Posts tonen met het label Boekennar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boekennar. Alle posts tonen

vrijdag 26 maart 2021

De bibliomanie geboekstaafd


Ik ontving een maand geleden twee exemplaren van de eerste uitgave van de Stichting Desiderata (Genootschap van boekenvrienden). Het gaat om: "De bibliomaan" (Tilburg, MMXXI), een vertaling uit het Frans van een tekst van de journalist, bibliothecaris en bibliofiel Charles Nodier (1780-1844). Een bijzonder fraaie uitgave in bordeauxrood linnen gebonden (met stofomslag) voor slechts € 29,50 euro), die ik elke bibliomaan boekenliefhebber van harte kan aanbevelen. Een gedeelte van de oplage verscheen niet in de handel. Het werd gratis verstuurd aan alle leden van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen (NGB) en bevat een ander voorwoord (nl. dat van onze voorzitter Eddy Schuyer). Van Desiderata, waarvan ik ook lid ben, ontving ik een dag later ook de publieksuitgave, met een voorwoord van Bart van Loo.


Bij het boek zit als boekenlegger (en ondanks twee leeslinten) een 'Elzevierometer', een legendarisch liniaaltje waarmee de bibliofiel in oude uitgaven van Elzevier de witmarge rondom de tekst (de zetspiegel) kon meten (hoe groter, hoe beter!). Overigens is bij deze uitgave die witmarge maar liefst tweeënhalve centimeter! Voorts is de "De Bibliomaan" rijk geïllustreerd en geannoteerd en het leest als een trein. Nu nog een plekje zien te vinden in mijn overvolle bibliotheek! Vermoedelijk denkt u nu dat ook Perkamentus een bibliomaan is maar dat berust op een misverstand, al vertoont mijn verzamelgedrag regelmatig bibliomane trekken. Deze uitgave mag dan wel Desiderata's eersteling zijn, in mijn bibliotheek is het beslist niet de eerste uitgave waarin Bibliomanie een rol speelt. Mijn nieuwe aanwinst verkeert in goed gezelschap!


Sommige leden van dit gezelschap zijn mijn trouwe lezers welbekend; zoals een in kleine oplage (150 stuks) verschenen Duitse brochure over de 'Bücher-Narr' (München, 1909) die ik liet zien in: "Boekennar en boekenwurm", waarin ik schreef over het verschil tussen een bibliomaan (een 'boekennar') en een bibliofiel (de 'boekenwurm'). Deze twee begrippen liggen dicht naast elkaar en vaak is de grens, tussen wat nog wel en wat niet meer bibliofiel of bibliomaan is, onduidelijk.

Natuurlijk(!) is dit niet de enige antiquarische uitgave over bibliomanie in mijn bibliotheek en zeker niet de meest bekende. Wereldberoemd in dit genre - en vaak de eerste uitgave waaraan boekenkenners denken als het gaat over bibliomanie - is het boek van Thomas Frognall Dibdin (1776-1847): "The Bibliomania or Book-Madness..." (London 1809).
Van deze 'primus inter pares' bezit ik twee edities. Een moderne 'print on demand' (POD) uitgave van 'Tiger of the stripe' (Richmond, 2004) van de eerste editie uit 1809 die ook de boekensneuper al eens beschreef en de antiquarisch (meest uitgebreide) editie van 1876, uitgegeven door Chatto & Windus in Londen. Er is al veel over dit boek en zijn auteur geschreven dat ook op internet te vinden is; ik zal mij dus beperken. 


De eerste editie van Dibdins beroemde boek bevatte alleen een essay van nog geen honderd bladzijden. Het verscheen naar aanleiding van een gedicht geschreven door de medicus dr. John Ferriar (1761-1815), en opgedragen aan de bibliomaniak Richard Heber (1773-1833), getiteld: "The Bibliomania" (1809).
In zijn essay geeft Dibdin eerst een kort overzicht van beroemde boekenverzamelaars die het slachtoffer werden van bibliomanie. Vervolgens noemt hij de verschillende symptomen die wijzen op deze ziekte: "Symptoms of this disease are instantly known by a passion for 
I. Large Paper Copies, II. Uncut Copies, III. Illustrated Copies, IV. Unique Copies, V. Copies printed upon Vellum, VI. First Editions, VII. True Editions, VIII. A general desire for the Black Letter". Tot slot geeft hij aan hoe bibliomanie valt te genezen: "I. Reading useful works,
II. Reprints of scarce and valuable works, III. Editing our best ancient Writers, IV. Erections of public institutions" en "V. Encouragement of Bibliography".


