Posts tonen met het label Typografie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Typografie. Alle posts tonen

vrijdag 14 augustus 2026

Stapels en dozen, de Deventer boekenmarkt 2026


Mijn eerste aanwinst op de 36ste Deventer boekenmarkt kocht ik al rond negen uur 's morgens. Uit een doos met vooral Deventer overheidspublicaties uit de 18de en 19de eeuw trok ik: "Postwagen tusschen Amsterdam en Deventer, vice versa" (Amsterdam, z.j. [1820]). Een ordonnantie en reglement met goedkeuring van Koning Willem I voor een postkoets-verbinding tussen beide steden, onderhouden door de Amsterdamse stalhouder Lucas van Koppen en zijn Deventer collega Gerrit Jan van Koningsveld. Terwijl ik de brochure doorbladerde stond mijn eigen koets inmiddels al een half uur (gratis) geparkeerd op de Beestenmarkt. Destijds - zo las ik - kostte de reis heen en terug zestien gulden en verliep de route van Amsterdam via Muiden, Naarden, Emmenes (Eemnes), Soestdijk, Amersfoort, Voorthuizen en Apeldoorn naar Deventer. Tien tot twaalf uur was je onderweg, tot een maximum van vijftien uur anders kreeg de vervoerder een boete! Of en hoelang de onderneming heeft gefloreerd is mij niet geheel duidelijk. Gerrit Jan overleed in 1837 en zijn compagnon volgde hem vijf jaar later, in 1842. 


Een beetje onverwachts liep ik dit jaar, net als in 2024 en 2025, toch weer over de Deventer boekenmarkt. Het zou warm en druk worden en dus was ik zomers gekleed. Slenterend in mijn korte broek (en met petje op) liep ik uiteindelijk bijna acht uur langs de eindeloze rijen met boekenkramen. Dat de dag zou eindigen aan een cafétafeltje, met een tas vol kleine en curieuze publicaties geplukt uit stapels en dozen, kon ik nog niet bevroeden. 


Ook dit jaar waren weer tal van bekende antiquariaten aanwezig. Goltzius uit Lisse en Klikspaan uit Leiden ontbraken echter, maar die zie al regelmatig de rest van het jaar. Nieuw voor mij was de kraam van het Haagse antiquariaat Colette & Co., waar ik de enige twee moderne boeken van die dag kocht. Uiteraard hun eigen boek geschreven door
J. Daggers & M. Versteegh: "Hier wil ik wonen. Het vrolijk bestaan tussen boekenbergen" (Den Haag, 2025) en ook - voor luttele euro's - Henri Havard's: "Pittoreske reis langs de dode steden van de Zuiderzee" (Amsterdam, 2012). Een vertaling door Lex Wapenaar van de bekende Franse uitgave uit 1874. Gekocht omdat ik de eerste druk in zijn originele uitgeversband vorig jaar september aan mijn bibliotheek kon toevoegen (zie mijn aanwinstenlijstje van die maand, nr. 7).


Inmiddels was ik ook al de eerste bekenden tegengekomen, Gouwenaar Paul Abels natuurlijk met zijn vrouw Christa die ik ditmaal nadrukkelijk heb begroet! David Coppoolse uit Amersfoort (die ik anders vrijwel nooit zie en nu in Dordrecht en Deventer) en later op de IJsselkade Leids boekhistoricus en boekenjutter Garrelt Verhoeven. Ongetwijfeld zullen er meer bekenden hebben gelopen en ongetwijfeld zal ik door anderen zijn gespot maar mijn neus zit op zo'n markt in de boeken en aandacht voor mijn omgeving is er dan vrijwel niet.


Het grootste gedeelte van de buit die dag lag verstopt in stapels en dozen bij verschillende kramen langs de IJsselkade.
Het begon met twee bibliofiele moderniteiten (margedrukwerk). De eerste kreeg ik geheel gratis en voor niets van Peter IJsenbrant, die samen met zijn echtgenote en kompaan Martin Hulsenboom de bemanning vormde van de kraam van de Stichting Desiderata (nr. 363). Het gaat om een gedicht van Pieter Boddaert jr. (1766-1805), alias 'vieze Pieter', getiteld: "De houten beenen", opnieuw gezet en gedrukt door de Desideratum-Pers uit Tilburg in een oplage van 57 met de hand genummerde exemplaren, met fraaie linosnede van Ivo van Leuven. Ik ontving nr. 9, gedrukt op mijn naam!


De tweede kostte me serieus geld, maar dat had ik er graag voor over. Dertig euro betaalde ik voor de feestrede van Piet Verkruijsse (1943-2012) getiteld: "Bibliograafwerk in de marge". Een toespraak die hij hield bij de opening van de tentoonstelling "Pastei en Hoerenjong" in de Zeeuwse bibliotheek te Middelburg (6 oktober 1995). Een 'Bibliofiele uitgave, voer voor bibliografen' uitgegeven door de 'Eikeldoorpers' (Doortje de Vries) te Apeldoorn. Oplage 55 exemplaren: gevouwen, gestoken, beplakt met gelukspapier, voorzien van een druksel, genummerd (ik kocht nr. 6) en gesigneerd! Erg fraai uitgevoerd margedrukwerk van een pers die ik dankzij mijn overleden boekenvriend Jos Swiers (1943-2022) leerde kennen en waarover ik eerder schreef (hier).
 

Daarna zouden er alleen nog maar curiositeiten en rariteiten volgen. Op de eerste doos die ik tegenkwam stond met viltstift geschreven 'één voor drie en vier voor tien euro'. Na een half uurtje graaien tussen de brochures en pamfletten, wikken en wegen (waarbij ik ondertussen - zonder dat ik het merkte - werd gefilmd!), had ik er vier in mijn hand en rekende af. In mijn maandoverzicht van augustus 2026 kunt u ze allemaal terugvinden dus ik beperk mij hier tot twee items. Als eerste de enige buitenlandse uitgave van de vier, gebonden in een eenvoudig kartonnen bordeauxrood bandje.


Dankzij verificatie middels mijn mobieltje kwam ik erachter het een publicatie is toegeschreven aan F.M. Mayeur de Saint-Paul. De titel luidt: "Le banquier Peixotte et la dervieux. Histoire peu morale, extraite du parc aux cerfs (avec figure fac-similée sur celle de 1790. Afgeplakt met een strookje papier!) Suivi de L'Autrichienne en goguette ou l'orgie royale, opera proverbe" (z.p. [Brussel?], z.j. [1867?]). Het gaat om een anoniem verschenen negentiende eeuwse herdruk (waarvan nog één ander exemplaar bekend is in de British Library) van twee revolutionaire satirische en pornografische teksten uit 1790. De eerste gaat over het roemruchte 'parc aux cerfs', het hertenpark waar de Franse Koning Lodewijk XV een bordeel had met 'hertjes' c.q. zijn geheime minnaressen. Bij de originele 18de eeuwse uitgave hoort een erotisch getinte gravure, maar die ontbreekt vaak in de nog bekende exemplaren. Omdat in de titel van mijn herdruk juist dat afgeplakte zinnetje naar deze afbeelding verwijst vermoed ik dat deze geen deel heeft uitmaakt van de herdruk! 


