Posts tonen met het label Boekillustraties. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boekillustraties. Alle posts tonen

vrijdag 9 januari 2026

300 plaatjes, met en zonder praatjes

Zoals ik wel eens eerder heb verteld begon ik ruim veertig jaar geleden met het verzamelen van 'oud papier'. Het waren vooral losse afbeeldingen uit topografische of geschiedkundige uitgaven uit 17de en 18de eeuw, veelal gemaakt door toen in deze genres populaire graveurs zoals Reinier Vinkeles (1741-1816) en Abraham Rademaker (1676/77-1735). Tegenwoordig koop ik eigenlijk alleen nog maar losse portretgravures (waarom kunt u hier lezen). Dat komt omdat ik me nu de complete uitgaven kan veroorloven waarin mijn losse prentjes van toen zitten. Enerzijds heeft dat natuurlijk te maken met een hoger inkomen, anderzijds met het feit dat de prijzen in het antiquariaat de afgelopen decennia enorm zijn gedaald. Dat laatste is - zoals bekend - dankzij internet, waardoor ook de wereld van het (oude) boek en daarmee het bibliofiele speelveld (zeker vanaf 2000) enorm veranderde. Bovendien - zo mailde mijn blogredacteur Reinder Storm - lijken nieuwe generaties veel minder geïnteresseerd te zijn in antiquarische boeken.

Eerdergenoemde Abraham Rademaker was één van de meeste productieve en populaire graveurs die Nederland heeft gekend. Vele honderden gravures van zijn hand (met name van kastelen/ruïnes, kerken, landhuizen, dorpen en landschappen) zijn gebruikt ter illustratie in diverse achttiende eeuwse uitgaven. In: "Als in een sprookje" heb ik al eens - lang geleden - een gravure van het huis Kostverloren besproken.


De afbeelding daarbij (hierboven) was afkomstig uit: "Kabinet van Nederlandsche Outheden en gezichten..." (Amsterdam, 1725) dat bij boekverkoper Willem Barents verscheen. Dit is verreweg de bekendste uitgave met werk van Rademaker en een van de eerste prentwerken met topografische gezichten van (grote delen van) Nederland. Over de totstandkoming van deze tweedelige uitgave met 300 gravures worden we uitvoerig geïnformeerd dankzij een akte opgemaakt door notaris C. van Loon (d.d. 21 juli 1724). Daaruit blijkt onder meer dat alle 300 afbeeldingen afkomstig waren uit de collectie cq. het (kunst) kabinet van de Londense kunsthandelaar, verzamelaar en koopman Salomon Gautier (overleden 1725).
De totale oplage bestond uit 800 exemplaren gedrukt op diverse papierformaten (In: M.M. Kleerkooper en W.P. van Stockum: "De boekhandel te Amsterdam voornamelijk in de 17de eeuw" ('s-Gravenhage, 1914-1916), blz. 1144). Van de in 1725 verschenen publicatie bezit ik al heel lang de facsimile-uitgave die in 1966 werd uitgegeven door de Europese bibliotheek te Zaltbommel.


De 300 gravures zijn bovenaan genummerd en onderaan voorzien van een titel soms met een jaartal dat betrekking heeft op het voorbeeld waarnaar Rademaker zijn gravure vervaardigde. Bovendien staat daaronder in drie talen; Nederlands (Nederduits!), Frans en Engels een korte toelichting. 


Dezelfde serie van 300 genummerde afbeeldingen werd 25 jaar later nogmaals uitgegeven onder de titel: "Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche outheden" (Amsterdam, 1750) bij de Amsterdamse boekdrukker/-verkoper Isaak Tirion. Ditmaal echter zonder de drietalige toelichting en de afbeeldingen telkens twee op één bladzijde.


