donderdag 13 mei 2010

(Uit)verkoop bij Zeeman!


De afgelopen meiveiling bij Burgersdijk & Niermans had beslist iets opmerkelijks. Enerzijds werd in publiciteit eromheen uitsluitend verwezen naar de collectie van Michaël Zeeman (1958-2009), waarvan het eerste deel onder de hamer kwam. Anderzijds verkondigde veilinghouder Arne Steenkamp daarover: ''Het is echt de bibliotheek van een gebruiker (-).
Er zitten geen bijzondere drukken of atlassen bij” en Annemieke Vanackere, weduwe van Zeeman, deed daar een schepje bovenop en bevestigde: ''Hij verzamelde niet om het verzamelen. Hij had boeken om te lezen, om te gebruiken''. Gewoon veel boeken dus maar verder niks bijzonders.

Wie vervolgens de website van Burgersdijk bekeek kon ook daar iets eigenaardigs zien. Een foto van Zeeman prominent bovenaan met daaronder de te veilen ‘highlights’ die geen van allen uit zijn collectie kwamen! Nee; deze waren afkomstig uit een andere boekenschat die gelijktijdig werd geveild: “a fine collection of old books from the 15th-18th c. from a Dutch private library”. Ik kon mij niet aan de indruk ontrekken of de nadrukkelijke aandacht voor Zeeman als ‘bekende Nederlander met veel boeken’ was ook bedoeld om de aandacht af te leiden van deze anonieme privé bibliotheek. Vanwaar dat gevoel ?
Welnu het begon allemaal enige tijd terug met het doornemen van de online catalogus.
Lot nummer 1277 was de oorzaak:
“AMSTERDAM -- COMMELIN, C. Beschryvinge van Amsterdam, (...) en Amstellant, Haar Vergrootingen, Rykdom, en Wyze van Regeeringe, tot den Jare 1691. Amst., A.D. Oossaan, 1693-94. 2 vols. (18), 1-528; (2), 529-1224, (40) pp. W. engr. front., 1 lge-fold. plan of the city, 51 fine engr. views and plans (of which 41 double-p. & 10 full-p.), 77 text-engr. (for the greater part views), 3 genealogical tables & some woodcuts in the text (coins & coats of arms). Fol. Beautiful cont. vellum with raised bands, richly dec. gilt backs, gilt dec. centerpieces on all sides, surrounded by 2 gilt dec. borders, and brown & black labels. (Half of last leaf vol. 2 (index) torn off, lower marg. vol. 2 a bit stained in places, vol. 2 faintly stained at the end, slightly browned in places). Apart from the missing half index leaf, a good set in splendid bindings.”
De illustratie hierbij toonde echter niet de ‘splendid bindings’, die deze uitgave zo bijzonder maakt, maar een nietszeggend plattegrondje van Amsterdam rond 1300 uit het eerste deel. Waarom? Was men bang dat een foto van de banden bij verzamelaars een belletje had doen rinkelen?


Voor mij was de beschrijving meer dan voldoende. Wie op de afgelopen Amsterdam Antiquarian Book, Map & Print Fair in de PTA was (in oktober 2009) had deze boeken daar, net als ik, kunnen zien. Fraaie perkamenten banden trekken altijd mijn aandacht en natuurlijk keek en bladerde ik toen even om te kijken of de inhoud net zo aantrekkelijk was.
Het bleek dus om het bovenvermelde boek te gaan en inderdaad had een of andere gek in deel twee het laatste indexblad er half uitgescheurd. Op zich geen groot probleem.
De stadsbeschrijving van Casparus Commelin (1636-1693) is niet zeer zeldzaam en het is goed mogelijk om voor een paar euro uit één of ander sloopexemplaar een indexblad te bemachtigen om dat over te zetten in dit prachtexemplaar.
De vraagprijs destijds vond ik astronomisch hoog, ook al kwamen de boeken volgens de standhouder uit de persoonlijke collectie van de antiquariaat eigenaar.