De tweede vondst is een: "Catalogus Bibliotheek voor de leerlingen der Hervormde Kweekschool te Amsterdam 1938" (Amsterdam, 1938). Het boekje werd gekaft en op voorzijde staat 'H.C. ten Have'. Dit blijkt een studente te zijn die hier in 1940 haar onderwijsakte behaalde. Deze Hervormde kweekschool (voorloper van de Pedagogische Academie) zat destijds aan de Plantage Middenlaan te Amsterdam in het pand waarin thans het Nationaal Holocaustmuseum (Amsterdam) is gehuisvest. De catalogus (vermoedelijk gedrukt in een kleine oplage) is onvindbaar, zelfs WorldCat., online bibliotheken en antiquariaten zwijgen in alle talen. Mogelijk herbergt het schoolarchief nog een exemplaar, maar dit unieke boekje biedt nu al een fascinerend inkijkje in de voorhanden zijnde leeskost voor de toenmalige kweekschoolstudenten oftewel onderwijzers en onderwijzeressen in spé. Die was overigens naar tegenwoordige maatstaven niet alleen bescheiden, maar ook weinig professioneel. De volgende rubrieken (met tussen haakjes het aantal boeken) waren aanwezig: Romans en verhalen, zowel Nederlands als vertaald (362), Poëzie (59), Frans (27), Duits (45), Engels (35), Geschiedenis (35), Letterkunde (27), Aardrijkskunde (12) en Natuurkunde (22). Totaal een kleine 600 boeken, waarvan ruim de helft bestond uit Romans en verhalen.


Bij een handelaar waar ik ook de voorgaande jaren leuke dingen kocht vond ik ditmaal drie interessante items. Ten eerste de promotie-uitgave geschreven door de arts C.A. Bergsma (1798–1859): "Beschrijving van de inrigting en de wijze van soepbereiding ten behoeve der minvermogenden te Utrecht" (Utrecht, 1840). Een exemplaar met een extra papieren omslagje waarop gedeeltelijk handgeschreven (tussen haakjes) staat: "Aan (den WelEd. Gestr. Heer Mr. Van Beest van Voorst,) van de commissie tot spijsuitdeeling".
Cornelis Wernard van Voorst van Beest (1810-1879) was advocaat in Utrecht en medeoprichter van de Rotterdamsche Lloyd. Bergsma beschrijft in zijn brochure de bereidingswijze van (Rumpfordsche) soep (en met welke ingrediënten) in een 'papiniaansche' pot (voorloper van de snelkookpan). In 1847 verscheen een herziene brochure want inmiddels kookte men het voedsel voor de armen met het veel efficiëntere toestel van d'Arcet.


Een andere uitgave die ik meenam is: "Reglementen van de twéé hofjes van Staats en Noblet" (Haarlem, 1780). In bruinpapieren omslag (20 blz.), met een los modern informatiefoldertje (over de stichtingsgeschiedenis van beide hofjes). In het imposante toegangsgebouw van het Hofje van Staats (gebouwd in 1730-1733), aan de Haarlemse Jansweg 39, was ooit antiquaar C.P.J. van der Peet (1908-1983) gevestigd. De meeste boekenliefhebbers - die ook wel eens een veiling hebben bezocht - zullen het kennen uit de tijd dat veilinghuis Bubb Kuyper er zat (tussen 1986 en 2012). Volgens de STCN liggen er van dit reglement alleen nog enkele exemplaren in Haarlemse archieven en bibliotheken.


De derde en laatste is: "Ieder zijn eigen drukker. Perfect typen" (z.p., z.j.[ca. 1900]). Catalogus (67 blz.) van zak-drukkerij 'Gloria', kleine 'drukkerijen' voor klein drukwerk.
Deze 'drukkerij', waarvoor aan het begin van de twintigste eeuw veelvuldig werd geadverteerd, bestond uit een doosje met een letterhouder (stempel), een set caoutchouc (rubber) letters, die in de letterhouder konden worden geschoven (m.b.v. een meegeleverd tangetje) en een stempelkussen. Je kon er eenvoudig drukwerk mee maken, zoals visitekaartjes, advertentieteksten en mededelingen. De catalogus bevat diverse illustraties van de daarvoor benodigde artikelen alsmede een zeer uitgebreid overzicht van de leverbare lettertypen (waaronder 'perfect'). Een tweede exemplaar van deze fraaie uitgave heb ik nergens antiquarisch noch in bibliotheken of archieven kunnen vinden. 


Tot slot toon ik u nog één van de twee religieuze rariteiten die ik kocht. 
Het is een vroeg zeventiende eeuws pamfletje getiteld: "Sekere articulen de welcke in de vreese des Heeren overdacht moeten werden, van alle ghereformeerde christenen, die meynen dat het gheoorloft zy inde kercken der Papisten tot voldoeninghe harer Placaten den hoet af te doen" (Amsterdam, 1610). Ruim vierhonderd jaar oud, met een groot en fraai drukkersvignet van Dirk Troost, die op het Rokin woonde, hartje Amsterdam.

Een wonderlijk onderwerp, nietwaar? Als ik tegenwoordig een kerk binnenstap om het interieur te bewonderen, gaat mijn eventuele hoofdbedekking automatisch af. Gewoon uit fatsoen, want religieus ben ik niet. Maar in 1610 lag dat blijkbaar gevoelig en trok de schrijver maar liefst dertig artikelen uit de kast om zijn gereformeerde achterban ervan te overtuigen dat dat in een Katholieke kerk absoluut niet kon! Mocht de goede man mijn nuchtere commentaar kunnen lezen, dan zou hij me waarschijnlijk direct naar de hel wensen onder verwijzing naar artikel eenentwintig: "Seggen zy dat het een cleyne en geringe sake is / iae een beuseling den hoet af te doen: ick segge dat het een sware / groote / schrickelycke zonde is / als voor gewesen is.".


Pas rond een uur of vijf 's middags komen mijn inmiddels 'houten benen' tot rust aan een cafétafeltje. Het urenlange gesjouw in de hitte maakt dorstig en met een lekker koel Weizen-biertje bij de hand heb ik mooi even de tijd om rustig mijn zeventien nieuwe aanwinsten te inspecteren. Op het tafeltje (rechts) ziet u overigens ook nog een vooroorlogs drukkerscliché liggen dat ik bij Colette & Co. zag en meenam voor een tientje. Het is een wonderlijk toeval dat ik ook op de Deventer boekenmarkt - net als op de Dordtse boekenmarkt - oud drukkersmateriaal tegenkom. Het cliché toont de kaart van Nederland en in het kadertje rechtsonder staat: "Nederlandsche reservaten" (daaronder: "Bezittingen van het Rijk", "Bezittingen v.d. Vereen. tot behoud van natuurmonum.", "Beschermt door Vereen. tot bescherming van vogels" en "Andere vereen. of particulier.").
Een relict - lijkt mij - uit de pionierstijd van de Nederlandse natuurbescherming, maar uit welk boek? Ik heb (nog) geen idee en er valt thuis nog zo veel uit te zoeken...

donderdag 25 mei 2023

De mooiste Nederlandse letterproeven


Op 24 juni 2022 overleed Jos Swiers (geb. Amsterdam 23 augustus 1943), eigenaar van De Althaea Pers in Den Haag. Ik leerde hem dertien jaar geleden kennen via Marktplaats waar hij een exemplaar aanbood van de Gootjesbijbel. Ik had wel interesse en nam contact met hem op. Een paar dagen later reed ik naar zijn huis in Den Haag om mijn aanwinst contant te betalen en mee te nemen. Wat me van die eerste ontmoeting sterk is bijgebleven was de grote overeenkomst tussen de inhoud van zijn en mijn rijkgevulde boekenkasten. In één oogopslag was duidelijk dat wij veel gemeenschappelijke interessegebieden hadden, naast boeken over boeken en oud drukwerk of bijzondere ('commonplace') uitgaven, vooral veel fraai verzorgde uitgaven van diverse moderne 'private presses' (margedrukwerk).