Eind vorig jaar kocht ik via eBay bij Octopus Biblio voor een vriendenprijs: "Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche Oudheden... Geöpent, Opgeheldert en Wydlopig Beschreven in Steden, Dorpen, Sloten, Adelyke Huizen, Kloosters, Kerken, Godshuizen, Poorten, en andere voorname Stadt- en Landgebouwen … in 300 verscheide printtafereelen vertoont door Abraham Rademaker" (Dordrecht 1727-1733). Getuige het ex-libris dat in elk deel tweemaal aanwezig is (zowel voor- als achterin!) stond deze set twee eeuwen geleden in de bibliotheek van E(rnest) van Havre uit Rijsel/Lille (1819-1880).


Het is de tweede druk die door Abraham Blussé en Zoon werd uitgegeven in Dordrecht tussen 1770-1771. Ook in deze uitgave staan alle 300 genummerde afbeeldingen van Rademaker, ditmaal voorzien van een uitgebreide historische toelichting door Matthaeus Brouërius van Nidek (1677-1742) en Isaac Le Long (1683-1762).
Beide heren waren daartoe uiterst deskundig. De ziekelijke Van Nidek (hij was alleen bij de eerste delen van de zes betrokken) had zijn sporen verdiend door zijn medewerking aan verschillende historische en topografische naslagwerken waaronder Halma's: "Tooneel der Vereenigde Nederlanden..." (Leeuwarden, 1725). Le Long was antiquarius, uitgever van historische bronnen en bibliofiel, nu vooral bekend van zijn "Boek-zaal van Nederduitsche Bijbels" (Hoorn, 1764). Jaren later zou hun uitgave van het Kabinet nogmaals (tussen 1792-1805) verschijnen bij J.A. Crajenschot, bewerkt door J.H. Reisig (1749-1794) en A.B. Strabbe (1741-1805) en uitgegroeid tot acht delen. Ook in deze laatste editie zitten de genummerde gravures weer per twee op één blad, zoals eerder in de uitgave van Tirion!

Tot slot moet hier nog een vierde publicatie worden vermeld, getiteld: "Versameling van 100. Nederlantse outheden en gesigten door A. Rademaker in 't koper gebragt door I.M. Bregmagher" (Amsterdam, 17..[26?]) uitgegeven bij Ysak Greve. Noch van de graveur noch van de uitgever is wat bekend. Van deze uitgave verscheen een facsimile in 1981 bij Repro-Holland BV (Alphen aan den Rijn). In deze uitgave zijn alle 100 gravures ongenummerd en niet gesigneerd. Onder elke afbeeldingen (meestal twee, soms één op een blad) staat in cursief een korte toelichting die overeenkomt met de toelichting van de afbeelding in de drietalige uitgave van 1725, verschenen bij Willem Barents.


Kortom 300 gravures van Abraham Rademaker die in drie, soms vier verschillende uitgaven voorkomen, soms genummerd en gesigneerd, soms met toelichting of historische context, soms zonder... Dat zegt enerzijds wel iets over de populariteit van deze afbeeldingen, anderzijds verklaart het waarom thans grote hoeveelheden daarvan (los) door het antiquarisch circuit zwerven. Het betekent ook verwarring bij verzamelaars, antiquaren, musea, archieven en (universitaire) bibliotheekcollecties. Want uit welke uitgave is het prentblad nu afkomstig? Heel vaak wordt in (collectie)beschrijvingen in algemene termen verwezen naar 'Rademakers Kabinet', maar zoals ik hierbij - 'ter lering ende vermaak' - aan de hand van de gravure van de Amsterdamse Schreierstoren ('Schreiërshoek') - aanschouwelijk maak zijn er tot wel vier verschillende mogelijkheden!

