Posts tonen met het label Handschriften. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Handschriften. Alle posts tonen

vrijdag 10 juli 2026

De Dordtse boekenmarkt en wat ik daar vond...


Ruim vijftien jaar geleden, op zondag 3 juli 2011 bezocht ik voor het eerst en voor het laatst de boekenmarkt in Dordrecht... Tijd om weer eens te gaan kijken dus, temeer omdat ik dit jaar hoogstwaarschijnlijk niet in de gelegenheid ben om naar de Deventer boekenmarkt te gaan (zoals in 2024 en 2025).

En dus stapte ik zondag 5 juli - na het uitlaten van Flynn, de hond - om half acht 's ochtends met koffie en appelflappen in de auto. Ruim een uur later, rond half negen, parkeer ik in het centrum in parkeergarage Achterom, direct naast de boekenmarkt. Het weer is prima. Bewolkt maar niet koud, prima boekenmarktweer en naarmate de dag vordert wordt het ook steeds warmer en drukker.

Eenmaal buiten komen de eerste kraampjes al gauw in zicht. Ik ben niet ruimschoots op tijd, maar veel te vroeg! Anders dan op de Deventer boekenmarkt - waar iedereen ruim voor de officiële opening klaar staat - zijn hier de meeste tafels nog 'woest en ledig' en talrijke verkopers zijn druk bezig met het inrichten van hun kraam. Langzaam wandel ik via de Sarisgang naar het Statenplein in de hoop op wat meer drukte en vertier.


Ik maak een praatje met Jos en Ria Grimbergen (Grimbergen Boeken Antiquariaat) en begroet Axe van Maanen (antiquariaat Klikspaan) en Eric Klee (antiquariaat De Uilenspiegel), die ik beiden ook al op de vrijdagse boekenmarkt op het Amsterdamse Spui zag. Bij Eric kom ik rond tien uur een potentiële concurrent verzamelaar tegen; Frank Martinet. We begroeten elkaar kort en ik vervolg mijn weg door de nog stille Nieuwstraat en Museumstraat. Daar ontwaar ik de kraam van de onvolprezen stichting Desiderata met Peter IJsenbrant en Martin Hulsenboom. Maar... boeken gaan voor, de dag is nog lang en dus besluit ik om anoniem voorbij te schuifelen om later op de dag terug te komen. Op de hoek bij de Steegoversloot zit een mij bekend echtpaar in het zonnetje aan de koffie. Het zijn de Goudse bibliofiel Paul Abels en zijn vrouw Christa. Maar.... boeken gaan voor, de dag is nog lang en wellicht kom ik ze later op de dag weer tegen.


Ondertussen is het elf uur geworden en terwijl ik in de Steegoversloot langs de kramen met uitgestald platenvinyl sjok bekruipt mij het gevoel dat ik in Dordrecht waarschijnlijk niks van mijn gading zal vinden. Te weinig oud interessant drukwerk. Ik voel inmiddels ook dat ik mijn ochtendkoffie moet lozen, evenals de appelflappen... Op de Statenmarkt staat een toiletwagen maar ik heb geen losse euro bij de hand en ze zullen wel geen pinapparaat hebben. Zodoende sjok ik voort op zoek naar een café of iets dergelijks met schoon sanitair.
De aandrang wordt langzaamaan groter als ik afbuig naar de Voorstraat, maar de verlossing is nabij! De deuren van de Augustijnenkerk staan wijd open en er klinkt gezang. Zondag natuurlijk... Een vriendelijke jongeman bij de kerkdeur informeert mij dat er een doopdienst plaats vindt en ik besluit het (brandschone) toilet te bezoeken; 'Gods water over Gods akker'.

Opgelucht verlaat ik de kerk en struin verder. Al gauw sta ik voor de boekenkraam van EmporiumCS waar ik wat babbel met Laurent Chavagne. Ik ken hem en zijn handel van de Deventer boekenmarkt. In de bakjes met klein los drukwerk vind ik het mij zeer bekende "Hoe men vroeger drukfouten bij het publiek aandiende" (z.p. [Amsterdam], z.j. [1925]), geschreven door pater Bonaventura Kruitwagen. Het bestaat in drie verschillende varianten en de vroegste daarvan die 'niet in den handel' verscheen (op de foto geheel links), had ik nog niet. 


In hetzelfde bakje vind ik iets heel curieus. Een brochure met de titel: "Lijst van geschriften, welke als aanstotelijk voor de eerbaarheid zijn te beschouwen (artikel 240 Wetboek van Strafrecht)". Een smakelijke uitgave ('vertrouwelijk') samengesteld door de Onderafdeling Opsporingsbijstand, Bureau Bijzondere Delicten van het Ministerie van Justitie, directie Politie ('s-Gravenhage, z.j. [1959?]). Het gaat om een lijst met 508 titels (schrijver en uitgever) van uitgaven, groot en klein, die meestal onder de toonbank werden verkocht. Daarnaast zijn vele via particuliere netwerken verspreid, want in de kolom 'uitgever' staat regelmatig 'getypt' of 'gestencild'. Ik vermoed dat het gros voorgoed verloren is gegaan en dat de informatie in dit boekje het enige is wat aan hun vluchtig bestaan herinnert.


