Posts tonen met het label Typografie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Typografie. Alle posts tonen

donderdag 25 mei 2023

De mooiste Nederlandse letterproeven


Op 24 juni 2022 overleed Jos Swiers (geb. Amsterdam 23 augustus 1943), eigenaar van De Althaea Pers in Den Haag. Ik leerde hem dertien jaar geleden kennen via Marktplaats waar hij een exemplaar aanbood van de Gootjesbijbel. Ik had wel interesse en nam contact met hem op. Een paar dagen later reed ik naar zijn huis in Den Haag om mijn aanwinst contant te betalen en mee te nemen. Wat me van die eerste ontmoeting sterk is bijgebleven was de grote overeenkomst tussen de inhoud van zijn en mijn rijkgevulde boekenkasten. In één oogopslag was duidelijk dat wij veel gemeenschappelijke interessegebieden hadden, naast boeken over boeken en oud drukwerk of bijzondere ('commonplace') uitgaven, vooral veel fraai verzorgde uitgaven van diverse moderne 'private presses' (margedrukwerk).

Slechts éénmaal kruisten onze verzamelaar-degens elkaar. Toen ik in 2018 "Een Amsterdams neuzenlied" kocht op Marktplaats bleek later dat hij al de hele collectie 'en bloc' had gereserveerd. Hij liet de verkoper echter weten dat hij het geen probleem vond om dat enkele blad aan mij te laten. Zijn collectie op dat gebied was toch al reusachtig (ruim 4000 liedbladen, liedboekjes en gelegenheidsdichten uit met name de negentiende en twintigste eeuw) en werd uiteindelijk in 2020 geschonken aan de bibliotheek van de Universiteit Leiden. Een andere grote passie van Jos was zijn muze: de dichteres Anneke Brassinga.
Hij bezat letterlijk alles, in diverse uitgaven en varianten, van wat zij had geschreven en wat er van - en over haar (ook door zijn eigen pers) was uitgegeven.


Vanaf het eerste moment klikte het tussen ons en onderhielden wij onregelmatig contact, zelden persoonlijk, meestal per email en soms als reactie op mijn blog. Jos was een buitenbeentje onder de margedrukkers. De Althaea Pers drukte niet met lood en drukpers, maar digitaal met computer en kleurenprinter. Jos drukte voor zijn plezier, in beperkte (vaak erg kleine) oplage voor bepaalde personen of bij bijzondere gelegenheden. Eenvoudig kopietjes draaien was dat echter geenszins! Hij was een pietje-precies en dus niet gauw tevreden, kortom net zo lang sleutelen tot het resultaat perfect was. In een tijd waarin ik als bibliofiele veelvraat een stuk minder kon spenderen dan tegenwoordig ontving ik van hem af en toe gratis bijzondere uitgaven van zijn pers (zoals u op mijn blog hier, hier en hier) kunt lezen. Dat waren vaak HC-exemplaren, samengesteld van het 'uitschot', de extra afgedrukte bladen voor het geval er iets misging met een genummerd exemplaar. De laatste keer dat ik hem in levenden lijve zag was op 18 oktober 2019 in Leiden, tijdens de bijeenkomst 'het Groeiboek voltooid & 40 jaar De Ammoniet' (lees: "De Ammoniet in mijn bibliotheek").


Het laatste grote project van De Althaea Pers dat ik zonder kosten van Jos ontving was: "Dwars door West" ('s-Gravenhage, 2021/2022), een heel mooi uitgegeven serie boekjes met Amsterdamse jeugdverhalen van de kunstenaar Johan Breuker (oplage 100 exemplaren). In de aanbiedingsbrief bij de eerste twee deeltjes schreef Jos: "Ik weet hoezeer Amsterdam je aangaat. Daarom deze zending van - helaas voor jou - één van de HC-exemplaren, te gebruiken door ons als een van de genummerde exemplaren manco's vertoont. Dat was niet het geval. Vandaar. Geen garanties voor de toekomst natuurlijk". Uiteindelijk ontving ik alle vijftien afleveringen, evenals de slotuitgave: "Dwarsdoorsneden", met een overzicht van alle illustraties die Johan Breuker voor de reeks maakte. 

Begin 2023 realiseerde ik mij - bij het maken van mijn maandelijkse aanwinstoverzicht - dat ik van De Althaeapers geen koppermaandaguitgave had ontvangen. Ik zocht daar verder niks bijzonders achter. Pas begin april stuitte ik op het in memoriam op de website van de Atalanta Pers en kwam ik er tot mijn schrik achter dat Jos alweer bijna een jaar dood was.

Deze maand werd ik opnieuw daaraan herinnerd toen ik veiling 357 bekeek van Burgersdijk & Niermans in Leiden. Aangekondigd werd dat deze ook de bibliotheek zou omvatten van Jos Swiers (bibliografie, typografie, boekbinden, margedrukwerk en handschriften).
Een van de kavels (805) betrof: "De Grote Nederlandse Letterproef" (Banholt/Woubrugge, 1998. Oplage 90 exemplaren). Zestig prozafragmenten van Jacob Israël de Haan.
Plus een boekje: "Verantwoording" en "Inhoud en bibliografie" en 61 (in plaats van 60) boekjes (2 verschillende bijdragen van nr. 38) door verschillende margedrukkers in verschillende lettertypen. Ook bijdragen nr. 5 en 52 die pas na beëindiging van het project verschenen zitten hierbij. Dat alles gevat in fraaie schuifdoos (gemaakt door Frans den Breejen) die het letterstaafje 'H' voorstelt.


In het bekende boek van P. van Capelleveen & C. de Wolf (red.): "Het ideale boek. Honderd jaar private press in Nederland, 1910 - 2010" (Den Haag, 2010) wordt een apart hoofdstuk aan deze letterproef gewijd (blz. 174/175). "Wat echter het project zo bijzonder maakt, is dat het - zoals de naam al aangeeft - tevens een letterproef is. Elke drukker kreeg een letter toegewezen en werd geacht naast het prozafragment een zo compleet mogelijk polis van 'zijn' letter te geven (dat wil zeggen alle beschikbare tekens: onderkast, kapitalen, kleinkapitalen, cijfers, diakrieten, ligaturen, enzovoort) en iets over het ontstaan en de ontwerper mee te delen. Het resultaat is verbluffend, want een mooiere staalkaart van letters die aan het einde van het loodtijdperk in de drukkerijen voorhanden was, bestaat er niet".


Al twee keer eerder had ik geprobeerd om via een veiling dit roemruchte monsterproject van margedrukkers te bemachtigen maar telkens werd ik overboden. Ditmaal zette ik extra hoog in en wachtte af. Tot mijn verbazing werd mijn kavel ditmaal voor een erg laag bedrag afgehamerd en werd ik voor € 190,- euro (excl. veiling en verzendkosten) de nieuwe eigenaar. Na afloop van de veiling bleek dat veel bijzonder margedrukwerk niet was verkocht. Dat leidde ertoe dat ik in de aftersales ook voor een belachelijke € 90,- euro (excl. veiling en verzendkosten) eigenaar werd van kavel 822: "Veertig plus" (z.p., 2015. Oplage 105 exemplaren, waarvan slecht 17 voor de verkoop). Een overslagdoos, gemaakt door boekbinderij Distelkamp, met maar liefst 89 verschillende bijdragen (en een apart voorwoord met deelnemerslijst) met als thema 'Drukken' van verschillende kleine 'private presses' op verschillende manieren gedrukt en gebonden. Een bijna drie kilo zwaar project ter gelegenheid van de veertigste verjaardag van Drukwerk in de Marge met het grootste aantal bijdragen uit hun geschiedenis. Een uitvoerige bespreking van dit monsterproject staat in het jaarboek van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen 2015 (R. Keijser en M. van Duijn: [Boek van het jaar]: "Veertig plus (2015). Drukwerk in de Marge gevat in een doos").


