donderdag 17 maart 2016

De kleuren van 'Het Achterhuis'



Stofomslagen… Let u er wel eens op?
Ikzelf maar weinig maar dat komt vooral omdat ik toch meer in ‘het oude boek’ zit.
Trouwens, wat is het eigenlijk? De stofomslag of het stofomslag?
Het nadrukkelijk najagen van boeken met een onberispelijke stofomslag associeer ik vooral met Amerikaanse verzamelaars en bibliofielen. Die verzamelen vaak ‘modern first editions’ waarbij vooral de staat van de ‘dust jacket’ enorme invloed kan hebben op de waarde. Een goed voorbeeld ter illustratie is de iconische 'dust jacket' van de roman van
F. Scott Fitzgerald: "The Great Gatsby" (New York, 1925).


Onder Nederlandse boekverzamelaars is de waardering voor stofomslagen, geloof ik, nogal wisselend. Zo is van de rasbibliofiel Jhr. Dr. Matthieu René Radermacher Schorer (1888-1956) bekend dat hij altijd als eerste de stofomslag in de prullenbak gooide alvorens zijn aanwinst in de kast te zetten. 

Stofomslagen (stofwikkels) om de boekband zijn een negentiende eeuwse uitvinding.
De tot dusver oudste stofomslag werd in 2009 in de Oxford Bodleian Library gevonden en is van 1830. Het vroegst bekende voorbeeld in Nederland zit om een exemplaar van Starters “Bloemlezing uit den Friesche lusthof en andere gedichten van Jan Janszoon Starter”, uitgegeven in 1862 bij W. Eekhoff in Leeuwarden. 
Over het algemeen waren die eerste stofomslagen vrij eenvoudig, puur functioneel en uitsluitend bedoeld ter bescherming van het boek. Het aantal boeken dat met stofomslag verscheen bleef echter beperkt en zou pas in het laatste kwart van de negentiende eeuw toenemen. Vaak werden ze weggegooid, als niet behorende bij het boek, zodat je stofomslagen van vóór 1900 maar zelden tegenkomt.


Het benutten van de communicatieve en decoratieve mogelijkheden van stofomslagen begint pas goed rond 1920. Er verschijnen illustraties en korte tekstjes op de voor- en achterkant en de zijflappen. Vaak een korte schets van de inhoud, een beknopte auteursbiografie en/of reclame van de uitgever. Hoorde stofomslagen er oorspronkelijk niet helemaal bij, in de loop der jaren zijn ze steeds meer deel gaan uitmaken van het boek, temeer omdat ze nogal eens informatie bevatten die niet in het boek zelf is terug te vinden.
Een voorbeeld van optimale benutting van de stofomslag vond ik om de gebonden uitgave van Alberto Manguel: “Een geschiedenis van het lezen” (Amsterdam, 2006). Zelfs de binnenzijde werd bedrukt met een ‘Chronologie van de lezer’. 

In september 2007 kocht ik op de Haagse boekenmarkt de tweede druk van het bekende dagboek van Anne Frank (1929-1945): “Het Achterhuis” (Amsterdam, 1947), zonder stofomslag, voor vijfennegentig euro.
Een vriendelijke vraagprijs, want een tweede druk van “Het Achterhuis” was toen al net zo schaars als een eerste druk. Ik heb er nimmer spijt van gehad want een mooier bewaard gebleven exemplaar ben ik sindsdien niet meer tegengekomen. De antiquarische vraagprijzen, in het bijzonder voor een eerste of tweede druk (beiden verschenen in 1947) blijven nog steeds stijgen.


Over de oplage van de eerste drie drukken schreef Lisa Kuitert: “Uit het Contact archief blijkt dat de eerste oplage van Het Achterhuis 3036 exemplaren bedroeg, dus niet 1500 zoals in de inleiding van de wetenschappelijke uitgave staat. Deze waren op 34 exemplaren na meteen uitgeleverd aan de boekhandel wat uitzonderlijk is. De 2de druk bedroeg 6830 exemplaren, de derde 10.500 exemplaren” (De Boekenwereld, jrg. 24, 2007-2008)


Dat zijn nog best behoorlijke aantallen - hoor ik u denken - maar er is een keerzijde. Uitgeverij Contact liet het boekje namelijk drukken op een slechte kwaliteit naoorlogs papier, gebonden in een dito beroerd kartonnen bandje met een sombere nietszeggende stofomslag. Het gevolg is dat bij antiquarisch aangeboden exemplaren de stofomslag altijd ontbreekt en er vaak van alles mankeert aan de boekband, het boekblok of het papier. Juist bij een uitgave als “Het Achterhuis” telt ‘condition, condition, condition’ erg zwaar als het gaat om de waardebepaling. Daarom betaal je tegenwoordig voor mooie exemplaren van die vroegste drukken (zonder stofomslag!) al gauw enkele honderden euro’s (en in Amerika duizenden dollars!).