Ik reken beide boekjes af en wil weglopen maar zie vanuit mijn ooghoek nog een leuke uitgave liggen. Het is: "For Bob de Graaf, Antiquarian Bookseller, Publisher, Bibliographer. Festschrift on the occasion of his 65th birthday" (Amsterdam, 1992). Bob heb ik helaas nooit gekend maar bij zijn weduwe Emmie de Graaf-Bierbrauwer kocht ik alweer vijftien jaren geleden mijn eerste "Gysbreght" (zoals u hier kunt lezen). In mijn bibliotheek staan verschillende van dergelijke hulde-uitgaven, waaronder het persoonlijk exemplaar dat de vader van de boekwetenschap, Herman de la Fontaine Verwey (1903-1989), ontving bij zijn zilveren jubileum als bibliothecaris (directeur) van de Universiteitsbibliotheek Amsterdam.
Ik schreef erover in: "Herinnering aan 't vooronder".
Mijn eerste drie aanwinsten voor vandaag zijn binnen, maar het allermooiste moet nog komen...


Ik loop iets verder en zie een soort antiekzaakje (Kunsthandel De Kool) met voor de winkelpui een tafel waarop een bescheiden hoeveelheid moderne boeken ligt uitgestald.
Er ligt niets interessants voor mij bij en dus tuur ik naar wat middeleeuws steengoed uit de 13de eeuw in de etalage (ik bezit een kleine collectie middeleeuws steengoed).
De vermoeid ogende uitbater, op een stoel naast de deur, nodigt mij vriendelijk uit om ook binnen een kijkje te nemen. Dat doe ik en zowaar tref ik daar weer Frank Martinet aan.
Wij zijn geïnteresseerd in dezelfde dingen, zoveel is wel duidelijk. Ik bewonder enkele zeventiende eeuwse zilveren paplepels en Frank praat met de eigenaar en schept op over een zilvervondst die hij ooit deed. Ondertussen kijk ik wat rond en wil ik tegelijk met Frank weer de winkel uitlopen. "Boven is ook nog, kijk rustig rond", zegt de winkelier.
Inderdaad is er nog een bovenkamer, waar we een jongedame ontwaren achter een bureautje verdiept in haar mobieltje. Achteraf blijkt dit een beslissend moment...
Anders dan Frank maak ik godzijdank de juiste keuze om toch even te gaan kijken. 


Ik klim het trappetje omhoog en kom in een ruimte waar mijn ogen dwalen over de aan de muur hangende prenten en diverse uitgestalde antiquiteiten uit vervlogen eeuwen. Als ik mij omdraai naar de tafel achter mij vallen plotseling twee koperplaatjes op. De grootste van de twee vertoont een madonna. De eigenaar is inmiddels ook naar boven geklommen en ziet mij kijken. Terwijl we wat praten over deze twee bijzondere objecten, loopt hij naar het bureautje en pakt wat documentatie die hij mij overhandigt. Daaruit blijkt dat het plaatje met de madonna gemaakt is door de in Antwerpen werkzame Vlaamse graveur en schilder Abraham van Merlen (1579-1660).

Het andere, iets kleinere koperplaatje (8.4 cm. breed en 11,5 cm. hoog), intrigeert mij meer. 
Het toont een fraai gedetailleerde afbeelding van een chic gekleed paar, de man in landsknechtstijl, van rond 1600. Naast hen - achter een boompje - staat een nar met bellenkap en marot (zotskolf, narrestok of gekstok)De eigenaar weet er niets over te vertellen maar vermoed - met mij - dat het gaat om een boekillustratie; maar uit welk boek?


Het tweeregelig ingegraveerde onderschrift is moeilijk leesbaar, want in spiegelbeeld! Er is geen spiegel in de buurt, maar ik bedenk mij dat het wellicht ook kan op mijn mobiele telefoon. Inderdaad lukt het mij om een foto te spiegelen en nu lees ik duidelijk:

"D'hoechduitscher schwets en claaght sijn lijē
den narr die lacht om t'malle vrijen"

Daarmee lukt het mij vrij snel om de voorstelling te identificeren. Het gaat om nummer twintig (blz. 137) van de tweeëntwintig emblematische afbeeldingen uit: "CUPIDO'S LUSTHOF Ende Der Amoureusē Boogaert Beplant ende Verciert Meet 22. Schoone Copere figuiren ende vele nieuwe Amoureuse Liedekēs Baladen ende Sonnetten desgelickx te voren noÿt inden druck geweest ofte gesien zÿn" (Amsterdam, 1613).
Een anoniem bij Jan Evertsz. Cloppenburch verschenen leerboek voor de liefde, toegeschreven aan de uit Antwerpen afkomstige Amsterdamse boekdrukker Gerrit Hendricksz. van Breughel (1573-1635). Gerrit was - net als Joost van den Vondel (1587-1679) - lid van de Amsterdamse rederijkerskamer 'Het Wit Lavendel'. De emblematische kopergravures zijn van de hand van Nicolaes van Geelkercken (1585-1656), die vooral bekend werd als landmeter en cartograaf.

