Posts tonen met het label Topografie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Topografie. Alle posts tonen

vrijdag 9 januari 2026

300 plaatjes, met en zonder praatjes

Zoals ik wel eens eerder heb verteld begon ik ruim veertig jaar geleden met het verzamelen van 'oud papier'. Het waren vooral losse afbeeldingen uit topografische of geschiedkundige uitgaven uit 17de en 18de eeuw, veelal gemaakt door toen in deze genres populaire graveurs zoals Reinier Vinkeles (1741-1816) en Abraham Rademaker (1676/77-1735). Tegenwoordig koop ik eigenlijk alleen nog maar losse portretgravures (waarom kunt u hier lezen). Dat komt omdat ik me nu de complete uitgaven kan veroorloven waarin mijn losse prentjes van toen zitten. Enerzijds heeft dat natuurlijk te maken met een hoger inkomen, anderzijds met het feit dat de prijzen in het antiquariaat de afgelopen decennia enorm zijn gedaald. Dat laatste is - zoals bekend - dankzij internet, waardoor ook de wereld van het (oude) boek en daarmee het bibliofiele speelveld (zeker vanaf 2000) enorm veranderde. Bovendien - zo mailde mijn blogredacteur Reinder Storm - lijken nieuwe generaties veel minder geïnteresseerd te zijn in antiquarische boeken.

Eerdergenoemde Abraham Rademaker was één van de meeste productieve en populaire graveurs die Nederland heeft gekend. Vele honderden gravures van zijn hand (met name van kastelen/ruïnes, kerken, landhuizen, dorpen en landschappen) zijn gebruikt ter illustratie in diverse achttiende eeuwse uitgaven. In: "Als in een sprookje" heb ik al eens - lang geleden - een gravure van het huis Kostverloren besproken.


De afbeelding daarbij (hierboven) was afkomstig uit: "Kabinet van Nederlandsche Outheden en gezichten..." (Amsterdam, 1725) dat bij boekverkoper Willem Barents verscheen. Dit is verreweg de bekendste uitgave met werk van Rademaker en een van de eerste prentwerken met topografische gezichten van (grote delen van) Nederland. Over de totstandkoming van deze tweedelige uitgave met 300 gravures worden we uitvoerig geïnformeerd dankzij een akte opgemaakt door notaris C. van Loon (d.d. 21 juli 1724). Daaruit blijkt onder meer dat alle 300 afbeeldingen afkomstig waren uit de collectie cq. het (kunst) kabinet van de Londense kunsthandelaar, verzamelaar en koopman Salomon Gautier (overleden 1725).
De totale oplage bestond uit 800 exemplaren gedrukt op diverse papierformaten (In: M.M. Kleerkooper en W.P. van Stockum: "De boekhandel te Amsterdam voornamelijk in de 17de eeuw" ('s-Gravenhage, 1914-1916), blz. 1144). Van de in 1725 verschenen publicatie bezit ik al heel lang de facsimile-uitgave die in 1966 werd uitgegeven door de Europese bibliotheek te Zaltbommel.


De 300 gravures zijn bovenaan genummerd en onderaan voorzien van een titel soms met een jaartal dat betrekking heeft op het voorbeeld waarnaar Rademaker zijn gravure vervaardigde. Bovendien staat daaronder in drie talen; Nederlands (Nederduits!), Frans en Engels een korte toelichting. 


Dezelfde serie van 300 genummerde afbeeldingen werd 25 jaar later nogmaals uitgegeven onder de titel: "Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche outheden" (Amsterdam, 1750) bij de Amsterdamse boekdrukker/-verkoper Isaak Tirion. Ditmaal echter zonder de drietalige toelichting en de afbeeldingen telkens twee op één bladzijde.


Eind vorig jaar kocht ik via eBay bij Octopus Biblio voor een vriendenprijs: "Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche Oudheden... Geöpent, Opgeheldert en Wydlopig Beschreven in Steden, Dorpen, Sloten, Adelyke Huizen, Kloosters, Kerken, Godshuizen, Poorten, en andere voorname Stadt- en Landgebouwen … in 300 verscheide printtafereelen vertoont door Abraham Rademaker" (Dordrecht 1727-1733). Getuige het ex-libris dat in elk deel tweemaal aanwezig is (zowel voor- als achterin!) stond deze set twee eeuwen geleden in de bibliotheek van E(rnest) van Havre uit Rijsel/Lille (1819-1880).


Het is de tweede druk die door Abraham Blussé en Zoon werd uitgegeven in Dordrecht tussen 1770-1771. Ook in deze uitgave staan alle 300 genummerde afbeeldingen van Rademaker, ditmaal voorzien van een uitgebreide historische toelichting door Matthaeus Brouërius van Nidek (1677-1742) en Isaac Le Long (1683-1762).
Beide heren waren daartoe uiterst deskundig. De ziekelijke Van Nidek (hij was alleen bij de eerste delen van de zes betrokken) had zijn sporen verdiend door zijn medewerking aan verschillende historische en topografische naslagwerken waaronder Halma's: "Tooneel der Vereenigde Nederlanden..." (Leeuwarden, 1725). Le Long was antiquarius, uitgever van historische bronnen en bibliofiel, nu vooral bekend van zijn "Boek-zaal van Nederduitsche Bijbels" (Hoorn, 1764). Jaren later zou hun uitgave van het Kabinet nogmaals (tussen 1792-1805) verschijnen bij J.A. Crajenschot, bewerkt door J.H. Reisig (1749-1794) en A.B. Strabbe (1741-1805) en uitgegroeid tot acht delen. Ook in deze laatste editie zitten de genummerde gravures weer per twee op één blad, zoals eerder in de uitgave van Tirion!

Tot slot moet hier nog een vierde publicatie worden vermeld, getiteld: "Versameling van 100. Nederlantse outheden en gesigten door A. Rademaker in 't koper gebragt door I.M. Bregmagher" (Amsterdam, 17..[26?]) uitgegeven bij Ysak Greve. Noch van de graveur noch van de uitgever is wat bekend. Van deze uitgave verscheen een facsimile in 1981 bij Repro-Holland BV (Alphen aan den Rijn). In deze uitgave zijn alle 100 gravures ongenummerd en niet gesigneerd. Onder elke afbeeldingen (meestal twee, soms één op een blad) staat in cursief een korte toelichting die overeenkomt met de toelichting van de afbeelding in de drietalige uitgave van 1725, verschenen bij Willem Barents.


Kortom 300 gravures van Abraham Rademaker die in drie, soms vier verschillende uitgaven voorkomen, soms genummerd en gesigneerd, soms met toelichting of historische context, soms zonder... Dat zegt enerzijds wel iets over de populariteit van deze afbeeldingen, anderzijds verklaart het waarom thans grote hoeveelheden daarvan (los) door het antiquarisch circuit zwerven. Het betekent ook verwarring bij verzamelaars, antiquaren, musea, archieven en (universitaire) bibliotheekcollecties. Want uit welke uitgave is het prentblad nu afkomstig? Heel vaak wordt in (collectie)beschrijvingen in algemene termen verwezen naar 'Rademakers Kabinet', maar zoals ik hierbij - 'ter lering ende vermaak' - aan de hand van de gravure van de Amsterdamse Schreierstoren ('Schreiërshoek') - aanschouwelijk maak zijn er tot wel vier verschillende mogelijkheden!

