Na vier spannende dagen - ik was nog steeds de enige bieder - was mijn geduld op en vroeg ik aan de verkoper of wij wellicht tot overeenstemming konden komen. Na wat heen en weer e-mailen stelde hij een 'nu kopen prijs' voor van € 350,- euro (inclusief aangetekende verzending). Met in mijn achterhoofd de prijzen die in het antiquariaat worden gevraagd hapte ik onmiddellijk toe.
Enkele dagen later arriveerde het boek in mijn bibliotheek en begon ik direct met collationeren. Tot mijn grote genoegen bleek de uitgave overcompleet en meer gravures te bevatten dan de verkoper dacht op basis van de inhoudsopgave. Die telt weliswaar negentien plaatsen met een nummer (en dus illustratie) maar bij de beschrijving van Amsterdam zitten in plaats van één twee afbeeldingen en nog twee andere behoren bij meegebonden verslagen van historische gebeurtenissen in Amsterdam in 1795. Kortom tweeëntwintig gravures, alle nog keurig beschermd door blanco blaadjes.
Het inktstempeltje op het titelblad maakt duidelijk dat mijn aanwinst ooit stond in de boekenkast van Jan Baptist Benoit (1807-1887) uit Harelbeke (België). Hij was 'huissier' oftewel deurwaarder van beroep en bezat een uitgebreide en bijzondere muziekbibliotheek.
Het is tijd om ons wat meer in de uitgave te verdiepen. Het gaat hier om het derde deel van een achtdelige serie geschreven door de dichter, broodschrijver (en politiek querulant!) Lieve (L.) van Ollefen (1749-1816) en de Delftse boekhandelaar Rocus (Rs.) Bakker (1752-1828) die tussen 1793 en 1801 (in 8º) verscheen bij Hendrik Arend (H.A.) Banse in de Stilsteeg te Amsterdam. Van Ollefen en Banse waren goed bekend met elkaar door hun samenwerking aan de Nationaale Bataafsche Courant.
De Koninklijke Bibliotheek bewaart een uniek bericht van intekening (1792) op de uitgave "zijnde een van alles kundige geleider" (zie hierboven). Daaruit blijkt dat men voornemens was de gehele Republiek te behandelen wat uiteindelijk niet is gelukt. Op het werk kon worden ingetekend waarna de uitgever zich verplichtte tot levering onder de volgende voorwaarden:
"1. De aflevering geschiedt bij bladen, ieder van 16 pag.
2. Ieder blad is versierd met een fraaje plaat, verbeeldende een gezicht van deze of geene stad, dorp, vlek, heerlijkheid, enz. naar de natuur getekend, en gegraveerd door de beste meesters.
3. De druk geschiedt op best mediaan schrijfpapier.
4. Voor ieder blad wordt bij de aflevering betaald. 4 St.
5. De bladen zullen elkander zo spoedig volgen als mogelijk is, behoudens de keurigste uitvoering, ten langsten twee blaaden in de maand; doch zullen buiten intekening volstrekt niet te bekomen zijn"
Uit het voorwoord in deel VII "Rhijnland" blijkt dat de intekenaren in juli 1793 "Eene aflevering (-) van een Vel Letterdruk", een soort proefdruk, ontvingen met enkele plaatsbeschrijvingen uit Rijnland. Niet lang daarna verschenen de eerste losse plaatsbeschrijvingen in volstrekt willekeurige volgorde omdat: "wy nu te dier tyd nog zo geene vaste regel in de uitgave hadden aangenoomen, om zo spoedig mogelyk de Stukjes tot een gevoegelyk Boekdeel te kunnen inbinden". De gekozen werkwijze bracht met zich mee dat elke stad- of dorpsbeschrijving een eigen paginanummering kent. Waren er voldoende beschrijvingen klaar dan konden ze bij elkaar worden gebonden volgens de gedrukte inhoudsopgave.
In de inleiding bij het tweede deel (Delfland) schreef Van Ollefen daarover: "In de hoope dat deeze schikking naar genoegen zal weezen van die onze geëerde Leezeren, welke verkiezen het werk tot deelen verzameld te hebben, (anderen begeeren het aan losse bladen te houden, om dat zij dan, een reisje gaande doen, slechts zo veele bladen behoeven medeteneemen, als zij voornemens zijn steden en dorpen te gaan bezoeken;)..."