Overigens ben ik slechts een bescheiden liefhebber van typografie m.n. letterproeven, een echte verzamelaar ben ik niet. Mijn collectie past op één boekenplank. Uiteraard staan daartussen ook facsimile uitgaven zoals de prachtige heruitgave van de "Proef van letteren, welke gegoten worden in de Nieuwe Haerlemsche Lettergietery van J. Enschede 1768" (Amsterdam, 1993) naast: "Exploring the heritage of the Elzeviers. A tale of fonts 1658-1713" (Amsterdam/Leiden, 2013). Een cassette die, naast een fraai vormgegeven en geïllustreerde inleiding door Paul Hoftijzer, twee facsimile-uitgaven bevat van oude letterproeven; de unieke "Specimen Typorum" (Leiden, 1658) en de "Proeve der drukkerye van mr. Abraham Elzevier" (Leiden, 1713).


Nieuwe boeken over typografie/letterproeven koop ik vrijwel nooit. De laatste, alweer ruim tien jaar geleden, was een prachtige tweedelige uitgave van Taschen: "Type. A visual history of typefaces and graphic styles" (Köln, 2009/2010). In elk deel zit een keycard met wachtwoord die toegang geeft tot een besloten gedeelte op de website van Taschen met vele honderden scans van letter- en ornamentproeven van diverse drukkerijen tussen 1628 en 1938. 


Toevalsvondsten in mijn kringloop laat ik uiteraard niet liggen. Toen ik daar in maart 2021 voor enkele euro's een exemplaar tegenkwam van: "Spectrum, Romulus, Lutetia, Romanee, Open Kapitalen, Bembo, Perpetua, Times, Baskerville, Bodoni, Falstaff, Cheops, Gill, Spartan, Marina, Bavo, Houtsnee" (uit 1959), een letterproef ontworpen door Bram de Does (1934-2015) van de Lettergieterij Enschedé en Zonen, nam ik die zonder aarzelen mee.
Meer spectaculair daar was de vondst van een Duitse letterproef: “Handbuch der Schriftarten” (Leipzig, 1926), geschreven door A. Seemann. Voor deze uitgave die een bijna volledige lijst bevat van alle soorten drukletters bij Duitse lettergieterijen in die tijd (alleen de index beslaat al 48 bladzijden) wordt in het Duitse antiquariaat rond de € 400,- euro gevraagd (mijn € 2,25 euro valt daarbij in het niet). Overigens verschenen hierop in 1927, 1929, 1930, 1933/1935, 1936/1937 en 1938/1939 addenda ("Nachträge"). 
En een buitenbeentje in de verzameling is natuurlijk: "De unieke boekbindersletterproef van Aldert Witte", die ik eerder beschreef.


Wie een bruikbaar overzicht zoekt van bijzondere Nederlandse letterproeven kan ik het overzichtswerk aanraden van J.A. Lane & M. Lommen: "Letterproeven van Nederlandse gieterijen/Dutch typefounders' specimens" (Amsterdam, 1998). Daarin staan ook een paar iconische antiquarische letterproeven die ik in de loop der tijd kon bemachtigen. Vermoedelijk meest bekend (en antiquarisch prijzig) is de beroemde "Letterproef der Lettergieterij 'Amsterdam' voorheen N. Tetterode. / Spécimen Genéral de la Fonderie 'Amsterdam' successeur de N. Tetterode" (Amsterdam, 1916). Een imposante pil van ruim 750 bladzijden (zie: Lane & Lommen, nr. 334) gedrukt in diverse kleuren. Mijn exemplaar (met ex-libris van de politicus Ard (G.A.) van der Steur, zoon van de bekende Haarlemse antiquaar A.G. van der Steur (1938-2012)) kocht ik via antiquariaat Grimbergen. Het boek (genummerd 5817) komt vermoedelijk direct uit het magazijn, want de originele bestempelde beige linnen band is nog geheel smetteloos en niet verkleurd (zoals meestal wel het geval is).
 

Deze oogstrelende letterproef, naar een ontwerp van Sjoerd de Roos (1877-1962), kostte maar liefst drie jaar voorbereiding en weegt bijna 4 kilo. Antiquarisch is het boek nog steeds verkrijgbaar tegen stevige prijzen van rond de tweehonderdvijftig euro. Niet lang daarvoor had ik via Marktplaats al een vrij zeldzame Duitse variant daarvan gevonden en voor honderd euro gekocht. Deze: "Auszug aus der hauptprobe der lettergieterij 'Amsterdam' voorheen N. Tetterode / Zierschriften und einfassungen" (Amsterdam, ca. 1924) heeft geen doorlopende paginering en bevat grote gedeelten uit de eerdergenoemde algemene proef van 1916 plus enkele supplementen. Gebonden in originele bestempelde beige heellinnen band komt deze zo niet voor in het overzicht van Lane & Lommen (zie: nr. 336).

Persoonlijk de mooiste letterproef van deze lettergieterij, waarover ik niet zo lang geleden schreef in: "Een beroemd letterstaafje”, vind ik: "Proeven van Oostersche schriften / Lettergieterij 'Amsterdam' voorheen Tetterode" (Amsterdam, Z.J. [1910]). Alleen de band al - ontworpen door Sjoerd de Roos - is een lust voor het oog maar ook de inhoud is spectaculair (zie: Lane & Lommen, nr. 1285). 


Destijds leverbaar waren: Chinees in 2 corpsen (lees: "De zaak van de verdwenen Chinese matrijzen" van Ronald Steur), Japans (in 5 soorten), Arabisch (2), Maleis (2), Turks (2), Perzisch (2), Grieks (8), Koptisch, Syrisch, Hebreeuws (5), Nieuw Javaans (2), Oud Javaans (3), Makassaars (3), Boeginees (3), Mandaïlings (2), Hiëroglyfen en Hiëratisch.


In mijn bibliotheek staan nu enkele van de fraaiste Nederlandse letterproeven die zijn uitgegeven en die - nog steeds - voor iedere liefhebber/verzamelaar van dit genre met wat geduld en geld zijn te bemachtigen. "De grote Nederlandse letterproef" (samen met: "Veertig plus") komt bovendien uit de collectie van een bibliofiele vriend en bijzonder margedrukker. In gedachten hoor ik Jos met een glimlach zeggen: "Ditmaal geen 'HC' exemplaren"! 

zaterdag 27 augustus 2022

Cliché voor de Klare Waarheid


Eind juli resulteerde mijn snuffelen op Marktplaats in de vondst van een bijzonder vooroorlogs (lijn)cliché. Dat was niet voor het eerst! Ruim zes jaar eerder overkwam me dat ook al en ik schreef erover in "Clichés". Ditmaal echter waren het geen kopieën die teruggingen op veel oudere afbeeldingen, maar een ontwerp speciaal vervaardigd voor een jubileumbrochure die zich ook in mijn collectie bevindt.
Al vrij snel werd ik voor veertig euro de nieuwe eigenaar van dit bijzondere drukkersreliek dat 13 cm. breed is, 18 cm. hoog en 2,2 cm. dik (inclusief het houten blokje).