Ik wens al mijn boekliefhebbende en/of bibliofiele Blog-, Twitter-, Mastodon-, dan wel Blueskylezers, een geslaagd, voorspoedig en boekrijk 2026!

vrijdag 4 april 2025

De Nederlandsche stad- en dorp-beschrijver (deel III)


Eind februari dit jaar deed ik een bijzondere vondst op Marktplaats. Aangeboden werd L. van Ollefen: "De Nederlandsche stad- en dorp-beschrijver. III deel. (Amstelland, Weesper Kerspel, Gooiland, de Loosdrecht enz.)" (Amsterdam, 1795). Zoals de foto's lieten zien een compleet en zeer fraai bewaard gebleven exemplaar, gebonden in halfleren band (met rood titelschild) en bruin kievitsmarmeren platten. "Bieden vanaf 200 euro" stond er, en dat deed ik nog op de dag dat de advertentie werd geplaatst. Daarna volgden een paar spannende dagen want de verkoper reageerde niet direct en ik weet dat er vele - al dan niet professionele kapers (lees antiquaren) - met mij op Marktplaats naar koopjes speuren... Ondertussen kwam ik er achter dat het boek deel had uitgemaakt van een incomplete set die werd geveild op 25 maart 2023 bij (Marc) Van de Wiele veilingen in Brugge/België (lot 908).
Na vier spannende dagen - ik was nog steeds de enige bieder - was mijn geduld op en vroeg ik aan de verkoper of wij wellicht tot overeenstemming konden komen. Na wat heen en weer e-mailen stelde hij een 'nu kopen prijs' voor van € 350,- euro (inclusief aangetekende verzending). Met in mijn achterhoofd de prijzen die in het antiquariaat worden gevraagd hapte ik onmiddellijk toe.

Enkele dagen later arriveerde het boek in mijn bibliotheek en begon ik direct met collationeren. Tot mijn grote genoegen bleek de uitgave overcompleet en meer gravures te bevatten dan de verkoper dacht op basis van de inhoudsopgave. Die telt weliswaar negentien plaatsen met een nummer (en dus illustratie) maar bij de beschrijving van Amsterdam zitten in plaats van één twee afbeeldingen en nog twee andere behoren bij meegebonden verslagen van historische gebeurtenissen in Amsterdam in 1795. Kortom tweeëntwintig gravures, alle nog keurig beschermd door blanco blaadjes. 

Het inktstempeltje op het titelblad maakt duidelijk dat mijn aanwinst ooit stond in de boekenkast van Jan Baptist Benoit (1807-1887) uit Harelbeke (België). Hij was 'huissier' oftewel deurwaarder van beroep en bezat een uitgebreide en bijzondere muziekbibliotheek. 


Het is tijd om ons wat meer in de uitgave te verdiepen. Het gaat hier om het derde deel van een achtdelige serie geschreven door de dichter, broodschrijver (en politiek querulant!) Lieve (L.) van Ollefen (1749-1816) en de Delftse boekhandelaar Rocus (Rs.) Bakker (1752-1828) die tussen 1793 en 1801 (in 8ºverscheen bij Hendrik Arend (H.A.) Banse in de Stilsteeg te Amsterdam. Van Ollefen en Banse waren goed bekend met elkaar door hun samenwerking aan de Nationaale Bataafsche Courant.


De Koninklijke Bibliotheek bewaart een uniek bericht van intekening (1792) op de uitgave "zijnde een van alles kundige geleider" (zie hierboven). Daaruit blijkt dat men voornemens was de gehele Republiek te behandelen wat uiteindelijk niet is gelukt. Op het werk kon worden ingetekend waarna de uitgever zich verplichtte tot levering onder de volgende voorwaarden:
"1. De aflevering geschiedt bij bladen, ieder van 16 pag.
2. Ieder blad is versierd met een fraaje plaat, verbeeldende een gezicht van deze of geene stad, dorp, vlek, heerlijkheid, enz. naar de natuur getekend, en gegraveerd door de beste meesters.
3. De druk geschiedt op best mediaan schrijfpapier.
4. Voor ieder blad wordt bij de aflevering betaald. 4 St.
5. De bladen zullen elkander zo spoedig volgen als mogelijk is, behoudens de keurigste uitvoering, ten langsten twee blaaden in de maand; doch zullen buiten intekening volstrekt niet te bekomen zijn"

Uit het voorwoord in deel VII "Rhijnland" blijkt dat de intekenaren in juli 1793 "Eene aflevering (-) van een Vel Letterdruk", een soort proefdruk, ontvingen met enkele plaatsbeschrijvingen uit Rijnland. Niet lang daarna verschenen de eerste losse plaatsbeschrijvingen in volstrekt willekeurige volgorde omdat: "wy nu te dier tyd nog zo geene vaste regel in de uitgave hadden aangenoomen, om zo spoedig mogelyk de Stukjes tot een gevoegelyk Boekdeel te kunnen inbinden". De gekozen werkwijze bracht met zich mee dat elke stad- of dorpsbeschrijving een eigen paginanummering kent. Waren er voldoende beschrijvingen klaar dan konden ze bij elkaar worden gebonden volgens de gedrukte inhoudsopgave.
In de inleiding bij het tweede deel (Delfland) schreef Van Ollefen daarover: "In de hoope dat deeze schikking naar genoegen zal weezen van die onze geëerde Leezeren, welke verkiezen het werk tot deelen verzameld te hebben, (anderen begeeren het aan losse bladen te houden, om dat zij dan, een reisje gaande doen, slechts zo veele bladen behoeven medeteneemen, als zij voornemens zijn steden en dorpen te gaan bezoeken;)..."

Uiteindelijk zouden de volgende acht bundels/delen uitkomen:
I: ’t Eiland van Dordrecht, de Hoeksche Waard, de Zwyndrechtsche Waard, de Riederwaard, en ’t Land van Ysselmonde (1793). Door L. van Ollefen.
II: Delfland (1794). Door L. van Ollefen.
III: Amstelland, Weesper Kerspel, Gooiland, de Loosdrecht enz. (1795). Door L. van Ollefen.
IV: Kennemerland (1796). Door L. van Ollefen. Heruitgegeven door de Europese bibliotheek, Zaltbommel (1976).
V: Schieland, en Krimpenerwaard (1797). Door L. van Ollefen en Rs. Bakker,
VI: Het land van Voorne en Putten, Overflaque, Portugal, etc. (1798). Door Rs. Bakker.
VII: Rhijnland, westelijk deel (1799). Door Rs. Bakker. Heruitgegeven door de Europese bibliotheek, Zaltbommel (1976).
VIII: Rhijnland, oostelijk deel (1801). Door Rs. Bakker. Heruitgegeven door de Europese bibliotheek, Zaltbommel (1976).

Elk deel bevat een voorrede/algemene inleiding over de streek met een eenvoudige ingekleurde topografische kaart. Daarna volgen de beschrijvingen van een stad of dorp voorafgegaan door een enkel blad met een ovale gravure van de besproken plaats (als daar een gereformeerde kerk aanwezig was) met daaronder het stads- of dorpswapen. 

======================================================================
NB. De Europese Bibliotheek, Zaltbommel publiceerde in 1964 een uitgave met alle titelbladen, de zeven topografische kaarten en 204 gravures uit de serie (echter de afbeelding bij de beschrijving van het volksfeest/vrijheidsfeest in 1795 in Amsterdam ontbreekt!). Alleen de delen Kennemerland en Rijnland (I en II) werden door hen in 1976 integraal fotomechanisch herdrukt ("Zaltbommelse herdrukken").


Daarnaast heeft uitgeverij Canaletto (Alphen aan den Rijn) in de jaren tachtig van de vorige eeuw een onbekend aantal  afzonderlijke stads- en dorpsbeschrijvingen - fotografisch herdrukt - uitgegeven (in dezelfde opmaak) in de serie: "18e eeuwse stads- en dorpshistoriën". Daarvan ken ik er twee: Vlaardingen (nr. 19) en Amstelveen (nr. 18).