Slechts éénmaal kruisten onze verzamelaar-degens elkaar. Toen ik in 2018 "Een Amsterdams neuzenlied" kocht op Marktplaats bleek later dat hij al de hele collectie 'en bloc' had gereserveerd. Hij liet de verkoper echter weten dat hij het geen probleem vond om dat enkele blad aan mij te laten. Zijn collectie op dat gebied was toch al reusachtig (ruim 4000 liedbladen, liedboekjes en gelegenheidsdichten uit met name de negentiende en twintigste eeuw) en werd uiteindelijk in 2020 geschonken aan de bibliotheek van de Universiteit Leiden. Een andere grote passie van Jos was zijn muze: de dichteres Anneke Brassinga.
Hij bezat letterlijk alles, in diverse uitgaven en varianten, van wat zij had geschreven en wat er van - en over haar (ook door zijn eigen pers) was uitgegeven.


Vanaf het eerste moment klikte het tussen ons en onderhielden wij onregelmatig contact, zelden persoonlijk, meestal per email en soms als reactie op mijn blog. Jos was een buitenbeentje onder de margedrukkers. De Althaea Pers drukte niet met lood en drukpers, maar digitaal met computer en kleurenprinter. Jos drukte voor zijn plezier, in beperkte (vaak erg kleine) oplage voor bepaalde personen of bij bijzondere gelegenheden. Eenvoudig kopietjes draaien was dat echter geenszins! Hij was een pietje-precies en dus niet gauw tevreden, kortom net zo lang sleutelen tot het resultaat perfect was. In een tijd waarin ik als bibliofiele veelvraat een stuk minder kon spenderen dan tegenwoordig ontving ik van hem af en toe gratis bijzondere uitgaven van zijn pers (zoals u op mijn blog hier, hier en hier) kunt lezen. Dat waren vaak HC-exemplaren, samengesteld van het 'uitschot', de extra afgedrukte bladen voor het geval er iets misging met een genummerd exemplaar. De laatste keer dat ik hem in levenden lijve zag was op 18 oktober 2019 in Leiden, tijdens de bijeenkomst 'het Groeiboek voltooid & 40 jaar De Ammoniet' (lees: "De Ammoniet in mijn bibliotheek").


Het laatste grote project van De Althaea Pers dat ik zonder kosten van Jos ontving was: "Dwars door West" ('s-Gravenhage, 2021/2022), een heel mooi uitgegeven serie boekjes met Amsterdamse jeugdverhalen van de kunstenaar Johan Breuker (oplage 100 exemplaren). In de aanbiedingsbrief bij de eerste twee deeltjes schreef Jos: "Ik weet hoezeer Amsterdam je aangaat. Daarom deze zending van - helaas voor jou - één van de HC-exemplaren, te gebruiken door ons als een van de genummerde exemplaren manco's vertoont. Dat was niet het geval. Vandaar. Geen garanties voor de toekomst natuurlijk". Uiteindelijk ontving ik alle vijftien afleveringen, evenals de slotuitgave: "Dwarsdoorsneden", met een overzicht van alle illustraties die Johan Breuker voor de reeks maakte. 

Begin 2023 realiseerde ik mij - bij het maken van mijn maandelijkse aanwinstoverzicht - dat ik van De Althaeapers geen koppermaandaguitgave had ontvangen. Ik zocht daar verder niks bijzonders achter. Pas begin april stuitte ik op het in memoriam op de website van de Atalanta Pers en kwam ik er tot mijn schrik achter dat Jos alweer bijna een jaar dood was.

Deze maand werd ik opnieuw daaraan herinnerd toen ik veiling 357 bekeek van Burgersdijk & Niermans in Leiden. Aangekondigd werd dat deze ook de bibliotheek zou omvatten van Jos Swiers (bibliografie, typografie, boekbinden, margedrukwerk en handschriften).
Een van de kavels (805) betrof: "De Grote Nederlandse Letterproef" (Banholt/Woubrugge, 1998. Oplage 90 exemplaren). Zestig prozafragmenten van Jacob Israël de Haan.
Plus een boekje: "Verantwoording" en "Inhoud en bibliografie" en 61 (in plaats van 60) boekjes (2 verschillende bijdragen van nr. 38) door verschillende margedrukkers in verschillende lettertypen. Ook bijdragen nr. 5 en 52 die pas na beëindiging van het project verschenen zitten hierbij. Dat alles gevat in fraaie schuifdoos (gemaakt door Frans den Breejen) die het letterstaafje 'H' voorstelt.


In het bekende boek van P. van Capelleveen & C. de Wolf (red.): "Het ideale boek. Honderd jaar private press in Nederland, 1910 - 2010" (Den Haag, 2010) wordt een apart hoofdstuk aan deze letterproef gewijd (blz. 174/175). "Wat echter het project zo bijzonder maakt, is dat het - zoals de naam al aangeeft - tevens een letterproef is. Elke drukker kreeg een letter toegewezen en werd geacht naast het prozafragment een zo compleet mogelijk polis van 'zijn' letter te geven (dat wil zeggen alle beschikbare tekens: onderkast, kapitalen, kleinkapitalen, cijfers, diakrieten, ligaturen, enzovoort) en iets over het ontstaan en de ontwerper mee te delen. Het resultaat is verbluffend, want een mooiere staalkaart van letters die aan het einde van het loodtijdperk in de drukkerijen voorhanden was, bestaat er niet".


Al twee keer eerder had ik geprobeerd om via een veiling dit roemruchte monsterproject van margedrukkers te bemachtigen maar telkens werd ik overboden. Ditmaal zette ik extra hoog in en wachtte af. Tot mijn verbazing werd mijn kavel ditmaal voor een erg laag bedrag afgehamerd en werd ik voor € 190,- euro (excl. veiling en verzendkosten) de nieuwe eigenaar. Na afloop van de veiling bleek dat veel bijzonder margedrukwerk niet was verkocht. Dat leidde ertoe dat ik in de aftersales ook voor een belachelijke € 90,- euro (excl. veiling en verzendkosten) eigenaar werd van kavel 822: "Veertig plus" (z.p., 2015. Oplage 105 exemplaren, waarvan slecht 17 voor de verkoop). Een overslagdoos, gemaakt door boekbinderij Distelkamp, met maar liefst 89 verschillende bijdragen (en een apart voorwoord met deelnemerslijst) met als thema 'Drukken' van verschillende kleine 'private presses' op verschillende manieren gedrukt en gebonden. Een bijna drie kilo zwaar project ter gelegenheid van de veertigste verjaardag van Drukwerk in de Marge met het grootste aantal bijdragen uit hun geschiedenis. Een uitvoerige bespreking van dit monsterproject staat in het jaarboek van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen 2015 (R. Keijser en M. van Duijn: [Boek van het jaar]: "Veertig plus (2015). Drukwerk in de Marge gevat in een doos").


Overigens ben ik slechts een bescheiden liefhebber van typografie m.n. letterproeven, een echte verzamelaar ben ik niet. Mijn collectie past op één boekenplank. Uiteraard staan daartussen ook facsimile uitgaven zoals de prachtige heruitgave van de "Proef van letteren, welke gegoten worden in de Nieuwe Haerlemsche Lettergietery van J. Enschede 1768" (Amsterdam, 1993) naast: "Exploring the heritage of the Elzeviers. A tale of fonts 1658-1713" (Amsterdam/Leiden, 2013). Een cassette die, naast een fraai vormgegeven en geïllustreerde inleiding door Paul Hoftijzer, twee facsimile-uitgaven bevat van oude letterproeven; de unieke "Specimen Typorum" (Leiden, 1658) en de "Proeve der drukkerye van mr. Abraham Elzevier" (Leiden, 1713).


Nieuwe boeken over typografie/letterproeven koop ik vrijwel nooit. De laatste, alweer ruim tien jaar geleden, was een prachtige tweedelige uitgave van Taschen: "Type. A visual history of typefaces and graphic styles" (Köln, 2009/2010). In elk deel zit een keycard met wachtwoord die toegang geeft tot een besloten gedeelte op de website van Taschen met vele honderden scans van letter- en ornamentproeven van diverse drukkerijen tussen 1628 en 1938. 