Latere edities van Dibdin's werk bevatten zes extra hoofdstukken ("The Evening Walk, The Cabinet, The Auction Room, The Library, The Drawing Room" en "The Alcove") in de vorm van (tamelijk saaie) bibliografische dialogen tussen Dibdin (onder pseudoniem) en zijn vrienden (idem) waardoor het boek uiteindelijk met honderden pagina's groeide (de 1876 editie bevat ruim 600 pagina's!). Zijn roem dankt het boek niet aan deze dialogen maar aan de voetnoten daarbij. Die zijn vaak zo uitgebreid dat ze op vele bladzijden het grootste gedeelte uitmaken van de tekst. Ze bevatten talrijke fascinerende anekdotes over echte bibliomanen, uitgebreide beschrijvingen van hun boeken en collecties (en de prijzen die de boeken na hun dood op de veiling opbrachten) plus verhalen en anekdotes over opmerkelijke (vaak excentrieke) bibliothecarissen en bibliografen.

Veel minder bekend maar onder bibliofielen minstens zo begeerd is het boekje van
F. Somner Merryweather: "Bibliomania in the Middle Ages. Or, Sketches of Bookworms - Collectors, Bible Students - Scribes - and Illuminators, from the Anglo Saxon and Norman Periods, to the Introduction of Printing Into England; with Anecdotes, Illustrating the History of the Monastic Libraries of Great Britain, in the Olden Time" (London, 1849). In mijn bibliotheek staat de eerste editie van dit interessante (in eigen beheer uitgegeven en vaak herdrukte) werk in zijn originele linnen blind gestempelde band. Merryweather was net als Perkamentus een bibliofiel en een antiquarius, wat duidelijk blijkt uit zijn voorwoord.

"To him who feels no interest in the things of the past, who thinks it worthless and unprofitable to inquire into the ways and habits of the old time before us, I fear my book will be a dull volume to his mind, and receive but harsh censure at his hand. Can the reader view a grey old ruined pile, some crumbling fabric over which the ivy grows triumphantly and fast, as if striving to hide from mortal eyes the decay upon which it gloats; can he look upon so sad a picture and find no interest awaken? If so, I fear he will find but little pleasure in a page of mine.

Can he hold in his hand a manuscript, whose dazzling illuminations mark the labour some poor old monkish student bath bestowed upon it in times long gone by; and feel no delight and rapture as he turns back its crackling leaves? If he finds none then, he will gain none from a page of mine!
Can he enter a Gothic village church, on whose dull walls are preserved tablets, which bear down to posterity the virtues and honours of the humble forefathers of that quiet hamlet-or on whose oaken cornices are engraven the rude images that flashed through the brain of some neglected genius of obscure birth, and not feel an interest all absorbing, in pondering on these remains of ancient art? If he does not, I fear he will find but little pleasure in a page of mine. For I am one of those who love to seek knowledge in the black lettered folio, and luxuriate in exploring the membraneous volumes of a monastic age--who love to wander in quiet though among the ruined relics of other days, and delight to glean wisdom and content from the antiquities of a peaceful village sanctuary, and whose very soul is on fire when in the midst of a library, rich with the literature of old.
Reader; I have sketched my portraiture; if the expression be ungainly, let us part company at once".

Ed Schilders besteedt in zijn lezenswaardige: "Vergeten boeken, literaire curiosa en rariora, boekenvrienden en bibliomanen" (Amsterdam, 1986) in een heel hoofdstuk aandacht aan de uitgave van Somner Merryweather ("Twaalf maten gerst en een lijkkleed"). Het boek leest volgens hem: "als een avonturenroman uit de hoogtijdagen van de Romantiek. Plunderende barbaren, brandende kloosters, teruggevonden bibliotheken, strooptochten door heel Europa op zoek naar boeken, redding, verlies, onbetrouwbare leners en ijverige monniken die jarenlang werken aan één nieuw exemplaar van de Bijbel. Er zijn veel bibliografische gegevens beschikbaar over de vroegste Westeuropese perioden van het boekenbedrijf, maar ik ken geen schrijver die het leven met en voor boeken tussen vijf en vijftienhonderd zo tastbaar heeft gemaakt als Merryweather". 