======================================================================

De inhoudelijke opbouw van elke stad- en dorpsbeschrijving volgt een vast patroon.
Eerst een korte inleiding, dan iets over de naamsoorprong, stichting en grootte, het wapen, kerkelijke/godsdienstige gebouwen, wereldlijke gebouwen, regering (bestuur), voorrechten, bezigheden/vermaken, geschiedenissen, bijzonderheden en tot slot de reisgelegenheden en logementen. De stadsbeschrijvingen zijn wat uitgebreider, met informatie over schutterijen en gilden. Over het algemeen is de aardrijkskundige en historische informatie betrouwbaar, zeker daar waar het gaat over de tijd waarin de auteurs leefden, de tweede helft van de 18de eeuw. Soms leest men over zaken of gebeurtenissen die moeilijk of nergens anders te vinden zijn. Bijvoorbeeld over 'het wonder van de Overtoom', een spraakmakende en curieuze gebeurtenis die destijds veel mensen op de been bracht en waarover van Ollefen vertelt onder het kopje ‘bijzonderheden’ van deze (destijds) Amstelveense buurt.
Tien jaar geleden schreef ik erover in: "Zomervreugd en noorderzon". Ander voorbeeld; in de beschrijving van het dorp Diemen wordt gesproken over een nieuw aangelegd kerkhof aan de Weespervaart "voor lieden die niet in de kerk begraaven willen worden".
Dat was destijds een nieuw fenomeen waarover ik eerder schreef in: "Zand erover". Van Ollefen geeft vervolgens de "hoofdzakelijke inhoud van de instructie van den doodgraver van dit kerkhof" bestaande uit tien punten. Punt 5: "De doodgraver zal niemand, die schielijk gestorven, of suspect van verdronken of vermoord te zijn, mogen begraven voor en aleer hij aan den Baljuw van Amstelland, of bij absentie aan den Schout daarvan kennis heeft gegeeven".
Dit gaat over begraafplaats 'Rustoord', aangelegd in 1791 en destijds de eerste particuliere buitenbegraafplaats bij Amsterdam.
Uit dergelijke bijzonderheden blijkt wel dat de informatie niet alleen uit boeken kwam (er worden in de teksten diverse auteurs genoemd), maar ook lokaal werd verkregen; "volgends onze ingewonnene berichten" of "verschuldigd aan de vriendlijkste mededeeling". De soms: "zonderlinge naauwkeurigheid van onze hoogstwaardige begunstigers, die zig niet willen vergenoegen, met ons gebrekkige berichten te laaten toekomen, en nog geene gelegenheid hadden om de hun noodige documenten magtig te worden, of de Magistraats-persoonen, die hun het een of ander onderricht moeten geeven, te raadpleegen" (voorrede deel I), had zelfs invloed op de volgorde van verschijning van de afzonderlijke delen. 


In zekere zin is mijn aanwinst het meest bijzondere deel van de acht. Het bevat maar liefst vier extra katernen die geen stad- of dorpsbeschrijving zijn maar een historische gebeurtenis beschrijven.
De eerste twee zijn direct na de beschrijving van Amsterdam ingebonden. Het gaat om: "Verhaal van het gebeurde vóór en bij het planten van den eersten vrijheidsboom te Amsteldam" en: "Korte beschryving van het volks-feest... " (zie de afbeelding hieronder).
Deze twee extra beschrijvingen worden niet vermeld in de inhoudsopgave en de twee bijbehorende ovale gravures vond ik niet terug in Frederik Muller's: "Nederlandse historieplaten". Leuk detail; de versjes onder de twee gravures zijn gesigneerd met respectievelijk L.v.O en V.O. (Lieve van Ollefen). Alle andere versjes in deze uitgave zijn anoniem.
De: "Korte beschryving van het volks-feest... " werd in een ander - kleiner - lettertype gedrukt. Dat ook deze twee beschrijvingen door H.A. Banse werden uitgegeven blijkt uit de vermelding door A.B. Saakes in zijn: "Naamlijst van Nederduitsche Boeken" (Amsterdam, 1799, zie illustratie onderaan). De "Korte beschryving van het volks-feest... " met bijbehorende prent is erg zeldzaam en ontbreekt vrijwel altijd in deel III (en de afbeelding dus ook in de eerdergenoemde heruitgave van de Europese Bibliotheek, Zaltbommel). Via de STCN vond ik slechts één ander exemplaar in de collectie 'Amstelodamica' van de archivaris en verzamelaar A.M. van de Waal (Allard Pierson, O 06-8658). 


De volgende twee beschrijvingen (eveneens met ovale gravure) staan beide wel in de inhoudsopgave. Ze zijn direct meegebonden na het katern: "De buurten onder de banne van Amstelveen". Het gaat om: "Naauwkeurig verslag van den jammerlijken brand te Amstelveen...(1792)", alsmede: "Amstelveen herbouwd". Anders dan de twee eerdergenoemde beschrijvingen van de gebeurtenissen in Amsterdam in 1795 vermelden ze beide op de laatste pagina onderaan het uitgeversadres: "H.A. Banse in de Hartestraat over den vergulden Kop".
De reden daarvoor is dat ze ook allebei als losse uitgave buiten intekening om zijn uitgegeven en verkocht. In een voetnoot op de eerste pagina van: "Amstelveen herbouwd" schreef Van Ollefen: "Ofschoon onze Stad- en Dorp-beschrijver, volstrekt niet afgeleverd wordt dan aan de Heeren Intekenaaren op denzelven, hebben wij echter de beschrijving van de brand ook buiten intekening gedebiteerd; en vermids niemand van gezegde Intekenaren zig daaraan heeft gestoten, oordeelen wij, ook omtrent dit blaadjen, als tot de beschrijving van den brand behoorende, die vrijheid te mogen gebruiken". In augustus 1793 werd er in de "Leydse Courant" mee geadverteerd. De apart verschenen uitgave van de brand in Amstelveen (hieronder links) onderscheidt zich van de uitgave voor de intekenaren (rechts) door de op het eerste blad meegedrukte ovale gravure en aangepaste inleiding. Echter, een dergelijk aparte uitgave in deze opmaak met betrekking tot "Amstelveen herbouwd" is onbekend.


Het derde deel is ook het deel met de meeste gravures ('ovaaltjes') van Anna Catharina (of Cornelia) Brouwer (1772-18..). Zij was een van de vele illustratoren binnen het in de achttiende eeuw populaire genre van stads- en dorpsgezichten en we kennen haar werk voornamelijk door haar gravures voor deze serie. Van de tweeëntwintig afbeeldingen in deel III  (inclusief die bij beschrijvingen van historische gebeurtenissen) zijn er negentien van haar hand. Vaak graveerde zij naar tekeningen van anderen maar er zijn ook enkele die geheel door haar zijn ontworpen en gegraveerd. De overige gravures zijn van: J. Koning (Ouderkerk), J.G. Visser (Amstelveen en "Gezigt van den zwaaren Brand te Amstelveen") en Th. Koning (Muiden). 


Veel minder bekend is dat bij H.A. Banse gelijk met dit derde deel nog zes andere ovale gravures (met versjes) van haar verschenen van de gevechten in 1787 tussen Pruisische troepen en patriotten bij enkele Amsterdamse voorposten. Ook deze zes - vrij zeldzame - afbeeldingen vond ik niet terug in Frederik Muller's "Nederlandse historieplaten". Het zijn:
2. "Aanval op Muiden 1787".
6. "Aanval op Weesp 1787".