Ik wens al mijn boekliefhebbende en/of bibliofiele Blog-, Twitter-, Mastodon-, dan wel Blueskylezers, een geslaagd, voorspoedig en boekrijk 2026!

vrijdag 5 september 2025

Museaal missaaltje


Een paar dagen voor de Deventer boekenmarkt bood ik op Marktplaats vijftig euro voor een zeer fraai uitgevoerd en goed bewaard gebleven Frans missaaltje. De verkoper vond dat echter veel te weinig omdat hij er dankzij Google was achtergekomen dat een vergelijkbaar antiquarisch exemplaar op een veiling voor ruim het tienvoudige was afgehamerd.
Echter, met honderdvijfentwintig euro was hij tevreden, schreef hij. Ik besloot te wachten met een reactie tot na de boekenmarkt. Een dag later ontving ik bericht dat vijfenzeventig euro ook een optie was... Weer besloot ik even niet te reageren en ja hoor een dag na de Deventer boekenmarkt werd mij verzocht € 58,65 euro over te maken voor boek en verzending. Nu reageerde ik meteen...
Maar wat kocht ik eigenlijk? Negentiende eeuwse Rooms-katholieke missaaltjes (Franstalig of niet) behoren niet bepaald tot de meest zeldzame of kostbare boeken. En toch...


De enkele foto's bij de advertentie maakten mij meteen duidelijk dat het om een heel bijzondere uitgave moest gaan. Van buiten een eenvoudige maar smaakvolle bruinleren band, een rug met ribben en titel in goud: "Livre d'heures" (en dus niet zoals gewoonlijk: "Missel"). Opvallend is het bijzonder fraai op alle sneden fel gemarmerde boekblok.
Van binnen zijn alle bladen voorzien van verschillende kaderversiering en gedrukt in kleur met goudaccenten, evenals de 24 paginagrote miniaturen. Het hele boekje ademde een luxe sfeer uit en de artistieke vormgeving deed mij denken aan kostbare Middeleeuwse getijdenboeken uit de veertiende en vijftiende eeuw.

Terwijl ik de laatste hand legde aan het verslag van mijn bezoek aan de 35ste Deventer Boekenmarkt arriveerde het boekje in mijn bibliotheek. 
Het fraaie kleinood (octavo-formaat) maakte mij zo nieuwsgierig dat ik al gauw opging in een onderzoekje naar de auteur en uitgever.


Op het voorplat staat in gouden letters het monogram 'CR'. Vaak zijn dat de initialen van de eigenaar, maar in dit geval staat het zeer waarschijnlijk voor 'Catholique Romain', want zodra we het boekje openslaan lezen we rechts op het eerste blad (beplakt met dezelfde rode stof als waarmee de binnenzijde van de platten werd bekleed) "S.IJ. 9 juin 1896". Dit zijn vrijwel zeker de initialen van de man of vrouw die op 9 juni 1896 het missaaltje ontving, mogelijk als doop- communie- of huwelijksgeschenk. 
De titelpagina vermeldt voorts dat deze uitgave is samengesteld door 'mgr.'/monseigneur (Jacques) Mislin (1807-1878). Deze in Frankrijk geboren Rooms-katholieke geestelijke gaf ondermeer aardrijkskundeles aan de toekomstige keizers Frans Jozef I van Oostenrijk (1830-1916) en Maximiliaan van Mexico 1832-1867).
De onrust van 1848 dwong hem tijdelijk Wenen te verlaten en naar Jeruzalem te verhuizen. Teruggekeerd in Wenen plukte hij de vruchten van zijn toewijding aan de keizerlijke familie en de Kerk: hij werd benoemd tot bisschop en kanunnik. Gedurende enige tijd was hij bibliothecaris van Marie Louise (1791-1847), aartshertogin van Oostenrijk en - als tweede echtgenote van Napoleon Bonaparte - keizerin van Frankrijk. Hij was daarnaast dik bevriend met Leopold I van België (1790-1865). Kortom, Mislin was goed bekend met de aristocratie van zijn tijd en hun goed gevulde bibliotheken met talrijke middeleeuwse handschriften en prachtvolle uitgaven. Zijn kennis daarvan en omgang daarmee zullen hebben bijgedragen aan zijn voornemen om een uitgave samen te stellen, vormgegeven als Middeleeuws getijdenboek. Daarnaast is het zeer waarschijnlijk dat hij het werk van Heinrich Knöfler (1824-1886) kende die immers veelvuldig religieus drukwerk illustreerde, zoals voor uitgeverij Pustet in Regensburg (lees mijn blog over "De Neogotische pronkmissalen van Pustet"). Er was in Wenen op dat moment eigenlijk maar één drukker/uitgever die in staat was om een dergelijk project vorm te geven.