Dit cliché werd gebruikt voor het drukken van de voorzijde van het: "R.K.-Gilde van de Klare Waarheid (straatsprekers) Amsterdam. Ontstaan, werk en werkwijze 1912-1926" (Amsterdam, 1926), een geïllustreerde lustrumuitgave van hun medelid, de journalist P(iet) A. Kasteel (1901-2003).
Het thans geheel vergeten Rooms-Katholiek Gilde van de Klare Waarheid werd in 1921 opgericht naar voorbeeld van het eind 1918 opgerichte Engelse 'Catholic Evidence Guild'. Het Gilde was gevestigd in Amsterdam en had op de Plantage Middenlaan zijn (vergader)zaal. Het doel van het Gilde was in zijn algemeenheid: verkondiging van de Katholieke Waarheid en het weerleggen van leugens en dwalingen over het Katholicisme.
Ze waren niet de enige geloofsverkondigers in de publieke ruimte. "Straatpredikers verrijzen als paddestoelen uit de grond, ook op de woelige Nieuwmarkt. Natuurlijk is dit ieders recht, maar men kan er dan zeker van zijn dat het spoedig spaak loopt. Straatprediking is niet ieders werk; één misgreep en je hebt een keet van jewelste! Inzonderheid de verschijning van Rome met een heel gilde lekenpredikers, 'De klare Waarheid' geheten, wekt beroering. Dit is hun bedoeling niet: het zijn trouwe borsten, die hun oprechte overtuiging propageren, het zijn ook goede collega's. Rome is echter veel meer gehaat dan wij, zij ondervinden heftige tegenstand van het publiek. Weldra zien zij zich genoodzaakt politiebescherming in te roepen. Welnu, als je in een buurt als deze met één agent begint, kun je het weldra met tien politie-mannen niet meer redden. De kans, dat er ergens een rel kan ontstaan, werkt op de Amsterdammer - ook op de fatsoenlijke - als een magneet. Hij moet er bij zijn! Zo verzamelt zich elke zaterdagavond om de stand van 'De klare Waarheid' een talrijk publiek" (N. Baas: "Marskramer van het Evangelie" (Franeker, z.j. [1959], blz. 105).
Na een wat aarzelend en tumultueus begin op de Nieuwmarkt (volgens de lustrumuitgave van het Gilde: "de Babelsche markt van Jodenkramen en religie- en ongeloofcolporteurs") vond straatprediking plaats op diverse Amsterdamse pleinen zoals het Museumplein en in stadsparken waaronder het Sarphatipark. Tot de eerste straatsprekers behoorde Johannes Josephus Hendrikus (Jos) Mineur (1887-1957), die in 1933 door het Gilde zou worden geroyeerd omdat hij openlijk uitkwam voor zijn fascistische overtuiging. Feitelijk werd daarmee de bloeitijd van het Gilde afgesloten waarin steeds vaker interne ruzies en meningsverschillen over de te varen koers en houding ten aanzien van rivaliserende straatpredikers van een andere geloofsrichting een rol gingen spelen. 
 

Tijdens de oorlog waren er geen activiteiten en daarna leidde het Gilde een kwakkelend bestaan. Toen in 1952 B. Voets tot directeur van De Klare Waarheid werd benoemd, kwam hij een keer zijn predikers tegen op de Vijzelgracht op hun 'schavotje'. "Enkele eigen supporters stonden er omheen maar geen enkele voorbijganger bleef staan luisteren. Voets vond dit nutteloos en er volgden gesprekken met het bestuur om er een einde aan te maken. Verscheidene bestuursleden waren nog tegen: men hoopte dat de terugkomst van P. Kasteel uitkomst zou brengen. Maar toen deze overging in diplomatieke dienst, vervloog deze verwachting in rook. Uiteindelijk, na heel wat argumenten, wilde men kiezen voor opheffing als de priesterdirecteur tegenover het kerkelijk gezag de volle verantwoordelijkheid aanvaardde. Dat gebeurde en zo werden door het bisdom de straatpredikers in 1956 teruggetrokken. (-) Het Gilde was geschiedenis geworden, een kleurrijk onderdeeltje van het Amsterdamse volksleven" (B. Voets: "Amsterdamse straatprediking. Verhaal van het Rooms-Katholieke gilde van de Klare Waarheid", in: "Ons Amsterdam", 1984 (36), blz. 137 t/m 140). Het archief van het Gilde/RKGK bevindt zich thans in het Nijmeegse Katholiek Documentatie Centrum (Archiefnr. 644).

De omslagillustratie is (onder het wapen van Amsterdam) gesigneerd door de kunstenaar Aug(ustinus Gerardus) van der Linde (1890-1983). Van der Linde was een leerling aan de Hendrick de Keyserschool in Amsterdam en lid van het Schilder- en teekengenootschap Kunstliefde (Utrecht). Hij illustreerde enkele vooroorlogse (kinder)boekjes uitgegeven door de R.K.-Boekcentrale in Amsterdam evenals het voor de lokale (kerk)geschiedenis niet onbelangrijke: "Toen het oude kerkje van Pastoor Wubbe nog bestond" (Amsterdam, 1925), maar dit is - voor zover mij bekend - zijn enige omslagontwerp. Na de oorlog werd hij meer bekend met zijn: "Zoo was Nederland in de winter 1944-1945" (Utrecht, 1945), een doos met 18 reproducties van zijn aquarellen met kenmerkende situaties tijdens de hongerwinter, zoals 'De Centrale Keuken', 'Sloopers uit Nooddruft', 'Fietsen vorderen', 'Razzia' en 'De Onderduiker'.


Voor de lustrumbrochure van het Gilde maakte Van der Linde een bijzonder ontwerp in Art Deco stijl met getekende letters die onder en boven open zijn. Op het cliché hebben ze daarom veel weg van hiërogliefen! Door de ruimte tussen de letters op de brochure lichtblauw te kleuren lijkt het alsof de tekst(plaat) werd uitgezaagd en op een blauwe ondergrond ligt. Dergelijke 'open' belettering is geïnspireerd op het werk van typograaf Hendrik Wijdeveld (1885-1987) en gelijkt op die van de omslag van een nummer van het beroemde tijdschrift "Wendingen" (januari 1925), gewijd aan het raadhuis ontwerp van architect W.M. Dudok (1884-1974) voor Hilversum. De drie gestileerde figuren doen sterk denken aan het beeldhouwwerk van de Amsterdamse school, met name dat van tijdgenoot Hildo Krop (1884-1970). 


In: "De Tijd: godsdienstig-staatkundig dagblad" van 15 oktober 1926 werd de uitgave geprezen. "De uitgever die zich met ware piëteit kweet van zijn taak dit boekje zoo aantrekkelijk mogelijk te maken, bond het in een omslag welks voorpagina den door een haag van doornige vooroordelen en andere zielsbelemmeringen naar Christus heenworstelenden mensch te zien geeft en maakte er een geheel eigenaardige en tot dusverre als eenig in haar soort te beschouwen propaganda-werkje van voor - zooals Mgr. Callier zich in gelukwensch uitdrukt - de 'klare waarheid van ons heilig geloof'". 

