Posts tonen met het label Miniatuurboekjes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Miniatuurboekjes. Alle posts tonen

donderdag 29 oktober 2020

Een beroemd letterstaafje


In 2011 kocht ik in Weimar een miniatuurboekje met het 'Onze Vader'. Ik schreef erover in "Bibliofiel Weimar" en maakte aan het eind van mijn verhaaltje melding van een ander miniatuur 'Onze Vader', gemaakt begin jaren vijftig van de vorige eeuw door de N.V. Lettergieterij 'Amsterdam' voorheen N. Tetterode.
Een week geleden trof ik op Marktplaats aan, waar ik destijds naar verwees. Het 'Onze Vader' van Tetterode met het befaamde letterstaafje in origineel transparant pergamijn zakje. Onmiddellijk bood ik de gevraagde € 25,- euro en werd de koop gesloten. Een bibliofiel mazzeltje want dit curiosum wordt maar zelden aangeboden en haalt dan meestal vrij hoge bedragen; zoals bijvoorbeeld in 2015 bij veilingsite Catawiki (€ 110,- euro, exclusief veilingkosten). 


Op het 10-punts (3,76 mm. in het vierkant), 2,5 cm. lange letterstaafje staat het complete 'Onze Vader', 380 lettertekens, slechts 0,145 mm. hoog. Een knap staaltje graveer- en gietkunst, gemaakt in 1951 als relatiegeschenk bij het honderdjarig bestaan van N.V. Lettergieterij 'Amsterdam', voorheen N. Tetterode. Het verhaal wil dat de vaklieden van Tetterode in het bedrijfspand pas in de late uurtjes met de graveermachine aan het matrijs voor het letterstaafje hadden kunnen werken, omdat er 's nachts "geen trams reden, zodat hun werk niet door trillingen werd verstoord".


De Lettergieterij Amsterdam - in 1851 gesticht door Nicolaas Tetterode (1816-1894) en destijds de grootste lettergieterij van Europa - bestaat al lang niet meer maar haar bibliotheek (en archivalia) bleven bewaard en bevinden zich thans in het Allard Pierson/collecties UvA (UBA54). Het honderdjarig bestaan op1 juni 1951 werd uitbundig gevierd. Behalve het letterstaafje verschenen er twee uitgaven. Gerard Knuttel Wzn. (1889-1968) schreef: "De letter als kunstwerk. Beschouwingen en confrontaties met andere gelijktijdige kunstuitingen van de Romeinse tijd tot op heden" (Amsterdam, 1951) en G.W. Ovink (1912-1984) tekende voor een thans vrij schaarse, rijk geïllustreerde bedrijfsgeschiedenis: "Honderd jaren lettergieterij in Amsterdam" (Amsterdam, 1951) 


Daarnaast verscheen er een nieuw lettertype ('Reiner Script'), ontworpen door Imre Reiner (1900-1987) en werd 'De Roos Romein' gepresenteerd, ontworpen door S. H. de Roos (1877-1962), die al in 1948 was gebruikt voor de speciale uitgave van de Grondwet waarop H.M. Koningin Juliana (1909-2004) de eed had afgelegd. Bovendien was er - speciaal voor relaties en vakgenoten - van 4 t/m 15 juni een jubileumtentoonstelling in het fabriekscomplex aan de Bilderdijkstraat 163 in Amsterdam, met een ontwikkelingsoverzicht van drukletters, grafische instrumenten en machines. De officiële opening, enige dagen daarvoor op 1 juni, door de Amsterdamse burgemeester A.J. d'Ailly (1902-1967) werd bijgewoond door ongeveer driehonderd genodigden. 
"Bij het verlaten van de tentoonstelling werd aan alle genodigden als geschenk een fraaie reproductie van het ''Melkmeisje" van Vermeer uitgereikt, gedrukt op een originele Heidelberger-cilinderautomaat, alsmede een staaltje van technisch kunnen in de vorm van een letterstaafje met het hele ,,Onze Vader" op een oppervlakte van 4 x 4 mm."
(Uit: "Grafisch weekblad; orgaan van den Algemeenen Nederlandschen Typografenbond", jrg 44, 1951, no 23).