Bibliomanie mag dan een verschijnsel zijn van alle tijden, in de middeleeuwen was men in kloosters vrijwel uitsluitend om de inhoud geïnteresseerd in manuscripten. De teksten werden gekopieerd en eventueel verlucht, en de verzamelde informatie en kennis, werd onderdeel van de kloosterbibliotheek. Manuscripten/boeken hadden vooral een praktisch nut en doel bij de uitvoering van religieuze taken, praktijk der devotie, studie of werkzaamheden. Ook tijdens de Renaissance ging het in de eerste plaats om de inhoudelijke informatie. Humanistische bibliofielen als Poggio Braccolini (1380-1459) graasden talloze stoffige kloosterbibliotheken met vroegchristelijke afschriften af op zoek naar verloren gegane teksten van Klassieke auteurs. 

Moderne bibliomanie (evenals het woord zelf) vindt zijn oorsprong in de achttiende eeuw met als hoogtepunt de negentiende eeuwse bibliomaan. Voor hem (de vrouwelijke bibliomaan is zeldzaam!) ging het vaak om het boek als begeerlijk object met bijzondere kenmerken zoals de fraaie band, de verzorgde typografie, bijzondere (gekleurde) illustraties of zeldzame afwijkende papiersoorten en -formaten. In zijn meest extreme vorm beperkte de boekenliefde zich tot het boek als (luxe) object. 


Een vurig pleidooi tegen de 18e-eeuwse bibliomaan, die zich vaak ontpopt als een bibliotaaf en uitsluitend boeken stapelt is de uitgave van L. Bollioud-Mermet: "De la Bibliomanie" (Paris, 1865). De eerste druk verscheen al in 1761. Mijn exemplaar (nr. 127), fraai gebonden in rood leer, is één van de 150 exemplaren op vergé papier van de tweede oplage van de herdruk in 1866. Uitgegeven in duodecimo door de "Academie des Bibliophiles. Société Libre pour la publication à petit nombre de livres rares ou curieux". Zowel de oorspronkelijke uitgave als de herdruk zijn zeldzaam. 


We laten Bollioud-Mermet nog even zelf aan het woord: "Concluons de tout ce que j’ai dit, que la Bibliomanie est le comble du ridicule pour ceux qui n’ont ni les dispositions ni la volonté de faire un usage sérieux des livres; que pour les gens d’étude et les connoisseurs, c’est une superfluité déraisonnable que de rassembler toutes les facultés, toutes les matières qu’un seul homme ne sauroit cultiver ; que ces collections, portées jusques au luxe et à la magnificence, sont l’effet d’un amour excessif du merveilleux et l’objet d’une prodigalité condamnable et ruineuse; que ce goût bizarre et libertin, qui fait donner la préférence à certains ouvrages où tout respire la frivolité et la licence, est un travers d’esprit odieux et méprisable, un dérèglement de cœur consommé, digne de la rigueur des lois et des anathèmes. Quiconque sera une fois bien convaincu de toutes ces vérités avouera que la destination primitive des livres est diamétralement opposée à tous ces excès ; qu’ils sont faits pour éclairer notre âme, pour corriger nos mœurs, et non pour les séduire et les pervertir; que leur véritable valeur ne dépend ni de leur grand nombre, ni des ornements qui les parent, mais seulement des choses utiles ou agréables qu’ils renferment. Contentons-nous donc de recueillir ceux que la brièveté de la vie et la portée de nos talents nous permettent de lire. Joignons-y encore ceux que les diverses fonctions de notre état nous obligent de consulter. Préférons la qualité bien choisie à la quantité superflue. Les plus précieux en apparence, et les plus richement ornés, sont souvent les moins instructifs.
Des éditions correctes, des reliures durables, doivent borner notre ambition" (blz. 74/75).  
Aldus de auteur die benadrukt dat wij ons niet moeten laten misleiden door te denken dat die prachtig opgetuigde bibliotheken zijn gebaseerd op respect voor de literatuur noch dat het op een voetstuk plaatsen van rijkelijk uitgevoerde titels een aanbidding of eerbetoon is aan de schrijvers. Niets daarvan! Het zijn louter trofeeën en triomfbogen voor de bibliomaan ter meerdere glorie van zijn merkwaardige ziekte ijdelheid!