Aug. van der Linde omschreef zijn werk op de binnenzijde van het omslag als volgt: "De mensch van goeden wil, welke zoekt naar de waarheid, gevangen in de doornen ranken van vooroordeel, zelfzucht, onwetendheid en dergelijken, worstelend om vrij te komen om te gaan tot de Waarheid [Christus]. Het Gilde van de Klare Waarheid zal dien mensch helpen om te komen tot de kennis der eeuwige waarheden van ons heilig geloof. Aug. v.d. Linde".

De lustrumbrochure zag het licht bij drukkerij Limburgia van J. Babeliowsky & zoon. Die bevond zich vanaf eind 1904 in de Gerard Doustraat 65, vlak bij de Amsterdamse Albert Cuypmarkt. Eind jaren zeventig van de vorige eeuw verhuisde de drukkerij naar elders. Zeer waarschijnlijk heeft mijn aanwinst daar gedurende een mensenleven gelegen tussen de drukpersen, letterbakken, drukinkt, papierbundels, en drukproeven in de bak met gebruikte en vergeten clichés.

vrijdag 12 augustus 2022

De unieke boekbindersletterproef van Aldert Witte

Aldert Maria Witte (1916-1974) was een beroemde typograaf en ontwerper van boekbanden die in 1962 de Staatsprijs voor Typografie won. Hij was een leerling van Charles Nypels (1895-1952) en zijn opvolger als boekbandontwerper bij uitgeverij Het Spectrum (Prisma-pockets!). Zijn vakbroeder Dick Dooijes (1909-1998), die ruim veertig jaar werkte bij de Lettergieterij 'Amsterdam' voorheen N. Tetterode schreef over Witte dat hij een stille bescheiden man was: "die als boekverzorger werk heeft gedaan van moeilijk te overschatten betekenis voor het peil van de Nederlandse boekdrukkunst. (-) Maar belangrijker acht ik het werk, door hem gedaan voor het heel gewone, goedkope pocketboek. Hij heeft aangetoond dat ook zo'n boekje er goed uit kan zien, dat het karakter kan vertonen in zijn vormgeving en prettig leesbaar kan zijn. Op dit terrein deed hij voor ons land pionierswerk dat erkenning vond in het herhaaldelijk voorkomen van door hem verzorgde pockets onder de bestverzorgde boeken van menig jaar" (in D. Dooijes: "Boektypografische verkenningen uit boekblad en andere periodieken" (Amsterdam, 1986)).


Behalve met de verzorging van goedkope boeken, hield Aldert Witte zich ook bezig met de vormgeving van uitgaven in het luxere segment zoals voor de nog steeds bestaande
Stichting De Roos, die jaarlijks (geïllustreerde) literaire uitgaven voor bibliofielen uitbrengt in een beperkte oplage van 175 exemplaren. Zijn leermeester Charles Nypels was in 1945 samen met Chris Leeflang en G.M. van Wees daarvan de oprichter geweest.
Het bekendste (en antiquarisch meest kostbare) boek van De Roos is: "Regelmatige vlakverdeling" (Utrecht, 1958), geschreven en geïllustreerd door Maurits Cornelis Escher (1898-1972). Aldert Witte tekende voor de boekverzorging en typografie van deze uitgave die kan worden gerekend tot één van de hoogtepunten in zijn carrière. Dieptepunten waren er ook, zoals de uitgave die ik lang geleden beschreef in: "Bij het graf van Charles Nypels".


Aldert Witte schreef ook zelf over boekverzorging. Bekend is: "De vormgeving van het boek" (Amsterdam, 1965), een met zwart/wit foto's geïllustreerd deeltje uit de serie die is uitgegeven door de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels. Hoofdstuk VIII gaat over "De boekband". 
Niets anders dan de band bepaalde het aanzien en de volledigheid van een volwassen boek. In de paragraaf over "De goedverzorgde boekband" schreef Witte: "Helaas is tot veel uitgevers dit feit nog nimmer doorgedrongen, want zij menen gegronde financiële redenen te hebben om geen of weinig aandacht aan het bandontwerp te besteden. Dit wijst op een jammerlijke vervlakking ten aanzien van de uiterlijke verschijning van het boek, die nochtans niet veroorzaakt behoeft te zijn door de industrialisatie van het uitgeversbedrijf of van het verschijnsel pocketboek of paperback.
Men is bereid, grote bedragen te investeren voor de vervaardiging van de - losse - stofomslagen, die het boek moeten 'verkopen', zonder zich te realiseren dat het stofomslag slechts een kort leven beschoren is en dat het boek, óók zonder stofomslag, een aangename indruk moet maken, hetgeen óók de verkoop kan stimuleren" (blz. 142).


En in: "De eenheid van boek en band" schreef hij: "Evenals bij de typografie van het boek de vormgeving van de tekst in overeenstemming moet zijn met het karakter daarvan, zo moet ook de band als een deel van dezelfde vormgeving beschouwd worden. Zo kan de symmetrische of de a-symmetrische vorm van de tekst op de band worden herhaald. Daarentegen kan men ook, en dit geld voor velerlei boeken, een neutrale band ontwerpen, waarbij men door de keuze van de lettersoort, de stand van de rugtitel en de kleur van het linnen, nog enige relatie met de klassieke of moderne opzet van het binnenwerk kan oproepen" (blz. 142/147). Vervolgens gaat Witte in op zaken als de keuze van de linnensoort, kleur en bestempeling maar ook de bandstempel. Probleem bij het laatste was "dat het lettermateriaal van de Nederlandse binder voor 80% uit sterk verouderd materiaal bestaat. Anderzijds beschikt hij meestal over een of twee meer of minder - en soms goed - bruikbare lettertypen. Het is de taak van de ontwerper, met deze bestaande stempelletters toch een verantwoord bandontwerp te maken, zonder dat de uitgever een messing stempel moet laten vervaardigen. Soms zal dit nodig, goed en noodzakelijk zijn, doch in veel gevallen is het mogelijk, uit het bestaande materiaal een goede bandbestempeling te maken, zelfs uit het verouderde materiaal, als de ontwerper bekwaam is tot een zodanige lettertoepassing, dat hij het lelijke van de letter weet te verdoezelen door de vormgeving. Veel eenvoudiger is het lettergebruik, wanneer de 'bestempeling' in verfdruk wordt uitgevoerd. Men kan dan gebruik maken van normale typen in drukletters" (blz. 149).
Ter illustratie staat op de tegenoverliggende bladzijde (148) een zwart/wit foto van: "Bandontwerpen uit een boekbindersletterproef, met toepassing van stempelletters. 1959".


