Posts tonen met het label Boeksimulanten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boeksimulanten. Alle posts tonen

vrijdag 17 juli 2020

Bibliofilie in coronatijd


Eind maart liepen de coronacijfers nog steeds op. Mijn werkgever bood het personeel boven de 55 jaar (of met een medische indicatie) aan om - met behoud van salaris - thuis te blijven tot 1 juni.
Ook Perkamentus maakte gebruik daarvan en dus zat ik bijna tien lange weken thuis. Alle tijd dus om me te wijden aan boeken, bloggen en bibliofilie.
Ik kwam er al gauw achter dat de coronatijd een verlammende uitwerking op mij heeft... Steeds saaier wordende dagen regen zich aaneen en de lust om te sneupen of te kopen verdween. Dat heeft merkbare consequenties voor mijn blog; weinig inspiratie, weinig aanwinsten, weinig blogbijdragen.

Maandenlang kon ik niet naar mijn favoriete Amsterdamse Spui boekenmarkt. Pas vanaf 5 juni was dat weer mogelijk en twee weken later greep ik mijn kans om er weer eens te gaan snuffelen.
Coronamaatregelen hebben ook mijn boekenmarkt veranderd. Geen inloopstalletjes meer en gezellige hoekjes, maar alle tafels naast elkaar - in een lange rij - aan beide zijden van het plein. Niet iedereen was aanwezig en tot mijn grote spijt hoorde ik dat Paul Gaemers (antiquariaat De Boekerij v.o.f.) de markt vaarwel heeft gezegd en nu zijn boekenberg opruimt in Den Haag en in een winkel in Baarn, alvorens van zijn pensioen te gaan genieten. Erg jammer want regelmatig vond en kocht ik leuke oude boeken bij hem voor weinig geld zoals u op dit blog hebt kunnen lezen (bijvoorbeeld in "Scribleriana"). 

Op de markt wisselde ik wat nieuwtjes uit met verschillende oude bekenden en ik trof er mijn blogredacteur Reinder Storm, die nu veel thuiswerkt (maar die dag toevallig in Amsterdam was) en met wie ik had afgesproken om - op anderhalve meter van elkaar - bij te kletsen. Nadat wij afscheid hadden genomen richtte ik mijn schreden naar de boekenkraam van Eric Klee (antiquariaat De Uilenspiegel). Ik had een oogje laten vallen op een fraai perkamenten spitselbandje waarin twee (eigenlijk drie) uitgaven waren samengebonden van Daniël Willink (1676-1722).


Eric zakte twintig procent in zijn vraagprijs en ik betaalde € 200,- euro. Dat is weliswaar meer dan waarvoor ik het had kunnen krijgen toen hetzelfde boekje vorig jaar november werd geveild bij Bubb Kuyper en niet werd verkocht (71/2832), maar nog steeds vijftig procent minder dan wat antiquariaat Goltzius op dit moment vraagt. Die bieden namelijk - opmerkelijk genoeg- een zelfde convoluut aan, waaruit blijkt dat deze twee uitgaven kennelijk wel vaker werden samengebonden. Een specifieke reden daarvoor is mij niet bekend, maar wellicht komt het doordat ook de tweede uitgave een sterk Amsterdams karakter heeft. Niet alleen werd die opgedragen: "aan de eerwaarde en zeer geliefde broederen diakenen, en zusteren diakenessen, van de gereformeerde Nederduitsche kerke onzes heeren Jezus Christus te Amsteldam", maar bovendien bevat het een aantal lovende 'byschriften' op het - door Willink bezongen - aan de Amstel gelegen diaken wees- en oude vrouwenhuis (Amstelhof waarin thans Hermitage Amsterdam zit). Die 'byschriften' behandelen onder andere de verschillende kamers in het gebouw waaronder de 'artsenywinkel', de eetzaal, de school voor knechtjes en de meisjesschool maar ook de ziekenkamer en de 'braayschool'.