Toevalsvondsten in mijn kringloop laat ik uiteraard niet liggen. Toen ik daar in maart 2021 voor enkele euro's een exemplaar tegenkwam van: "Spectrum, Romulus, Lutetia, Romanee, Open Kapitalen, Bembo, Perpetua, Times, Baskerville, Bodoni, Falstaff, Cheops, Gill, Spartan, Marina, Bavo, Houtsnee" (uit 1959), een letterproef ontworpen door Bram de Does (1934-2015) van de Lettergieterij Enschedé en Zonen, nam ik die zonder aarzelen mee.
Meer spectaculair daar was de vondst van een Duitse letterproef: “Handbuch der Schriftarten” (Leipzig, 1926), geschreven door A. Seemann. Voor deze uitgave die een bijna volledige lijst bevat van alle soorten drukletters bij Duitse lettergieterijen in die tijd (alleen de index beslaat al 48 bladzijden) wordt in het Duitse antiquariaat rond de € 400,- euro gevraagd (mijn € 2,25 euro valt daarbij in het niet). Overigens verschenen hierop in 1927, 1929, 1930, 1933/1935, 1936/1937 en 1938/1939 addenda ("Nachträge"). 
En een buitenbeentje in de verzameling is natuurlijk: "De unieke boekbindersletterproef van Aldert Witte", die ik eerder beschreef.


Wie een bruikbaar overzicht zoekt van bijzondere Nederlandse letterproeven kan ik het overzichtswerk aanraden van J.A. Lane & M. Lommen: "Letterproeven van Nederlandse gieterijen/Dutch typefounders' specimens" (Amsterdam, 1998). Daarin staan ook een paar iconische antiquarische letterproeven die ik in de loop der tijd kon bemachtigen. Vermoedelijk meest bekend (en antiquarisch prijzig) is de beroemde "Letterproef der Lettergieterij 'Amsterdam' voorheen N. Tetterode. / Spécimen Genéral de la Fonderie 'Amsterdam' successeur de N. Tetterode" (Amsterdam, 1916). Een imposante pil van ruim 750 bladzijden (zie: Lane & Lommen, nr. 334) gedrukt in diverse kleuren. Mijn exemplaar (met ex-libris van de politicus Ard (G.A.) van der Steur, zoon van de bekende Haarlemse antiquaar A.G. van der Steur (1938-2012)) kocht ik via antiquariaat Grimbergen. Het boek (genummerd 5817) komt vermoedelijk direct uit het magazijn, want de originele bestempelde beige linnen band is nog geheel smetteloos en niet verkleurd (zoals meestal wel het geval is).
 

Deze oogstrelende letterproef, naar een ontwerp van Sjoerd de Roos (1877-1962), kostte maar liefst drie jaar voorbereiding en weegt bijna 4 kilo. Antiquarisch is het boek nog steeds verkrijgbaar tegen stevige prijzen van rond de tweehonderdvijftig euro. Niet lang daarvoor had ik via Marktplaats al een vrij zeldzame Duitse variant daarvan gevonden en voor honderd euro gekocht. Deze: "Auszug aus der hauptprobe der lettergieterij 'Amsterdam' voorheen N. Tetterode / Zierschriften und einfassungen" (Amsterdam, ca. 1924) heeft geen doorlopende paginering en bevat grote gedeelten uit de eerdergenoemde algemene proef van 1916 plus enkele supplementen. Gebonden in originele bestempelde beige heellinnen band komt deze zo niet voor in het overzicht van Lane & Lommen (zie: nr. 336).

Persoonlijk de mooiste letterproef van deze lettergieterij, waarover ik niet zo lang geleden schreef in: "Een beroemd letterstaafje”, vind ik: "Proeven van Oostersche schriften / Lettergieterij 'Amsterdam' voorheen Tetterode" (Amsterdam, Z.J. [1910]). Alleen de band al - ontworpen door Sjoerd de Roos - is een lust voor het oog maar ook de inhoud is spectaculair (zie: Lane & Lommen, nr. 1285). 


Destijds leverbaar waren: Chinees in 2 corpsen (lees: "De zaak van de verdwenen Chinese matrijzen" van Ronald Steur), Japans (in 5 soorten), Arabisch (2), Maleis (2), Turks (2), Perzisch (2), Grieks (8), Koptisch, Syrisch, Hebreeuws (5), Nieuw Javaans (2), Oud Javaans (3), Makassaars (3), Boeginees (3), Mandaïlings (2), Hiëroglyfen en Hiëratisch.


In mijn bibliotheek staan nu enkele van de fraaiste Nederlandse letterproeven die zijn uitgegeven en die - nog steeds - voor iedere liefhebber/verzamelaar van dit genre met wat geduld en geld zijn te bemachtigen. "De grote Nederlandse letterproef" (samen met: "Veertig plus") komt bovendien uit de collectie van een bibliofiele vriend en bijzonder margedrukker. In gedachten hoor ik Jos met een glimlach zeggen: "Ditmaal geen 'HC' exemplaren"! 

zaterdag 27 augustus 2022

Cliché voor de Klare Waarheid


Eind juli resulteerde mijn snuffelen op Marktplaats in de vondst van een bijzonder vooroorlogs (lijn)cliché. Dat was niet voor het eerst! Ruim zes jaar eerder overkwam me dat ook al en ik schreef erover in "Clichés". Ditmaal echter waren het geen kopieën die teruggingen op veel oudere afbeeldingen, maar een ontwerp speciaal vervaardigd voor een jubileumbrochure die zich ook in mijn collectie bevindt.
Al vrij snel werd ik voor veertig euro de nieuwe eigenaar van dit bijzondere drukkersreliek dat 13 cm. breed is, 18 cm. hoog en 2,2 cm. dik (inclusief het houten blokje).


Dit cliché werd gebruikt voor het drukken van de voorzijde van het: "R.K.-Gilde van de Klare Waarheid (straatsprekers) Amsterdam. Ontstaan, werk en werkwijze 1912-1926" (Amsterdam, 1926), een geïllustreerde lustrumuitgave van hun medelid, de journalist P(iet) A. Kasteel (1901-2003).
Het thans geheel vergeten Rooms-Katholiek Gilde van de Klare Waarheid werd in 1921 opgericht naar voorbeeld van het eind 1918 opgerichte Engelse 'Catholic Evidence Guild'. Het Gilde was gevestigd in Amsterdam en had op de Plantage Middenlaan zijn (vergader)zaal. Het doel van het Gilde was in zijn algemeenheid: verkondiging van de Katholieke Waarheid en het weerleggen van leugens en dwalingen over het Katholicisme.
Ze waren niet de enige geloofsverkondigers in de publieke ruimte. "Straatpredikers verrijzen als paddestoelen uit de grond, ook op de woelige Nieuwmarkt. Natuurlijk is dit ieders recht, maar men kan er dan zeker van zijn dat het spoedig spaak loopt. Straatprediking is niet ieders werk; één misgreep en je hebt een keet van jewelste! Inzonderheid de verschijning van Rome met een heel gilde lekenpredikers, 'De klare Waarheid' geheten, wekt beroering. Dit is hun bedoeling niet: het zijn trouwe borsten, die hun oprechte overtuiging propageren, het zijn ook goede collega's. Rome is echter veel meer gehaat dan wij, zij ondervinden heftige tegenstand van het publiek. Weldra zien zij zich genoodzaakt politiebescherming in te roepen. Welnu, als je in een buurt als deze met één agent begint, kun je het weldra met tien politie-mannen niet meer redden. De kans, dat er ergens een rel kan ontstaan, werkt op de Amsterdammer - ook op de fatsoenlijke - als een magneet. Hij moet er bij zijn! Zo verzamelt zich elke zaterdagavond om de stand van 'De klare Waarheid' een talrijk publiek" (N. Baas: "Marskramer van het Evangelie" (Franeker, z.j. [1959], blz. 105).
Na een wat aarzelend en tumultueus begin op de Nieuwmarkt (volgens de lustrumuitgave van het Gilde: "de Babelsche markt van Jodenkramen en religie- en ongeloofcolporteurs") vond straatprediking plaats op diverse Amsterdamse pleinen zoals het Museumplein en in stadsparken waaronder het Sarphatipark. Tot de eerste straatsprekers behoorde Johannes Josephus Hendrikus (Jos) Mineur (1887-1957), die in 1933 door het Gilde zou worden geroyeerd omdat hij openlijk uitkwam voor zijn fascistische overtuiging. Feitelijk werd daarmee de bloeitijd van het Gilde afgesloten waarin steeds vaker interne ruzies en meningsverschillen over de te varen koers en houding ten aanzien van rivaliserende straatpredikers van een andere geloofsrichting een rol gingen spelen. 
 