Achterin de jubileumuitgave van Ovink zit een lijst met namen van personen die toen al 25 of meer jaren in dienst waren (of waren geweest) van de lettergieterij. Onder hen ook één van de zeven procuratiehouders, mr. J.E. van Eyndhoven. Onlangs kon ik bij antiquariaat Boek & Glas zijn persoonlijke invitatie voor het jubileumdiner (op 1 juni, vanaf acht uur 's avonds) in het Amstel Hotel bemachtigen, vergezeld van een menukaart & tafelschikking (beiden gedeeltelijk gedrukt in het nieuwe 'Reiner Script'), (naam)tafelkaartje, een informatiefolder voor bezoekers van de Lettergieterij Amsterdam en 'De Meisjes'; een letterproefje van de Lichte Open Serie (die bijna een eeuw daarvoor was verschenen in 'De Calcoen' aan de Bloemgracht nr. 3026 (134) in Amsterdam, waar Tetterode ooit was begonnen).


Voor vele kranten was het jubileum van Tetterode nieuws, met speciale aandacht voor het bijzondere letterstaafje als voorbeeld van technisch kunnen en vakmanschap binnen dit bedrijf. Hoeveel letterstaafjes er in totaal zijn gemaakt is mij niet bekend.
Opvallend is wel dat dit relatiegeschenk destijds op diverse manieren werd verpakt en verspreid. Ik kwam op zoek naar meer informatie drie verschillende vormen tegen en het leek mij daarom zinvol deze hier te beschrijven zodat de naar informatie zoekende bibliofiel of verkopende antiquaar er zijn voordeel mee kan doen.

1. Letterstaafje, afdruk van het 'Onze Vader' op papier binnen een zwart nagenoeg vierkant kader (4,2 x 3,7 cm.), met boven het zwarte kader '(Logo) Tetterode-Nederland' en onder het kader (links): 'Nederlands'. 


Verpakking: transparant pergamijn zakje bedrukt met (in) rode letters: "Het 10 punts letterstaafje dat u in dit zakje vindt, vertoont als beeld het 'Onze Vader'. Een afdruk van de tekst vindt u in dit zakje. Met een sterk vergrootglas is de tekst te lezen. Hieruit blijkt dat onze graveermachines in staat zijn ongeveer 340 letters (incl. leestekens en spaties) op een vlak van 30 punten of 3,76 mm. in het vierkant onder te brengen, en dat onze gietmachines de fijnste details van de matrijs onberispelijk doen uitkomen. Het letterbeeld is 0,145 mm. hoog". Onderaan: '(Logo) Tetterode-Nederland'.


2. Letterstaafje, afdruk van het 'Onze Vader' op papier binnen een langwerpig zwart kader, met onderaan: 'Lettergieterij << Amsterdam >>'. Verpakking: groen papieren zakje.


Voorzijde: Sierornament in de vorm van twee naar elkaar gewende zwanen met daartussen '1851 LA 1951' (bekroond met een takje) waaronder in een vierkant tekstvlak het 'Onze Vader'. Onderaan in kapitaal 'N.V. Lettergieterij ,,Amsterdam" voorheen N. Tetterode'. Achterzijde: Op het sluitingsflapje een takje gelijk aan de voorzijde bovenaan. Daaronder op het zakje een vierkant tekstvlak met beschrijving van de inhoud (tekst als bij 1). Opmerkelijk genoeg is er in de tekst sprake van twee letterstaafjes! Eén met het 'Onze Vader' en één met het L.A. jubileum-embleem (foto's van het zakje dat in 2015 bij Catawiki werd verkocht).


3. Het 'Onze Vader' gebonden in rood marokijn leer met verguld kruis op het voorplat (6 x 5 x 3 mm.). Miniatuurboekje goud op snee met alleen drie blaadjes bedrukt, de rest onbedrukt in een andere papierkwaliteit. Hierbij drie letterstaafjes (met op de zijkant in reliëf: 'Lettergieterij << Amsterdam >>)!