Originele zeventiende-eeuwse koperplaatjes met gegraveerde of geëtste boekillustraties zijn extreem zeldzaam. Koper was kostbaar en ze zijn vrijwel zonder uitzondering verloren gegaan omdat ze na het drukken werden omgesmolten, hergebruikt of geveild als schroot. U begrijpt wel dat ik een dergelijk museumwaardig - meer dan vier eeuwen oud boekgerelateerd - object niet heb laten liggen!


Financieel iets armer, maar een topvondst rijker, verlaat ik het winkeltje op weg naar een lunchafspraak met mijn blogredacteur Reinder Storm. Echter, nog voordat ik richting het Statenplein kan afslaan, ontwaar ik aantrekkelijk drukwerk op de tafel van BiblioBLU (Tycho Blauw) uit Haarlem.
Uit een flinke partij boeken en boekjes over met name typografie vis ik wat aardige kleine uitgaven. Vier voor vijftien euro is geen geld... maar dan valt mijn oog op een aantal mappen met origineel werk. Ik blader ze stuk voor stuk door en doe alweer een unieke vondst!

Het gaat om een albumblad (19 cm. breed en 27.3 cm. hoog). Aan de ene zijde staat in handschrift: "Op verlangen van Mejufvrouw A.C. Kooij volgt hier mijne handtekening. A.L.G. Bosboom Toussaint, Amsterdam 14 april 1868". In de 19e eeuw groeide het verzamelen van handtekeningen en autografen (filografie) uit tot een ware rage. Betere postdiensten en een bloeiende antiquiteitenhandel maakten documenten van historische figuren, schrijvers en kunstenaars zeer gewild. Intellectuelen en de gegoede burgerij verzamelden deze papieren schatten fanatiek in speciale mappen en luxueuze albums. Mejuffrouw Kooij was kennelijk een verzamelaarster van handtekeningen van bekende Nederlandse schrijvers.


Het zijn echter niet deze paar regels die mij doen besluiten om het blad te kopen. Dat doet de andere andere kant die nog vele malen interessanter is! Hier staat namelijk een gedicht met handtekening en portretfoto van Nicolaas Beets (1814-1903).

"Na 't vroeger schrift een later blad
Op uwer wensch door mij beschreven!...
Welaan, ik wil u meer dan dat
'k wil u mijn later beeltnis geven.
Gij ziet 'k verander al zoo wat
Toch klopt er in mijn borst een leven,
Dat niet verandert. Kent gij dat?

Utrecht 21 febr. 1868, Nicolaas Beets"


De opgeplakte portretfoto van Beets is gemaakt door H(endrik)/Henrij Pronk (1813-1893), kunstschilder, koopman, reizend daguerreotypist en fotograaf, die in 1868 een atelier had in Utrecht. Nicolaas Beets die onder het pseudoniem Hildebrand de welbekende "Camera Obscura" (1839) schreef, was tijdens zijn leven een zeer bekende Nederlander. Toen hij 75 werd kregen alle schoolkinderen in ons land een vrije dag. Zodoende is hij - naast Willem Bilderdijk (1756-1831) - een van de meest geportretteerde schrijvers van zijn tijd (vooral op latere leeftijd). In 1838 werd Beets' (gegraveerd) portret voor het eerst afgedrukt in de "Nederlandsche Muzen-Almanak".

Fotografie werd later in de negentiende eeuw uitgevonden. De oudste bekende portretfoto (een daguerreotypie van Henri Vriesedorp) is gemaakt op 28 juli 1842. Pas vanaf 1850 komen portretfoto's in toenemende mate voor. Beets deelde vaker dergelijke portretten uit. Rick HoningsScaliger-hoogleraar in Leiden, die onlangs een alom geprezen Beets biografie publiceerde: "God, gezin en vaderland. De eeuw van Nicolaas Beets 1814-1903" (Amsterdam, 2026), schreef mij dat hij een vergelijkbaar blad met portret bezit uit 1878, tien jaar later. Mijn exemplaar behoort tot de eerste portretfoto's van Nicolaas Beets... 


