond voor Sibbekunde (tevens orgaan van de 'Vereeniging Nederlands Stamboek'). In beide organisaties bekleedde hij bestuursfuncties.

Ik heb mijn bijzondere aanwinst vorig jaar licht laten restaureren door handboekbinder en boekrestaurator Hans PieterseDe boekplatten werden door hem kort in het water gelegd om het lelijke papier dat ter versteviging over de rug was geplakt te verwijderen. Daarna heeft hij het boekblok gedeeltelijk opnieuw genaaid en is de rug verstevigd met een linnen rugbeleg met vleugels. De rug is daarna met antiek papier in de kleur van de platten bekleed waarna de platten op de vleugels zijn teruggezet.


De restauratie kostte me inclusief btw bijna € 97,- euro (voor het boekje had ik bijna € 14,- euro betaald). De uitgave is antiquarisch schaars maar is die daarom deze restauratie waard? Vermoedelijk niet als ik een antiquaar zou zijn en het meteen had willen doorverkopen. Ik ben echter geen handelaar maar een verzamelaar en de doorslaggevende reden voor restauratie was voor mij niet direct financieel gewin maar de bijzondere provenance. Die provenance getuigt niet alleen van de historische reis die het boekje in de afgelopen twee eeuwen maakte maar ook van de band tussen drie mannen die aan de wieg stonden van het Nationaal Archief, ons nationaal geheugen. Dat alles is de moeite van het behouden (en te zijner tijd weer doorgeven of -verkopen) van dit exemplaar waard. Bovendien (en dat kunt u hier kunt lezen) heeft die bijzondere provenance uiteindelijk ook invloed op de financiële waarde van dit exemplaar. Kortom; een win-winsituatie voor elke rechtgeaarde bibliofiel!

donderdag 27 december 2018

Idolatrie

Mijn dochter (16) is een onvoorwaardelijk en hartstochtelijk fan van een YouTube vlogger in Almere. Kosten noch moeite worden gespaard om in contact te blijven, online en offline. Kleding met zijn naam hangt in haar kast en Almere is opeens 'hot' geworden; de beste plek op aarde om te 'chillen', te leven, wonen en werken...
Die idolatrie heeft ze niet van mij (dacht ik vaak genoeg), maar onlangs sloeg de twijfel toe. Oordeelt u zelf.



Via Catawiki kocht ik voor een luttel bedrag (bijna € 64,- euro, alles inclusief) een uitgave van mijn boekenplankheld de achttiende eeuwse Amsterdamse (stads)historicus Jan Wagenaar (1709-1773). Het gaat om: "’T verheugd Amsterdam ter gelegenheid van het plegtig bezoek hunner doorlugtige en koningklyke hoogheden Willem, prinse van Oranje en Nassau, erfstadhouder der vereenigde Nederlanden, enz. enz. enz. en zyne gemaalinne Fredrica Sophia Wilhelmina Prinsesse van Pruissen, op maandag, den 30 May, en eenige volgende dagen des jaars 1768. Door Jan Wagenaar, Historieschryver der gemelde stad” (Amsterdam, 1768). Een populaire niet geïllustreerde volksuitgave (ik kocht de eerste druk van de twee die in octavo formaat verschenen). Het boekje kostte destijds slechts twaalf stuivers maar er verscheen voor de elite ook een rijk geïllustreerde editie op groot mediaan folio en 'best Fransch papier' voor twee gulden en twaalf stuivers (die ook in mijn bibliotheek staat).
In het oeuvre van Jan Wagenaar is deze uitgave een beetje een buitenbeentje.
Het is immers geen geschiedkundig werk maar een journalistiek verslag van een gebeurtenis die hijzelf van nabij meemaakte. Zijn doel was enerzijds om een blijvende herinnering te schrijven voor de deelnemers aan de 'Koninklijke' inhuldiging, anderzijds om voor de toekomstige lezers te beschrijven "hoe men 't hebbe aangelegd, om de woeligste plegtigheden, in eene zeer groote en volkryke Stad, genoeglyk en met orde, te doen afloopen" (blz. 8/9).


Mijn nieuwe aanwinst zit in een eenvoudige papieren omslag (kievitsmarmer) en is niet bepaald zeldzaam maar desondanks gaat het om een zeer begeerlijk object.
Het is namelijk een opdrachtexemplaar met voorin de handgeschreven tekst: "Den WelEd. Heere Mr. Nicolaas Bondt. Van zijne WelEd. D.W. Dienaar Jan Wagenaar".
Een uniek boekje dus waarbij onmiddellijk de vraag in mij opkwam of er meer opdrachtexemplaren bekend zijn van hem (?). In ieder geval bezit ik nu ook iets persoonlijks van mijn idool; zijn handtekening! Niet zo maar zijn signatuur, verweesd, afgeknipt van een brief door (met name negentiende eeuwse) verzamelaars van autografen maar, zoals deze bibliofiel het graag ziet, in één van zijn uitgaven. Een nieuw hoogtepunt in mijn Wagenaar collectie!