Dat was Heinrich Reiss (1799-1875), afkomstig uit Tübingen (Baden-Württemberg/ Duitsland). Geboren in een drukkersfamilie, leerde Heinrich de fijne kneepjes van het vak in het bedrijf van zijn vader. In 1828 nam hij diens drukkerij over. In 1850 kwam hij naar Oostenrijk met het doel om liturgische prachtuitgaven te produceren, gemodelleerd naar laatgotische manuscripten. Van 1854 tot 1864 leidde hij de drukkerij L.C. Zamarski in Wenen. Vanaf 1865 had Reiss een eigen drukkerij. Dankzij enkele persoonlijke financiële offers kon hij opdrachten verstrekken - vooral aan de xylografisch werkplaats van Heinrich Knöfler - voor het maken van de kostbare kleurenhoutsneden voor initialen, decoratieve randen en miniaturen die hij gebruikte om zijn uitgaven te versieren. Tijdgenoten wisten; "Herrn Reiss gebührt das Verdienst, den xylographischen Farbendruck zuerst in Wien betrieben und damit einen Zweig der graphischen Künste ausgebildet zu haben, der sich allein in Wien zu einer ungeahnten Höhe und Blüthe entwickelt hat". Soms werden tot wel 15 drukplaten gemaakt voor één meerkleurige afbeelding!


Het 'magnum opus' van Reiss is een groot, magnifiek "Missale Romanum..." verschenen in 1872 in Wenen, geheel in Middeleeuwse stijl. Het maakte grote indruk net als twee (vijf jaar eerder verschenen) prachtvolle missaaltjes eveneens geheel in Middeleeuwse stijl.
Het gaat om de eerdergenoemde Franstalige uitgave van mgr. Mislin: "Livre d'heures avec un choix d'autre prières" (Vienna, z.j. [1867]) en een Duitse variant, getiteld: "Gebetbuch für Katholiken" (Wien, z.j. [1868]), geschreven door 'een geestelijke uit het Weense aartsdiocees' (eveneens Mislin). U kunt de exemplaren in de Oostenrijkse staatsbibliotheek doorbladeren door op de bovenstaande titels te klikken. Enkele bladgrote miniaturen zijn gesigneerd door Knöfler of zijn medewerker Hermann Paar (1838-1899).
 
Mislin's: "Livre d'Heures" werd in het Katholieke dagblad "L'Univers" van 19 december 1868 lovend besproken door de journalist Louis Veuillot: "Ce beau volume complet, solide et portatif, a une figure à lui, une sorte de bonhomie allemande qui ne se dément jamais, et qui le rend aussi agréable à voir que précieux à écouter. La richesse répandue partout n'y occupe cependant que sa place. Mgr. Mislin, qui parle et qui écrit le français en maître, a revu ou fait lui-même toutes les traductions ; il a ajouté où  il le fallait des notes d'une brièveté et d'une clarté exquises, et enfin il a obtenu de son imprimeur viennois une pureté de texte de plus en plus rare chez nous. Disons, à l'éloge de cet imprimeur, M. Henry Reiss, qu'il est véritablement maître en son art, maintenant, hélas! si négligé. Tout ce qui est de lui dans le livre d'Heures dépasse de beaucoup la plupart de nos éditions dites de luxe.
Le travail du compositeur et celui de l’imprimeur proprement dit, le tirage, sont du premier ordre. Ce n'est plus ainsi que nous fabriquons les livres, et, à ce titre encore, le livre d'Heures de Mgr. Mislin est un véritable joyau, une véritable rareté". (NB. Een kritische bespreking - een aantal jaren later - is ook te vinden in de "Oesterreichische Buchdrucker-Zeitung" van 14 januari 1875 (blz. 11/12)