Ze werden niet verkocht want een maand later trof ik ze aan in diens winkel. Ja, over de prijs kon worden onderhandeld maar desondanks bleef deze naar mijn smaak wat aan de hoge kant. In februari waren ze weg. Ik vermoedde verkoop totdat ik op de website van Burgersdijk kavel 1277 onder ogen kreeg. Bieden dus!
En zo werd ik eigenaar van een fraaie Commelin afkomstig uit de privé collectie van Jan Bernard de Slegte. Geduld is een schone zaak en kennelijk gaat het nog steeds niet goed met De Slegte (ssssst!).

dinsdag 4 mei 2010

Waardeloos

Eén van de eerste dingen die archieven, musea en andere erfgoedinstellingen hebben gedigitaliseerd is de toegang op hun collecties. Als gevolg daarvan zijn de papieren inventarissen en catalogi die vroeger, voor vaak behoorlijke bedragen, werden verkocht vrijwel waardeloos geworden. Dat geldt zeker voor de hedendaagse onderzoeker. De ‘online’ versie is makkelijk in gebruik en kan doorlopend worden bijgehouden en verfijnd. De papieren versie verloor zijn functie en verdween in de prullenbak. Voor de ware bibliofiel kan de zaak evenwel anders liggen.


Zo vond ik onlangs in een grote partij boeken de: “Beschrijving van den Atlas van Amsterdam van Louis Splitgerber” (Amsterdam, 1874).
De 19de eeuwse verzamelaar Louis Splitgerber (1806-1879) verzamelde gedurende zijn leven tekeningen, prenten, portretten, aquarellen en kaarten uit de 17de t/m de 19de eeuw met betrekking tot Amsterdam. Zijn fraaie ‘atlas’, in de betekenis van ‘verzameling’, zoals we thans ook spreken van de bekende ‘atlas van Stolk’, berust sinds zijn overlijden in het stadsarchief Amsterdam. Splitgerber beschreef in zijn boekje de totstandkoming van zijn verzameling die uit dertien kunstboeken bestond met in totaal 773 afbeeldingen. Daaruit blijkt dat de kern van zijn verzameling werd gevormd door de keurcollectie van Cornelis Ploos van Amstel (1726-1798).

Daarnaast verwierf Splitgerber delen van de verzamelingen van Gerrit Lamberts, Evert Burlett en Jeronimo de Vries en liet hij ook zelf tekeningen vervaardigen.
Wie thans ‘online’ de beeldbank van het stadsarchief bezoekt kan zich al gauw een beeld vormen van de collectie Splitgerber, waarin talloze vermaarde 17de, 18de en 19de eeuwse kunstenaars zijn vertegenwoordigd.

Mijn exemplaar van het boekje van Splitgerber is goed bewaard gebleven en is blijkens een ex-libris stempel afkomstig “uit de kast van G. Donker”. Mogelijk is hij ook degene die achterin een lezenswaardig artikel plakte van W.C. Verdoorn: “Splitgerber en zijn Atlas” (klik op de afbeelding voor een vergroting). In ieder geval was deze Donker niet de eerste eigenaar van dit boekje. Wat deze uitgave voor de bibliofiel interessant maakt is, naast zijn eerbiedwaardige ouderdom, de handgeschreven opdracht voorin van de uitgever en auteur zelf: “Aangeboden aan den WelEdelen Heer H.Th. Boelen. Van den uitgever Louis Splitgerber. Amsterdam den 31 Julij 1875”.
Vermoedelijk gaat het hier om de (toneel)schrijver Hendrik Theodorus Boelen (1825-1900), pseudoniem N. Donker (!). Zo bezit deze waardeloze inventaris toch een zekere waarde.

donderdag 22 april 2010

Antiquariaat en rozemarijn


Ik ben wel een echte Bourgondiër en mag graag kokkerellen. Daarbij schuw ik de kruidenpotjes niet en volgens mijn partner en dochter gebruik ik daarvan teveel. Onzin natuurlijk! Neem nou een goede lamsbout, daarbij hoort vanzelfsprekend knoflook en verse geurende rozemarijn. À propos…Wie op boekenjacht gaat in hartje Amsterdam ontkomt niet aan de Rosmarijnsteeg.
Alweer vele jaren geleden zat hier op de hoek met de Nieuwezijds Voorburgwal (op de foto links) de befaamde Simon Emmering. Tegenwoordig loop ik over de smalle stoepjes (rechts) langs De Friedesche Molen waar ik zo af en toe onder het genot van een sigaartje met Hein over ‘het wereldje’ ouwehoer en buurman Just en -vrouw Christianne waken over hun grote verzameling Klassieken in Straat antiquaren. Als je vervolgens doorloopt en de Spuistraat oversteekt, naar de Raamsteeg, kom je al gauw bij de prentenhandel van Eduard van Dishoeck wiens etalage ik het liefst bewonder met een koel glas Oude Geuze Boon vanuit het tegenovergelegen biercafé Gollem. ‘Last but not least’ zit op de hoek van deze steeg en de Singelgracht, antiquariaat Brinkman (waar Frank meestal bedrijvig heen en weer loopt en de oude Brinkman aan zijn pijp lurkt!).