Ter afsluiting nog wat klein grut uit mijn dozen met klein en/of marginaal drukwerk.
Wat dacht u van mijn exemplaar ('Hors Commerce') van het - in een oplage van veertig stuks - verschenen gedicht: "Bibliomanie of boekenliefde", van (bibliomaan) Boudewijn Büch (1948-2002) en: "De Bibliomaen", van Prudens Van Duyse (1804-1859), waarvan slecht 55 exemplaren zijn gedrukt door de Belgische Carbolineum Pers? Ik heb ze beiden al eens eerder op mijn blog getoond (hier en hier).


Van Gustav Flaubert (1821-1880) bezit ik uiteraard diens korte verhaal: "De Bibliomanie", een in linnen gebonden luxe-exemplaar (één van de tweehonderd), geïllustreerd en gesigneerd door de illustrator Kurt Löb (1926-2015) en uitgegeven door De Mandarijn (Gorinchem, 1982). Hierin maken we kennis met Giacomo een boekverkoper in Barcelona; "Hij was zwijgzaam en in zichzelf gekeerd, somber en droefgeestig. Hij had maar één gedachte, één liefde, één harstocht: boeken. En deze liefde, deze hartstocht verteerde hem innerlijk, versleet zijn dagen en verslond zijn bestaan".


Van deze uitgave bestaat overigens ook een gewone ongebonden editie die voor luttele euro's wordt aangeboden op diverse antiquarische websites. Schaarser is: "A Gentle Obsession" met acht gedichten over Bibliomanie geschreven door Eugene Field (1850-1895), uitgegeven in een beperkte oplage van 200 stuks, door Kopwit (Leiden, 2007).
Hierin staan ondermeer: "The Bibliomaniac's Prayer" en "The Bibliomaniac's Bride"... 

"The women-folk are like to books -
Most pleasing to the eye,
Whereon if anybody looks
He feels disposed to buy."


We eindigen dit overzicht met twee moderne - nog steeds goed verkrijgbare - Engelstalige publicaties, die vermoedelijke bij elke serieuze boekenliefhebber in de kast staan.
Vlot geschreven zijn alle boeken van journalist Nicolas A. Basbanes maar zijn meest bekende is wel: "A Gentle Madness. Bibliophiles, Bibliomanes, and the Eternal Passion for Books" (New York, 1995). De focus ligt op de Engels/Amerikaanse boekenwereld, bibliofilie en bibliomanie en het bevat veel informatie over hoe verzamelaars en bibliotheken overzee te werk gingen bij hun jacht op boeken (op het Europees continent). 


Klassiek inmiddels is: “The anatomy of bibliomania” (London, 1930) van Holbrook Jackson (1874-1948). Daarvan bestaan diverse heruitgaven zoals die van mij uit 1981.
Het is een rijk compendium van auteurs en publicaties (door de eeuwen heen) over de boekenliefde in al zijn vormen, gelardeerd met honderden citaten en talrijke verwijzingen. Verschillende hoofdstukken gaan over Bibliomanie en wat hij daarover vond in diverse uitgaven van bekende boekenliefhebbers.


Bij het bladeren door de auteursindex kwam ik ook de naam van Charles Nodier tegen met een paar verwijzingen. "Charles Nodier loved books, but he was no bibliomane ordinaire, with him love was keen, active, persevering, passionate, and always directed and animated par le goût le plus fin, le discernement le plus exquis et le plus délicat, the finest taste and the most exquisite and delicate discrimination", aldus Holbrook Jackson (blz. 602). Echter geen zin en geen citaat uit -, noch maar één woord over "Le Bibliomane" en die goeie Théodore. Zelfs geen derde linie! Hoe onterecht dat is kan iedere boekenliefhebber nu zelf constateren dankzij die fraaie (her)uitgave van de Stichting Desiderata.

donderdag 1 september 2011

Boekennar en boekenwurm

Buchhandlung Leselust (Georgenstrasse 2) in het Duitse Eisenach (Thüringen) heeft een fraai uitzicht op de Marktplatz met de Georgenkirche.
Aangezien ‘de meisjes’ zich voor een nabijgelegen sportkledingzaak interesseerden had ik mooi de kans binnen even rond te snuffelen… en met succes.