Uiteraard ben ik bekend met het fenomeen 'letterproef', waarvan verschillende voorbeelden in mijn bibliotheek staan. Letterproeven zijn het visitekaartje van de desbetreffende drukkerij/uitgeverij en behoren daarmee logischerwijs vaak tot de meest opvallend vormgegeven uitgaven. Ook over typografie staat hier het een en ander op de planken, kortom boekverzorging en vormgeving hebben mijn interesse en ik ben er redelijk in thuis, maar... die afbeelding met dat onderschrift bracht me in verwarring. Ten eerste door een voor mij nieuwe term 'boekbindersletterproef', die - in samenhang met de afbeelding en het voorgaande citaat van Aldert Witte - enigszins verduidelijkt wordt. Ten tweede om het voor de illustratie gebruikte voorbeeld.
Ik ken namelijk geen 'boekbindersletterproef', laat staan eentje die op een dergelijke manier voorbeelden bevat van boekbanden. Als er al voorbeelden van boekbanden worden gegeven zijn het altijd (kleuren) illustraties. Een 'boekbindersletterproef' met 29 linnen modelbanden (inclusief de rug!) als (leporello)bijlage is - volgens mij - uniek, en dus werd ik nieuwsgierig naar deze uitgave en was mijn begeerte gewekt...
Het kostte mij een kwartiertje Googelen om erachter te komen dat het gaat om: "Letter en band. Letterproef toepassingen" (Duivendrecht, 1959), uitgegeven, gedrukt en gebonden bij Boekbinderij Kusters Duivendrecht N.V. die daar - onder de rook van Amsterdam - aan de Molenkade 44 zijn bedrijf had.  


In het Amsterdamse stadsarchief vond ik het kleine bedrijfsarchief terug (archiefnr. 30927). Daarin is ook een korte bedrijfsgeschiedenis opgetekend na 1974 door één van de directeuren, Theodorus Kusters Sr. Hierin lezen we het volgende: "Door de samenwerking met Het Spectrum, kwamen we in aanraking met de ontwerper Aldert Witte, een leerling van Charles Nypels, een fantastisch mens, die helaas te vroeg moest sterven. Genoemde Aldert Witte werd uiteindelijk aangezocht eens wat te stoeien met onze agenda en de resultaten door hem bewerkstelligd waren dusdanig dat heel de grafische gemeenschap de lof sprak van de toen verschijnende Kusters-Agenda" (blz. 12). En even verder: "Door de bijzonder fraaie resultaten verkregen met onze agenda's, menen we ook tussentijds iets te moeten doen om nog meer bekendheid te geven, ook aan ons bindwerk. In 1955 hebben we nog weer eens de papierbakjes voor de schrijftafel van stal gehaald in een wat betere uitvoering, omdat de voorgenomen uitvoering van 'Letter en Band' naar ontwerpen van Aldert Witte lange tijd van voorbereiding en uitvoering vraagt. 't Blijkt een goede pers te krijgen als het in 1960 wordt verspreid. Het geeft voorbeelden van verantwoordde ontwerpen met meer of minder verouderd materiaal aan letters en motieven. Echter blijft het verwachte effect van HH. Ontwerpers en Uitgevers beneden de verwachting, waardoor de geplande kostbare opzet in verhouding te weinig opbrengt" (blz. 14/15).


De totstandkoming van "Letter en band. Letterproef toepassingen" vergde dus een aantal jaren aan voorbereiding en bleek een relatief kostbare onderneming. Het zal bovendien in een beperkte oplage zijn verschenen, mogelijk niet in de handel, maar bedoeld als stalenboek of relatiegeschenk voor verschillende uitgeverijen. Thans is het een zeldzame uitgave - zo bleek mij al gauw - die slechts in enkele Nederlandse bibliotheken aanwezig is (de Koninklijke Bibliotheek, het Allard Pierson en de universiteitsbibliotheek Groningen). Daarnaast bezit ook het Huis van het Boek, waar het gedeeltelijk ontsloten, maar helaas niet toegankelijke archief van Aldert Witte ligt, twee exemplaren. Ik had dus - al met al - weinig hoop er eentje antiquarisch op de kop te tikken en kon mijn geluk niet op toen ik - miraculum mirabilis - na slechts enkele muisklikken bij antiquariaat Klondyke in Almere een exemplaar zag staan voor een naar mijn mening (zeer) bescheiden prijs (zie mijn aanwinstenoverzicht juni 2022, nr. 4).


Wat ik vervolgens een paar dagen later thuis ontving overtrof mijn verwachtingen. De uitgave (ca. 22.5 cm. hoog, 18 cm. breed en 4.5 cm. dik) zit in een plexiglas cassette. Als je de linnen band openslaat zit er links een boekje tegen het plat geplakt (60 blz. bestaande uit een inhoudsopgave/inleiding, 25 letterproeven verdeeld in 4 groepen en een 5de groep ornamenten & vignetten). Rechts zit de leporello met 29 modelbanden gedrukt op met karton beplakt linnen. Op de achterzijde van elke modelband staat informatie over de gebruikte letter/ornament (met groep en bladzijdeverwijzing naar het boekje met letterproeven), het gebruikte linnen en de uitvoering (meestal verfdruk). Uit het colofon blijkt dat de typografische vormgeving en alle bandontwerpen van Aldert Witte zijn. Van welke Nederlandse boekbandontwerper tref je zoveel modelbanden aan in één uitgave?


De (duidelijk door Witte geredigeerde) inleiding vermeldt het volgende: "Als men de gemiddelde band van het Nederlandse boek als maatstaf neemt, dan zal men niet kunnen ontkomen aan een beeld hetwelk ons de Nederlandse boekband toont als een soort noodzakelijk kwaad. Weliswaar zijn vele boekbanden dikwijls versierd met veel goud en kleur, doch niettemin en wellicht desondanks, zodanig gespeend van ieder gevoel voor vorm en verhouding en zo zonder enig verband met de inhoud en het karakter van het boek, dat men deze boekbanden mag vergelijken met het slaan van de bekende tang op het even bekende varken. Tonen deze boekbanden een averechtse uitwerking, daarnaast staat een veel groter getal boekbanden dat niet meer geeft en ook niet meer wil geven dan het gemis van iedere aantrekkelijkheid. Het is vooral in deze gevallen dat men kan spreken van een totale miskenning van de funktie van de boekband. Meer dan het om velerlei redenen noodzakelijke stofomslag, heeft het boek recht op een zodanige uitvoering en verzorging van de band, dat boek en band een volwaardig geheel vormen. 


Het stofomslag vervult slechts een tijdelijke funktie; de band is daarentegen een onverbrekelijk deel van het boek, met een voorbestemming tot langdurige bruikbaarheid.
Dat men ieder boek een band geve in uitvoering gelijkwaardig aan de innerlijke waarde en de vormgeving van het boek, vraagt nauwelijks een nader betoog. Onze uitgave 'letter en band' is een poging in velerlei soorten uitvoering, op velerlei soorten en kwaliteiten bindmaterialen, te tonen welke resultaten men kan bereiken bij de uitvoering van de boekband. Geven wij enerzijds een gegroepeerd overzicht van de bij ons aanwezige lettertypen, ornamenten en dergelijke materialen voor verguldwerk, verf- en zeefdruk, anderzijds mogen de opgenomen modelbanden een indruk geven van hetgeen men kan bereiken met de toepassing daarvan. 