Eén staafje met een kruisteken en de titel, één staafje met het 'Onze Vader' (zoals bij 1 en 2) en één staafje met het 'colophon':
"De tekst van dit boek - vermoedelijk het kleinste ter wereld - is op een 10-punts letterstaafje gegraveerd door de N.V. Lettergieterij ,Amsterdam' voorheen N. Tetterode en omvat 400 letters, leestekens en spaties. Uitgegeven door Waldmann & Pfitzner, te München". 
Het geheel is voor zover bekend niet uitgegeven in een specifieke verpakking (met dank aan antiquariaat B.M. Israël B.V. voor de aanvullende informatie en foto's). 


Het letterstaafje "een wonder van vakkennis en nauwkeurigheid" werd overigens ook via de Belgische vestiging van Tetterode verspreid (De “N.V. Etablissementen Plantin / Etablissements Plantin S.A.” (Brussel), opgericht op 29 april 1911). "Dit zal U van de volmaaktheid van onze graveerkunst en de zuiverheid van onze letterbeelden overtuigen".


Na de Nederlandse versie zijn er ook boekjes gedrukt in andere talen zoals het Duits, Engels, Frans, Spaans, Zweeds. Alleen van de oplage van het kleinste boekje ter wereld met het 'Onze Vader' in het Duits (meerdere bladzijden, maar alleen de eerste pagina bedrukt met 'Onze Vader') is de oplage bekend: 10.000 exemplaren. Het ‘Onze Vader’ in miniatuur is nog steeds verkrijgbaar bij de Gutenberg-Shop in Mainz (Duitsland) voor € 32,- euro (exclusief verzendkosten). Een klein prijsje voor een klein boekje, al kan het altijd nog kleiner...

woensdag 28 oktober 2015

Het allerlaatste exemplaar


Die oude vertrouwde antiquariaat serendipiteit, de toevalsvondsten tijdens het sneupen in een winkel door stapeltjes, rijtjes en kasten, maak ik ook thuis regelmatig mee vanuit mijn luie stoel als ik digitaal op boekenjacht ga.
De laatste bijzondere aanwinst die zo in de collectie van Perkamentus belandde is een klein boekje (ca. 8 x 11 cm.) waar ik op Marktplaats tegenaan liep. Toen ik via WorldCat had vastgesteld dat er wereldwijd kennelijk geen enkel exemplaar van bewaard is gebleven en dat het alleen bekend is door een vermelding in deel zeven van A.B. Saakes: “Naamlijst van Nederduitsche boeken…” (1794-1853), betaalde ik er met liefde vijfentwintig euro voor.


Het gaat om het: “Zakboekje tot huisselijk gebruik voor het jaar MDCCCXXI” (Amsterdam, 1821). Het titelblad vermeld als uitgever L. Portman.
Dat moet Christiaan Julius Lodewijk Portman (1799-1868) zijn, een Amsterdamse winkelier in teken- en schildersbenodigdheden en de eerste Nederlander van wie bekend is dat hij fotografeerde (1839).
De handgeschreven tekst onderaan het titelblad is vermoedelijk van zijn hand: “gedrukt ter drukkerije van P.E. Briët”. Bij Portman verschenen slechts vier titels, allen tussen 1818 en 1822, wat genoeg zegt over zijn marginale rol als uitgever en boekhandelaar.
Het geheel zit in een eenvoudig papieren omslagje. Het mag duidelijk zijn dat dit een typisch voorbeeld is van populair drukwerk dat in flinke hoeveelheden werd gemaakt maar desondanks schaars, soms in het geheel niet bewaard is gebleven.

Van een dergelijke vondst wordt Perkamentus financieel gesproken niet rijker, maar wel heel blij want boekhistorisch is het wel degelijk interessant.
Tot dusver was het boekje alleen bekend door die vermelding in Saakes en kenden we niet meer dan de titel, de prijs en dat een ‘basisexemplaar’ tegen meerprijs kon worden verrijkt met ‘modellen’. Luxe exemplaren zaten bovendien in een 'elegant Omslag en Koker'. Het is in slecht twee jaren verschenen, 1820 en 1821.
Door het opduiken van dit mijn exemplaar kan de precieze inhoud worden vastgesteld. Het bevat bovendien als bonus een aantekening die ons leert wie de drukker was. Het zou mij niet verbazen als dit verder ongebruikte boekje behoorde tot winkel- of bedrijfsarchief van Portman.