De stofomslag van “Het Achterhuis” (ontwerp Helmut Salden) is trouwens een verhaal apart. Ze zijn zo zeldzaam geworden dat ze de vraagprijs van het boekje gauw verdubbelen.
Tot voor kort heb ik altijd gedacht dat de eerste drie drukken dezelfde stofomslag hadden. Dat veranderde toen ik zag dat antiquaar Jos Wijnhoven uit Deventer een derde druk van “Het Achterhuis” aanbod (€ 375,- euro) met stofomslag en rood buikbandje! U ziet er hier een foto van.


Door dat rode buikbandje (een rariorum!) vielen mij opeens de rode letters op van ‘Anne Frank’.
Bij de eerste druk waren die geel (en een buikbandje zal daar wel nooit om hebben gezeten. NB. Lees het naschrift!).
Maar welke kleur was het bij de tweede druk? Bij Catawiki werd ooit een matig exemplaar van de tweede druk geveild met de resten van een blauwkleurig buikbandje.


Stond de naam van ‘Anne Frank’ dus in blauwe letters op de stofomslag?
Na enig gezoek vond ik een exemplaar van de tweede druk op AbeBooks.com met stofomslag (voor $ 5.000,- US-dollar!) en een ander met een gehavende stofomslag, die bovendien een misdruk is, in de collectie van het Catawiki verzamelaarsplatform. Nu weet ik het zeker...

De kleuren van “Het Achterhuis” waren achtereenvolgens: GEELBLAUW en ROOD.



Naschrift

Op 29 juni 2016 ontving ik een e-mail (met fotobijlagen) van 'Erwin' Strip- en Boekantiquariaat (Kampen) dat eind jaren negentig, begin jaren tweeduizend, een exemplaar van de eerste druk van "Het Achterhuis" werd aangeboden via veilingsite Ebay (NL) met stofomslag en met geel buikbandje!

vrijdag 26 februari 2016

Boekenplankheld


Amsterdam en zijn geschiedenis lopen als een rode draad door een groot deel van mijn bibliotheek. Daarbinnen figureren verschillende ‘helden’ die mijn bijzondere aandacht hebben. Voor de achttiende eeuw is dat de historicus Jan Wagenaar, die hier al diverse malen ter sprake is gekomen.
Een andere boekenplankheld is de negentiende eeuwer Jan (Johannes) ter Gouw (1814-1894). Ook over hem heb ik al eens eerder geschreven in “Ante-diluviaanse muziek”, waarin het gaat over een artikel in het tijdschrift “De oude tijd” (1869-1874), dat grotendeels onder zijn leiding verscheen.


Hij is nu vrijwel vergeten en bij de meeste boekenliefhebbers vooral bekend door de heruitgave van de: “De uithangtekens” (twee delen) en “Het boek der opschriften” (Leeuwarden, 1974), die oorspronkelijk in 1868/1869 verschenen. Die heruitgave staat ook bij mij in de kast en is nog gekocht in de tijd dat de originelen onvindbaar en onbetaalbaar waren.
De Amsterdamse onderwijzer Jan ter Gouw is echter vooral bekend geworden als groot kenner van het hoofdstedelijk verleden, waarover hij regelmatig publiceerde. Veel daarvan is gebundeld terug te vinden in zijn tweedelige: “Amstelodamiana” (Amsterdam, 1874).