Deze uitgaven van Reiss waren kostbaar en destijds onbereikbaar voor het grote publiek. Dat blijkt ondermeer uit een advertentie, twee jaar na verschijning van Mislin's missaaltje, in het "Fremden-Blatt" van 18 december 1869. Daarin biedt "Bermann & Altmann antiquariatsbuchhandlung" zijn "Livre d'heures aan tegen een gereduceerde prijs van
Fl. 17,50, in plaats van de oorspronkelijke Fl. 24,-. In 1872 was de prijs bij Carl Helf "buchhandler und antiquar in Wien" gezakt naar slechts Fl. 10,- (alles in Oostenrijks-Hongaarse guldens), maar nog steeds het weekloon van een geschoolde arbeider! Honderdvijftig jaar later is daarin niet veel veranderd. Mislin's: "Livre d'heures" (in dezelfde fraaie conditie als mijn exemplaar) kost u al gauw rond de zeshonderd euro.

vrijdag 2 mei 2025

Lion Cachet en het 'officieel' gedenkboek 1898-1923


"Het zijn wel allemaal prachtbanden voor een prikkie; het kan nog steeds!", schreef ik zes jaar geleden tot besluit van mijn stukje over "De hechte band". Dat ging toen over een luxe-exemplaar van het gedenkboek dat in 1935 verscheen ter gelegenheid van de 55ste verjaardag van Hare Majesteit Koningin Wilhelmina (1880-1962), in een met goud bestempelden blauw leren band naar een ontwerp van de befaamde sierkunstenaar Carel Adolph Lion Cachet (1864-1945). Ik vond het boek destijds in mijn kringloop en kon het voor maar weinig geld aanschaffen, wat ik omwille van die luxe band ook deed.


Ik ben er niet specifiek naar op zoek, want ik ben niet een echte boekbanden-verzamelaar, maar desondanks zal ik dergelijke luxe-uitgaven niet laten liggen als er maar weinig (soms veel te weinig) geld voor wordt gevraagd (zoals tien jaar geleden deze, op de boekenmarkt).
Afgelopen maand werd ik eigenaar van maar liefst twee luxe met goud bestempelde perkamenten banden voor nog geen zes tientjes inclusief verzendkosten! Dergelijke prachtbanden verschenen vooral tijdens het interbellum. KB-conservator Paul van Capelleveen schreef er al eens over op zijn weblog "Ligatuur" (139. "Gebonden in perkament") en antiquaar Fokas Holthuis gaf in 2017 - onder dezelfde noemer - zelfs een speciale nieuwsbrief uit (nr. 711) met uitsluitend dergelijke luxe-exemplaren (die inmiddels allemaal zijn verkocht). Ze worden nog steeds (on)regelmatig te koop aangeboden via diverse kanalen.
Beide boeken zijn uitgegeven door Van Holkema & Warendorf in Amsterdam, die wel vaker luxe-exemplaren liet maken, en in beide gevallen betreft het een uitgave ter ere van Koningin Wilhelmina (1880-1962).
Ook zijn beide uitgaven destijds verschenen in losse afleveringen die gebonden konden worden in een linnen band (de publieksuitgave) of in een luxe band van leer of perkament (totaal 250 genummerde exemplaren), waarvan de laatste steevast de meest exclusieve en duurste uitvoering was.


Mijn jongste aanwinst - bijna een eeuw geleden gedrukt - is het boek van H. Brugmans (red.): "Het Zilveren Getij. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het 25 jarig huwelijk van H.M. de Koningin" (Amsterdam, 1926). Eén van de 250 genummerde luxe-exemplaren (nummer 21) in een exclusieve goud bestempelde perkamenten band naar een ontwerp van Theodorus Wilhelmus (Theo) Nieuwenhuis (1866-1951). Op het achterplat rechtsonder staat de afkorting 'E.P.v.B.A' (het signatuur van de bekende boekbinder Elias P. van Bommel in Amsterdam (1863-1944)). Dit geïllustreerde boek (287 blz. met register van intekenaren) kostte destijds in deze uitvoering vijftig gulden (dat is nu omgerekend ongeveer € 500,- euro!).