De titel ‘zakboekje tot huisselijk gebruik’ roept bij mij direct vragen op.
De term ‘huisselijk’ komt vooral begin negentiende eeuw langzaam op en kan worden vertaald met ‘thuis in de privésfeer’. Maar wat is er nou precies zo huiselijk aan de inhoud?
En waarom heet dit een ‘zakboekje’? Het formaat geeft daar weliswaar alle aanleiding toe maar inhoudelijk komen we veel tegen dat tezelfdertijd ook in almanakjes gebruikelijk was. Almanakjes verschenen er in de negentiende eeuw in grote overvloed en in allerlei soorten en maten, van luxe tot eenvoudig en soms onder een andere naam zoals jaarboekje, tijdwijzer, tijdkorter, tijdboekje, kalenderboekje, dagwijzer, calendarium, annuaire etc.


Mijn zakboekje bestaat uit de volgende onderdelen:
1. Een bladzijde (verso zijde van het titelblad) met ‘Jaartellingen en Feestdagen’,
2. Twaalf bladzijden met een jaarkalender,
3. Twee bladzijden ‘Eclipsen voor het jaar 1821’,
4. Twaalf lege bladzijden met maandaanduiding: “Ter Aanteekening der Feestdagen voor het Huisselijk Geluk, en het Maatschappelijk Leven”,
5. Dertien bladzijden (blz. 17 (ongenummerd) 18 t/m 29) met “Tegenwoordige orde op het afvaren der volk- en markt-schuiten, schepen, postwagens, en diligences” (inclusief drie bladzijden ‘vertrek der posten’),
6. Drie bladzijden (blz. 30 t/m 32) met ‘Tarief der zegels’, ‘Het luiden der poortklokken’ (van Amsterdam , Haarlem en Enkhuizen),
7. Vijf bladzijden (blz. 33 t/m 37) met “Uitdrukkingen in cents, of in guldens en cents, van de thans nog in gebruik zijnde muntspecien’, ‘uitrekening van interessen voor een maand” (en een jaar), ‘Tafel tot berekening van dienstboden- en dagloon, huurpenningen, enz.’,
8. Acht bladzijden (blz. 38 t/m 45) met ‘Staatkundige berekeningen’ (overlijdens, geboorten, bevolkingsdichtheid, leeftijdsverwachting etc.) en tot slot:
9. Een bladzijde (verso 45, ongenummerd) met reclame: ”Bij den uitgever dezes vindt men in de volledigste sorteering: Schilder- en teekenbehoeften”.

De bibliografische opbouw is een ratjetoe. De eerste bladzijden dragen geen paginanummering noch katernsignaturen. Pas vanaf de bladzijde met “Tegenwoordige orde op het afvaren der volk- en markt-schuiten, schepen, postwagens, en diligences” zien we onderaan een B en start op de verso zijde de paginanummering met 18. Het loopt tot B5. Daarna komt er een onvolledig katern C tot C2. De paginanummering loopt door tot bladzijde 45. De verso zijde (46) bevat een advertentie van Portman.
Dit alles doet vermoeden dat deze uitgave is opgebouwd uit restanten of delen die vaker werden gebruikt.

Dat vermoeden bleek juist toen ik vervolgens keek naar een andere uitgave van drukker P.E. Briët; de “Almanak voor het verstand en hart”, voor het jaar 1820. En zie!
Hierin komen we dezelfde onderdelen (1 t/m 6) tegen met identieke katernsignaturen en paginanummers.
Kan dat een reden zijn geweest om de drukker niet op het titelblad van mijn uitgave te vermelden en het een ‘zakboekje’ te noemen in plaats van een almanak? Om concurrentie te voorkomen?