Ook hier geldt: zoveel hoofden, zoveel zinnen, want terecht kan men bezwaar maken tegen de opname van enige soorten lettertypen. Dat wij deze typen toch in de letterproef opnemen en daarvan enkele toepassingen geven, is uitsluitend gedaan ten behoeve van het exceptionele geval waarbij de toepassing gerechtvaardigd zou kunnen blijken. Altezamen echter menen wij dat uit de modelbanden blijkt hoe bij een goede toepassing, d.w.z. een samenhang en keuze tussen bindmateriaal, letter, vormgeving en stempeltechniek, met verreweg de meeste lettertypen een verantwoord geheel van letter en band kan worden bereikt. Dit doel te bereiken willen wij door middel van deze uitgave onder de titel 'letter en band' stimuleren" (blz. 5/6). 

Ik trof welgeteld één bespreking aan van "Letter en band" door vakgenoten in: "Tété: technisch tijdschrift voor de grafische industrie" (15de jrg. nr. 1, januari/februari 1960, blz. 32). Ook daarin wordt al gesproken over uniek reclamewerk "gevat in een cassette van deels glasheldere en deels zwarte kunststof, op zichzelf ook een novum. De uitgevers die deze reclameuitgave ontvingen, zullen er mee in hun schik zijn. Het geheel laat immers zien dat het niet nodig is voor elke kleine of grote tekst op een boekband een kostbaar messingstempel te maken".

vrijdag 13 november 2020

Gij zult leergeld betalen...


Toen ik enkele dagen voor mijn verjaardag wat op Marktplaats rondstruinde trof ik daar een advertentie aan onder het kopje "Groot schilderij van de Tien Geboden". De foto's daarbij toonde echter geen schilderij maar een ingelijste negentiende eeuwse prent, zo te zien een litho.

Wie wel eens een oude hervormde kerk van binnen gaat bekijken loopt grote kans de inspiratiebron voor dergelijke kunstzinnige afbeeldingen tegen te komen; het tiengebodenbord of wetsbord. Veelal uitgevoerd in beschilderd hout gaat het om vrij forse objecten die niet direct in je huiskamer passen. Gelukkig verschenen er al vroeg - meer handzame - gedrukte afbeeldingen, zoals de onderstaande gravure (1583) van 'Mozes met de tafelen der Wet' - door Hendrick Goltzius (1558-1617) - uit de collectie van museum Boijmans van Beuningen. Eeuwenlang zijn de tien geboden c.q. 'de tafelen met de Wet des Heeren' op een dergelijke wijze (vaak vergezeld van Mozes en/of Bijbelse taferelen) weergegeven.


Lithografie (of steendruk) is een uitvinding van Alois Senefelder (1771-1834), een grafische techniek die in Nederland vanaf het tweede decennium van de negentiende eeuw opkomt en verschillende voordelen bood ten opzichte van de traditionele ets- en graveertechniek. 
In: "Het wezen van den steendruk" (Amsterdam, 1929), een vertaling door H.C.O. Magel van Senefelders bekende boek over zijn uitvinding, lezen we daar meer over en worden de verschillende instrumenten, benodigdheden en werkwijzen uitgelegd. Feitelijk is een litho (vlakdruk) een tekening op steen. Bij de litho die ik op Marktplaats zag leek me dat op de verdiepte manier gebeurd. De gehele afbeelding, alle punten en lijnen, letters en tekeningen is met vaste hand "hetzij door een scherp stalen instrument in de diepte van den steen gegraveerd of door sterkwater erin geëtst" (Hoofdstuk 2, blz. 147). Het resultaat benadert de mooiste kopergravures en deze techniek leent zich dan ook uitstekend voor het weergeven van muzieknoten, lettervormen, schrift en landkaarten. 

De eerste advertentie die ik in Delpher tegenkwam voor een "schoone gelithographieërde Plaat" met de tien geboden staat in de "Leeuwarder Courant" van november 1827. Het gaat volgens boekverkoper H.C. Schetsberg om de "DE TIEN GEBODEN, zinnebeeldig voorgesteld met verklaring". 


Ik heb het origineel niet gezien (noch gevonden) maar kan mij er wel een voorstelling van maken door simpelweg te bladeren in mijn achttiende eeuwse "Kleine Print-Bybel", waarin talrijke Bijbelpassages als een rebus op zinnebeeldige wijze zijn weergegeven.
Voor liefhebbers van typografie wordt het pas spannend als de lithografische kunstenaars naast typolithografie (d.w.z. het overbrengen van boekdrukletters op steen) ook allerlei fantasieletters gaan tekenen, die niet traditioneel in lood gegoten bij de drukker stonden. Wat ik op Marktplaats tegenkwam leek mij daarvan een mooi voorbeeld, maar niet het enige...


In de collectie van het Rijksmuseum vond ik de hierboven getoonde litho (60 cm. hoog en 48,5 cm. breed), gemaakt door W. Visser, gedrukt bij Hilmar Johannes Backer (1804-1845) en in 1836 uitgegeven door Hartog Zangers 'koopman in kunstplaten' te Dordrecht. 
Uit zijn advertentie ('belangrijk berigt') in de "Rotterdamsche Courant" van 22 november 1836 blijkt duidelijk zijn trots op deze uitgave van "DE TIEN GEBODEN, uitmuntend en kunstvol in steen gegraveerd, waaraan kosten noch moeite gespaard zijn en waaraan alle Bijsieraden door teekenkunst, vignetsgewijze, met smaak zijn bijgebragt".


Hoe fraai ook, de kunstplaat die ik op Marktplaats vond is nog overdadiger uitgevoerd. Het (kader)formaat is ook wat groter (65 cm. hoog en 46,5 cm. breed). De religieuze boodschap is eigenlijk bijzaak geworden. De hele litho is feitelijk één grote reclameplaat voor de virtuositeit van de kunstenaar en het technisch kunnen van de drukker alsmede het zakelijk inzicht en vernuft van de uitgever/verkoper. 

Toen ik op 'Wet des Heeren' in Google verder zocht was het meteen raak. Een identiek exemplaar (maar in slechtere conditie) uitgegeven in Groningen bij J.M. Billroth trof ik aan in de beeldbank Groningen (NL-GnGRA_1536_2815). Daarin staat ook een afbeelding van een anderhalve eeuw later gemaakte reproductie (NL-GnGRA_1536_2196). Met enige regelmaat duiken exemplaren van deze litho op bij Marktplaats en Catawiki (telkens in een andere lijst) die voor bedragen rond de veertig euro worden geveild (exclusief veiling- en verzendkosten). Mooi detail; in tenminste één protestantse kerk hangt deze 'Wet des Heeren' nog gewoon aan de muur... (Helenaveen, gemeente Deurne).


Johann Martin Billroth was een Duitser, die circa 1779 werd geboren in Stralsund aan de Oostzee als zoon van Friedrich Martin Billroth en Maria Charlotte Landgraff. Billroth (overleden in Groningen op 20 april 1851) was spiegelmaker, kunsthandelaar, kunstkoper en uitgever. Hij was in 1829 oprichter van de eerste gespecialiseerde steendrukkerij in Groningen (pas tien jaar later volgden drie anderen). In 1837 had hij een winkel op de hoek van de Grote Kromme Elleboog in Groningen
Zowel Billroth in Groningen als Backer in Dordrecht behoorden tot de eerste lithografen in Nederland en komen voor in het overzicht van steendrukkers werkzaam in Nederland vóór 1840 door Helen C.M. Marres-Schretlen en Rob Meijer (In: "De Boekenwereld", jrg. 15, 1998, nr. 1. blz. 142 t/m 146). 