Voldaan met mijn unieke aanwinsten heb ik eindelijk tijd voor een smakelijke lunch met mijn blogredacteur Reinder Storm. Wij praten over boekenmarkten, uitgever Evert Maaskamp (1769-1834), de onlangs overleden Nop Maas (1949-2026), Jan Greshoff (1888-1971), Argus en mijn werk. Tot slot drinken we koffie en na het betalen van de rekening wandelen we nog even voor een praatje naar de kraam van Desiderata, waar we ook Büchmania(k) Frans Mouws en boekhandelaar David Appolonius Coppoolse treffen. David - eveneens verzamelaar van uitgaven van De Carbolineum Pers - feliciteert mij met mijn laatste aanwinst; Trithemius: "De Laude Scriptorum" (Kalmthout, 2009).
Met Peter IJsenbrant praat ik over zijn Desideratum-Pers en het volgende project (een 18de eeuws gedicht van 'de vieze Boddaert' of 'vieze Pieter') en uiteraard schep ik tegenover iedereen op over mijn bijzondere Dordtse vondsten.
Tot slot loop ik samen met Reinder nog even over de markt op zoek naar enkele door hem gesignaleerde interessante items. Helaas, met lichte spijt constateren wij dat ze inmiddels zijn verkocht. Dan nemen wij afscheid en niet veel later, om half drie 's middags, rijd ik de parkeergarage weer uit, op weg naar huis. Het was al met al een prachtige dag daar in Dordt.

's Avonds ontvang ik via Bluesky een berichtje van Frank Martinet: "Ik hoop dat je een leuke dag hebt gehad! De 'buitwas om 08.30 al binnen. Ik zal geen titels, foto's of financiële zaken delen. De leden van ons een paar maanden geleden opgericht genootschap #RealBibliophiles zwijgen daar liever over. (intern natuurlijk niet)". Ik kan een glimlach niet onderdrukken. De buit? Die ligt hier, I call your bluff...!

vrijdag 18 augustus 2017

Post uit het verleden

Het zal de meeste van mijn lezers wel eens zijn overkomen.
U koopt een leuk boekje ergens in een antiquariaat, op de boekenmarkt of in de kringloop en thuisgekomen ontdekt u tussen de pagina's verstopt 'iets' dat een vorige eigenaar heeft vergeten.
Dat 'iets' had vaak de functie van boekenlegger maar kan van alles zijn. Een vergeten bankbiljet, toegangskaartje, ansichtkaart, brief of gedroogde bloemen en bladeren worden regelmatig tussen de bladzijden teruggevonden. Vergeten plakken salami en kaas ben ik persoonlijk nog niet tegengekomen maar anderen wel en onlangs las ik nog over de vondst van een ganzenveer achtergelaten door de schrijver in een middeleeuws manuscript.


Een aardig boekje hierover (ik heb het zelf niet) lijkt mij Michael Popek's: "Forgotten Bookmarks - A Bookseller's Collection of Odd Things Lost Between the Pages" (New York, 2011).
Van dezelfde auteur bestaat overigens ook een culinaire variant op dit thema: "Handwritten Recipes - A Bookseller's Collection of Curious and Wonderful Recipes Forgotten Between the Pages" (New York, 2012)!
Kopen?
U kunt ook op de link in een van bovengenoemde titels klikken, dan komt u op het gelijknamige blog terecht waar u uw hart kunt ophalen.
Daarnaast zijn er voor liefhebbers van 'things found in books' diverse voorbeelden te vinden bij 'Found in Books'.

In mijn kringloopwinkel vond ik laatst: "Leven en werk van Dirk Volckertsz Coornhert" (Amsterdam, 1978). Een net exemplaar met stofomslag geschreven door dr. Hendrik Bonger (1911-1999). In het NRC Handelsblad van 20 oktober 1978 verscheen een lovende kritiek op deze uitgave en de biografie won de dr. Wijnaendts Francken-prijs 1979 van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.


Voor twee euro vijftig werd ik de nieuwe eigenaar. Ik hou wel van biografieën over interessante historische figuren en Coornhert behoort daar zeker toe. Er was echter nog een reden die mij over de streep trok.
Toen ik het boek doorbladerde trof ik tot mijn verrassing een nieuwe witte envelop aan die als bladwijzer tussen twee bladzijden was gestoken. Er was met een ballpoint op geschreven: "Brief van H. Bonger aan S. Goudeket en M. Goudeket-Philips".


Ik heb wel vaker post uit het verleden (die niet aan mij was geadresseerd) ontvangen. Meestal zijn het kaartjes, briefjes en kattebelletjes van onbekende personen maar een enkele keer gaat het om de sporen van 'BN'ers uit de vaderlandse historie'.
Eerdere vondsten heb ik beschreven in: "Ephemera uit vak U7" en: "Uit mijn bakken".
Mijn (voor)laatste vondst, een aantal maanden geleden, zat in een brochure die ik bij Jos Albers op het Waterlooplein kocht. Het gaat om een lidmaatschapskaart uit 1932 van de "Nederlandsche Centrale Vereeniging tot bestrijding der tuberculose" die toebehoorde aan de Nederlandse Nobelprijswinnaar Pieter Zeeman (1865-1943).