Het enige wat deze uitgave huiselijk (als behorende tot de privésfeer) maakt zijn die twaalf lege bladzijden met maandaanduiding: “Ter Aanteekening der Feestdagen voor het Huisselijk Geluk, en het Maatschappelijk Leven”. Een soort agendafunctie, waar de eigenaar verjaardagen, geboorten, overlijden, huwelijken, afspraken en andere belangrijke zaken kon noteren.

En dan is er tot slot nog die grote advertentie achterin. Het lijkt me niet ondenkbaar dat Portman zijn zakboekjes ook als reclame-uitgave weggaf aan klanten.
Al met al een curieuze uitgave dit zakboekje dat geen almanak heet maar ook een agenda en reclame-uitgave wil zijn. Dat hinken op verschillende gedachten kon wel eens de reden van zijn kortstondig, tweejarig, bestaan zijn geweest.

donderdag 15 september 2011

Bibliofiel Weimar

Bij antiquariaat Zwiebelfisch (Scherfgasse 1) in het Duitse Weimar kocht ik twee kleine bibliofiele uitgaven. Eén daarvan heb ik al besproken in ‘Boekennar en boekenwurm’. De ander is “Lob der edlen Kunst Buch-Druckerey” (Praag, 1933).

Het is een met de handgezette uitgave “Für den Verlag Herbert Reichner gesetzt von der Privatpresse Jaroslav Picka und gedruckt von der Industrie Druckerei in Prag” met twee houtsneden van de Tjechische illustrator František (Igor) Vik (1895-1957).

Het bibliofiele drukwerkje was een cadeautje voor de leden van het bekende boekenblad: “Philobiblon, Eine Zeitschrift für Bücher-liebhaber”, uitgegeven door Herbert Reichnerverlag, die het bij de zevende jaargang (1934, tweede deel), kregen toegestuurd. Aangezien het dubbel in een exemplaar werd aangetroffen kon ik het los kopen.
De tekst van dit oorspronkelijk (met een wat langere titel) in 1640 verschenen lofdicht op de boekdrukkunst is van Christian Gueintz (1592-1650).
Het eerste couplet luidt:

“Lost auff vnd höret zu,
was ich euch singen thu,
von der Kunst Druckereye,
die heist gar billich Freye,
denn jhr kein Kunst auff Erden
kan vnd mag vergliechen werden
”

Vijf jaar later zou; Joost van den Vondel (1587-1679) zijn lofdicht "De Druckkunst" publiceren; opgedragen aan de drukker Balthasar Moerentorf (1574-1641). Maar waar Vondel vooral dicht over de 'Zoo nutte en onvergeltbre Kunst' en de 'geleerde' boeken van Moerentorf, prees Gueintz de volgens hem door God gegeven uitvinding voornamelijk om zijn grote maatschappelijke invloed en gevolgen. Gods woord kon goedkoop, dus bereikbaar voor iedereen, op grote schaal worden verspreid.

“Ach wers ohn Druckerey
Wo wolt ein jeder Ley,
Bibel vnd Postil kriegen?
”

En:

“O Gott wo wolt so weit,
Seyn worden ausgebreit,
Die Evangelische Lehre,
Wenn Druckery nicht wehre,
Oder so hell vnnd klare,
Seyn worden offenbahre.
”

Gueintz zag het goed. Tot het midden van de zestiende eeuw bestond tweederde van het drukwerk in Nederland (en dat zal elders niet veel anders zijn geweest) uit religieuze boeken. Bijbeluitgaven vormden zelfs één vijfde van het totale productievolume. De snelle verspreiding van nieuwe ideeën en revolutionair gedachtengoed, Luthers evangelische leer en het succes van de Reformatie, zijn niet in de laatste plaats te danken aan de boekdrukkunst!

In mijn nopjes met dit curiosum wandelde ik naar de Schillerstrasse maar daar wachtte mij een teleurstelling. Antiquariaat Suleika bleek inmiddels opgeheven. Tijd over, wat nu?
Mijn oog viel op ‘Hoffmann's Buchhandlung’ aan de overkant (één van de oudste boekenwinkels in Duitsland), waar ik wat snuffelde aan de boekenvoorraad tot dochterlief mij kwam halen.