Enkele zijn duidelijk geïnspireerd op afbeeldingen gegraveerd door Cornelis Brouwer (ca. 1733-1803), vermoedelijk haar vader. Ze waren bedoeld om door liefhebbers "in alle beschrijv. dier troubelen, op dat form. gevoegd te kunnen worden" (zie illustratie hieronder uit A.B. Saakes: "Naamlijst van Nederduitsche Boeken" (Amsterdam, 1799)). Dat sloeg natuurlijk bij uitstek op het gelijktijdig verschenen derde deel van: "De Nederlandsche stad- en dorp-beschrijver", waarin de schermutselingen bij deze voorposten uitvoerig staan beschreven.


Als we de opmerkingen in verschillende eind negentiende eeuwse veilingcatalogi mogen geloven was de complete serie van acht delen toen al weinig voorkomend. Bepaald zeldzaam werd de uitgave (of losse complete delen daarvan) tijdens de gouden jaren van het antiquariaat, de tweede helft van de twintigste eeuw. Bibliotheek- en archiefonderzoek naar de eigen woonomgeving werd in deze periode een populaire vrijetijdsbesteding.
Tal van genealogische - en lokaal-historische verenigingen ontstonden of groeide in ledental.
Er verschenen speciale gidsen als de: "Handleiding voor de beoefening van lokale en regionale geschiedenis" (Weesp, 1984), geschreven door prof.dr. W. Jappe Alberts en antiquaar A.G. van der Steur, waarin de serie: "een belangrijk werk voor Noord- en Zuid-Holland (zonder West-Friesland en het Noorderkwartier)" werd genoemd.
Piet Buijnsters beschreef in: "Het verzamelen van boeken. Een handleiding" (Utrecht, 1992) in de inleiding bij hoofdstuk 10 ("Topografie en geschiedenis") hoe dit alles leidde tot een toenemende vraag naar authentieke afbeeldingen en contemporaine stad- en dorpsbeschrijvingen. Door de boeken te slopen konden losse prenten en afzonderlijke beschrijvingen voor (in totaal) meer geld worden verkocht. Ook ik heb destijds voor enkele tientjes per stuk originele losse beschrijvingen (zonder de dure gravures) uit deel drie gekocht en bij menig inwoner met interesse voor lokale geschiedenis hing (hangt) een ingelijst ovaal prentje van zijn woonplaats uit "De Nederlandsche stad- en dorp-beschrijver" aan de muur.

Inmiddels is de "De Nederlandsche stad- en dorp-beschrijver" bij lokaal historische verenigingen een goede bekende. In diverse verenigingsbladen is er al eens over geschreven en soms zijn zelfs complete dorpsbeschrijvingen opnieuw uitgegeven om te worden verspreid onder de leden en/of de verenigingskas te spekken. En heeft u toch liever iets origineels? Geen probleem want losse beschrijvingen en gravures worden veelvuldig aangeboden op websites als Marktplaats, Boekwinkeltjes of Antiqbook.

vrijdag 20 december 2024

Hoe een 'straatnamenlijst' een legenda werd


Onlangs verwierf ik bij het Haarlemse veilinghuis Bubb Kuyper mijn derde achttiende eeuwse stadsgids van Amsterdam (zie mijn aanwinsten van november 2024, nr. 5).
Het gaat om: "Le Guide, Ou Nouvelle Description d'Amsterdam; Enseignant aux Voyageurs, et aux Negocians, Son Origine, ses Agrandissements & son Etat actuel; Sa Splendeur, son Commerce, & la Description de ses Edifices, Ruës, Ports, Canaux, Ponts, Ecluses, &c. le départ des Postes, des Chariots, des Barques, &c. Avec une Description de sa belle Maison de Ville" (Amsterdam, 1734).
Deze Franstalige gids is een vertaling van de: "Wegwyzer door Amsterdam...", die voor het eerst verscheen in 1713 (en vervolgens in 1726, 1737 en 1751). Twee latere Franse edities (uit 1772 en 1793) werden al een jaar eerder bij hetzelfde veilinghuis aan mij toegeslagen (zie mijn aanwinsten van november 2023, nrs. 7.a. en 7.b.).

Een dergelijk bezit nodigt uit tot een vergelijking tussen de gidsen onderling. Natuurlijk zijn er verschillen in de indeling en inhoudelijke informatie maar ook de illustraties zijn in elke gids door andere graveurs gedaan. Een wezenlijk onderdeel - en aanwezig in elke moderne stadsgids - is een stadsplattegrond. In de editie uit 1734 ontbreekt die nog (later toegevoegde kaartjes buiten beschouwing gelaten). 


Daarvoor in de plaats zit een stadspanorama gegraveerd door Daniel de Lafeuille (1640-1709) dat in de latere edities ontbreekt. Vanaf bladzijde 72 treffen we de feitelijke 'wegwyzer' aan: "Guide des canaux, ruës & travérses, de la ville d'Amsterdam", een overzicht van alle grachten, straten en stegen. Eerst de oude stadszijde (vanaf De Beurs tot de Weesperpoort) en vervolgens de nieuwe -zijde (vanaf de Tesselse/Texelse kade tot Bickerseiland). Tot slot volgen de grachten, straten en stegen die lagen in de laatste, vierde uitleg (stadsvergroting), tussen de Heiligeweg en de Amstel. Met een dergelijk overzicht in de hand, een geschreven plattegrond (die veel weg heeft van een 'straatnamenlijst'), kon de bezoeker/toerist al wandelend een route langs de genoemde stegen, straten en sluizen van de stad uitstippelen of de weg vinden naar een locatie/bezienswaardigheden.


Ook mijn editie van 1772 bevat dit overzicht maar ditmaal bevindt zich voorin ook een stadsplattegrond, "Plan de la ville de Amsterdam/De platte grond van de stad Amsteldam". 
Het desbetreffende kaartje (19.5 cm. breed en 16.5 cm. hoog) vond ik snel terug in het onvolprezen overzicht van Marc Hameleers: "Kaarten van Amsterdam 1538-1865" (Amsterdam, 2013) onder nummer 109 (blz. 217), 4de uitgave. Hameleers signaleert het kaartje in de Guides die door Covens en zijn familie werden uitgegeven in 1772, 1793 en 1802.
En inderdaad vind ik het kaartje terug in mijn gids van 1793 en het online exemplaar van de editie uit 1802. De 26 nummers tellende legenda linksboven is eenvoudig. Behalve het stadhuis, de waag, de beurs (1, 2, 3) en het besjeshuis (26) worden alleen nog twee scheepswerven, wat kerken (kapellen) en stadspoorten aangegeven.


Ook aanwezig in de editie van 1793 - vanaf blz. 47 - is de 'straatnamenlijst': "Noms de canaux, de rues &c. de la ville (*)". Daarmee is nu wat bijzonders aan de hand want bij het beginpunt: De Beurs (La bourse) staat: "quaré de la carte D h & g" (bij alle volgende locaties is 'quaré' afgekort tot q.). In de voetnoot (*) onderaan lezen we in de verwijzing: "Pour la commodité des amateurs les éditeurs de cet ouvrage débitent un vaste plan de la ville, partagé en quarés & numeroté des quatre cotés: la lettre du haut ou du bas avec celle d'un coté y indiquent le quaré où se trouve le canal ou la rue dont on cherche la situation. Ce sont ces quarés & ces lettres qui sont marqués dans cet ouvrage à coté de chaque canal, rue &c." (vertaald: "Voor het gemak van de liefhebbers verkopen de uitgevers van dit werk een uitgebreide kaart van de stad, verdeeld in vierkanten en aan vier zijden genummerd (sic!): de letter bovenaan of onderaan en die aan beide (zij)kanten geven het kwadrant (vierkant) aan waarin de gracht of straat zich bevindt en waarvan men de locatie zoekt. Het zijn deze kwadranten en letters die in dit werk achter elke gracht of straat zijn vermeld"). Hier wordt dus verwezen naar een apart verkrijgbare kaart waarmee deze lijst - thans gepromoveerd tot legenda - correspondeert.