Natuurlijk had ik in de kringloop Bonger's brief (die aanmerkelijk ouder was dan de envelop in eerste instantie deed vermoeden!) vluchtig bekeken maar thuisgekomen las ik deze nogmaals aandachtig door.


Hendrik Bonger schreef de brief tijdens zijn verblijf in Dennenheuvel, een villa aan de Arnhemseweg tussen Apeldoorn en Beekbergen, ooit gebouwd voor de koopman J. ten Sijthoff. Het huis heeft na het overlijden van de eigenaar nog enige tijd dienst gedaan als pension voor ouderen maar is rond 1970 gesloopt en verdwenen.



De brief is gedateerd zestien juli 1944, ruim een maand na D-Day, en gericht aan (volgens het handschrift op de envelop) de destijds ondergedoken Sam Goudeket (1886-1979), gehuwd met Marianne Goudeket-Philips (1886-1951). De volledige tekst luidt:

"Adres:   J. ten Sijthoff                                                               Beekbergen, 16-7-44
               Dennenheuvel
               Beekbergen

Beste vrienden, 
Misschien herinneren jullie je nog vaag het bestaan van ondergetekende en zijn vrouw.
Het moet later maar eens allemaal mondeling bepraat worden wat we gedaan hebben en wat onze lotgevallen zijn geweest. Erg thrilling zijn de onze niet. We zijn meestal hier in 'Dennenheuvel', Beekbergen, waar we een eigen kamer hebben; we werken soms maanden op een boerderij, dan weer maanden aan de dissertatie die ik zo graag af wou hebben vóór de bevrijding, maar wat wel niet zal lukken, hoewel ik flink opschiet. 
Dan doen we samen veel waarover later ook eens mondeling, in vrede en vriendschap vereend in Amsterdam of op Wieringen of ergens waar wij zullen kunnen. 
We poetsen al onze oude ideeën en waarden weer op, halen ze uit de grond en de kast om ze gauw weer bij de hand te hebben; we zijn niet veranderd, alleen wat minder optimistisch, minder humanistisch, minder anti-militaristisch, maar verder wel 'op de oude voet voortgaand'; of jij weleerwaarde mijn ziel nog zal moeten verzorgen op de slagvelden van Java of Sumatra, dat weet ik niet, maar ik geef met toch maar op als het zo ver is; altijd praten en ideeën en niets doen dat is het ergste geweest van deze vier jaar.
Misschien willen ze me niet, maar dat moeten de Heren maar uitmaken.
Heel vaak denken we aan mijn jaargenoot en haar man. Hoe zouden ze het maken? 
Ik hoorde dat ze wel eens post ontvingen en vandaar de envelop in deze brief. Van To hoorde ik dat ik maar zo moest doen. 
Voor de winter is het uit met het gestoei in de wereld, of denken jullie van niet? Wij rekenen er maar op. Willen jullie eens wat laten horen, hoe het leven in de pastorie gaat en van allerlei?
Heel veel groeten en bedankt voor de dienst, en het allerbeste met jullie. Van Henk en Toot B.".

Normaal gesproken lees ik andermans post niet en is het ook niet netjes die openbaar te maken.
In dit geval echter zijn de hoofdpersonen overleden en vind ik de inhoud een aardige aanvulling op Bongers biografie die terug te vinden is op de website van de Digitale bibliotheek der Nederlandse letteren (DBNL). Mee eens?

vrijdag 23 december 2016

Nooit gepubliceerd, nimmer verschenen


Ik kocht onlangs het boek van S. Kelly: “The Book of Lost Books. An Incomplete History of All the Great Books You’ll Never Read” (New York, 2005). Het leek me prima lectuur voor de komende feestdagen.
Kelly neemt ons mee naar de enorme imaginaire bibliotheek van boeken die in de afgelopen eeuwen zijn verdwenen, hetzij door nalatigheid, opzettelijke vernieling of die ten prooi vielen aan één van de talloze noodlottige wisselvalligheden uit onze wereldgeschiedenis.
Daarnaast zijn talloze voorbeelden te noemen van boeken die niet verder kwamen dan het voornemen van de auteur of die het enkel brachten tot manuscript (typoscript) of proefdruk!
Het gaat, door de eeuwen heen, om beangstigende hoeveelheden! Vele tienduizenden boeken die we nooit zullen lezen en die we nooit kunnen verzamelen. Hoewel...?

In mijn bibliotheek staan drie voorbeelden die ik hier graag presenteer. Eén uit de achttiende eeuw, één uit de negentiende eeuw en één uit de twintigste eeuw. Het zijn alle drie boeken in embryonale staat op weg naar hun geboorte als (nieuw) boek. Geen van drieën heeft het gered en naar het waarom is het gissen. Gebrek aan belangstelling, kwaliteit of financiën? Wie zal het zeggen? Nieuwsgierig geworden? Dat kan ik mij voorstellen!