Uiteindelijk zouden de volgende acht bundels/delen uitkomen:
I: ’t Eiland van Dordrecht, de Hoeksche Waard, de Zwyndrechtsche Waard, de Riederwaard, en ’t Land van Ysselmonde (1793). Door L. van Ollefen.II: Delfland (1794). Door L. van Ollefen.
III: Amstelland, Weesper Kerspel, Gooiland, de Loosdrecht enz. (1795). Door L. van Ollefen.
IV: Kennemerland (1796). Door L. van Ollefen. Heruitgegeven door de Europese bibliotheek, Zaltbommel (1976).
V: Schieland, en Krimpenerwaard (1797). Door L. van Ollefen en Rs. Bakker,
VI: Het land van Voorne en Putten, Overflaque, Portugal, etc. (1798). Door Rs. Bakker.
VII: Rhijnland, westelijk deel (1799). Door Rs. Bakker. Heruitgegeven door de Europese bibliotheek, Zaltbommel (1976).
VIII: Rhijnland, oostelijk deel (1801). Door Rs. Bakker. Heruitgegeven door de Europese bibliotheek, Zaltbommel (1976).
Elk deel bevat een voorrede/algemene inleiding over de streek met een eenvoudige ingekleurde topografische kaart. Daarna volgen de beschrijvingen van een stad of dorp voorafgegaan door een enkel blad met een ovale gravure van de besproken plaats (als daar een gereformeerde kerk aanwezig was) met daaronder het stads- of dorpswapen.
======================================================================
NB. De Europese Bibliotheek, Zaltbommel publiceerde in 1964 een uitgave met alle titelbladen, de zeven topografische kaarten en 204 gravures uit de serie (echter de afbeelding bij de beschrijving van het volksfeest/vrijheidsfeest in 1795 in Amsterdam ontbreekt!). Alleen de delen Kennemerland en Rijnland (I en II) werden door hen in 1976 integraal fotomechanisch herdrukt ("Zaltbommelse herdrukken").
Daarnaast heeft uitgeverij Canaletto (Alphen aan den Rijn) in de jaren tachtig van de vorige eeuw een onbekend aantal afzonderlijke stads- en dorpsbeschrijvingen - fotografisch herdrukt - uitgegeven (in dezelfde opmaak) in de serie: "18e eeuwse stads- en dorpshistoriën". Daarvan ken ik er twee: Vlaardingen (nr. 19) en Amstelveen (nr. 18).
======================================================================
De inhoudelijke opbouw van elke stad- en dorpsbeschrijving volgt een vast patroon.
Eerst een korte inleiding, dan iets over de naamsoorprong, stichting en grootte, het wapen, kerkelijke/godsdienstige gebouwen, wereldlijke gebouwen, regering (bestuur), voorrechten, bezigheden/vermaken, geschiedenissen, bijzonderheden en tot slot de reisgelegenheden en logementen. De stadsbeschrijvingen zijn wat uitgebreider, met informatie over schutterijen en gilden. Over het algemeen is de aardrijkskundige en historische informatie betrouwbaar, zeker daar waar het gaat over de tijd waarin de auteurs leefden, de tweede helft van de 18de eeuw. Soms leest men over zaken of gebeurtenissen die moeilijk of nergens anders te vinden zijn. Bijvoorbeeld over 'het wonder van de Overtoom', een spraakmakende en curieuze gebeurtenis die destijds veel mensen op de been bracht en waarover van Ollefen vertelt onder het kopje ‘bijzonderheden’ van deze (destijds) Amstelveense buurt.
Tien jaar geleden schreef ik erover in: "Zomervreugd en noorderzon". Ander voorbeeld; in de beschrijving van het dorp Diemen wordt gesproken over een nieuw aangelegd kerkhof aan de Weespervaart "voor lieden die niet in de kerk begraaven willen worden".
Dat was destijds een nieuw fenomeen waarover ik eerder schreef in: "Zand erover". Van Ollefen geeft vervolgens de "hoofdzakelijke inhoud van de instructie van den doodgraver van dit kerkhof" bestaande uit tien punten. Punt 5: "De doodgraver zal niemand, die schielijk gestorven, of suspect van verdronken of vermoord te zijn, mogen begraven voor en aleer hij aan den Baljuw van Amstelland, of bij absentie aan den Schout daarvan kennis heeft gegeeven".