Overigens gaat het bij de "Amstelstroom" om de derde druk die veel uitvoeriger is dan de eerste uit 1708, en die bovendien is voorzien van een gegraveerde (allegorische) titelpagina. De uitgave, met illustraties van maar liefst drie verschillende graveurs; J. Goeree (1670-1731), A. Houbraken (1660-1719) en J. Schijnvoet (1685-na 1733), past prima in mijn collectie geschiedenis van Amsterdam en Amstelland. Van Willink bezat ik al de "Amstellandsche Arkadia" (Amsterdam, 1737) en de "Amsterdamsche Buitensingel" (Amsterdam, 1723). Inmiddels heeft de aanwinst een plaatsje gekregen in mijn bibliotheek naast twee andere stroomdichten in mijn collectie waarover ik eerder schreef; "De Ystroom" van Joannes Antonides van der Goes en "De Amstelstroom in zes zangen", door Nicolaas Simon van Winter. Ik vermoed dat de rivier De Amstel Nederlands meest bezongen waterloop is.


Digitaal sneupen in coronatijd leverde de afgelopen maanden niet zo heel veel op. Het meest bijzondere trof ik aan op Marktplaats. Daar struikelde ik over een zeer gedetailleerde titel die mij nieuwsgierig maakte naar de inhoud. Het gaat om een vertaling van de Duitse medicus Johann August Unzer (1727-1799) getiteld: "Geneeskundig Huisboek voor professoren, predikanten, rechtsgeleerden en allen die in het openbaar moeten spreeken; ter bewaaring hunner gezondheid by de waarneeming van derzelver ambtsverrichtingen..." (Amsterdam, 1792). 
Uitgaven van Unzer waren hier eind achttiende eeuw mateloos populair wat blijkt uit het feit dat verschillende werken van hem destijds in het Nederlands zijn vertaald en zich thans in tal van (universiteits)bibliotheken bevinden. 
Wat mij als eerste in de titel had getroffen was de term 'Huisboek'. Alweer drie jaar geleden schreef ik over twee andere 'huisboekjes' in mijn verzameling; dat van J.F. Martinet (1729-1795) voor huisgezinnen en dat van Christian Friedrich Traugott Voigt (1770-1814) voor verloofden en jong-gehuwden. Daaraan kan ik nu dus een derde toevoegen. Ook de interessante en vermakelijke inhoud stelde me niet teleur.


Opvallend is Unzer's overal klinkende waarschuwing voor ongezonde lucht, of het nou de rook van houtskoolvuur is of van lijken! Unzer schrijft uitvoerig over het ongezonde begraven in de kerk (vanaf blz. 142). Een discussie die met name aan het einde van de achttiende eeuw werd gevoerd en die zou leiden tot de eerste (openbare) begraafplaatsen. Ik heb daarover - naar aanleiding van een aanwinst - al eens eerder geschreven in: "Zand erover".
Unzer toont zich al met al nog sterk verbonden met de miasmatheorie. Ik moest onmiddellijk denken aan de smakelijke studie van Alain Corbin: "Pestdamp en bloesemgeur. Een geschiedenis van de reuk" (Nijmegen, 1986), waarin uitvoerig wordt ingegaan op vieze luchtjes en ons reukorgaan. Overigens is dit ook het onderwerp in de bekende historische roman van Patrick Süskind: "Het parfum. De geschiedenis van een moordenaar" (Amsterdam, 1985), die u wellicht verfilmd (2006) in de bioscoop hebt gezien.
Zijn boekje geeft ons zodoende een interessante blik op de toenmalige heersende opvattingen over hygiëne, volksgezondheid en geneeskunde. Bovendien bevat het een 'smakelijk' aanhangsel met recepten (vanaf blz. 151), die trouwens niet bepaald doen terugverlangen naar deze 'goeie oude tijd'...