Tijdens de oorlog waren er geen activiteiten en daarna leidde het Gilde een kwakkelend bestaan. Toen in 1952 B. Voets tot directeur van De Klare Waarheid werd benoemd, kwam hij een keer zijn predikers tegen op de Vijzelgracht op hun 'schavotje'. "Enkele eigen supporters stonden er omheen maar geen enkele voorbijganger bleef staan luisteren. Voets vond dit nutteloos en er volgden gesprekken met het bestuur om er een einde aan te maken. Verscheidene bestuursleden waren nog tegen: men hoopte dat de terugkomst van P. Kasteel uitkomst zou brengen. Maar toen deze overging in diplomatieke dienst, vervloog deze verwachting in rook. Uiteindelijk, na heel wat argumenten, wilde men kiezen voor opheffing als de priesterdirecteur tegenover het kerkelijk gezag de volle verantwoordelijkheid aanvaardde. Dat gebeurde en zo werden door het bisdom de straatpredikers in 1956 teruggetrokken. (-) Het Gilde was geschiedenis geworden, een kleurrijk onderdeeltje van het Amsterdamse volksleven" (B. Voets: "Amsterdamse straatprediking. Verhaal van het Rooms-Katholieke gilde van de Klare Waarheid", in: "Ons Amsterdam", 1984 (36), blz. 137 t/m 140). Het archief van het Gilde/RKGK bevindt zich thans in het Nijmeegse Katholiek Documentatie Centrum (Archiefnr. 644).

De omslagillustratie is (onder het wapen van Amsterdam) gesigneerd door de kunstenaar Aug(ustinus Gerardus) van der Linde (1890-1983). Van der Linde was een leerling aan de Hendrick de Keyserschool in Amsterdam en lid van het Schilder- en teekengenootschap Kunstliefde (Utrecht). Hij illustreerde enkele vooroorlogse (kinder)boekjes uitgegeven door de R.K.-Boekcentrale in Amsterdam evenals het voor de lokale (kerk)geschiedenis niet onbelangrijke: "Toen het oude kerkje van Pastoor Wubbe nog bestond" (Amsterdam, 1925), maar dit is - voor zover mij bekend - zijn enige omslagontwerp. Na de oorlog werd hij meer bekend met zijn: "Zoo was Nederland in de winter 1944-1945" (Utrecht, 1945), een doos met 18 reproducties van zijn aquarellen met kenmerkende situaties tijdens de hongerwinter, zoals 'De Centrale Keuken', 'Sloopers uit Nooddruft', 'Fietsen vorderen', 'Razzia' en 'De Onderduiker'.


Voor de lustrumbrochure van het Gilde maakte Van der Linde een bijzonder ontwerp in Art Deco stijl met getekende letters die onder en boven open zijn. Op het cliché hebben ze daarom veel weg van hiërogliefen! Door de ruimte tussen de letters op de brochure lichtblauw te kleuren lijkt het alsof de tekst(plaat) werd uitgezaagd en op een blauwe ondergrond ligt. Dergelijke 'open' belettering is geïnspireerd op het werk van typograaf Hendrik Wijdeveld (1885-1987) en gelijkt op die van de omslag van een nummer van het beroemde tijdschrift "Wendingen" (januari 1925), gewijd aan het raadhuis ontwerp van architect W.M. Dudok (1884-1974) voor Hilversum. De drie gestileerde figuren doen sterk denken aan het beeldhouwwerk van de Amsterdamse school, met name dat van tijdgenoot Hildo Krop (1884-1970). 


In: "De Tijd: godsdienstig-staatkundig dagblad" van 15 oktober 1926 werd de uitgave geprezen. "De uitgever die zich met ware piëteit kweet van zijn taak dit boekje zoo aantrekkelijk mogelijk te maken, bond het in een omslag welks voorpagina den door een haag van doornige vooroordelen en andere zielsbelemmeringen naar Christus heenworstelenden mensch te zien geeft en maakte er een geheel eigenaardige en tot dusverre als eenig in haar soort te beschouwen propaganda-werkje van voor - zooals Mgr. Callier zich in gelukwensch uitdrukt - de 'klare waarheid van ons heilig geloof'". 

Aug. van der Linde omschreef zijn werk op de binnenzijde van het omslag als volgt: "De mensch van goeden wil, welke zoekt naar de waarheid, gevangen in de doornen ranken van vooroordeel, zelfzucht, onwetendheid en dergelijken, worstelend om vrij te komen om te gaan tot de Waarheid [Christus]. Het Gilde van de Klare Waarheid zal dien mensch helpen om te komen tot de kennis der eeuwige waarheden van ons heilig geloof. Aug. v.d. Linde".

De lustrumbrochure zag het licht bij drukkerij Limburgia van J. Babeliowsky & zoon. Die bevond zich vanaf eind 1904 in de Gerard Doustraat 65, vlak bij de Amsterdamse Albert Cuypmarkt. Eind jaren zeventig van de vorige eeuw verhuisde de drukkerij naar elders. Zeer waarschijnlijk heeft mijn aanwinst daar gedurende een mensenleven gelegen tussen de drukpersen, letterbakken, drukinkt, papierbundels, en drukproeven in de bak met gebruikte en vergeten clichés.

vrijdag 12 augustus 2022

De unieke boekbindersletterproef van Aldert Witte

Aldert Maria Witte (1916-1974) was een beroemde typograaf en ontwerper van boekbanden die in 1962 de Staatsprijs voor Typografie won. Hij was een leerling van Charles Nypels (1895-1952) en zijn opvolger als boekbandontwerper bij uitgeverij Het Spectrum (Prisma-pockets!). Zijn vakbroeder Dick Dooijes (1909-1998), die ruim veertig jaar werkte bij de Lettergieterij 'Amsterdam' voorheen N. Tetterode schreef over Witte dat hij een stille bescheiden man was: "die als boekverzorger werk heeft gedaan van moeilijk te overschatten betekenis voor het peil van de Nederlandse boekdrukkunst. (-) Maar belangrijker acht ik het werk, door hem gedaan voor het heel gewone, goedkope pocketboek. Hij heeft aangetoond dat ook zo'n boekje er goed uit kan zien, dat het karakter kan vertonen in zijn vormgeving en prettig leesbaar kan zijn. Op dit terrein deed hij voor ons land pionierswerk dat erkenning vond in het herhaaldelijk voorkomen van door hem verzorgde pockets onder de bestverzorgde boeken van menig jaar" (in D. Dooijes: "Boektypografische verkenningen uit boekblad en andere periodieken" (Amsterdam, 1986)).