Keren we vervolgens terug naar Hameleers dan is er maar één plattegrond die hiervoor in aanmerking komt; nummer 136 (blz. 259): "Plan Nouveau & tres exact de la Ville d'Amsteldam. Nieuwe Platte Grond der Stad Amsteldam" (Mortier, Covens en Zoon/Van Baarsel, 1795-1825)". Hoezo 1795? Maar er is meer...
Wie vanaf bladzijde één door het standaardwerk van Hameleers bladert moet constateren dat het hier gaat om de allereerste raster- of gridkaart van Amsterdam. Iets wat Hameleers - vreemd genoeg - niet als zodanig benoemt. De bewaard gebleven proefdruk van de kaart (zie hieronder), met het Amsterdams stadswapen, lege titelcartouche en lege legendablokken (in de linker- en rechterbovenhoek) wordt door hem gedateerd op 1794, mogelijk 1795 en - zo schrijft hij - "Nadat de proefdruk van de pers kwam, werd hij nog gebruikt, al is het onduidelijk wanneer dit gebeurde". 


Gezien het voorgaande lijkt het mij meer dan waarschijnlijk dat deze kaart al twee jaar eerder, in 1793, werd gemaakt. De daaropvolgende uitgave is gedateerd 1795 (zie hieronder), ditmaal met ingevulde titelcartouche in de stijl van de Bataafse republiek (1795-1806) met patriottische vrijheidshoed (in plaats van stadswapen). De grote variatie die Hameleers onderscheidt binnen de veertien verschillende uitgaven (met en zonder titels, verschillende dateringen enz.) wijst op keuzevrijheid en diverse toepassingsmogelijkheden bij de uitgever. Daartoe behoorde dus ook de optie om deze kaart los te verkopen naast de stadsgids: "Le Guide d'Amsterdam" uit 1793, bij dezelfde uitgever verschenen, die immers al de legenda bevatte!


In "le Guide d'Amsterdam" van 1802 tenslotte is de lijst van alle grachten, straten en stegen verdwenen. In het voorwoord aan de lezers schrijft de uitgever: "On a retranché de cet ouvrage les courses en ville, parce que l'on peut se procurer chès l'éditeur un plan de la ville, où sont indiqués les places, les canaux, les rues, & les principaux édifices" (vertaald: "We hebben de routes door de stad uit dit werk verwijderd, omdat bij de uitgever een plattegrond van de stad verkrijgbaar is, waarop de pleinen, grachten, straten en hoofdgebouwen zijn aangegeven").
De 'straatnamenlijst' is definitief legenda geworden.

vrijdag 10 juni 2022

De wandelingen van verzamelaar Gerrit Lamberts


Op de eerste junidag vond ik in de Athenaeum boekhandel op het Amsterdamse Spui de uitgave: "Gerrit Lamberts' Amsterdam door Gijs en Floor" (Zwolle, 2022). De twee auteurs: Gijs Stork en Floor van Spaendonck ken ik niet maar volgens de tekst op de achterflap schrijven ze wekelijks een wandelcolumn voor "Het Parool" en delen ze Lamberts' liefde voor Amsterdam.
Ik dacht terug aan mijn gesprek enkele weken geleden in de archiefwinkel van het Amsterdamse Stadsarchief met Jan de Klerk, die mij vertelde dat er (toch) geen catalogus zou verschijnen bij de tentoonstelling: "Dwalen door Amsterdam. De tekeningen van Gerrit Lamberts 1800-1850" (1 april tot 31 juli 2022). Als doekje voor het bloeden en ter bestrijding van deze na-ijlende teleurstelling besloot ik het boekje te kopen en eens te kijken wat ik thuis in mijn collectie bewaar aan 'Lambertsiana'. Daarnaast bezocht ik een week later ook de fraaie tentoonstelling en nam enkele foto's (voornamelijk van de titelbladen van zijn zes mappen met 'wandelingen', die ik - anders dan veel van zijn tekeningen - niet in de beeldbank van het Amsterdamse stadsarchief terugvond).

Gerrit Lamberts (1776-1850) was een Amsterdamse papier- en boekhandelaar die bekend werd als tekenaar en verzamelaar van Amsterdamse stadsgezichten. In 1824 werd hij benoemd tot "eerste opzigter van ’s Rijks Museum", dat toen nog in het Trippenhuis aan de Kloveniersburgwal zat.


Over de inhoud van zijn verzameling bestaan drie uitgaven die zich in mijn collectie bevinden. In chronologische volgorde zijn dat:
A. G. Lamberts: "Lijst der onderscheidene verzamelingen welke sedert den jare 1826 zijn bijeen gebracht door Gerrit Lamberts" (z.p. [Amsterdam], 1836).


B. G. Lamberts: "Lijst der autographen, geschrevene en gedrukte stukken, voorkomende in de onderscheidene verzameling van Gerrit Lamberts" (z.p. [Amsterdam], 1850). Deze uitgave verscheen 'Niet in den handel'. Uitgave A en B zijn samengebonden in een kartonnen met sierpapier beplakt bandje. Het was kennelijk - zoals blijkt uit de opdracht voorin - een presentexemplaar: "de wel Ed. de Gijzelaar. Van den Verzamelaar". 


C. "Catalogus van eene zeer belangrijke en uitgebreide verzameling teekeningen en prenten van beroemde Meesters uit verschillende tijdvakken, uitmakende eene zeldzame aldus voorkomende Atlas der stad Amsterdam, alles en alleen nagelaten door den heer Gerrit Lamberts, in leven Eerste Opzigter van 's Rijks Museum, Lid van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten, enz." (Amsterdam, 1850). Dit is de veilingcatalogus die verscheen bij Jeronimo de Vries, Cornelis François Roos en Johannes Albertus Brondgeest. De veiling vond plaats op maandag 18 november 1850 ten huize van C.F. Roos in het Huis met de Hoofden (Keizersgracht 123). De catalogus werd voor 25 cent verkocht en het geld kwam ten goede aan de armen. Los in deze uitgave bewaar ik Lamberts' overlijdensaankondiging (14.5 cm. x 21.5 cm.).


Voordat Stork en Van Spaendonk met ons aan de wandel gaan verschaft Izanna Mulder (tentoonstellingsmaker en junior conservator bij het Amsterdamse Stadsarchief) de broodnodige historische achtergrondinformatie met haar inleiding: "Het eeuwige en veranderende Amsterdam van Gerrit Lamberts". Lamberts had meerdere verzamelingen (de veilingcatalogus beschrijft er veertien!) maar de tweede verzameling (de 'Atlas') staat in haar verhaal en in deze uitgave centraal. Dat de verzamelingen van Lamberts tijdens zijn leven groeiden zal geen verbazing wekken. Het is daarom interessant om eens een nadere blik te werpen op - in dit geval - de 'Atlas' met vier stadswandelingen. Wat zat daar precies in en wat wordt daarover medegedeeld in de drie genoemde publicaties (A, B en C)? Hieronder heb ik alle informatie bij elkaar gezet per (genummerde) wandeling. 

Volgens Lamberts' eigen opgave in 1836 (A) bevatte deze tweede verzameling: "Eene zeer groote menigte van Afbeeldingen van Gebouwen, Gezigten, Oudheden en Gebeurtenissen; Portretten, gedrukte stukken enz. voorkomende in -  en geschikt naar de door den Verzamelaar vervaardigde berijmde Beschrijvingen van onderscheidene gedeelten der Stad Amsterdam, voorgesteld bij wijze van wandelingen door dezelve, door hem in onderscheidene Genootschappen voorgedragen, en die in handschrift bij elk van dezelve is gevoegd".