De uitgave verkeerde in goede staat maar de rug was overplakt met plakband (volgens boekengoeroe Piet Buijnsters "een uitvinding van de Duivel"). Ik nam daarom contact op met handboekbinder en boekrestaurator Hans Pieterse die ik alweer geruime tijd geleden heb leren kennen via het Amsterdamse antiquariaat Brinkman. Hans heeft voor mij in het verleden al diverse opdrachten uitgevoerd (zoals deze) en onlangs schreef ik daarover in "Restauratie omwille van provenance". In zijn Amsterdamse atelier vertelde ik hem dat ik overwoog om het boekje opnieuw te laten inbinden, bijsnijden en voorzien van een halfleren band (gebruik makende van het de oorspronkelijke omslag van gespikkeld kievitsmarmer) zodat het meer zou passen bij mijn huisboek van J.F. Martinet. Hans keek bedenkelijk en vond het geen goed plan. Het boekje, zo betoogde hij, is immers een prachtig behouden voorbeeld van een halffabricaat. Het zit nog in zijn oorspronkelijke uitgeversomslag en de katernen zijn met een voorlopig naaisel gebonden. Het papier werd nog niet bijgesneden waardoor de marges rondom de tekst ruim zijn. Hij had maar weinig overtuigingskracht nodig. Twintig jaar geleden zou ik wellicht hebben volhard in mijn voornemen maar inmiddels is de markt in oude drukken en het verzamelen daarvan veranderd. Uitgaven in 'unsophisticated condition' worden steeds meer gewaardeerd. Uiteindelijk heeft Hans dus alleen de omslag hersteld met origineel 17de eeuws kievitsmarmer. 


Omdat geld uitgeven aan boeken in coronatijd zo stroperig verliep besloot ik op een andere manier mijn bibliofiele behoefte te bevredigen. Ik vroeg aan Hans om voor twee uitgaven in mijn collectie een bewaardoos te maken zoals ik die om meer boekjes heb zitten en waarover ik lang geleden schreef in "(G)een boek?". Het gaat om een doos(je) voor het eerdergenoemde huisboekje voor verloofden en jong-gehuwden en voor: "Galante dichtluimen", een zeldzaam erotisch dichtbundeltje waarover ik hier schreef. Overigens kreeg ik van Hans nog een compliment voor de bijna niet van echt te onderscheiden facsimile omslag die ik destijds maakte voor mijn exemplaar van "Galante dichtluimen".
Enfin, zoals u geheel bovenaan kunt zien werden het twee fraaie overslagdozen met op de voorkant verdiept een kopie van de desbetreffende uitgave. Beide boekjes zitten bovendien in een envelop van zuurvrij karton. Voor de nieuwsgierigen geïnteresseerden onder u, dergelijke doosjes kosten circa tachtig euro per stuk exclusief btw.

Begin juni ben ik weer begonnen met mijn werkzaamheden op Schiphol. Mondkapje op, latex handschoenen aan, desinfecterende gel bij de hand en temperatuurcontroles... De coronamaatregelen zijn inmiddels nationaal en internationaal steeds meer versoepeld. Overal wordt het weer drukker en steeds meer Nederlanders gaan met vakantie naar het buitenland. Het wachten is op de tweede epidemische golf. Ik blijft deze zomervakantie gewoon thuis, kijk de kat uit de boom, en geniet van mijn private library, de boeken en bewaardoosjes...

donderdag 27 december 2018

Idolatrie

Mijn dochter (16) is een onvoorwaardelijk en hartstochtelijk fan van een YouTube vlogger in Almere. Kosten noch moeite worden gespaard om in contact te blijven, online en offline. Kleding met zijn naam hangt in haar kast en Almere is opeens 'hot' geworden; de beste plek op aarde om te 'chillen', te leven, wonen en werken...
Die idolatrie heeft ze niet van mij (dacht ik vaak genoeg), maar onlangs sloeg de twijfel toe. Oordeelt u zelf.