Zijn magnum opus is: ”Geschiedenis van Amsterdam” (Amsterdam, 1879-1893) dat inclusief het register acht delen telt. Het beschrijft de geschiedenis van de stad tot de Alteratie in 1578.
Ik heb mijn fraaie set bijna een jaar geleden gekocht bij antiquariaat Brinkman, zoals u hier kunt lezen.
Aardig detail is dat het twee ex-librissen bevat (in elk deel); een rond van de Amsterdamse jurist en hoogleraar Frederik Adriaan Molster (1865-1936) en een vierkant met het alliantiewapen (Klaas Cornelis) Van Hoffen getrouwd (in 1934) met (Margaretha Evers-) Molster. Dezelfde ex-librissen zitten ook in dit, veel oudere, boek in mijn bibliotheek waaruit de conclusie kan worden getrokken dat Frederik Adriaan Molster thuis over een goede bibliotheek moet hebben beschikt.


Ter Gouw was van huis uit geen historicus. Net als Wagenaar een eeuw voor hem was hij een autodidact die een reusachtige kennis opbouwde over de geschiedenis van Amsterdam. Hij was goed bevriend met de Amsterdamse stadsarchivaris Pieter Scheltema (1812-1885), alias ‘Piet Perkament’, en heeft vele uren in diens - steeds beter ontsloten - archief doorgebracht. Talloze documenten passeerden zo zijn handen en regelmatig wordt mijn andere held, Jan Wagenaar, door hem berispt en gecorrigeerd.
Die had bovendien geleefd in een eeuw die hij bepaalt verafschuwde zoals blijkt uit een felle passage die ik tegenkwam in mijn laatste Ter Gouwse aanwinst: “Kijkjes in de oude schoolwereld” (Leiden, 1870-1872).


Dit zijn twee aardig geillustreerde boekjes (10 bij 15 cm.), deel I over oude scholen en deel II over oude schoolboeken, die met een eenvoudige papieren omslag verschenen als nr. 5 en nr. 40 in de 'Algemeene Bibliotheek' (vijftien cent per deeltje). Ze zijn betrekkelijk schaars, zeker in goede staat, maar niet kostbaar. Mijn exemplaren zijn bij elkaar gebonden in een fraai contemporain leren bandje.


Naast de geschiedenis van Amsterdam door Ter Gouw staat bij mij het door zijn zoon J.E. ter Gouw (1845-1916) postuum uitgegeven boekje: “De Amsterdamsche straatnamen” (Hilversum, 1896). Door zijn formaat en uitvoering (in eenzelfde soort groene stempelband) lijkt het als aanvullend deeltje op zijn vaders achtdelige serie te zijn bedoeld.
Dit straatnamenboekje verscheen niet in de handel maar werd - net als het zeldzamere: “Verzen en rijmen” (Hilversum, 1914) – ter herinnering (genummerd) aangeboden aan bekenden en relaties van zijn overleden vader. Het is een verbeterde bewerking van een boekje dat Ter Gouw eerder publiceerde in 1858 onder het pseudoniem Joannes Aurelius.


Mijn exemplaar draagt nummer 65 en is op naam gesteld van mr. E.J. Everwijn Lange (1864-1928). Het bevat naast het nog steeds boeiende verhaal over de oorsprong van tal van Amsterdamse straatnamen ook een nuttig overzicht van de boeken, artikelen, verspreide stukken en handschriften van zijn vader. Ik kocht het een jaar geleden in de (kringloop) Dorcaswinkel in Aalsmeer voor twaalf euro.


Behalve min of meer wetenschappelijke uitgaven publiceerde Jan ter Gouw ook geromantiseerde historische boeken over Amsterdams verleden. Die hebben mij altijd minder getrokken. Daarvan bezit ik eigenlijk alleen maar: “Amsterdamsche Tafereelen” (Haarlem, 1876). Deze uitgave verscheen destijds in afleveringen; telkens een afgerond verhaal met één litho en kon na afloop in een bijpassende uitgeversband worden gebonden.


De exemplaren die thans antiquarisch worden aangeboden zitten vrijwel altijd in een eenvoudige blauw linnen stempelband. Zeldzaam – en zeker in goede conditie - is een prachtige luxe groenlinnen band, met goud bedrukt en versierd. Die ben ik nog maar één keer tegengekomen en dat exemplaar staat nu in mijn bibliotheek.

zondag 14 februari 2016

Peinzend over geld en boeken

Tegenwoordig wordt alles langs de economische meetlat gelegd, dus ook het bibliofiele verzamelen van Perkamentus. Wie mij vraagt of er flink valt te verdienen met antiquarische boeken krijgt een simpel NEE als antwoord. Hobby’s kosten geld, passies nog meer.