De andere uitgave die naar mijn bibliotheek verhuisde is H. Brugmans (red.): "Officieel gedenkboek uitgegeven namens de Huldigingscommissie 1923 te Amsterdam ter gelegenheid van het vijf en twintig jarig Regeeringsjubileum van Hare Majesteit Koningin Wilhelmina Helena Pauline Maria" (Amsterdam, 1923). Eén van de 250 genummerde exemplaren in een exclusieve met goud bestempelde perkamenten band -  in prachtige expressionistische art-decostijl - met daarin verwerkt de koninklijke 'W' van Wilhelmina en het Nederlandse koninklijke wapen, naar een ontwerp van C.A. Lion Cachet.
Het geïllustreerde boek (573 blz. met register van intekenaren) kostte destijds in deze uitvoering een forse vijfenzestig gulden (dat is nu omgerekend ongeveer € 650,- euro!). Mijn exemplaar is nummer 132.


Van dit - 'officiële' - gedenkboek zijn vrijwel alle tekeningen voor de kopvignetten bewaard gebleven, alsmede enkele voorstudies. Ze maken deel uit van de collectie van het Rijksmuseum en zijn toegankelijk gemaakt via de Rijksstudio. De omschrijving bij de objecten aldaar is echter vaak gebrekkig en onjuist. Weliswaar staat bij enkele tekeningen (onder Titel(s)): "Ontwerp voor decoratie van het gedenkboek voor koningin Wilhelmina uit 1923", maar daarmee is niet duidelijk om welk van de twee verschenen gedenkboeken het gaat (waarover straks meer). Daarnaast is een aantal tekeningen door mij geïdentificeerd als behorende tot het gedenkboek 1898-1923. Ik maakte daarom de onderstaande inventarisatie (met hyperlinks) en attendeerde hierop de Rijksstudio 'ter lering ende vermaak' (alsmede aanvulling en correctie).


VOORSTUDIES EN INSPIRATIEBRONNEN

Bij verschillende tekeningen vermoed ik dat ze ter inspiratie dienden - of ter voorbereiding - van het gedenkboek 1898-1923. Bij de onderstaande twee bladen uit een schetsboek met tekeningen is daarover geen twijfel mogelijk. De schetsen van met name dieren zijn later gebruikt voor kopvignetten; in de onderstaande lijst de nummers 2/5 (vogels) en 11/18 (luipaarden).


Voor het titelvignet van het gedenkboek van H. Brugmans (rechts) greep Lion Cachet terug naar het ontwerp voor het ex-libris van het stoomschip Prinses Juliana uit 1910 (links).
Dit ontwerp werd vaker gebruikt zoals de middelste afbeelding in zwart met goud, met tekst op het centrale schild, laat zien.


Een decoratief ontwerp (links) waarvan elementen werden gebruikt voor twee beginbladen in het gedenkboek van H. Brugmans (rechts).


VIGNETTEN

In deze lijst treft u de originele tekeningen aan (in zwarte inkt) met daaronder de gedrukte afbeelding uit het gedenkboek. Van de zeventien kopvignetten ontbreken van nummer 3 en 5 de tekeningen. Eén tekening (nummer 7) werd niet gebruikt.

1. Slotvignet met vogels (H. Brugmans, blz. 160 en 494).



2. Kopvignet 25 JAREN (H. Brugmans, blz. 1). Daaronder tevens een voorstudie voor 'Drie Tijdzangen' (I).




3. Kopvignet met (broedende) vogels voor: 'Drie Tijdzangen' (II en III), 'Het leger' (blz. 161), 'Overzicht onzer hedendaagsche schilderkunst' (blz. 305) en 'Technische Wetenschappen' (blz. 427). Geen tekening gevonden.