Via Catawiki kocht ik voor een luttel bedrag (bijna € 64,- euro, alles inclusief) een uitgave van mijn boekenplankheld de achttiende eeuwse Amsterdamse (stads)historicus Jan Wagenaar (1709-1773). Het gaat om: "’T verheugd Amsterdam ter gelegenheid van het plegtig bezoek hunner doorlugtige en koningklyke hoogheden Willem, prinse van Oranje en Nassau, erfstadhouder der vereenigde Nederlanden, enz. enz. enz. en zyne gemaalinne Fredrica Sophia Wilhelmina Prinsesse van Pruissen, op maandag, den 30 May, en eenige volgende dagen des jaars 1768. Door Jan Wagenaar, Historieschryver der gemelde stad” (Amsterdam, 1768). Een populaire niet geïllustreerde volksuitgave (ik kocht de eerste druk van de twee die in octavo formaat verschenen). Het boekje kostte destijds slechts twaalf stuivers maar er verscheen voor de elite ook een rijk geïllustreerde editie op groot mediaan folio en 'best Fransch papier' voor twee gulden en twaalf stuivers (die ook in mijn bibliotheek staat).
In het oeuvre van Jan Wagenaar is deze uitgave een beetje een buitenbeentje.
Het is immers geen geschiedkundig werk maar een journalistiek verslag van een gebeurtenis die hijzelf van nabij meemaakte. Zijn doel was enerzijds om een blijvende herinnering te schrijven voor de deelnemers aan de 'Koninklijke' inhuldiging, anderzijds om voor de toekomstige lezers te beschrijven "hoe men 't hebbe aangelegd, om de woeligste plegtigheden, in eene zeer groote en volkryke Stad, genoeglyk en met orde, te doen afloopen" (blz. 8/9).


Mijn nieuwe aanwinst zit in een eenvoudige papieren omslag (kievitsmarmer) en is niet bepaald zeldzaam maar desondanks gaat het om een zeer begeerlijk object.
Het is namelijk een opdrachtexemplaar met voorin de handgeschreven tekst: "Den WelEd. Heere Mr. Nicolaas Bondt. Van zijne WelEd. D.W. Dienaar Jan Wagenaar".
Een uniek boekje dus waarbij onmiddellijk de vraag in mij opkwam of er meer opdrachtexemplaren bekend zijn van hem (?). In ieder geval bezit ik nu ook iets persoonlijks van mijn idool; zijn handtekening! Niet zo maar zijn signatuur, verweesd, afgeknipt van een brief door (met name negentiende eeuwse) verzamelaars van autografen maar, zoals deze bibliofiel het graag ziet, in één van zijn uitgaven. Een nieuw hoogtepunt in mijn Wagenaar collectie!


Wat ooit in mijn vroege bibliofiele tienerjaren begon met het kopen van wat losse prentjes uit de werken van Jan Wagenaar is anno 2018 gegroeid tot een verzameling met diverse uitgaven, en verschillende portretten. Mijn vorige hoogtepunt was de aanschaf van zijn zeldzame doodsbericht maar dit unieke opdrachtexemplaar is een nieuwe bekroning van mijn Wagenaarverzameling.

Het boekje was destijds een geschenk aan mr. Nicolaas Bondt (1732-1792). Bondt was een rechtsgeleerde met interesse in literatuur en wetenschap, die pas in 1758 Amsterdams poorter werd. Bij het Amsterdams stadsbestuur had hij veel aanzien en werd hij regelmatig geraadpleegd op het gebied van zijn specialisatie; het handelsrecht (zee-, wissel- en verzekeringsrecht). Wagenaar heeft hem waarschijnlijk leren kennen in zijn functie als eerste klerk ter secretarie op het stadhuis van Amsterdam. Bondt was zodoende, mede gezien de formulering van de opdracht ('Jan' i.p.v. 'J.' en 'Dienaar'), een goed bevriende zakelijke relatie. Na het overlijden van Bondt werd zijn bibliotheek verkocht. In de veilingcatalogus komen we dit boekje tegen op blz. 53, nr. 706.


Het boekje verkeerde in goede staat, maar de papieren omslag kon wel wat cosmetische restauratie gebruiken (de rug ontbrak). Bovendien wilde ik er (ter bescherming) een passende cassette voor laten maken. Last 'but not least' leek het mij leuk om aan de cassette twee portretgravures toe te voegen. Eén van Jan Wagenaar door Jacob Houbraken en wel het portret dat soms in de tweede druk van deze uitgave voorkomt en het (iets later vervaardigde) portret van Nicolaas Bondt door Reinier Vinkeles uit: "De Vaderlandsche Historie" (het vervolg op de oorspronkelijke serie van Jan Wagenaar, deel 25, Amsterdam, 1800).