Ik heb overigens in geen van deze antiquariaten mijn (in perkament gebonden) exemplaar gekocht van Ludolph Smids: “Schatkamer der Nederlandsse oudheden of woordenboek, behelsende Nederlands Steden en Dorpen, Kasteelen, Sloten en Heeren Huysen, Oude Volkeren, Rievieren, Vermaarde Luyden in Staat en Oorlogh, Oudheden, Gewoontes en Lands wysen” (Amsterdam, 1711). Toch was het Smids die mij in gedachten meenam naar de Rosmarijnsteeg en daarover iets curieus wist te vermelden.
Ludolph Smids (1649-1720) was een veelzijdig man. Arts, dichter, geschiedkundige en schrijver. Zijn bovengenoemde boek, feitelijk een soort encyclopedie, is gewild om de zestig illustraties van met name kasteelruïnes, door Jacobus Schijnvoet (1685-na 1733) vaak naar Roelant Roghman (1627-1692). Velen daarvan bezocht Smids zelf (“…ging ik het selve besien, onder een dichten slaghregen komende van…”).

Zijn commentaar op bepaalde onderwerpen of gebeurtenissen is levendig en soms ronduit grappig. Heel toepasselijk en met enige spot besloot hij zijn boek met een zelfgemaakt gedicht:
En hier mee sluit het werk. Gy schriften laat u drukken;
Gaat heen: doch als gy syt voltooit en in een band,
Denk vry het sal u gaan als all myn Andre stukken,
Wat heeft de nyd daar niet wel op gelekkertand:
Doch hou u stil; gelyk de dogg, die sich laat quellen,
En hoord de keffertjes niet meerder als haar bellen.



Terug naar de Rosmarijnsteeg. Eén van de lemma's die Ludolph Smids behandelt is de Dood. Verschillende typische gebruiken en gewoontes worden beschreven: “Te Amsteldam is, noch voor weinige jaaren, ontrent het overlyden van kinderen, het volgende gebruik geweest. Men steekt een bedstok uit, ontrent de deur, met palm vercierd. Aan het einde word een neus-doek, aan de vier tippen met strikjes opgedaan, over een hoep gehangen. Midden op de gemelde doek word een wasse popje (nu jongetje nu meisje) op een kussentje sittende, vast gemaakt. Deese opschik, naar der ouderen geringer of ryker stand, slechter of opsichtelyker, haaldemen van de Verciersters uit de Rosmarynsteegh”.


De rozemarijn van deze ‘Verciersters’ had dus niks te maken met het smakelijk maken van een maaltijd maar met het verdrijven van onwelriekende geurtjes, in dit geval de weeïge geur van ontbinding. Dat gebruik van geurige bloemen, planten en kruiden, in bosjes, kransen of los bij een overlijden maar ook bij andere hoogte- en dieptepunten in het menselijk leven zoals geboorte en huwelijk bestaat nog steeds, al gaat het ons nu meer om de fleur dan om het verdrijven van de geur! Een bijzondere aanvulling op Smids vond ik nog in het bekende werk: “De Uithangteekens, in verband met Geschiedenis en Volksleven beschouwd” (Amsterdam, 1867-1868) van J. ter Gouw en mr. J. van Lennep.


De Verciersters, die in de 17de eeuw haar kwartier in de Rosmarijnsteeg hadden, maar later door de gansche stad verspreid raakten, hadden een cierlijk en bevallig uithangteeken. – de Verciersterskastjes, die sinds eenige jaren gansch verdwenen zijn. ’t Waren glazekastjes, die een half achtkant vormden, en met de platte zijde tegen den gevel hingen, - waarin rosmarijn, kransjes, bloemtakken, en in ’t midden de dominé op den preekstoel, en een bruid en bruidegom voor hem. Zoo werden, in vroeger tijd, de oogen der jeugd, heel de stad door, steeds met die lieflijke voorstelling gestreeld wat een zoet vooruitzicht voor den geest bracht. ’t Is echter maar beter, dat ze er niet meer zijn; de jeugd zou er toch niet meer bij kunnen staan kijken. Dat ging goed toen er stoepen waren, waarin men veilig stond; op de trottoirs staat men niet, maar loopt er of wordt omvergeloopen” (deel 1, blz. 121/122).

In gedachten zie ik ze hangen. Een Rosmarijnsteeg vol kleine welriekende etalagekastjes. Als ik hier binnenkort weer langs antiquaren loop zal ik nog vaak denken aan de ‘Verciersters’ en hun geurige rozemarijn (en wat minder aan lamsbout)!