Laat ik chronologisch beginnen met het oudste exemplaar. Het gaat om een in perkament gebonden boek (formaat: ca. 26 cm. breed en 39 cm. hoog) met in pen op de rug geschreven: "Ordannantie v. Procedeeren te Amstelredam".
Het is wat wij tegenwoordig een dummy(boek) zouden noemen met op elke bladzijde ingeplakt een pagina van een reeds gedrukte en verschenen uitgave.
Uit het titelblad blijkt dat het gaat om de: "Ordonnantie ende maniere van procedeeren voor den geregte der stad Amstelredam, gecorrigeert en geamplieert" (Amsterdam 1742). Bladeren we vervolgens verder door deze dummy dan zien we telkens een blad van dit boekje met tal van correcties en op de grote bladen uitgebreide aanvullingen in een goed leesbaar handschrift.


"Ordonnantie ende maniere van procedeeren..." is een juridische handleiding die in de zeventiende eeuw voor het eerst verscheen en na verloop van tijd, telkens aangevuld en gecorrigeerd, opnieuw werd uitgegeven. De eerste uitgave in de achttiende eeuw (1729) verscheen bij de Amsterdamse drukker Pieter van den Berge. Dertien jaar later was het tijd voor een aangevulde en gecorrigeerde heruitgave. Omdat Amsterdam sinds 1735 over een eigen stadsdrukkerij beschikte was dat bij stadsdrukker Samuel Lamsveld.
Maar ook zijn uitgave zou op den duur door de tijd worden ingehaald. Rechtsregels veranderen nu eenmaal van overheidswege en door jurisprudentie.
Die werden in mijn dummy (vermoedelijk op de hoofdstedelijke secretarie) opgeschreven en bijgehouden gedurende ruim twintig jaar want: 'actum 4 Septemb. 1764' (folio 17) is de laatste datering die ik kon vinden. Het werd hoog tijd voor een nieuwe aangevulde en herziene uitgave en mijn dummy was daarvoor het uitgangspunt. Maar, u raadt het al, een nieuwe druk van het boekje is nooit verschenen. Waarom? Goeie vraag…

Next case!
Enige tijd terug bood iemand uit Groningen op Marktplaats een tweedelige negentiende eeuwse historische roman aan, gevonden op een rommelmarkt. Uiteraard zocht ik op internet naar informatie. Resultaat; nul komma nul.
Dat maakte mij nieuwsgierig en hebberig en dus werd ik voor luttele euro's de nieuwe eigenaar.


Van: “Studenten en soldaten. Eene schets uit het Oostenrijksche Heerenleven (Met aanhalingen uit de Huisvriend, jaargang 1849)” (Groningen, 1863) is kennelijk alleen mijn exemplaar overgebleven.
Het zijn twee deeltjes (10.5 cm breed, 16.5 cm. hoog) in eenvoudige kartonnen band en dito cassette.
Op de rug een titelstrookje en op het voorplat de titelpagina met: ‘Niet in den handel’.
Deel één bevat 175 bladzijden en deel twee 229 bladzijden. De boekjes zijn verder niet geïllustreerd behalve een ongesigneerde prent die voor in beide deeltjes zit. De afbeelding van een opgewonden jager in het veld geeft een gebeurtenis weer beschreven in hoofdstuk zeven van deel twee.
‘Studenten en soldaten’ is een soort proefuitgave of ‘advance copy’ geweest voor enkele vrienden om hun reactie te peilen. Dat blijkt uit de spreuk op de voorkant van het boekje;

Blijf deze proef, valt hier geen kunst te roemen,
Om ’t doel door strenge critici gespaard”.

Daarnaast treffen we in het eerste deeltje een pagina aan met aan de ene zijde ‘AAN…. Van den schrijver’ (er werd geen naam ingevuld ) en aan de andere zijde:

M!
Hiernevens zend ik UEd mijne eerste pennevrucht ter beoordeling.
Vergeef de enkele drukfouten, die gij in deze regelen zult aantreffen.
Zeg of schrijf mij uw gevoelen over dit werk, en gij zult zeer verpligten uw vriend
M. v. Heijningen Bosch.


Gron. Januarij 1863”.