De veilingcatalogus (C) omschrijft de inhoud als volgt:

"Bevattende: Gebouwen en Gezigten in Amsterdam, Voorvallen, Zeldzaamheden, Portretten, Paskwillen, Verzen, enz. waaronder Teekeningen van Moucheron, Vinkeles, Moritz, Jelgershuis, Pfeiffer, J. de Beyer, J. Andriessen, J. de Wit, Beerestraten, Houbraken, enz.; Verdeeld bij wijze van wandeling door de stad, die met de door den Verzamelaar vervaardigde en dikwerf voorgedragene Geschreven Berijming, ieder bij de daarbij behoorende zullen worden verkocht, als:..."

Kijken we vervolgens naar de inhoud van de vier wandelingen (I t/m IV).

I. Van de WESTERMARKT naar den DAM zonder Steenen Sluizen over te gaan in twee delen 

Eerste deel. Van de Westermarkt tot in het Park.
Tweede deel. Van uit het Park tot op den Dam.

Omslag no. 1. De Westermarkt en van dezelve tot aan de Leidschestraat.
Bij dezelve bevinden zich vele zeldzame betrekkelijk den ouden Schouwburg en het Doolhof, als ook de geteekende portretten van de laatste Directeuren der gewezene Stads Teeken-Academie, in de Raamstraat, enz.

Omslag no. 2. Van de Leidschestraat tot in het Park.
Bij deze zijn de door R. Vinkeles geteekende Portretten van de leden der Stads Teeken-Academie, voorheen vergaderende boven de Leidschepoort, en vele andere bijzonderheden.

Omslag no. 3. Van uit het Park, langs den Buitenkant, tot op den Dam 
Hierbij bevinden zich de door Vinkeles geteekende (doch onvoltooide) afbeeldingen der Schilderij van de aanbieding der sleutels der Stad aan Napoleon, in 1811, vele betrekkelijk de onlusten op Kattenburg, in 1787; alsmede vele bijzonderheden rakende de Oude Kerk.

Omslag no. 4. Den Dam, gebeurtenissen op denzelven. Het oude en nieuwe Stadhuis, de Waag, Beurs enz.
Hierbij zijn vele Teekeningen en Schetsen, verscheidene Stukken wegens de Regtsoefening, een aantal der gebeurtenissen op den Dam, en vele betrekkelijk de Beurs, de Waag en het Stadhuis enz.

Omslag no. 5. Het Koninklijk Paleis van binnen, benevens de Nieuwe Kerk.
Hierbij zijn vele gebeurtenissen op het Stadhuis, geteekende Portretten van bijzondere personen, en vele betrekkelijk de Nieuwe Kerk, Huldiging van den Souvereinen Vorst, Graftombes enz.

De titel werd aangepast tot ...liggende in Zes Omslagen omdat no 3. werd gesplitst in twee omslagen: E. Van uit het Park tot den Kadijk en F. Van den Kadijk tot op den Dam. (waardoor 4 en 5 respectievelijk 5 en 6 werden).

Bevattende te zamen ruim 1450 stuks, waaronder 215 Teekeningen en 195 Portretten.

Uit zijn aparte verzameling autografen (originele handschriften) zat bij deze tweede wandeling (omslag 1): "Punt. (Begrafenisbriefje van Johannes) Amst. 24 Dec. 1779, Wester Kerk", en (omslag 3, F): "Wagenaar, (Brief van den Historieschrijver Jan) aan J. Buyssant te Haarlem".


II. Van het KONINGSPLEIN naar den HEILIGEN WEG, mede zonder Steenen Sluizen over te gaan.

Omslag no. 6. Het Koningsplein, Botermarkt, Kolveniers Burgwal.

Omslag no. 7. O.Z. Achter- en Voorburgwal, Nes, Rok-in, Heilige Weg.
Bij deze twee Omslagen zijn als bijzonder aan te merken: de Munt, de Botermarkt, met vroegere Kermisvoorstellingen, de Vuurwerken vóór den Doelen in 1696 en 1703, benevens eene omstandig geschrevene Beschrijving van het laatstgemelde, zoo als het door zeker Gezelschap is bijgewoond, benevens de Rekeningen enz., en andere Stukken.

Van het Koningsplein naar den heiligen Weg, mede zonder Steenen Sluizen over te gaan, liggende in Twee Omslagen.

No. 5.
Omslag A. Van het Koningsplein tot aan het Rusland.
Omslag B. Van het Rusland tot op den Heiligen Weg.

Te zamen ruim 360 stuks, waaronder 69 Teekeningen en 46 Portretten.

III. Van de NIEUWE MARKT naar den DAM.

Omslag no. 8. 
Hierin bevinden zich vele betrekkelijk de Anthonis Waag, Portugeesche Synagoge, de, door den Verzamelaar geteekende, inwijding der R.C. Kerk Geloof, Hoop en Liefde. De teekeningen der Schilderijen in de R.C. Fransche kerk, door J. de Witt, enz.

Te zamen ruim 350 stuks, waaronder 65 Teekeningen en 65 Portretten.


IV. Van den DAM naar den HAARLEMMERPOORT.

Omslag no. 9.
Waarbij zich bevinden eenige betrekkelijk het Wapen van Embden, het Ye en Noordhollandsche Dorpen, Haringpakkers tooren, Brand en Ruïnen der Luthersche Nieuwe Kerk, de onderscheidene Haarlemmerpoorten, Wester-Doksluis enz.

Bij ieder van al deze Omslagen is nog een paket met gedrukte Stukken, Boekjes, Gedichten, zilveren Penningen enz.

7. Van den Dam naar de Haarlemmerpoort, met inbegrip van een uitstap naar de Zaan en de drie Eilanden alhier. Te zamen ruim 240 stuks, waaronder 42 Teekeningen en 32 Portretten. Bij deze wandeling zijn nog gevoegd een aantal Boekjes, en bij ieder een Paket.

Deze Wandelingen No. 4, 5, 6 en 7, zullen met de paketten en geschrevene Berijmingen, eerst ieder wandeling afzonderlijk, en daarna te zamen aan de daarvoor meerder biedende worden toegewezen.

De veilingcatalogus volgde een eigen nummering per onderdeel. In de eerste verzameling 'Amsterdam' zaten: 1. Platte gronden, 2. Profil Gezigten en 3. Burgerwijk-Kaarten. Zodoende werd de tweede verzameling met alle wandelingen genummerd 4 (wandeling 1) t/m 7 (wandeling 4).

Uit Lamberts' aparte verzameling autografen (originele handschriften) zat bij de vierde wandeling: "Petri, (Brief van Ds. George Hendrik) aan Willem Momma te Koningsbergen. Saardam 11 Dec. 1699". 


Helaas valt er uit deze inhoudelijke opsomming geen reconstructie te maken van de exacte route van Lamberts' wandelingen. Kortom; de wandelingen van Gijs Stork en Floor van Spaendonck zijn dus niet de wandelingen van Lamberts zelf, maar hun eigen wandelingen geïllustreerd met Lamberts tekeningen van Amsterdamse gebouwen en stadgezichten.
Zelf schrijft Izanna Mulder daarover: "Omdat de collectie verspreid raakte over verschillende verzamelingen, zijn de wandelingen helaas niet meer precies te reconstrueren. Ook van de tekst is slechts een fragment bewaard gebleven. De titelbeschrijving in zijn catalogus, waarbij hij bijvoorbeeld van de Westermarkt naar de Dam wandelt 'zonder Steenen Sluizen over te gaan', maakt echter wel nieuwsgierig" (blz. 11). Maar hoe zit het dan met de uitgestippelde wandelingen die op de tentoonstelling waren te zien? Ik sprak daarom ook even met Erik Schmitz die de tentoonstelling maakte (en die ik al dertig jaar ken). Erik vertelde me dat het reconstructies zijn op basis van Lamberts tekeningen, de genoemde publicaties, enkele bewaard gebleven fragmenten van de beschrijving bij de wandelingen en wat anderen daar later over schreven. Al met al te weinig om waarheidsgetrouwe reconstructies te maken. 