Behalve met de verzorging van goedkope boeken, hield Aldert Witte zich ook bezig met de vormgeving van uitgaven in het luxere segment zoals voor de nog steeds bestaande
Stichting De Roos, die jaarlijks (geïllustreerde) literaire uitgaven voor bibliofielen uitbrengt in een beperkte oplage van 175 exemplaren. Zijn leermeester Charles Nypels was in 1945 samen met Chris Leeflang en G.M. van Wees daarvan de oprichter geweest.
Het bekendste (en antiquarisch meest kostbare) boek van De Roos is: "Regelmatige vlakverdeling" (Utrecht, 1958), geschreven en geïllustreerd door Maurits Cornelis Escher (1898-1972). Aldert Witte tekende voor de boekverzorging en typografie van deze uitgave die kan worden gerekend tot één van de hoogtepunten in zijn carrière. Dieptepunten waren er ook, zoals de uitgave die ik lang geleden beschreef in: "Bij het graf van Charles Nypels".


Aldert Witte schreef ook zelf over boekverzorging. Bekend is: "De vormgeving van het boek" (Amsterdam, 1965), een met zwart/wit foto's geïllustreerd deeltje uit de serie die is uitgegeven door de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels. Hoofdstuk VIII gaat over "De boekband". 
Niets anders dan de band bepaalde het aanzien en de volledigheid van een volwassen boek. In de paragraaf over "De goedverzorgde boekband" schreef Witte: "Helaas is tot veel uitgevers dit feit nog nimmer doorgedrongen, want zij menen gegronde financiële redenen te hebben om geen of weinig aandacht aan het bandontwerp te besteden. Dit wijst op een jammerlijke vervlakking ten aanzien van de uiterlijke verschijning van het boek, die nochtans niet veroorzaakt behoeft te zijn door de industrialisatie van het uitgeversbedrijf of van het verschijnsel pocketboek of paperback.
Men is bereid, grote bedragen te investeren voor de vervaardiging van de - losse - stofomslagen, die het boek moeten 'verkopen', zonder zich te realiseren dat het stofomslag slechts een kort leven beschoren is en dat het boek, óók zonder stofomslag, een aangename indruk moet maken, hetgeen óók de verkoop kan stimuleren" (blz. 142).


En in: "De eenheid van boek en band" schreef hij: "Evenals bij de typografie van het boek de vormgeving van de tekst in overeenstemming moet zijn met het karakter daarvan, zo moet ook de band als een deel van dezelfde vormgeving beschouwd worden. Zo kan de symmetrische of de a-symmetrische vorm van de tekst op de band worden herhaald. Daarentegen kan men ook, en dit geld voor velerlei boeken, een neutrale band ontwerpen, waarbij men door de keuze van de lettersoort, de stand van de rugtitel en de kleur van het linnen, nog enige relatie met de klassieke of moderne opzet van het binnenwerk kan oproepen" (blz. 142/147). Vervolgens gaat Witte in op zaken als de keuze van de linnensoort, kleur en bestempeling maar ook de bandstempel. Probleem bij het laatste was "dat het lettermateriaal van de Nederlandse binder voor 80% uit sterk verouderd materiaal bestaat. Anderzijds beschikt hij meestal over een of twee meer of minder - en soms goed - bruikbare lettertypen. Het is de taak van de ontwerper, met deze bestaande stempelletters toch een verantwoord bandontwerp te maken, zonder dat de uitgever een messing stempel moet laten vervaardigen. Soms zal dit nodig, goed en noodzakelijk zijn, doch in veel gevallen is het mogelijk, uit het bestaande materiaal een goede bandbestempeling te maken, zelfs uit het verouderde materiaal, als de ontwerper bekwaam is tot een zodanige lettertoepassing, dat hij het lelijke van de letter weet te verdoezelen door de vormgeving. Veel eenvoudiger is het lettergebruik, wanneer de 'bestempeling' in verfdruk wordt uitgevoerd. Men kan dan gebruik maken van normale typen in drukletters" (blz. 149).
Ter illustratie staat op de tegenoverliggende bladzijde (148) een zwart/wit foto van: "Bandontwerpen uit een boekbindersletterproef, met toepassing van stempelletters. 1959".


Uiteraard ben ik bekend met het fenomeen 'letterproef', waarvan verschillende voorbeelden in mijn bibliotheek staan. Letterproeven zijn het visitekaartje van de desbetreffende drukkerij/uitgeverij en behoren daarmee logischerwijs vaak tot de meest opvallend vormgegeven uitgaven. Ook over typografie staat hier het een en ander op de planken, kortom boekverzorging en vormgeving hebben mijn interesse en ik ben er redelijk in thuis, maar... die afbeelding met dat onderschrift bracht me in verwarring. Ten eerste door een voor mij nieuwe term 'boekbindersletterproef', die - in samenhang met de afbeelding en het voorgaande citaat van Aldert Witte - enigszins verduidelijkt wordt. Ten tweede om het voor de illustratie gebruikte voorbeeld.
Ik ken namelijk geen 'boekbindersletterproef', laat staan eentje die op een dergelijke manier voorbeelden bevat van boekbanden. Als er al voorbeelden van boekbanden worden gegeven zijn het altijd (kleuren) illustraties. Een 'boekbindersletterproef' met 29 linnen modelbanden (inclusief de rug!) als (leporello)bijlage is - volgens mij - uniek, en dus werd ik nieuwsgierig naar deze uitgave en was mijn begeerte gewekt...
Het kostte mij een kwartiertje Googelen om erachter te komen dat het gaat om: "Letter en band. Letterproef toepassingen" (Duivendrecht, 1959), uitgegeven, gedrukt en gebonden bij Boekbinderij Kusters Duivendrecht N.V. die daar - onder de rook van Amsterdam - aan de Molenkade 44 zijn bedrijf had.  


In het Amsterdamse stadsarchief vond ik het kleine bedrijfsarchief terug (archiefnr. 30927). Daarin is ook een korte bedrijfsgeschiedenis opgetekend na 1974 door één van de directeuren, Theodorus Kusters Sr. Hierin lezen we het volgende: "Door de samenwerking met Het Spectrum, kwamen we in aanraking met de ontwerper Aldert Witte, een leerling van Charles Nypels, een fantastisch mens, die helaas te vroeg moest sterven. Genoemde Aldert Witte werd uiteindelijk aangezocht eens wat te stoeien met onze agenda en de resultaten door hem bewerkstelligd waren dusdanig dat heel de grafische gemeenschap de lof sprak van de toen verschijnende Kusters-Agenda" (blz. 12). En even verder: "Door de bijzonder fraaie resultaten verkregen met onze agenda's, menen we ook tussentijds iets te moeten doen om nog meer bekendheid te geven, ook aan ons bindwerk. In 1955 hebben we nog weer eens de papierbakjes voor de schrijftafel van stal gehaald in een wat betere uitvoering, omdat de voorgenomen uitvoering van 'Letter en Band' naar ontwerpen van Aldert Witte lange tijd van voorbereiding en uitvoering vraagt. 't Blijkt een goede pers te krijgen als het in 1960 wordt verspreid. Het geeft voorbeelden van verantwoordde ontwerpen met meer of minder verouderd materiaal aan letters en motieven. Echter blijft het verwachte effect van HH. Ontwerpers en Uitgevers beneden de verwachting, waardoor de geplande kostbare opzet in verhouding te weinig opbrengt" (blz. 14/15).


De totstandkoming van "Letter en band. Letterproef toepassingen" vergde dus een aantal jaren aan voorbereiding en bleek een relatief kostbare onderneming. Het zal bovendien in een beperkte oplage zijn verschenen, mogelijk niet in de handel, maar bedoeld als stalenboek of relatiegeschenk voor verschillende uitgeverijen. Thans is het een zeldzame uitgave - zo bleek mij al gauw - die slechts in enkele Nederlandse bibliotheken aanwezig is (de Koninklijke Bibliotheek, het Allard Pierson en de universiteitsbibliotheek Groningen). Daarnaast bezit ook het Huis van het Boek, waar het gedeeltelijk ontsloten, maar helaas niet toegankelijke archief van Aldert Witte ligt, twee exemplaren. Ik had dus - al met al - weinig hoop er eentje antiquarisch op de kop te tikken en kon mijn geluk niet op toen ik - miraculum mirabilis - na slechts enkele muisklikken bij antiquariaat Klondyke in Almere een exemplaar zag staan voor een naar mijn mening (zeer) bescheiden prijs (zie mijn aanwinstenoverzicht juni 2022, nr. 4).