Mattheus van Heijningen Bosch (1840-1868) was dus kennelijk auteur (pseudoniem ‘Quintus Sextius’), drukker en uitgever.
Deze jonggestorven Groninger zoon erfde van zijn vader een drukkerij met kantoor gelegen in de Oude Ebbingestraat A 78 (kadastraal 1693), te Groningen. Daar gaf hij onder meer het Groninger jaarboekje uit maar blijkbaar voelde hij behalve drukkersbloed ook ergens schrijversbloed kriebelen.
Het in de titel vermelde blad “De Huisvriend. Gemengde lectuur voor burgers in stad en land”, verzameld door J.J.A. Gouverneur (1809-1889) verscheen eveneens in Groningen en wel bij C.M. van Bolhuis Hoitsema.
Hoe het ook zij, een groot romancier is Mattheus niet geworden. Zijn eersteling werd in de kiem gesmoord en zou - behoudens een proefexemplaar - nimmer verschijnen. Gebrek aan kwaliteit? Wie zal het zeggen...


Tot slot mijn laatste en tevens meest interessante aanwinst op dit gebied.
In grote lijnen gaat het hier om een vergelijkbare situatie als bij mijn oudste voorbeeld. Ook hier was er kennelijk het voornemen om te komen tot een nieuwe uitgave en ook in dit geval is die er nooit gekomen.

Het gaat om een brochure geschreven door één van de belangrijkste theoretici van het christenanarchisme in Nederland; Felix Ortt (1866-1959) getiteld: "Sexueele Ethiek" (Amersfoort, 1904) uit de bibliotheek voor Reiner Leven (nr. VIII).
Ortt was een wonderlijke en zeer opmerkelijke figuur. Hij was niet alleen voorvechter van spiritisme, occultisme, anti-vivisectie en vegetarisme maar sloot in 1905 ook het eerste, min of meer als zodanig erkende, 'vrij huwelijk' met zijn tweede vrouw, Albertina (Tine) Anna Hinlopen (1872-1959). Ortt is uiteindelijk drie maal gehuwd geweest.
Mijn exemplaar met enkele doorhalingen (in blauw potlood) en aantekeningen van Ortt was zijn werkexemplaar en bevat bovendien drie blaadjes briefpapier met handgeschreven tekstaanpassingen, gemaakt met het oog op een tweede verbeterde druk. Maar ook die uitgave heeft net als de voorgaande twee voorbeelden nimmer het daglicht aanschouwd. Waarom o waarom?


U begrijpt trouwens wel dat er over dit exemplaar van Felix Ortt en over Rein Leven, een curieuze beweging die tussen 1901 en 1929 bestond, heel wat meer te vertellen is. Maar dat verhaal wil ik bewaren voor een volgend stukje!

vrijdag 13 februari 2015

Fragmentologie

Als bestuurslid, redactielid en webmaster van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen (NGB) is Perkamentus ook wel eens aan het vergaderen. Daar is niks mis mee, want die extra betrokkenheid bij het Genootschap vind ik behalve plezierig ook nuttig en heeft bovendien zo zijn voordelen.

Eén daarvan is dat ik regelmatig in aanraking kom met diverse uitgaven die aan het NGB ter kennisname worden verstuurd. Dat varieert van folders van antiquaren en uitnodigingen voor tentoonstellingen tot tijdschriften en boeken van zusterorganisaties.
Zo trof ik laatst op ‘de bestuurstafel’ weer een exemplaar aan van de tweejaarlijkse nieuwsbrief van “The fellowship of American bibliophilic societies” (FABS) waarbij ons Genootschap is aangesloten als ‘international affiliate’.

Omdat ik na de vergadering toch altijd een klein uurtje kwijt ben met het openbaar vervoer naar huis, besloot ik ditmaal de FABS-nieuwsbrief (winter 2014, volume XIX, number 1) mee te nemen om de tijd op een aangename manier te doden. Mijn aandacht ging al gauw uit naar een bijzonder interessant artikel van Eric.J. Johnson, ‘Curator of Early Books & Manuscripts at The Ohio State University’s Rare Books & Manuscripts Library’ getiteld: “Reconstructing the medieval past, one fragment at a time…” (blz. 5-11).


Daarin gaat het over de vele tienduizenden middeleeuwse losse manuscriptbladen (en fragmenten zoals maculatuur) die wereldwijd niet alleen in talloze bibliotheken liggen maar ook in groten getale zwerven door het antiquarisch circuit of bij particuliere verzamelaars worden bewaard.
Afgaande op de hoeveelheid moeten er in de loop der eeuwen ontzaglijk veel middeleeuwse boeken zijn gefragmenteerd. Voor de hand liggende boosdoeners zijn natuurlijk oorlogen, brand en andere rampspoed maar ook simpel financieel gewin heeft een ruim aandeel. De verkoop van losse bladen bracht (en brengt) vaak meer op dan het complete boek in één keer.
Op Marktplaats, Ebay of de Catawiki-veilingen worden regelmatig bladen en fragmenten aangeboden die, anders dan complete middeleeuwse manuscripten, nog enigszins betaalbaar zijn. Ze zijn stuk voor stuk uniek en hebben, los van de tekstuele informatie, een zekere artistieke en decoratieve charme die het goed doet aan de muur in de woon- of studeerkamer.