Voor de portretten nam ik contact op met antiquariaat Goltzius (van Ard van der Steur) bij wie ik in juli al een ander portret van Jan Wagenaar had gekocht (zie hier, aanwinst 8).
Voor € 45,- euro werd ik eigenaar van beide portretten. Leuke bijkomstigheid is dat ik nu vrijwel alle verschillende contemporaine portretgravures van Jan Wagenaar bezit (die allemaal teruggaan op het geschilderde portret van Jacobus Buys uit 1766).


Voor de restauratie en cassette benaderde ik Natasha Herman van de Redbone Bindery in Groningen die ik ken als lid van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen. Ik mailde haar wat gegevens en een tweetal ontwerpschetsen en maakte vervolgens een afspraak om op de Amsterdam International Antiquarian Book & Map Fair 2018 het een en ander te bespreken. Op basis hiervan maakte ze een ontwerp en offerte. Het werd een buitencassette in donkerbruin linnen ('clamshell box') en een binnencassette in lichtbruin linnen. De laatste voorzien van twee 'titeletiketten'; de eerste een kopie van de titelpagina (met aan de achterzijde het portret van Jan Wagenaar), de tweede met de tekst "Jan Wagenaar (1709-1773) AAN Nicolaas Bondt (1732-1792)" (met op de achterzijde het portret van Nicolaas Bondt). Beide portretten in een sierrand van kievitsmarmer. Het boekje ligt verdiept in het middengedeelte en kan er makkelijk worden uitgehaald door het brede bruine lint iets omhoog te trekken. Het is een fraai geheel geworden zoals u op de foto's kunt zien.


Ik hoor u denken, wat kost dat nou?
Welnu, voor de restauratie van het boekje betaalde ik € 170,- euro en de cassette kostte
€ 510,- euro (beiden exclusief 21 % btw en € 20,- verzendkosten). Ik ben het met u eens, een fors bedrag (alles bij elkaar € 847,- euro) voor deze boektempel die er mag zijn en die veel weg heeft van een triptiek, een religieus drieluik, dat zo af en toe open gaat voor de boek liefhebbende gemeente die er in vrome aanbidding van kan genieten.
Bibliofiele idolatrie in optima forma!

maandag 18 februari 2013

Boek-en-kunst


“(G)een boek?” was de titel van een stukje dat ik eind 2009 schreef over boeksimulanten.
Een boeksimulant of bibliomorf is een object dat op een boek lijkt maar het niet is.
De grens tussen wat nog wel een boek is en wat niet meer kan erg vaag zijn.
Neem bijvoorbeeld het door zesentwintig margedrukkers geproduceerde Hornboek, de Gootjesbijbel of de maximen van Rochefoucauld; zijn dit nog wel ‘boeken’, of niet?

Ook bij mijn laatste aanwinst, “Trappen” (Amsterdam, 1982), kun je je die vraag stellen.
Het is een bijzondere uitgave van Rein Jansma en Joost Elffers die destijds verscheen bij de voorstelling van het muziektheaterstuk ‘De fotograaf’ van Rob Malasch met muziek van Philip Glass. Als je de witlinnen band openslaat ontvouwen zich tien verschillende driedimensionale trapconstructies, uitgesneden in wit papier. Er staat geen letter tekst in.


Bij de oorspronkelijke uitgave hoort een 45-toeren grammofoonplaat in blanco hoes: “Circles” (Philip Glass), die ik bij gebrek aan een pick-up (nog) niet hebben kunnen beluisteren. Voorts een geïllustreerde zwart wit brochure “De reiziger en de cartograaf” van Jaap Goudsmit en tot slot een los vel met het colofon. Het geheel zit in een grijskartonnen cassette. Volgens het colofon bestaan er 250 gesigneerde exemplaren van, maar mijn exemplaar is niet gesigneerd. Vooral de latere heruitgaven (zonder grammofoonplaat, zwart-wit brochure en het losse colofonvel) kom je in de boekenwereld nog wel eens tegen en ook op boekwinkeltjes worden enkele exemplaren aangeboden voor prijzen tussen de vijfentwintig en vijfenzeventig euro.


“Trappen” was ook één van de objecten op de tentoonstelling “Uit de schaduw” die plaatsvond in Museum Meermanno in 2011 ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen (NGB).