Voor een paar euro vond ik een moderne uitgave van “Das Narrenschiff” (Köln, 2011), van Sebastian Brant (1457-1521). De oorspronkelijke uitgave verscheen in 1494, beleefde vele herdrukkenen en werd in verschillende talen vertaald. Zijn grensoverstijgende populariteit had dit satirische boek niet in de laatste plaats te danken aan zijn illustraties. Honderd vijftien houtsneden die grotendeels worden toegeschreven aan de jonge Albrecht Dürer (1471-1528).

De eerste satire is getiteld: “Von unnützen Büchern” (over ongebruikte boeken) en de daarbij behorende afbeelding is ons bibliofielen niet onbekend. De boekennar, compleet met brilletje en plumeau om zijn boeken af te stoffen en vliegen te verjagen want lezen, begrijpen en er iets van leren doet hij niet.

“Im Narrentanz voran ich gehe
Da ich viel Bücher um mich sehe,
Die ich nicht lese und verstehe.
”

Feitelijk is de boekennar dus een bibliomaan, een stapelaar van boeken die hij niet of nauwelijks leest, laat staan dat hij er wat van leert. Zijn boekenschat wordt niet benut. Hij is en blijft een ezel wiens ezelsoren verborgen worden door zijn slaapmuts.

“Die Ohren sind verborgen mir,
Sonst säh man bald des Müllers Tier.
”

Toen ik bij de kassa wilde afrekenen lag daar een klein - nog in plastic verpakt - boekje dat mijn aandacht trok. Het bleek te gaan om “Der Bücherwurm” (Darmstadt, 2010), geschreven door Hektor Haarkötter. Een fraai gebonden uitgave (met boeklint en gedrukt “auf säurefreiem und alterungsbeständigem Papier”) die geheel en al de boekenwurm (eerste vermelding in de komedie "Der Junge Gelehrte" uit 1748 van Gotthold Ephraim Lessing) én boekenworm tot onderwerp heeft. Ik las het in drie dagen uit en kan het iedere boekenliefhebber die het Duits machtig is aanraden.

In het hoofdstuk “Wie der Bücherwurm aussieht” wordt dieper ingegaan op de uiterlijke verschijningsvorm van de boekenwurm, die bij Haarkötter synoniem is voor de boekengek of boekennar.
Als illustratie komen we hier Brant’s
‘boekennar’ weer tegen evenals “Der Bücherwurm”, geschilderd door Carl Spitzweg (1808-1885), waarvan volgens Haarkötter vier verschillende versies bestaan die alleen verschillen in kleine details (de voorgrond met de hemelglobe en de boekenruggen).
Spitzweg’s wijdverspreidde afbeelding (er bestaan zelfs beeldjes van) voldoet volgens Haarkötter wel een beetje aan de omschrijving die Gustave Flaubert (1821-1880) gaf in zijn bekende verhaal: “Bibliomanie”.

“Hij was dertig jaar en leek al oud en versleten. Hij was lang van gestalte maar gebogen als een grijsaard. Zijn haardos was weelderig maar wit, zijn handen sterk en pezig maar reeds dor en gerimpeld. Zijn kleren waren armoedig en haveloos. Hij maakte een stuntelige en onzekere indruk, zijn gezicht was bleek, somber, lelijk, onbeduidend zelfs. Hij kwam bijna nooit op straat, behalve op dagen dat er een veiling van zeldzame curieuze boeken werd gehouden. Dan was hij niet meer die trage, bespottelijke man; er verscheen een gloed in zijn ogen, hij liep, hij holde, werd één en al beweging en kon zijn vreugde, onrust, angst en leed slechts met moeite bedwingen.”