Met dreigende blikken en zachte dwang werd ik uit de boekenrekken langs de kassa getrokken toen ik een bijzonder miniatuurboekje gewaar werd. Het bleek te gaan om het 'Onze Vader' in zeven talen (Duits, Frans, Engels, Amerikaans (!), Spaans, Hollands en Zweeds). De schriftspiegel meet 3.5 x 3.5 mm. Het boekje is met de hand gebonden in rood leer en met goud bedrukt.

Het miniatuurtje ligt opgeborgen in een plexiglas doosje (met ingebouwde loep) en werd blijkens het opschrift op de kartonnen cassette vervaardigd bij ‘Miniatur Buch Verlag Leipzig’, de enige Duitse uitgeverij gespecialiseerd in miniatuurboekjes.
Voor nog geen vijfentwintig euro kocht ik natuurlijk ook dit bibliofiele curiosum dat volgens het informatieblaadje in het doosje “das kleinste Buch der Welt” is.
Ja, ja… Als trouwe lezer van mijn blog weet u natuurlijk wel beter, het kan nog kleiner!


Wanneer dit Duitse miniatuurboekje werd gedrukt is onduidelijk. Lettergieterij 'Amsterdam', voorheen N. Tetterode heeft begin jaren vijftig van de vorige eeuw ook al eens een miniatuur 'Onze Vader' gedrukt (6 x 5 x 3 mm.) maar die is, anders dan dit exemplaar, uitsluitend nog antiquarisch verkrijgbaar en inmiddels zo’n tien keer duurder.

dinsdag 9 augustus 2011

Miniatuurprijsje

De Boekensneuper is een serie gestart met verhalen over zijn vondsten op ‘de eurotafel’.
Op boekenmarkten loop ik die altijd voorbij. Niet omdat er niets leuks tussen kan liggen (lees Sneuper!) maar omdat de kans dat ik er iets tussen vind over het algemeen klein is en niet opweegt tegen de tijd en moeite die ik moet doen om de zooi door te worstelen.

Dat ik niet vies ben van interessante boekjes voor (te) weinig geld mag duidelijk zijn.
Ik ben per slot van zaken niet gek; wel bibliofiel (wat volgens mijn partner hetzelfde is).
Een mooi voorbeeld is één van mijn laatste aanwinsten; een interessante complete bibliotheek voor maar zeven euro en vijftig cent!
Via internet gevonden en af te halen in Amsterdam Oost. Uiteraard geen seconde geaarzeld, onmiddellijk in mijn auto gestapt en naar de desbetreffende winkel gereden waar de boeken naast de toonbank klaar stonden om te worden ingeladen. Het sjouwwerk viel me reuze mee.

Het gaat om een facsimile uitgave van drukkerij-uitgeverij Nieuwvoorde uit 1984 getiteld: “Bibliotheek in miniatuur”, een serie van tien kinderboekjes van 8 bij 6 cm. De spaarzaam geïllustreerde deeltjes behandelen de volgende onderwerpen;
1. Geografie; 2. Gewijde (Bijbelse) geschiedenis; 3. Vaderlandse geschiedenis;
4. Viervoetige dieren; 5. Vogelen; 6. Insecten en vissen; 7. Kruidkunde; 8. Zedelijke verhalen; 9. Arabische vertellingen, en 10. Mythologie.

De originele serie verscheen in 1823 bij boekhandelaar
M. Westerman (Kalverstraat 198).
Dergelijke bibliotheekjes waren typisch negentiende eeuws en kennelijk heel populair, want uit een advertentie in het Algemeen Handelsblad blijkt dat Westerman ze veertien jaar later nog steeds verkocht.
In een kartonnen doosje ‘als boekenkastje’, voor bijna vijf gulden per set. Uit de advertentie (van december 1837) blijkt tevens dat er inmiddels een tweede druk was verschenen. De oplage had dus enig niveau en wellicht daarom is deze miniatuur serie (kinderboekjes werden over het algemeen stukgelezen) niet zo zeldzaam.
Ik vond op internet drie originele sets, vanaf een kleine € 850,- tot € 2.500,- euro.
Merkwaardig genoeg is een complete heruitgave een stuk moeilijker te vinden.
Op Boekwinkeltjes trof ik maar één complete serie aan voor € 75,- euro, naast diverse losse deeltjes voor minimaal drie euro per stuk.
Overigens verscheen de heruitgave in 1984 in een soort houten cassette, die je vrij eenvoudig ook zelf in elkaar kunt timmeren.