De kunstplaat van Billroth verscheen vrijwel gelijktijdig met die van zijn Dordtse concurrent Backer, waarschijnlijk zelfs iets vroeger, want zijn krantenadvertenties voor kunstplaten in Delpher starten ook iets eerder. Hoe dan ook, één van de twee heeft leentjebuur gespeeld. Er zijn onmiskenbaar een aantal overeenkomsten, zoals de knielende Mozes links en de priester met bisschopsstaf rechts boven de stenen tafelen met de geboden. Ook het middenstuk van beide kunstplaten verschilt maar weinig in de keuze voor bepaalde Bijbelscenes en -verzen. Van boven naar beneden zijn dat:
1. De Ark van het Verbond (Bij Backer geheel onderaan met Bijbelvers Exodus 40: 17-19),
2Het Gouden Kalf (Bij Backer met Bijbelvers Exodus 32: 6-19),
3. Mozes (Met Bijbelvers Exodus 32: 19),
4. Steniging (Met Bijbelvers Leviticus: 24: 14). Bij Backer met verwijzing naar Bijbelvers Leviticus 24: 13, 14, 23.
5. Slang aan een paal (Met Bijbelvers Numeri 21: 8),
6. Abraham en God (vermoedelijk..., alleen bij Backer is dit goed duidelijk weergegeven en met Bijbelvers Genesis 22: 11, 12).

Geheel links in de hoek op de plaat van Billroth staat nog de Bijbeltekst Exodus 34: 21 met een tekening van ploeggereedschap en alleen bij Backer komt er in het middenstuk een afbeelding voor van koning Ahasveros met Mordechai en Esther (met Bijbelvers Esther 8: 2). 


Oplagecijfers zijn mij niet bekend maar er moet vraag zijn geweest naar dergelijke 'pennestukken'. In de tweede helft van de negentiende eeuw verscheen er - wederom in Groningen - een tweede vergelijkbare litho met 'de Wet des Heeren' (beeldbank Groningen NL-GnGRA_1536_2811), ditmaal uitgegeven door J. Oomkens J. Zoon, die ook veel topografische kaarten uitgaf. Oomkens had in 1826 de steendruk in Groningen voor het eerst gebruikt. Zijn litho-uitgave van de tien geboden werd getekend ('del.') door steendrukker W. de Boois (van wie verder niet veel meer bekend is). 

Zijn dergelijke kunstplaten een typisch Nederlands fenomeen? Wellicht... Ik vond in 'The Library of Congress' weliswaar een exemplaar in het Engels, maar deze litho "The Ten Commandments." (gedrukt in 1876 door 'Strobridge Lithographing Co.' in Cincinnati, USA/Ohio) werd gemaakt door ene John. W. van Leeuwen! En dat klinkt dan weer verdacht Nederlands.
Verticaal in het middenstuk ditmaal geen Bijbelse taferelen maar de namen van de twaalf stammen Israëls die bij de litho op Marktplaats horizontaal boven in de sierlijst staan.


Al met al leek mij het lithografische meesterstuk op Marktplaats een waardig verjaardagsgeschenk aan mijzelf en dus bood ik € 30,- euro (inclusief verzendkosten).
De eigenaar echter liet mij weten dat zijn 'schilderij' echt veel meer waard was dan het 'startbod' van € 25,- euro...
Zucht...
Onkunde van de verkoper(s) op Marktplaats en andere antiquarische websites levert mij vaak leuke aanwinsten op voor boterzachte prijsjes maar in dit geval hing ik - nadat ik de eigenaar op de laagste veilingprijs had geattendeerd - voor het marktconforme bedrag van
€ 47,50 euro (inclusief verzendkosten). Dat was uiteindelijk twee tientjes meer dan ik in gedachten had gehad, maar inmiddels was er al flink wat tijdrovend onderzoek gedaan en stond dit hele stukje (compleet met illustraties) in concept klaar. 

Toen het pak uiteindelijk arriveerde bleek de glasplaat gebroken ondanks de bescherming van een oude badhanddoek en het verpakkingskarton met daarop in grote letters ‘Breekbaar’ en ‘Glas’. Nadat ik de plaat met enige moeite uit de lijst had gehaald werd mijn vermoeden bewaarheid. Dit was geen origineel maar de reproductie…
Hoe is die te herkennen? In de eerste plaats aan het moderne (wat gele) papier, maar dat is van een foto of op afstand, ingelijst achter glas, moeilijk te zien. Er is echter één in het oog springend detail dat bij alle reproducties duidelijk zichtbaar is. Geheel onderaan staat: “te Groningen bij J.M. Billr..h.”. Anders dan bij het origineel ontbreken de letters ‘o’, ‘t’ en een gedeelte van de letter ‘h’. 

Leergeld betaald...

donderdag 29 oktober 2020

Een beroemd letterstaafje


In 2011 kocht ik in Weimar een miniatuurboekje met het 'Onze Vader'. Ik schreef erover in "Bibliofiel Weimar" en maakte aan het eind van mijn verhaaltje melding van een ander miniatuur 'Onze Vader', gemaakt begin jaren vijftig van de vorige eeuw door de N.V. Lettergieterij 'Amsterdam' voorheen N. Tetterode.
Een week geleden trof ik op Marktplaats aan, waar ik destijds naar verwees. Het 'Onze Vader' van Tetterode met het befaamde letterstaafje in origineel transparant pergamijn zakje. Onmiddellijk bood ik de gevraagde € 25,- euro en werd de koop gesloten. Een bibliofiel mazzeltje want dit curiosum wordt maar zelden aangeboden en haalt dan meestal vrij hoge bedragen; zoals bijvoorbeeld in 2015 bij veilingsite Catawiki (€ 110,- euro, exclusief veilingkosten). 


Op het 10-punts (3,76 mm. in het vierkant), 2,5 cm. lange letterstaafje staat het complete 'Onze Vader', 380 lettertekens, slechts 0,145 mm. hoog. Een knap staaltje graveer- en gietkunst, gemaakt in 1951 als relatiegeschenk bij het honderdjarig bestaan van N.V. Lettergieterij 'Amsterdam', voorheen N. Tetterode. Het verhaal wil dat de vaklieden van Tetterode in het bedrijfspand pas in de late uurtjes met de graveermachine aan het matrijs voor het letterstaafje hadden kunnen werken, omdat er 's nachts "geen trams reden, zodat hun werk niet door trillingen werd verstoord".