Wat ooit in mijn vroege bibliofiele tienerjaren begon met het kopen van wat losse prentjes uit de werken van Jan Wagenaar is anno 2018 gegroeid tot een verzameling met diverse uitgaven, en verschillende portretten. Mijn vorige hoogtepunt was de aanschaf van zijn zeldzame doodsbericht maar dit unieke opdrachtexemplaar is een nieuwe bekroning van mijn Wagenaarverzameling.

Het boekje was destijds een geschenk aan mr. Nicolaas Bondt (1732-1792). Bondt was een rechtsgeleerde met interesse in literatuur en wetenschap, die pas in 1758 Amsterdams poorter werd. Bij het Amsterdams stadsbestuur had hij veel aanzien en werd hij regelmatig geraadpleegd op het gebied van zijn specialisatie; het handelsrecht (zee-, wissel- en verzekeringsrecht). Wagenaar heeft hem waarschijnlijk leren kennen in zijn functie als eerste klerk ter secretarie op het stadhuis van Amsterdam. Bondt was zodoende, mede gezien de formulering van de opdracht ('Jan' i.p.v. 'J.' en 'Dienaar'), een goed bevriende zakelijke relatie. Na het overlijden van Bondt werd zijn bibliotheek verkocht. In de veilingcatalogus komen we dit boekje tegen op blz. 53, nr. 706.


Het boekje verkeerde in goede staat, maar de papieren omslag kon wel wat cosmetische restauratie gebruiken (de rug ontbrak). Bovendien wilde ik er (ter bescherming) een passende cassette voor laten maken. Last 'but not least' leek het mij leuk om aan de cassette twee portretgravures toe te voegen. Eén van Jan Wagenaar door Jacob Houbraken en wel het portret dat soms in de tweede druk van deze uitgave voorkomt en het (iets later vervaardigde) portret van Nicolaas Bondt door Reinier Vinkeles uit: "De Vaderlandsche Historie" (het vervolg op de oorspronkelijke serie van Jan Wagenaar, deel 25, Amsterdam, 1800).


Voor de portretten nam ik contact op met antiquariaat Goltzius (van Ard van der Steur) bij wie ik in juli al een ander portret van Jan Wagenaar had gekocht (zie hier, aanwinst 8).
Voor € 45,- euro werd ik eigenaar van beide portretten. Leuke bijkomstigheid is dat ik nu vrijwel alle verschillende contemporaine portretgravures van Jan Wagenaar bezit (die allemaal teruggaan op het geschilderde portret van Jacobus Buys uit 1766).


Voor de restauratie en cassette benaderde ik Natasha Herman van de Redbone Bindery in Groningen die ik ken als lid van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen. Ik mailde haar wat gegevens en een tweetal ontwerpschetsen en maakte vervolgens een afspraak om op de Amsterdam International Antiquarian Book & Map Fair 2018 het een en ander te bespreken. Op basis hiervan maakte ze een ontwerp en offerte. Het werd een buitencassette in donkerbruin linnen ('clamshell box') en een binnencassette in lichtbruin linnen. De laatste voorzien van twee 'titeletiketten'; de eerste een kopie van de titelpagina (met aan de achterzijde het portret van Jan Wagenaar), de tweede met de tekst "Jan Wagenaar (1709-1773) AAN Nicolaas Bondt (1732-1792)" (met op de achterzijde het portret van Nicolaas Bondt). Beide portretten in een sierrand van kievitsmarmer. Het boekje ligt verdiept in het middengedeelte en kan er makkelijk worden uitgehaald door het brede bruine lint iets omhoog te trekken. Het is een fraai geheel geworden zoals u op de foto's kunt zien.


Ik hoor u denken, wat kost dat nou?
Welnu, voor de restauratie van het boekje betaalde ik € 170,- euro en de cassette kostte
€ 510,- euro (beiden exclusief 21 % btw en € 20,- verzendkosten). Ik ben het met u eens, een fors bedrag (alles bij elkaar € 847,- euro) voor deze boektempel die er mag zijn en die veel weg heeft van een triptiek, een religieus drieluik, dat zo af en toe open gaat voor de boek liefhebbende gemeente die er in vrome aanbidding van kan genieten.
Bibliofiele idolatrie in optima forma!