Wat ik vervolgens een paar dagen later thuis ontving overtrof mijn verwachtingen. De uitgave (ca. 22.5 cm. hoog, 18 cm. breed en 4.5 cm. dik) zit in een plexiglas cassette. Als je de linnen band openslaat zit er links een boekje tegen het plat geplakt (60 blz. bestaande uit een inhoudsopgave/inleiding, 25 letterproeven verdeeld in 4 groepen en een 5de groep ornamenten & vignetten). Rechts zit de leporello met 29 modelbanden gedrukt op met karton beplakt linnen. Op de achterzijde van elke modelband staat informatie over de gebruikte letter/ornament (met groep en bladzijdeverwijzing naar het boekje met letterproeven), het gebruikte linnen en de uitvoering (meestal verfdruk). Uit het colofon blijkt dat de typografische vormgeving en alle bandontwerpen van Aldert Witte zijn. Van welke Nederlandse boekbandontwerper tref je zoveel modelbanden aan in één uitgave?


De (duidelijk door Witte geredigeerde) inleiding vermeldt het volgende: "Als men de gemiddelde band van het Nederlandse boek als maatstaf neemt, dan zal men niet kunnen ontkomen aan een beeld hetwelk ons de Nederlandse boekband toont als een soort noodzakelijk kwaad. Weliswaar zijn vele boekbanden dikwijls versierd met veel goud en kleur, doch niettemin en wellicht desondanks, zodanig gespeend van ieder gevoel voor vorm en verhouding en zo zonder enig verband met de inhoud en het karakter van het boek, dat men deze boekbanden mag vergelijken met het slaan van de bekende tang op het even bekende varken. Tonen deze boekbanden een averechtse uitwerking, daarnaast staat een veel groter getal boekbanden dat niet meer geeft en ook niet meer wil geven dan het gemis van iedere aantrekkelijkheid. Het is vooral in deze gevallen dat men kan spreken van een totale miskenning van de funktie van de boekband. Meer dan het om velerlei redenen noodzakelijke stofomslag, heeft het boek recht op een zodanige uitvoering en verzorging van de band, dat boek en band een volwaardig geheel vormen. 


Het stofomslag vervult slechts een tijdelijke funktie; de band is daarentegen een onverbrekelijk deel van het boek, met een voorbestemming tot langdurige bruikbaarheid.
Dat men ieder boek een band geve in uitvoering gelijkwaardig aan de innerlijke waarde en de vormgeving van het boek, vraagt nauwelijks een nader betoog. Onze uitgave 'letter en band' is een poging in velerlei soorten uitvoering, op velerlei soorten en kwaliteiten bindmaterialen, te tonen welke resultaten men kan bereiken bij de uitvoering van de boekband. Geven wij enerzijds een gegroepeerd overzicht van de bij ons aanwezige lettertypen, ornamenten en dergelijke materialen voor verguldwerk, verf- en zeefdruk, anderzijds mogen de opgenomen modelbanden een indruk geven van hetgeen men kan bereiken met de toepassing daarvan. 


Ook hier geldt: zoveel hoofden, zoveel zinnen, want terecht kan men bezwaar maken tegen de opname van enige soorten lettertypen. Dat wij deze typen toch in de letterproef opnemen en daarvan enkele toepassingen geven, is uitsluitend gedaan ten behoeve van het exceptionele geval waarbij de toepassing gerechtvaardigd zou kunnen blijken. Altezamen echter menen wij dat uit de modelbanden blijkt hoe bij een goede toepassing, d.w.z. een samenhang en keuze tussen bindmateriaal, letter, vormgeving en stempeltechniek, met verreweg de meeste lettertypen een verantwoord geheel van letter en band kan worden bereikt. Dit doel te bereiken willen wij door middel van deze uitgave onder de titel 'letter en band' stimuleren" (blz. 5/6). 

Ik trof welgeteld één bespreking aan van "Letter en band" door vakgenoten in: "Tété: technisch tijdschrift voor de grafische industrie" (15de jrg. nr. 1, januari/februari 1960, blz. 32). Ook daarin wordt al gesproken over uniek reclamewerk "gevat in een cassette van deels glasheldere en deels zwarte kunststof, op zichzelf ook een novum. De uitgevers die deze reclameuitgave ontvingen, zullen er mee in hun schik zijn. Het geheel laat immers zien dat het niet nodig is voor elke kleine of grote tekst op een boekband een kostbaar messingstempel te maken".

vrijdag 13 november 2020

Gij zult leergeld betalen...


Toen ik enkele dagen voor mijn verjaardag wat op Marktplaats rondstruinde trof ik daar een advertentie aan onder het kopje "Groot schilderij van de Tien Geboden". De foto's daarbij toonde echter geen schilderij maar een ingelijste negentiende eeuwse prent, zo te zien een litho.

Wie wel eens een oude hervormde kerk van binnen gaat bekijken loopt grote kans de inspiratiebron voor dergelijke kunstzinnige afbeeldingen tegen te komen; het tiengebodenbord of wetsbord. Veelal uitgevoerd in beschilderd hout gaat het om vrij forse objecten die niet direct in je huiskamer passen. Gelukkig verschenen er al vroeg - meer handzame - gedrukte afbeeldingen, zoals de onderstaande gravure (1583) van 'Mozes met de tafelen der Wet' - door Hendrick Goltzius (1558-1617) - uit de collectie van museum Boijmans van Beuningen. Eeuwenlang zijn de tien geboden c.q. 'de tafelen met de Wet des Heeren' op een dergelijke wijze (vaak vergezeld van Mozes en/of Bijbelse taferelen) weergegeven.


Lithografie (of steendruk) is een uitvinding van Alois Senefelder (1771-1834), een grafische techniek die in Nederland vanaf het tweede decennium van de negentiende eeuw opkomt en verschillende voordelen bood ten opzichte van de traditionele ets- en graveertechniek. 
In: "Het wezen van den steendruk" (Amsterdam, 1929), een vertaling door H.C.O. Magel van Senefelders bekende boek over zijn uitvinding, lezen we daar meer over en worden de verschillende instrumenten, benodigdheden en werkwijzen uitgelegd. Feitelijk is een litho (vlakdruk) een tekening op steen. Bij de litho die ik op Marktplaats zag leek me dat op de verdiepte manier gebeurd. De gehele afbeelding, alle punten en lijnen, letters en tekeningen is met vaste hand "hetzij door een scherp stalen instrument in de diepte van den steen gegraveerd of door sterkwater erin geëtst" (Hoofdstuk 2, blz. 147). Het resultaat benadert de mooiste kopergravures en deze techniek leent zich dan ook uitstekend voor het weergeven van muzieknoten, lettervormen, schrift en landkaarten. 

De eerste advertentie die ik in Delpher tegenkwam voor een "schoone gelithographieërde Plaat" met de tien geboden staat in de "Leeuwarder Courant" van november 1827. Het gaat volgens boekverkoper H.C. Schetsberg om de "DE TIEN GEBODEN, zinnebeeldig voorgesteld met verklaring". 


Ik heb het origineel niet gezien (noch gevonden) maar kan mij er wel een voorstelling van maken door simpelweg te bladeren in mijn achttiende eeuwse "Kleine Print-Bybel", waarin talrijke Bijbelpassages als een rebus op zinnebeeldige wijze zijn weergegeven.
Voor liefhebbers van typografie wordt het pas spannend als de lithografische kunstenaars naast typolithografie (d.w.z. het overbrengen van boekdrukletters op steen) ook allerlei fantasieletters gaan tekenen, die niet traditioneel in lood gegoten bij de drukker stonden. Wat ik op Marktplaats tegenkwam leek mij daarvan een mooi voorbeeld, maar niet het enige...