De Lettergieterij Amsterdam - in 1851 gesticht door Nicolaas Tetterode (1816-1894) en destijds de grootste lettergieterij van Europa - bestaat al lang niet meer maar haar bibliotheek (en archivalia) bleven bewaard en bevinden zich thans in het Allard Pierson/collecties UvA (UBA54). Het honderdjarig bestaan op1 juni 1951 werd uitbundig gevierd. Behalve het letterstaafje verschenen er twee uitgaven. Gerard Knuttel Wzn. (1889-1968) schreef: "De letter als kunstwerk. Beschouwingen en confrontaties met andere gelijktijdige kunstuitingen van de Romeinse tijd tot op heden" (Amsterdam, 1951) en G.W. Ovink (1912-1984) tekende voor een thans vrij schaarse, rijk geïllustreerde bedrijfsgeschiedenis: "Honderd jaren lettergieterij in Amsterdam" (Amsterdam, 1951) 


Daarnaast verscheen er een nieuw lettertype ('Reiner Script'), ontworpen door Imre Reiner (1900-1987) en werd 'De Roos Romein' gepresenteerd, ontworpen door S. H. de Roos (1877-1962), die al in 1948 was gebruikt voor de speciale uitgave van de Grondwet waarop H.M. Koningin Juliana (1909-2004) de eed had afgelegd. Bovendien was er - speciaal voor relaties en vakgenoten - van 4 t/m 15 juni een jubileumtentoonstelling in het fabriekscomplex aan de Bilderdijkstraat 163 in Amsterdam, met een ontwikkelingsoverzicht van drukletters, grafische instrumenten en machines. De officiële opening, enige dagen daarvoor op 1 juni, door de Amsterdamse burgemeester A.J. d'Ailly (1902-1967) werd bijgewoond door ongeveer driehonderd genodigden. 
"Bij het verlaten van de tentoonstelling werd aan alle genodigden als geschenk een fraaie reproductie van het ''Melkmeisje" van Vermeer uitgereikt, gedrukt op een originele Heidelberger-cilinderautomaat, alsmede een staaltje van technisch kunnen in de vorm van een letterstaafje met het hele ,,Onze Vader" op een oppervlakte van 4 x 4 mm."
(Uit: "Grafisch weekblad; orgaan van den Algemeenen Nederlandschen Typografenbond", jrg 44, 1951, no 23).


Achterin de jubileumuitgave van Ovink zit een lijst met namen van personen die toen al 25 of meer jaren in dienst waren (of waren geweest) van de lettergieterij. Onder hen ook één van de zeven procuratiehouders, mr. J.E. van Eyndhoven. Onlangs kon ik bij antiquariaat Boek & Glas zijn persoonlijke invitatie voor het jubileumdiner (op 1 juni, vanaf acht uur 's avonds) in het Amstel Hotel bemachtigen, vergezeld van een menukaart & tafelschikking (beiden gedeeltelijk gedrukt in het nieuwe 'Reiner Script'), (naam)tafelkaartje, een informatiefolder voor bezoekers van de Lettergieterij Amsterdam en 'De Meisjes'; een letterproefje van de Lichte Open Serie (die bijna een eeuw daarvoor was verschenen in 'De Calcoen' aan de Bloemgracht nr. 3026 (134) in Amsterdam, waar Tetterode ooit was begonnen).


Voor vele kranten was het jubileum van Tetterode nieuws, met speciale aandacht voor het bijzondere letterstaafje als voorbeeld van technisch kunnen en vakmanschap binnen dit bedrijf. Hoeveel letterstaafjes er in totaal zijn gemaakt is mij niet bekend.
Opvallend is wel dat dit relatiegeschenk destijds op diverse manieren werd verpakt en verspreid. Ik kwam op zoek naar meer informatie drie verschillende vormen tegen en het leek mij daarom zinvol deze hier te beschrijven zodat de naar informatie zoekende bibliofiel of verkopende antiquaar er zijn voordeel mee kan doen.

1. Letterstaafje, afdruk van het 'Onze Vader' op papier binnen een zwart nagenoeg vierkant kader (4,2 x 3,7 cm.), met boven het zwarte kader '(Logo) Tetterode-Nederland' en onder het kader (links): 'Nederlands'. 


Verpakking: transparant pergamijn zakje bedrukt met (in) rode letters: "Het 10 punts letterstaafje dat u in dit zakje vindt, vertoont als beeld het 'Onze Vader'. Een afdruk van de tekst vindt u in dit zakje. Met een sterk vergrootglas is de tekst te lezen. Hieruit blijkt dat onze graveermachines in staat zijn ongeveer 340 letters (incl. leestekens en spaties) op een vlak van 30 punten of 3,76 mm. in het vierkant onder te brengen, en dat onze gietmachines de fijnste details van de matrijs onberispelijk doen uitkomen. Het letterbeeld is 0,145 mm. hoog". Onderaan: '(Logo) Tetterode-Nederland'.


2. Letterstaafje, afdruk van het 'Onze Vader' op papier binnen een langwerpig zwart kader, met onderaan: 'Lettergieterij << Amsterdam >>'. Verpakking: groen papieren zakje.


Voorzijde: Sierornament in de vorm van twee naar elkaar gewende zwanen met daartussen '1851 LA 1951' (bekroond met een takje) waaronder in een vierkant tekstvlak het 'Onze Vader'. Onderaan in kapitaal 'N.V. Lettergieterij ,,Amsterdam" voorheen N. Tetterode'. Achterzijde: Op het sluitingsflapje een takje gelijk aan de voorzijde bovenaan. Daaronder op het zakje een vierkant tekstvlak met beschrijving van de inhoud (tekst als bij 1). Opmerkelijk genoeg is er in de tekst sprake van twee letterstaafjes! Eén met het 'Onze Vader' en één met het L.A. jubileum-embleem (foto's van het zakje dat in 2015 bij Catawiki werd verkocht).


3. Het 'Onze Vader' gebonden in rood marokijn leer met verguld kruis op het voorplat (6 x 5 x 3 mm.). Miniatuurboekje goud op snee met alleen drie blaadjes bedrukt, de rest onbedrukt in een andere papierkwaliteit. Hierbij drie letterstaafjes (met op de zijkant in reliëf: 'Lettergieterij << Amsterdam >>)!


Eén staafje met een kruisteken en de titel, één staafje met het 'Onze Vader' (zoals bij 1 en 2) en één staafje met het 'colophon':
"De tekst van dit boek - vermoedelijk het kleinste ter wereld - is op een 10-punts letterstaafje gegraveerd door de N.V. Lettergieterij ,Amsterdam' voorheen N. Tetterode en omvat 400 letters, leestekens en spaties. Uitgegeven door Waldmann & Pfitzner, te München". 
Het geheel is voor zover bekend niet uitgegeven in een specifieke verpakking (met dank aan antiquariaat B.M. Israël B.V. voor de aanvullende informatie en foto's). 


Het letterstaafje "een wonder van vakkennis en nauwkeurigheid" werd overigens ook via de Belgische vestiging van Tetterode verspreid (De “N.V. Etablissementen Plantin / Etablissements Plantin S.A.” (Brussel), opgericht op 29 april 1911). "Dit zal U van de volmaaktheid van onze graveerkunst en de zuiverheid van onze letterbeelden overtuigen".


Na de Nederlandse versie zijn er ook boekjes gedrukt in andere talen zoals het Duits, Engels, Frans, Spaans, Zweeds. Alleen van de oplage van het kleinste boekje ter wereld met het 'Onze Vader' in het Duits (meerdere bladzijden, maar alleen de eerste pagina bedrukt met 'Onze Vader') is de oplage bekend: 10.000 exemplaren. Het ‘Onze Vader’ in miniatuur is nog steeds verkrijgbaar bij de Gutenberg-Shop in Mainz (Duitsland) voor € 32,- euro (exclusief verzendkosten). Een klein prijsje voor een klein boekje, al kan het altijd nog kleiner...