In het gelijknamige jubileumboek is het de boekkeuze van Corinna van Schendel. Over “Trappen” schreef ze:
“De tien uitvouwbare trappen in de witte band zijn een vormstudie voor de decors. Door de opklapbaarheid is het tevens een portable maquette. Bij de vormgeving heerst het principe less is more. Simpel ontvouwt zich het ene trappenstelsel na het andere, ruimte en licht suggererend, hoog en laag, open en dicht. Ook zonder de muziek en het theatergebeuren voel je je opgenomen in een wereld waarin je fantasie de ruimte krijgt. Opstijgen of afdalen, linksom of rechtsom? De trappen nodigen uit met ze te spelen, zo niet in werkelijkheid dan wel met het boekminnend oog” (blz. 408/409).

Eigenlijk is “Trappen” een 'pop-up boek'. Gevoelsmatig zou ik alle bovengenoemde uitgaven willen plaatsen onder het begrip ‘kunstenaarsboeken’ maar boekengoeroe Ayolt Brongers sluit dat uit.
In zijn “Boekwoorden Woordenboek; handleiding voor boekensneupers” (Amersfoort, 2011) lees ik onder dit lemma: ‘door kunstenaars zelf vormgegeven en in kleine oplage (25-100 exx.) uitgegeven boeken. De illustraties zijn originelen, waardoor uiteindelijk ieder exemplaar uniek is’. Zelf gebruik ik voor alle bovengenoemde uitgaven vaak de term
‘Bibliofiel artwork’.

Overigens heb ik in mijn bibliotheek maar één echt 'kunstenaarsboek' staan. Het is een exemplaar van de “Cahier Collectie” (Groningen, 1989-1992), een uitgave van Philip Elchers die wel meer van dergelijke ‘kunst-in-boekvorm’ maakt en verkoopt.
De donkerblauwe cassette bevat vijfentwintig kleine ‘boekjes’ (in plexiglasdoosjes) gemaakt door vijfentwintig Groninger beeldend kunstenaars in diverse technieken. Sommige bevatten tekst andere zijn geheel tekstloos.
Geloof het of niet maar ooit kocht ik dit bibliofiel object op een zomerse boekenmarkt in Amsterdam voor vijftig euro (de cassette is nog steeds leverbaar à vierhonderd vijftig euro).

donderdag 24 december 2009

(G)een boek?


Ze lijken op een boeken maar zijn het niet; boeksimulanten. Tijdens de laatste Amsterdam Antiquarian Book, Map & Print Fair in de Passenger Terminal Amsterdam (PTA) was er een kleine tentoonstelling ingericht met exemplaren uit de collectie van bibliothecaris Marianne Plasmans.
De getoonde nepboekjes hadden één ding gemeen. In geen ervan zat papier in welke vorm dan ook. Toch opmerkelijk want in al mijn boeksimulanten zit wel degelijk… een boek! Het gaat dan om enkele 19de eeuwse uitgaven die extra bescherming nodig hebben omdat ze gestoken zijn in een goedkope papieren of kartonnen omslag. Mijn boeksimulanten fungeren feitelijk als boekband.

Zijn het dan wel boeksimulanten kun je je afvragen en niet gewoon doosjes ter bescherming van je boeken? Kortom waar houdt een doosje op en begint de boeksimulant? De foto’s laten het antwoord zien. De simulanten slaan open als een boek, hebben een (kopie van het originele) titelblad op het voorplat soms ook een rugtitel en bij de rug zowel boven als onder lijkt het of je een kapitaalbandje ziet (een stukje van het bindwerk) terwijl tegelijkertijd wel duidelijk is dat er tussen de platten geen bladzijde papier zit!


Ook voor de paar 17de eeuwse pamfletten in mijn collectie, die zonder uitzondering in gemarmerde papieren omslagen zitten, heb ik één simulant laten maken. Ik heb zelfs rekening gehouden met wat meer exemplaren want als verzamelaar is de kans op uitbreiding van de collectie altijd aanwezig. Ik moet toegeven mijn simulanten zijn niet goedkoop maar, eerlijk is eerlijk, het staat toch fraaier in je bibliotheek dan die blauwe zuurvrije dozen en enveloppen!