Dit gaat over begraafplaats 'Rustoord', aangelegd in 1791 en destijds de eerste particuliere buitenbegraafplaats bij Amsterdam.
Uit dergelijke bijzonderheden blijkt wel dat de informatie niet alleen uit boeken kwam (er worden in de teksten diverse auteurs genoemd), maar ook lokaal werd verkregen; "volgends onze ingewonnene berichten" of "verschuldigd aan de vriendlijkste mededeeling". De soms: "zonderlinge naauwkeurigheid van onze hoogstwaardige begunstigers, die zig niet willen vergenoegen, met ons gebrekkige berichten te laaten toekomen, en nog geene gelegenheid hadden om de hun noodige documenten magtig te worden, of de Magistraats-persoonen, die hun het een of ander onderricht moeten geeven, te raadpleegen" (voorrede deel I), had zelfs invloed op de volgorde van verschijning van de afzonderlijke delen.
In zekere zin is mijn aanwinst het meest bijzondere deel van de acht. Het bevat maar liefst vier extra katernen die geen stad- of dorpsbeschrijving zijn maar een historische gebeurtenis beschrijven.
De eerste twee zijn direct na de beschrijving van Amsterdam ingebonden. Het gaat om: "Verhaal van het gebeurde vóór en bij het planten van den eersten vrijheidsboom te Amsteldam" en: "Korte beschryving van het volks-feest... " (zie de afbeelding hieronder).
Deze twee extra beschrijvingen worden niet vermeld in de inhoudsopgave en de twee bijbehorende ovale gravures vond ik niet terug in Frederik Muller's: "Nederlandse historieplaten". Leuk detail; de versjes onder de twee gravures zijn gesigneerd met respectievelijk L.v.O en V.O. (Lieve van Ollefen). Alle andere versjes in deze uitgave zijn anoniem.
De: "Korte beschryving van het volks-feest... " werd in een ander - kleiner - lettertype gedrukt. Dat ook deze twee beschrijvingen door H.A. Banse werden uitgegeven blijkt uit de vermelding door A.B. Saakes in zijn: "Naamlijst van Nederduitsche Boeken" (Amsterdam, 1799, zie illustratie onderaan). De "Korte beschryving van het volks-feest... " met bijbehorende prent is erg zeldzaam en ontbreek vrijwel altijd in deel III (en de afbeelding dus ook in de eerdergenoemde uitgave van de Europese Bibliotheek, Zaltbommel). Via de STCN vond ik slechts één ander exemplaar in de collectie 'Amstelodamica' van de archivaris en verzamelaar A.M. van de Waal (Allard Pierson, O 06-8658).
De volgende twee beschrijvingen (eveneens met ovale gravure) staan beide wel in de inhoudsopgave. Ze zijn direct meegebonden na het katern: "De buurten onder de banne van Amstelveen". Het gaat om: "Naauwkeurig verslag van den jammerlijken brand te Amstelveen...(1792)", alsmede: "Amstelveen herbouwd". Anders dan de twee eerdergenoemde beschrijvingen van de gebeurtenissen in Amsterdam in 1795 vermelden ze beide op de laatste pagina onderaan het uitgeversadres: "H.A. Banse in de Hartestraat over den vergulden Kop".
De reden daarvoor is dat ze ook allebei als losse uitgave buiten intekening om zijn uitgegeven en verkocht. In een voetnoot op de eerste pagina van: "Amstelveen herbouwd" schreef Van Ollefen: "Ofschoon onze Stad- en Dorp-beschrijver, volstrekt niet afgeleverd wordt dan aan de Heeren Intekenaaren op denzelven, hebben wij echter de beschrijving van de brand ook buiten intekening gedebiteerd; en vermids niemand van gezegde Intekenaren zig daaraan heeft gestoten, oordeelen wij, ook omtrent dit blaadjen, als tot de beschrijving van den brand behoorende, die vrijheid te mogen gebruiken". In augustus 1793 werd er in de "Leydse Courant" mee geadverteerd. De apart verschenen uitgave van de brand in Amstelveen (hieronder links) onderscheidt zich van de uitgave voor de intekenaren (rechts) door de op het eerste blad meegedrukte ovale gravure en aangepaste inleiding. Echter, een dergelijk aparte uitgave in deze opmaak met betrekking tot "Amstelveen herbouwd" is onbekend.