4. Kopvignet (abstract ontwerp) voor: 'Hare Majesteit Wilhelmina Helena Pauline Maria Koningin der Nederlanden 1898-1923' (blz. 25), 'De Rijks-financiën van 1898 tot 1923' (blz. 99), 'De Letterkunde' (blz. 291), 'Het muziekleven in Nederland' (blz. 330) en 'Een kwart eeuw sport' (blz. 538).



In plaats van verticaal werden de twee elementen horizontaal om en om herhaald zoals de afbeelding uit het gedenkboek laat zien.

5. Kopvignet 'POLITIEK EN PARLEMENT' (blz. 50). Geen tekening gevonden. Begin en eind van dit vignet vertonen overeenkomst met nummer 2 in deze lijst.


6. Kopvignet DE MARINE (H. Brugmans, blz. 119).



7. Kopvignet HET LEGER (H. Brugmans, blz. 161). Dit vignet met cavalerie in galop werd om onbekende reden niet gebruikt! In plaats daarvan koos men voor het ontwerp met (broedende) vogels (zie nummer 3 in deze lijst).


8. Kopvignet HET BUITENLANDSCH BELEID (H. Brugmans, blz. 184).



9. Kopvignet HANDEL.NIJVERHEID.BANK-.GELDWEZEN (H. Brugmans, blz. 210).



10.  Kopvignet DE SCHEEPVAART (H. Brugmans, blz. 241).



11. Kopvignet HET VERKEER (H. Brugmans, blz. 263).



12. Kopvignet 'De ontwikkeling der denkbeelden op sociaal gebied' (H. Brugmans, blz. 274). Hetzelfde kopvignet (met geloof, hoop en liefde) werd ook gebruikt voor 'Geestelijke stroomingen en Wetenschappen' (blz. 387) en 'Vijf en Twintig Jaren Amsterdamsch Gemeentebeleid' (blz. 523).



13. Kopvignet DE NEDERLANDSCHE BOUWKUNST (H. Brugmans, blz. 346).



14. Kopvignet HET TOONEEL (H. Brugmans, blz. 364).



15. Kopvignet NATUURWETENSCHAPPEN (H. Brugmans, blz. 408).



16. Kopvignet DE LANDBOUW (H. Brugmans, blz. 449).



17. Kopvignet INDIE (H. Brugmans, blz. 472). Hetzelfde kopvignet werd gebruikt voor 'Cultures, Handel en Bedrijven' (blz. 495).



18. Kopvignet FEESTEN (H. Brugmans, blz. 556).



Ik heb het al even aangestipt maar er verscheen in 1923 nog een ander gedenkboek waaraan Lion Cachet zijn medewerking verleende. Het gaat om: W.G. de Bas: "Gedenkboek 1898-1923. Uitgegeven t.g.v. het zilveren regeeringsfeest van Hare Majesteit Koningin Wilhelmina der Nederlanden, op 6 september 1923" (Voorschoten, 1923).
Over de rel omtrent beide uitgaven in 1923, die om het predicaat 'officieel' draaide, schreef Bettina Heyder een informatief artikel: "Gedenkboek 1898-1923. Een project het gedenken waard" (In: "De Boekenwereld" 2022 (38)).


Het geïllustreerde boek (1146 blz.), waarvan de rug duidelijk een ontwerp is van Lion Cachet (en waarvan de originele bandstempel bewaard bleef, alsmede twee verschillende ontwerpschetsen op één blad), verscheen in een linnen band bij H.H. Fongers & Co. in Voorschoten. 


Voor mensen met een grote portemonnee was deze uitgave destijds ook verkrijgbaar in een luxe leren band (200 exemplaren, à vijftig gulden per stuk). Slechts vijftig exemplaren werden gebonden in een (gebatikte) perkamenten band, waaronder twee voor het Koninklijk Huis.