Zijn reactie bevestigde mijn vermoeden dat ik met mijn speurneus goed werk had gedaan. Inmiddels had ik namelijk een uitgebreid verslag gevonden van Lamberts tweede wandeling.


Ik vond het terug in de kortstondig verschenen: "Nieuwe Amsterdamsche Mercurius, of maandboekje voor de hoofdstad" (Amsterdam, 1847, blz. 398 t/m 402). De auteur is onbekend; we komen alleen te weten dat hij een lezer was die meende dat het niet ongepast was om het verslag ter plaatsing in te zenden. Alvorens over te gaan tot een beschrijving van de wandeling schreef hij de volgende korte inleiding:
"Het is 10 à 12 jaar geleden, dat ik in eene der gewone vergaderingen van het Amsterdamsch Eerste Departement der Maatschappij Tot Nut van 't Algemeen met veel genoegen van den Heer G. Lamberts gehoord heb eene, door hem, zoo hij het noemde, Berijmde Historische Wandeling door deze Stad, en wel van het Koningsplein naar den Heiligeweg, zonder steenen sluizen over te gaan. - Hoe vreemd deze opgave ons ook scheen, werd deze wandeling met veel genoegens gehoord. - Het onderwerp was eenvoudig en zeer onderhoudend; men kon den spreker als het ware van huis tot huis vergezellen, elke straat of gracht, langs welke hij ons voerde, kenden wij; daarbij was dezelve doorvlochten met vele historische bijzonderheden van de vroegere gelegenheid van dit gedeelte der stad en met dikwerf luimige of pikante aanmerkingen. - Bij het vernemen van dit nieuwsoortig onderwerp, eene wandeling van het Koningsplein naar den Heiligeweg met vermijding van steenen sluizen, meende ik den te nemenen weg dadelijk gevonden te hebben, doch hier en daar werd ik in mijne verbeelding door een steenen sluis verhinderd, en toen de spreker een aanvang maakte met zijn onderwerp, was ik geheel gehoor. Ik heb, te huis gekomen, daarvan het een en ander opgeteekend, naderhand de wandeling zelve gedaan, en mij veel deswegens herinnerd, welke herinneringen ik thans wilde mededeelen".

Vervolgens geeft hij een uitvoerige beschrijving van de route en bezienswaardigheden die Lamberts hem had getoond. Vanwege het belang van zijn verslag en voor wie het in zijn geheel wil nalezen heb ik de desbetreffende vijf pagina's gefotografeerd en onderaan dit artikel opgenomen. Het origineel kan worden geraadpleegd op het Amsterdams Stadsarchief (Bibliotheek, nr. 15030, nr. 467). 

Daarmee is - ruim anderhalve eeuw later - duidelijk wat de precieze route was van Lamberts' tweede wandeling van het Koningsplein naar de Heilige weg "zonder steenen sluizen over te gaan". Voor mijn trouwe bloglezers (waaronder zich vast en zeker ook fervente stadswandelaars bevinden!) heb ik alvast dit routekaartje gemaakt (dat - net als bij alle andere illustraties - eenvoudig is te vergroten door het aan te klikken).


De routebeschrijving hierbij (van A naar B) is als volgt: Koningsplein - westzijde Singel (Bloemenmarkt) naar de Munt - Regulierbreestraat - Botermarkt (Rembrandtplein) - Halvemaansteeg (over de houten Halvemaansbrug) - Kloveniersburgwal (oostzijde) - Nieuwmarkt - Kloveniersburgwal (westzijde) - Oude Manhuispoort - Oudezijds Achterburgwal naar de houten Stoofbrug (Brug 214) - Stoofsteeg - Oudezijdsvoorburgwal - over de houten Lombardsbrug (Lommertbrug) - Enge Lombardsteeg - Nes - Langebrugsteeg over de houten Langebrug (Donderbrug) - Rokin - Olieslagersteeg - Heiligeweg - Singel. 

En tot besluit wil ik tegen u en speciaal Gijs en Floor zeggen: loop eens een echte wandeling van Lamberts!





vrijdag 18 juni 2021

Over een bijzonder heemraadschap en een verdwenen trekvaart


Ik heb reikhalzend uitgekeken naar: "De atlas van de trekvaarten in Zuid-Holland" (2021), een fraai geïllustreerd standaardwerk over het ontstaan, de geschiedenis en diverse routes van deze vroege vorm van openbaar vervoer in het gewest Holland. Het boek werd uitgegeven door Thoth (die bekend staat om zijn voorbeeldig uitgegeven en betaalbare kaartboeken, zoals de vierdelige serie: "Kaarten van Amsterdam") en is samengesteld door Marloes Wellenberg en Ad van der Zee. Mijn verwachtingsvolle spanning had ook te maken met de afbeelding (in de inleiding, bladzijde 13) van mijn unieke kaartje voor de trekschuit Gouda - Amsterdam uit 1775 (waarover ik schreef in: "Nederlands oudste openbaar vervoersbewijs?").
Hoofdstuk 26, geschreven door Marloes Wellenberg, over de Amstelstroom en de trekvaart tussen Gouda en Amsterdam had mede daarom mijn bijzondere belangstelling.


Haar verhaal is een vrij feitelijk historisch overzicht vanaf de totstandkoming van deze verbinding in 1658 (ondanks alle stedelijke rivaliteit) tot aan het begin van de twintigste eeuw toen andere vormen van transport de trekschuit allang hadden overgenomen. Verschillende wetenswaardigheden passeren de revue, zoals bijvoorbeeld over de uitdrukkelijke bepaling in het octrooi dat de trekschuit tussen Amsterdam en Gouda alleen was bedoeld voor passagiers/reizigers en hun bagage en niet voor goederenvervoer ('waaren van koopmanschap'). Het hoogtepunt van deze verbinding lag - als bij alle trekvaartverbindingen - in de zeventiende eeuw. In tal van uitgaven uit de zeventiende - en achttiende eeuw wordt de trekvaart (vaak zijdelings) verbeeld en/of beschreven. Wie bladert in het bekende buitenplaatsen-plaatjesboek van Abraham Rademaker (1676/1677-1735): "Hollands Arcadia of de vermaarde Rivier den Amstel..." (Amsterdam 1730) ziet de trekschuit veel voorbijkomen (ook met goederen!) en in het inleidende gedicht van Gijsbert Tijs(s)ens (1693-1732) wordt het drukke trekvaart-verkeersknooppunt naar diverse steden, herberg de Be(e)rebyt net buiten de stadsmuren aan de Amstel, aldus bezongen:


"Daar lokt de Berebyt myn blyde Zangnimf aan,
Om in haar lomm'rend groen een weinig my te onthouden,
Wie staat hier niet verbaast door al 't gewoel te aanschouwen,
Der mensen, die de lust, of noodzaak'lykheid
Naar and're steden langs den Amstelstroom geleid?
Deez' gaat naar Utrecht, die naar vorst'lyk Schravenhagen,
Daar Hollands Vaderen de vryheid onderschrágen
Door wys beleid en raad; die gaat naar Rotterdam,
Deez naar Tergouw, of Delft, 't zy dat hy herwaarts kwam
Om Amsterdam te zien, dat pronkjuweel der steden,
Of dat hy derwaarts gaat om zyne bezigheden;
Het wémeld hier altoos van menssen zonder tal,
Vaart heen Trekschuiten! vaart bevryd voor ongeval!".