In de collectie van het Rijksmuseum vond ik de hierboven getoonde litho (60 cm. hoog en 48,5 cm. breed), gemaakt door W. Visser, gedrukt bij Hilmar Johannes Backer (1804-1845) en in 1836 uitgegeven door Hartog Zangers 'koopman in kunstplaten' te Dordrecht. 
Uit zijn advertentie ('belangrijk berigt') in de "Rotterdamsche Courant" van 22 november 1836 blijkt duidelijk zijn trots op deze uitgave van "DE TIEN GEBODEN, uitmuntend en kunstvol in steen gegraveerd, waaraan kosten noch moeite gespaard zijn en waaraan alle Bijsieraden door teekenkunst, vignetsgewijze, met smaak zijn bijgebragt".


Hoe fraai ook, de kunstplaat die ik op Marktplaats vond is nog overdadiger uitgevoerd. Het (kader)formaat is ook wat groter (65 cm. hoog en 46,5 cm. breed). De religieuze boodschap is eigenlijk bijzaak geworden. De hele litho is feitelijk één grote reclameplaat voor de virtuositeit van de kunstenaar en het technisch kunnen van de drukker alsmede het zakelijk inzicht en vernuft van de uitgever/verkoper. 

Toen ik op 'Wet des Heeren' in Google verder zocht was het meteen raak. Een identiek exemplaar (maar in slechtere conditie) uitgegeven in Groningen bij J.M. Billroth trof ik aan in de beeldbank Groningen (NL-GnGRA_1536_2815). Daarin staat ook een afbeelding van een anderhalve eeuw later gemaakte reproductie (NL-GnGRA_1536_2196). Met enige regelmaat duiken exemplaren van deze litho op bij Marktplaats en Catawiki (telkens in een andere lijst) die voor bedragen rond de veertig euro worden geveild (exclusief veiling- en verzendkosten). Mooi detail; in tenminste één protestantse kerk hangt deze 'Wet des Heeren' nog gewoon aan de muur... (Helenaveen, gemeente Deurne).


Johann Martin Billroth was een Duitser, die circa 1779 werd geboren in Stralsund aan de Oostzee als zoon van Friedrich Martin Billroth en Maria Charlotte Landgraff. Billroth (overleden in Groningen op 20 april 1851) was spiegelmaker, kunsthandelaar, kunstkoper en uitgever. Hij was in 1829 oprichter van de eerste gespecialiseerde steendrukkerij in Groningen (pas tien jaar later volgden drie anderen). In 1837 had hij een winkel op de hoek van de Grote Kromme Elleboog in Groningen. 
Zowel Billroth in Groningen als Backer in Dordrecht behoorden tot de eerste lithografen in Nederland en komen voor in het overzicht van steendrukkers werkzaam in Nederland vóór 1840 door Helen C.M. Marres-Schretlen en Rob Meijer (In: "De Boekenwereld", jrg. 15, 1998, nr. 1. blz. 142 t/m 146). 


De kunstplaat van Billroth verscheen vrijwel gelijktijdig met die van zijn Dordtse concurrent Backer, waarschijnlijk zelfs iets vroeger, want zijn krantenadvertenties voor kunstplaten in Delpher starten ook iets eerder. Hoe dan ook, één van de twee heeft leentjebuur gespeeld. Er zijn onmiskenbaar een aantal overeenkomsten, zoals de knielende Mozes links en de priester met bisschopsstaf rechts boven de stenen tafelen met de geboden. Ook het middenstuk van beide kunstplaten verschilt maar weinig in de keuze voor bepaalde Bijbelscenes en -verzen. Van boven naar beneden zijn dat:
1. De Ark van het Verbond (Bij Backer geheel onderaan met Bijbelvers Exodus 40: 17-19),
2. Het Gouden Kalf (Bij Backer met Bijbelvers Exodus 32: 6-19),
3. Mozes (Met Bijbelvers Exodus 32: 19),
4. Steniging (Met Bijbelvers Leviticus: 24: 14). Bij Backer met verwijzing naar Bijbelvers Leviticus 24: 13, 14, 23.
5. Slang aan een paal (Met Bijbelvers Numeri 21: 8),
6. Abraham en God (vermoedelijk..., alleen bij Backer is dit goed duidelijk weergegeven en met Bijbelvers Genesis 22: 11, 12).

Geheel links in de hoek op de plaat van Billroth staat nog de Bijbeltekst Exodus 34: 21 met een tekening van ploeggereedschap en alleen bij Backer komt er in het middenstuk een afbeelding voor van koning Ahasveros met Mordechai en Esther (met Bijbelvers Esther 8: 2). 


Oplagecijfers zijn mij niet bekend maar er moet vraag zijn geweest naar dergelijke 'pennestukken'. In de tweede helft van de negentiende eeuw verscheen er - wederom in Groningen - een tweede vergelijkbare litho met 'de Wet des Heeren' (beeldbank Groningen NL-GnGRA_1536_2811), ditmaal uitgegeven door J. Oomkens J. Zoon, die ook veel topografische kaarten uitgaf. Oomkens had in 1826 de steendruk in Groningen voor het eerst gebruikt. Zijn litho-uitgave van de tien geboden werd getekend ('del.') door steendrukker W. de Boois (van wie verder niet veel meer bekend is). 

Zijn dergelijke kunstplaten een typisch Nederlands fenomeen? Wellicht... Ik vond in 'The Library of Congress' weliswaar een exemplaar in het Engels, maar deze litho "The Ten Commandments." (gedrukt in 1876 door 'Strobridge Lithographing Co.' in Cincinnati, USA/Ohio) werd gemaakt door ene John. W. van Leeuwen! En dat klinkt dan weer verdacht Nederlands.
Verticaal in het middenstuk ditmaal geen Bijbelse taferelen maar de namen van de twaalf stammen Israëls die bij de litho op Marktplaats horizontaal boven in de sierlijst staan.


Al met al leek mij het lithografische meesterstuk op Marktplaats een waardig verjaardagsgeschenk aan mijzelf en dus bood ik € 30,- euro (inclusief verzendkosten).
De eigenaar echter liet mij weten dat zijn 'schilderij' echt veel meer waard was dan het 'startbod' van € 25,- euro...
Zucht...
Onkunde van de verkoper(s) op Marktplaats en andere antiquarische websites levert mij vaak leuke aanwinsten op voor boterzachte prijsjes maar in dit geval hing ik - nadat ik de eigenaar op de laagste veilingprijs had geattendeerd - voor het marktconforme bedrag van
€ 47,50 euro (inclusief verzendkosten). Dat was uiteindelijk twee tientjes meer dan ik in gedachten had gehad, maar inmiddels was er al flink wat tijdrovend onderzoek gedaan en stond dit hele stukje (compleet met illustraties) in concept klaar. 

Toen het pak uiteindelijk arriveerde bleek de glasplaat gebroken ondanks de bescherming van een oude badhanddoek en het verpakkingskarton met daarop in grote letters ‘Breekbaar’ en ‘Glas’. Nadat ik de plaat met enige moeite uit de lijst had gehaald werd mijn vermoeden bewaarheid. Dit was geen origineel maar de reproductie…
Hoe is die te herkennen? In de eerste plaats aan het moderne (wat gele) papier, maar dat is van een foto of op afstand, ingelijst achter glas, moeilijk te zien. Er is echter één in het oog springend detail dat bij alle reproducties duidelijk zichtbaar is. Geheel onderaan staat: “te Groningen bij J.M. Billr..h.”. Anders dan bij het origineel ontbreken de letters ‘o’, ‘t’ en een gedeelte van de letter ‘h’. 

Leergeld betaald...