Trouwens, ook Perkamentus bezit een aantal losse bladen die hij kocht in zijn bibliofiele beginperiode ruim dertig jaar geleden. Tegenwoordig gaat mijn interesse meer uit naar gedrukte en complete boeken maar desondanks heb ik die middeleeuwse bladen als curiosum bewaard en gebruik ik ze nu als illustratie voor dit artikel. Normaal gesproken zien ze zelden het daglicht en liggen ze in een zuurvrij mapje te verstoffen.

Het gaat (van boven naar beneden) om een blad perkament met gotisch schrift (littera textualis) uit een Graduale, met gregoriaanse muziek (op een notenbalk van vier lijnen in kwadraatnotatie). Het formaat is circa 23 x 30 cm. (de randen zijn helaas afgesneden).
In de bruinrode hoofdletters heeft een ijverige scribent gezichten (tronies of grotesken) getekend. Het is een gedeelte van de ‘Missam in Vigilia’, die begint met “Hodie scietis…”. Nieuwsgierig naar hoe dat ongeveer klinkt? Luister dan even naar de onderstaande opname.


Vervolgens twee bladen perkament (8 x 11.7 cm) met gotisch schrift (littera textualis) uit een Latijns getijdenboekje met een fraaie randversiering van penwerk, florale motieven en bladgoud. Ter hoogte van de miniatuur (een aantal biddende nonnen in een poortje) begint de tekst van het “Stabat mater dolorosa…”.


Dan twee bladen perkament (8 x 11.7 cm) met gotisch schrift (littera textualis) uit een Frans getijdenboekje waarin de naam van de heilige Andreas en van de heilige Jacobus de Meerdere voorkomt en tot slot twee bladen papier (10 x 14 cm. octavo formaat) uit een eind vijftiende eeuws Nederlands getijdenboekje.
In deze tekst geschreven in littera hybrida staan twee sierhoofdletters in blauw, groen en geel waarboven in rood de titel of inhoud staat van het hoofdstuk. Het gaat om de geboorte van Christus “Eyn schoen vȃ der geborte unsr here” en een stukje over Goede vrijdag “Op den guden vrijdach…“. Pikant detail is de zichtbare fout die de schrijver maakte. Hij schreef ‘bekand’, streepte dat met rood door en vervolgde de regel met ‘bekenȇ’.


Specialisten op het gebied van middeleeuwse manuscripten kunnen vaak aan de boekverluchting, het penwerk en de sierletters zien in welke streek of atelier het boek werd geschreven. Ik heb daar zelf weinig verstand van en ook een exacte datering durf ik niet aan mijn fragmenten te geven, al vermoed ik dat ze allemaal van vóór 1500 zijn.
Enfin, de expert die het beter weet moet vooral reageren!


Terug naar Eric.J. Johnson. Zou het niet fantastisch zijn, betoogt hij, als er een database is waarin al die wereldwijd verspreid liggende losse bladen en fragmenten worden geregistreerd en beschreven zodat we uiteindelijk in staat zijn om weer de oorspronkelijk boeken te reconstrueren? Wat mij betreft (en dat geldt vermoedelijk voor vele bibliofielen) een retorische vraag. Gelukkig heeft Eric goed nieuws want die database is sinds kort actief en heet Manuscriptlink.

Manuscriptlink, bedacht door professor Scott Gwara van de 'University of South-Carolina', is een ambitieus project met verregaande gevolgen op het gebied van middeleeuwse (manuscript) geschiedenis of zoals Eric schrijft: “This project will recover and reconstruct a lost library of medieval texts, an exceptionally important result considering that each represents a unique witness to a particular textual an codicological instantiation of a work”.
Ik kan hier natuurlijk kort zijn artikel samenvatten maar nog beter is het om hem zelf aan het woord te laten met zijn presentatie: “From Fragmentation to Reaggregation: Revealing a ‘Virtual’ Medieval Library with Manuscriptlink” die u hieronder aantreft.


Overigens is van Nederlandse zijde boekhistoricus Erik Kwakkel betrokken bij dit project. De meeste bibliofielen, zoals ik, kennen zijn (Engelstalige) blog wel of volgen hem via Twitter (@erik_kwakkel).

Het is uiteraard zaak dat zoveel mogelijk instellingen deelnemen aan Manuscriptlink en hun losse middeleeuwse bladen en fragmenten laten registeren (werk voor jaren!), maar Eric J. Johnson doet ook een uitdrukkelijk beroep op handelaren en verzamelaars!
Together, collectors, curators, dealers, and donors around the world can help undo the damage done by natural and manmade catastrophes, the well-intentioned attention of generations of readers, and the fiscally-inspired manipulations of modern biblioclasts. While Manuscriptlink’s mission is rooted in the legacy of book-breaking, its ultimate goal is to foster widespread book-(re)making. Join us in our journey of reconstruction and rediscovery!”.

Spannend!