Het derde deel is ook het deel met de meeste gravures ('ovaaltjes') van Anna Catharina (of Cornelia) Brouwer (1772-18..). Zij was een van de vele illustratoren binnen het in de achttiende eeuw populaire genre van stads- en dorpsgezichten en we kennen haar werk voornamelijk door haar gravures voor deze serie. Van de tweeëntwintig afbeeldingen in deel III (inclusief die bij beschrijvingen van historische gebeurtenissen) zijn er negentien van haar hand. Vaak graveerde zij naar tekeningen van anderen maar er zijn ook enkele die geheel door haar zijn ontworpen en gegraveerd. De vier overige gravures zijn van: J. Koning (Ouderkerk), J.G. Visser (Amstelveen en "Gezigt van den zwaaren Brand te Amstelveen") en Th. Koning (Muiden).
Veel minder bekend is dat bij H.A. Banse gelijk met dit derde deel nog zes andere ovale gravures (met versjes) van haar verschenen van de gevechten in 1787 tussen Pruisische troepen en patriotten bij enkele Amsterdamse voorposten. Ook deze zes - vrij zeldzame - afbeeldingen vond ik niet terug in Frederik Muller's "Nederlandse historieplaten". Het zijn:
2. "Aanval op Muiden 1787".
6. "Aanval op Weesp 1787".
Enkele zijn duidelijk geïnspireerd op afbeeldingen gegraveerd door Cornelis Brouwer (ca. 1733-1803), vermoedelijk haar vader. Ze waren bedoeld om door liefhebbers "in alle beschrijv. dier troubelen, op dat form. gevoegd te kunnen worden" (zie illustratie hieronder uit A.B. Saakes: "Naamlijst van Nederduitsche Boeken" (Amsterdam, 1799)). Dat sloeg natuurlijk bij uitstek op het gelijktijdig verschenen derde deel van: "De Nederlandsche stad- en dorp-beschrijver", waarin de schermutselingen bij deze voorposten uitvoerig staan beschreven.
Als we de opmerkingen in verschillende eind negentiende eeuwse veilingcatalogi mogen geloven was de complete serie van acht delen toen al weinig voorkomend. Bepaald zeldzaam werd de uitgave (of losse complete delen daarvan) tijdens de gouden jaren van het antiquariaat, de tweede helft van de twintigste eeuw. Bibliotheek- en archiefonderzoek naar de eigen woonomgeving werd in deze periode een populaire vrijetijdsbesteding.
Tal van genealogische - en lokaal-historische verenigingen ontstonden of groeide in ledental.
Er verschenen speciale gidsen als de: "Handleiding voor de beoefening van lokale en regionale geschiedenis" (Weesp, 1984), geschreven door prof.dr. W. Jappe Alberts en antiquaar A.G. van der Steur, waarin de serie: "een belangrijk werk voor Noord- en Zuid-Holland (zonder West-Friesland en het Noorderkwartier)" werd genoemd.
Piet Buijnsters beschreef in: "Het verzamelen van boeken. Een handleiding" (Utrecht, 1992) in de inleiding bij hoofdstuk 10 ("Topografie en geschiedenis") hoe dit alles leidde tot een toenemende vraag naar authentieke afbeeldingen en contemporaine stad- en dorpsbeschrijvingen. Door de boeken te slopen konden losse prenten en afzonderlijke beschrijvingen voor (in totaal) meer geld worden verkocht. Ook ik heb destijds voor enkele tientjes per stuk originele losse beschrijvingen (zonder de dure gravures) uit deel drie gekocht en bij menig inwoner met interesse voor lokale geschiedenis hing (hangt) een ingelijst ovaal prentje van zijn woonplaats uit "De Nederlandsche stad- en dorp-beschrijver" aan de muur.
Inmiddels is de "De Nederlandsche stad- en dorp-beschrijver" bij lokaal historische verenigingen een goede bekende. In diverse verenigingsbladen is er al eens over geschreven en soms zijn zelfs complete dorpsbeschrijvingen opnieuw uitgegeven om te worden verspreid onder de leden en/of de verenigingskas te spekken. En heeft u toch liever iets origineels? Geen probleem want losse beschrijvingen en gravures worden veelvuldig aangeboden op websites als Marktplaats, Boekwinkeltjes of Antiqbook.