Maar anders dan Haarkötter zie ik in Spitzweg’s boekenwurm géén boekennar, géén bibliomaan. Integendeel.
De eenzame figuur op de trap leest immers zijn boek(en)! Bovendien begrijpt hij wat hij leest, want hij slaat er andere boeken op na, die hij onder zijn arm en tussen zijn benen klemt omdat ze hem van nut zijn bij zijn speurtocht. En omdat hij begrijpt wat hij leest, verbreedt hij zijn kennis. Dat alles doet een boekennar niet.

Dat was mij al eerder gebleken toen ik een paar dagen daarvoor in antiquariaat Zwiebelfisch in Weimar een bibliofiele uitgave kocht getiteld: ‎”Bücher-Narr. Aus Centi-Folium Stultorum in Quatro. Oder hundert Ausbündige Narren in Folio.
Neu aufgewärmet in einer Alapatrit-Pasteten durch Abraham a S. Clara. Wien im LUstigen Jahr, aLs DIese Narren-SChaar erkohren gar
” (München, 1909).‎
Het is een schaarse brochure op handgeschept onafgesneden papier, gedrukt in een oplage van 150 exemplaren (mijn exemplaar, nr. 3) uitgereikt aan “Den Teilnehmern an der General-Versammlung der Gesellschaft der Bibliophilen am Vorabend gestiftet von Karl Wolfskehl München, K.H.B., den 25. September 1909”.

De prent van de boekennar komt uit "Centi-folium stultorum in quarto, oder, Hundert ausbündige Narren in folio" (Vienna, 1709)’, vertaald als "De gekheydt der wereldt, wysselyk beschreven en kluchtig vertoondt, in hondert narren en derselver narren poetzen" (Amsterdam, 1718-21); heel vaak toegeschreven aan Johann Ulrich Megerle (1644-1709) alias Abraham a Sancta Clara, is dit echter foutief en wellicht om commerciële redenen gedaan (hij was destijds erg populair), zoals ook bij het boek ‘De geleerde nar’ (1734); wel van hem is "Etwas für Alle" (Wurzburg, 1699) waarin beroepen voorkomen zoals boekhandelaar, drukker en boekbinder (maar geen boekennar).
Deze boekennar vertoont met zijn activiteit, het afstoffen van boeken, opmerkelijke overeenkomsten met zijn bloedbroeder van twee eeuwen daarvoor. Ook hij is een bibliomaan, een stapelaar van boeken die hij wel zeer regelmatig afstoft maar niet benut. Het versje eronder luidt:

“Weil ich die Bücher so vermehre
Dass ich nichts als den staub abkehre
Bin ich aus dem gelehrten Orden
Jetzt gar zu einem Narren worden
Will Niemand mich dafür erkennen
Thut mich doch meine Frau so nennen.
”


De brochure van de bibliofiel Karl Wolfskehl (1869-1948) gaat verder over lezen, bibliotheken en verzamelen. Allemaal nuttige zaken zolang ze maar geen doel op zich zijn. Het gaat erom wat je ermee doet.

“In Summa / ein küstliche Sache ist es umb die Bücher / der sie bescheidentlich liset / ein schädliche / wo die Bescheidenheit nicht mit das Blat umbwandet; Die aber gar keine Bücher lesen / und Verachter dererselben sijnd / wie der abtrinnige Julianus gethan / können mit guten Fug sich in die Gunsst der Herren mit dem grossen N. einschreiben lassen / seijnd gleich den Narren / und bleiben Narren / dann sie bald wie das Vieh leben / so nichts als essen und trincken verstehet; wie aber hingegen die jenige / welche Bücher lesen und lieben / keine Narren seijn / also können sie eine werden / wann sie nicht mit Bescheidenheit lesen: Ja das blosse Lesen ohne Nachdencken hilfft nichts: offt liset ein Stultus Quadratus etlich Jahr in Büchern / und bleibt doch ein Stupor in Folio.
Und dieses ist die Ursach / weilen er dass jenige nicht capirt was er liset / gleich auss dem Sinn lasset / nichts ins Hirn fasset / nachdencket und selber / was er gelesen / sich dessen Recolligiret / wiederholet / und reifflich nachgrüblet.”

In het lezen en begrijpen, in het leren, verbreden en reproduceren van kennis onderscheidt de boekenwurm zich van de boekennar.
Boeken verzamelen doen ze beiden en regelmatig stof wegblazen ook!