Jubeltonen, die echter de terugval in de achttiende eeuw maskeren van deze populaire vorm van publiek transport. Wellicht veelzeggend is een gravure uit 1736 (door J.C. Philips) van de bocht aan de Amsteldijk bij 't Molentje, afkomstig uit het eerste deel van de "Amstellandsche Arcadia" (Amsterdam, 1737) van Daniel Willink (1676-1722). Wat pleziervaart, een vissertje en twee keuvelende heren aan een verstilde Amstelbocht met een paar eenzame en werkloze rolpalen (die moesten voorkomen dat de trekschuit tegen de kant aanliep). 


Een eeuw later, rond 1820 bevond de trekvaart zich definitief in zijn eindfase. Toen Koning Willem I (1772-1843) in april 1817 de uitgestrekte veenplassen hier bezocht was hij vooral onder de indruk van de 'vuurmachine' van Boulton en Watt aan de Amstel, die sinds 1791 in gebruik was bij de Eerste Bedijking van de Mijdrechtse droogmakerij. Na de stoommachines van Blijdorp (Rotterdam) en Groenendaal (Heemstede) was dit het derde stoomgemaal in Nederland en een toeristische attractie van formaat!


Aan de overkant van de Amstel lag de Thamerpolder met het dorp Uithoorn waar Willem wellicht in een herberg wat zal hebben uitgerust om alle indrukken te verwerken. Daar ontmoette hij Jacob de Jong (1767-1838) die tussen 1818 en 1820 burgemeester van Uithoorn zou worden. Geboren in het gehucht Thamen had Jacob met eigen ogen gezien hoe handel en scheepvaart op de Amstelstroom langzaam maar zeker in het slop raakten.
Daarom broedde hij al sinds lange tijd op een plan om de Amstel, de Drecht en de Aar voor grote schepen bevaarbaar te maken. Bij Koning Lodewijk Napoleon Bonaparte (1778-1846) had zijn plan weinig gehoor gevonden, maar 'kanalenkoning' Willem I had er wel oren naar en moedigde hem aan zijn ideeën op papier te zetten.


De Jong (u ziet hem hierboven als Ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw) ging aan het werk en publiceerde in december 1825 - voor eigen rekening - zijn plan getiteld: "De Amstel, De Drecht en de Aar voor groote schepen bevaarbaar gemaakt" (z.p. [Amsterdam], z.j. [1825]). In de voorrede schreef hij: "Ik voegde hier tevens bij eene figurative Kaart, dienstbaar ter aanwijzing van den waren loop en strekking van den Amstel, de Drecht en de Aar, vergezeld van eene begrooting der kosten, die tot de uitvoering vereischt zouden worden; tot al hetwelk de dienstvaardige hulp van den kundigen Landmeter Leendert van Heusden, te dier tijd Conducteur bij den Waterstaat en woonachtig aan den Uithoorn, mij zeer te stade kwam..." (blz. VIII).

Toen zijn brochure verscheen waren de werkzaamheden vrijwel klaar want na de Koninklijke goedkeuring in 1823 (vastgelegd in een ordonnantie die hier nog ter sprake komt) was men voortvarend te werk gegaan. Storende begroeiing langs het traject (zoals riet en bomen) werd verwijderd, de vaargeul gekanaliseerd en uitgediept tot ongeveer 3 el en de rivierbedding verbreed. Een groot aantal tollen langs de vaarroute, die altijd voor veel vertraging hadden gezorgd, werd uitgekocht. De ‘duivelssluis’, de bij schippers slecht bekendstaande flessenhals bij Huis ten Drecht, werd vervangen door een nieuwe 'Amstelsluis' (de Tolhuissluis) waarvan de eerste steen al in september 1824 was gelegd. Bij de Vrouwenakker werd een brug aangelegd en bij Uithoorn kwam een brug met dubbele klap, zodat de doorgang aanzienlijk breder werd. 


Een aantal jaren geleden kon ik De Jongs publicatie, in een blauw papieren omslag met etiketje "Van den Schrijver" aanschaffen voor mijn collectie. De auteur heeft aan het eind van de inleiding een strookje papier geplakt met daarop in handschrift: "In de hiervolgende beschrijving komt voor Amstelpeil, moet zijn Amsterdamschpeil gewoonlijk aangeduid wordende door AP. DJong".


Helaas ontbrak aan mijn aanwinst die fraaie handgekleurde kaart (waarop de 'stoommachine' staat aangegeven). Daarvan liet ik destijds een kleurenkopie maken bij mijn blogredacteur Reinder Storm (Bijzondere Collecties van de UvA, thans Allard Pierson). In februari 2020 kon ik echter op Marktplaats voor vier tientjes een incompleet exemplaar van De Jongs publicatie bemachtigen, met de originele kaart, die ik vervolgens toevoegde aan mijn complete exemplaar.


De antiquarisch veel zeldzamere: "Ordonnantie op de vaart langs den Amstel, Drecht en Aar van Amsterdam tot aan den Rijn en vice versa toegestaan aan heemraden van den Amstel en Nieuwer-Amstel" (Amsterdam, 1823) kon ik al vele jaren geleden op een boekenmarkt kopen. Tot het takenpakket van dit bijzondere heemraadschap behoorde behalve het verbeteren en onderhouden van de vaart over de rivier de Amstel, Drecht en Aar tot de Rijn ook het dagelijks beheer van de Binnendijkse Buitenveldertse polder, de Amstelveense - of Middelpolder en de Bovenkerkerpolder. Eerste dijkgraaf werd mr. Antoni van der Waeijen Warin, die om gezondheidsredenen al gauw plaats moest maken voor initiatiefnemer Jacob de Jong. 
In de ordonnantie werd nog nadrukkelijk rekening gehouden met de trekvaart. "Schepen of Vaartuigen met staande masten gejaagd of getrokken wordende, zullen de hun tegenkomende Volk- of Trekschuiten, en allen die niet aan masten maar aan jaagstokken, of met lijnen aan de bolder vastgemaakt, getrokken of gejaagd worden, binnen door laten passeren..." (Artikel 2, blz. 3/4).


Als onderdeel van het dagelijks leven rond 1830 staat 'De Trekschuit' nog in het vierde deeltje (blz. 106/107) van mijn zwaargehavende en beduimelde exemplaar van: "Verzameling van Nederlandsche tafereelen van kunsten, ambachten en bedrijven voor kinderen..." (Zaltbommel, 1830). Ook op de Amstel voeren toen nog regelmatig trekschuiten, maar niet voor lang meer...


In oktober 1844 valt het doek definitief. De "Nieuwe IJzeren Barge Dienst van Amsterdam op Gouda, v.v." neemt het vervoer per trekschuit over. Ook de dagen van het Heemraadschap van de Amstel en Nieuwer-Amstel zijn dan geteld. Naarmate de steden groeien, het platteland en de infrastructuur zich ontwikkelen en het vervoer en transport intensiveert, begint het klachten te regenen over de slechte toestand van de wegen en vaarten onder haar beheer. De roep om dit onder te brengen bij de desbetreffende gemeenten neemt naarmate de eeuw ten einde loopt toe. Ook de annexatie in 1896 van een groot gedeelte van Nieuwer-Amstel door Amsterdam knaagt aan haar positie. Ruim tien jaar later, op 1 januari 1908, wordt het Heemraadschap van de Amstel en Nieuwer-Amstel opgeheven.