Met nog geen euro per deeltje een mooie vangst dus en dat op een plek waar ook Sneuper over kan meepraten, lees maar:
“Schuilend voor de regen zocht ik mijn toevlucht in Leeshal Oost in de Commelin-
straat 53 in Amsterdam. Leeshal Oost is een buurtboekwinkel, volgestopt met oude tijdschriften en stripboeken en langs de wanden gestapeld boeken, min of meer gesorteerd naar genre en soort. Het overgrote deel van de voorraad bestaat uit dingen die ik niet eens zou willen hebben. Maar het is juist op dit soort plekken dat je toch nog af en toe een pareltje opduikt
”.

Sneuper en ik verschillen niet zoveel van elkaar; gek op 'pareltjes' en soms ook nog op dezelfde jachtgronden.

donderdag 20 januari 2011

Mijn kleinste, mijn grootste



Met zijn 2,9 bij 2,4 millimeter is Josua Reichert’s in leer gebonden “Bilder-ABC” (Leipzig, 2000) mijn kleinste boek. Volgens de Duitse documentatie in de cassette “das kleinste Buch der Welt in Auflagendruck”.
Op de 32 bladzijden Japans papier werd in fraaie typografie het ABC gedrukt. Mijn grootste boek (48 bij 34 centimeter, 10 kilo) is “De Grote Atlas van Nederland 1930-1950” (Zierikzee, 2005).
Ik schreef als eens eerder over de klassieke vragen die je soms krijgt over je boekencollectie. De vraag naar mijn kleinste en grootste boek is bij dezen beantwoord.

dinsdag 8 juni 2010

U bent bibliofiel

Stel u bent bibliofiel.
U houdt van mooie kleine verzorgde boekjes. Liefst een boekje dat door een bekende persoon uit de boekenwereld is gemaakt en een geïllustreerd overzicht geeft van zijn of haar oeuvre. Een boekje dat genummerd is en door hem of haar gesigneerd. Een boekje dat in een prachtig ontworpen doosje zit. Een boekje dat voor een belachelijke prijs wordt aangeboden, zo laag dat u er spontaan meer koopt want over een paar jaar zijn ze goud waard. Een boekje waarbij u gratis de bijbehorende tentoonstelling mag bezoeken. Kwijlen…….

En denkt u nou niet, ach die overzichtstentoonstelling van Irma Boom (u weet wel van het beroemde SHV boek) bij Bijzondere Collecties in de Universiteit van Amsterdam, die bezoek ik nog wel een keertje want die duurt toch tot 3 oktober 2010. Ik ben vandaag, nadat ik was wakker geschud door een collega blogger, onmiddellijk op pad gegaan voor twee exemplaren (a € 19,50 per stuk). In de twee uur dat ik daar rondliep zijn er zeker vijftig stuks verkocht en niemand kocht er maar één. Mijn twee exemplaren laten zien dat er al 250 stuks weg zijn…
"Ze gaan heel erg hard", zei de baliemedewerker. Als ze elke dag zo hard gaan als vandaag dan zijn alle 500 genummerde en gesigneerde exemplaren nog voor het eind van deze week op. Natuurlijk kunt u dan altijd nog de ongesigneerde en niet genummerde versie kopen, maar ja….
U bent bibliofiel. U houdt van etc. etc.