Maar hoe zit het dan? Regelmatig laat ik via twitter of dit blog weten weer een waardevol boek te hebben gevonden gekocht voor heel weinig geld. Dat kun je toch weer verpatsen voor veel meer?


Tja….
Regelmatig is mij gevraagd waarom ik geen boekhandelaar of antiquaar word. Voor mij is dat zoiets als een alcoholist die wordt gevraagd waarom hij geen barman wordt.
Ik kan moeilijk tot geen afstand doen van mijn dierbare vrienden. Voor mij is het bezit van een bijzonder boek een groter genot dan het bezit van de som geld die het waard is.
Van een boek kan ik elke dag genieten door het te bewonderen, er in te bladeren of wat te lezen. Datzelfde genot heb ik niet bij een bankafschrift. Geld is een middel (om boeken te kopen) en geen doel.

Eind jaren negentig van de vorige eeuw kocht ik via Marktplaats “Sex” van Madonna.
Ik meen dat ik daarvoor honderd vijfentwintig gulden betaalde. Belangrijkste reden was niet mijn adoratie voor Madonna maar puur omdat ik vermoedde dat het geruchtmakende boek van een icoon uit de muziekwereld snel in waarde zou stijgen. Een goede investering dus, dat wil zeggen als mijn vermoeden waarheid zou worden en ik bereid zou zijn om het boek ooit weer te verkopen.


Ik koos toen bewust voor de Japanse versie. Die verscheen in een oplage van één miljoen exemplaren(!). Kort na het verschijnen werd het boek daar echter verboden.
Een tweede druk is er dus nimmer verschenen. Niet onbelangrijk; de Japanse versie werd op een betere kwaliteit papier gedrukt dan de Engels/Amerikaanse, Italiaanse en Franse edities. Die verschenen trouwens ook in meerdere oplagen en grotere aantallen.


Daarnaast is de Japanse versie de enige die in een speciale kartonnen doos verscheen met de titel “Sex by Madonna” (Tokyo, 1992). Ik heb mijn ‘seksboek’ expres nooit uitgepakt of gelezen.
Met mijn vermoeden zat het wel goed, inmiddels liggen de prijzen voor een ‘onaangeraakt’ exemplaar van de Japanse editie rond de 350 dollar, iets meer dan 300 euro.
Maar afstand doen…. nee.
Het is overigens nog maar afwachten of die prijs blijft stijgen, stabiel blijft of gaat dalen. Met boeken weet je dat maar nooit.

Een bekend voorbeeld uit het boekenwereldje is: “Opgravingen in Amsterdam. Twintig jaar stadskernonderzoek” (Amsterdam, 1977). Ik heb die uitgave destijds voor mijn verjaardag gekregen omdat ik toen nog volop bezig was met archeologie, zowel passief als actief.
Een paar jaar na zijn verschijnen heeft het restant van deze uitgave enige tijd in de ramsj gelegen bij De Slegte in de Kalverstraat. Daarna stegen de prijzen voor een mooi exemplaar (met stofomslag) tot wel tweehonderd vijftig gulden. In het internettijdperk zette de daling in en acht jaar geleden kon ik een dubbel exemplaar uit een erfenis nog met moeite doorverkopen voor veertig euro. Onlangs kwam ik maarliefst twee exemplaren tegen op de boekenmarkt op het Amsterdamse Spui. Beiden voor nog maar vijftien euro.


Zo slecht als ik ben in het verkopen van boeken voor veel geld, zo goed ben ik in het vinden van waardevolle boeken voor weinig geld. Vooral de lokale kringloop levert verrassende soms spectaculaire vondsten op. Soms gaat het om boeken die niet direct tot mijn verzamelterrein behoren maar die ik puur koop omdat ze voor heel te weinig geld worden aangeboden.

Mijn laatste kringloopaanwinst voor zes euro is het coffee table book: “Dali: The Wines of Gala” (New York, 1978). Daar moet je tegenwoordig al gauw honderd vijfentwintig euro voor neerleggen. Het is een enigszins ondergewaardeerd vervolg op: “Les diners de Gala” (New York, 1973), een absurdistisch en surrealistisch kookboek waarvoor intussen prijzen rond de vierhonderd euro worden betaald!
En dus zit ik op deze zondagmorgen weer eens te bladeren en te genieten want doorverkopen is natuurlijk (en alweer) geen optie.