zaterdag 22 augustus 2009

Enemies of books


In 1880 verscheen in Londen een curieus boekje getiteld: “The enemies of books” van William Blades (1824-1890). Blades, een Engelse boekdrukker en zelf een boekenverzamelaar, beschreef in negen hoofdstukken de diverse gevaren waaraan boeken bloot stonden. De vijanden van boeken waren achtereenvolgens: vuur, water, gas en hitte, stof en verwaarlozing, onwetendheid en schijnheiligheid, de boekenworm, ander ongedierte, boekbinders en verzamelaars (ja, die ook!). In de latere herziene druk kwam daar een hoofdstuk bij over bedienden en (natuurlijk) kinderen. “Pleased, too, are they, if, with mouths full of candy, and sticky fingers, they can pull in and out the books on your bottom shelves, little knowing the damage and pain they will cause”. Snoepgoed lusten ze allemaal maar Blades maakt wel een onderscheid tussen de vernielzucht van meisjes en die van jongens. “Boys, however, are far more destructive than girls, and have, naturally, no reverence for age, whether in man or books. Who does not fear a schoolboy with his first pocketknife?"
Pfffff…! Dan bof ik toch maar weer met slechts één kind en nog wel een meisje!

Het meest bekende hoofdstuk uit zijn boek is waarschijnlijk dat over de boekenworm die hij beschreef en waarmee hij experimenteerde (ik heb het uiteraard over insecten en niet over boekenliefhebbers die zich als zodanig manifesteren).
Blades kreeg in 1879 een specimen toegezonden van mr. Birdsall, een boekbinder uit Northampton, dat hij in een doosje bewaarde om te kijken hoe het kleine beestje zich gedroeg en ontwikkelde. Hij voerde de worm een paar fragmenten van een incunabel en een blad van een 17de eeuws boek. Ondanks of dankzij dit bibliofiele feestmaal bleef het beestje slechts drie weken leven. In 1885 ontving hij opnieuw twee exemplaren, ditmaal van mr. Garnett, van het British Museum.
Eén daarvan bleef achttien maanden in leven. “I treated him as well as I knew how; placed him in a small box with the choice of three sorts of old paper to eat, and very seldom disturbed him”. Maar, helaas… “He resigned his life with extreme procrastination, and died ‘deeply lamented’ by his keeper, who had long looked forward to his final development”.

Boekenvijanden zijn nog steeds veelvuldig en veelvormig aanwezig en Blades lijstje zou makkelijk aangevuld kunnen worden met nieuwe ‘moderne’ vijanden zoals bijvoorbeeld de verzuring van 19de en 20ste eeuws (houtpulp)papier.

Mijn collectie telt vier verschillende exemplaren van Blades befaamde boek. Een oorspronkelijke, 3de editie uit 1881, ingebonden door de beroemde Joseph Zaehnsdorf (1816-1886), met zeven afbeeldingen waaronder een foto van een half opgevreten kostbare ‘Caxton’ incunabel en een uitklapplaat van een boekenworm (naar mijn bescheiden mening is het een zilver- of papiervisje!). Een wat eenvoudige populaire uitgave van The Book-Lover’s Library uit 1902, ‘revised and enlarged by the author’ en tot slot twee bibliofiele miniatuuruitgaven.


Een Amerikaanse van de Black Cat Press uit 1981: "An Extract from The Enemies of Books" (2 3/8" x 1 3/4" inch), met bruin leren bandje en op de voorkant in goud een vrolijk kijkende boekenworm (249 exemplaren) en een Nederlandse miniatuuruitgave van de The Catharijne Press uit 1985 (60 x 40 mm, nr. 9 van de 250 exemplaren), met alleen het laatste hoofdstuk en drie illustraties, gebonden in gemarmerd papier door Luce Thürkôw.

Als ik internet moet geloven wordt een exemplaar van “The enemies of books” niet aangeboden in antiquarisch Nederland. Dat is verbazingwekkend en zeer opmerkelijk want Blades boek moet onder boekverzamelaars hier toch wel enige bekendheid genieten. Boudewijn Büch schreef al over hem in “Bibliotheken”(1984), maar vreemd genoeg niet in zijn “Boekenpest” (1988) en ook Gerrit Komrij, in “Verzonken boeken”(1986) en Ed van Eeden in “Boeken-wurmen & ander ongedierte”(1992) noemen Blades.
Mocht u dus belangstelling hebben dan zit er niets anders op dan via internet te winkelen in Engeland of Amerika. Maar dat is voor u, als echte boekenworm (of is het boekenwurm?), natuurlijk geen probleem.