zaterdag 17 oktober 2009

Nieuw maatpak voor Frederik Muller


Het ideale boek is als een mooie intelligente vrouw. Inhoud en verpakking zijn even belangrijk en van beiden moet ik kunnen genieten. Net als ieder ander heb ik inhoudelijk wel mijn voorkeuren. De muze Clio voert de boventoon. En wat uiterlijk betreft verkeren mijn boeken, oud (liefst in perkament!) of nieuw, zoveel mogelijk in onberispelijke staat. Het boek is voor mij ook een esthetisch object.

Geruime tijd terug kocht ik A.C. Kruseman's: “Frederik Muller 1817-1881. In memoriam. Voor vrienden overgedrukt uit de Levensberichten der afgestorven Leden van de Maatschappij der Nederl. Letterkunde” (Haarlem, 1881).
Een boekje van 96 pagina’s, gedrukt op niet afgesneden geschept papier met een portret van Frederik Muller. Het is geen kostbare noch zeer schaarse publicatie. Via internet vond ik verschillende exemplaren voor prijzen rond de veertig euro.


Bij het noemen van Muller's naam hoort het hart van elke rechtgeaarde bibliofiel sneller te gaan kloppen. Zijn verdienste voor de wereld van het boek als boekhandelaar, uitgever, antiquaar, veilinghouder, bibliograaf, historicus, verzamelaar en bibliothecaris zijn immers groot.
Wie daarvan uitvoerig kennis wil nemen kan ik het boek aanbevelen van Marja Keyser en anderen: “Frederik Muller (1817-1881). Leven en werken” (Zutphen, 1996).
Het verscheen ter gelegenheid van het honderdvijftigjarig bestaan van de Bibliotheek van de Koninklijke Vereeniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels waarvan Frederik Muller medeoprichter was.
‘In memoriam’ is een inhoudelijk interessant boekje maar werd helaas gebonden in een zeer eenvoudig stofomslagje. Al een tijd liep ik rond met het plan het te laten binden in een mooie leren band en dan niet een moderne band die uiterlijk representatief is voor het einde van de 19de eeuw, maar een smaakvol, kunstzinnig en eigentijds ontwerp. Zeg maar Frederik Muller in een 21ste eeuws maatpak.


Sándor Schouten jr. van boekbinderij Bibliopegus in Amsterdam heeft deze klus op zich genomen en op bijzondere wijze geklaard. Allereerst werd het gebrocheerde boek losgehaald. Een schutbladconstructie met linnen binnenscharnier en handmarmerpapier van Eva Clifford Kocq van Breugel zijn vervaardigd en aangezet. Het boekblok is machinaal genaaid, gekapitaald overlijmd met een strook handmarmer. De originele omslag en stofomslag zijn meegebonden.


De boekband werd toegesneden, de inlegrug is voorzien van valse ribben, die kunstzinnig zijn doorgetrokken over de platten. De band is gerond, het boekblok bandgezet en ingehangen. Het boek werd omtrokken met heel, vol, geitenleer en tussen de inslagen opgevuld. Sluitlinten van chroom gelooid schapenleer zijn aangebracht aan de voorzijde van de boekband. Reepjes van dit leer zijn ook aangebracht over het scharnier van de boekband als valse spitsels. Het voorplat werd blind bestempeld met ‘Frederik Muller’ en ‘In Memoriam’ in het hetzelfde lettertype als gebruikt voor de titelpagina. Het resultaat, u ziet het, mag er wezen en ik ben erg tevreden met mijn eerste ‘custom made’ boekband. Dat smaakt naar meer!

zondag 11 oktober 2009

Jachtseizoen 2009

Het bibliofiele jachtseizoen is weer in volle gang. De start lag enige tijd terug met de jaarlijkse Amsterdam Antiquarian Book, Map & Print Fair georganiseerd door de NVVA in de Passenger Terminal Amsterdam (2 en 3 oktober jl.). Veel mooie boeken maar vaak ook prijzig. Wel leuk om ideeën op te doen, te praten en te leren, snuiven, snuffelen en genieten.
Ik was er op zaterdagochtend 3 oktober en stoof in de lunchtijd (op jacht vergeet ik altijd te eten en heb ik nooit trek!) te voet door hartje Amsterdam naar dierentuin Artis waar de eerste editie van 'Books at the Zoo' plaatsvond. Een mooie beurs met veel leuke dingen en veel bekende gezichten maar ik had helaas maar weinig tijd en heb op beide beurzen niets gekocht.

Gisteren heb ik dat ruimschoots goed gemaakt en wel op de jaarlijkse boekenbeurs van de BOB in de Pieterskerk in Leiden.
Mijn eerste aankoop was: “Hebben is houden. Wat iedere verzamelaar en boekenliefhebber over zichzelf moet weten” net verschenen bij uitgeverij Aspekt en geschreven door socioloog Jaco Berveling, die het boek op de beurs ten doop hield en mijn exemplaartje vriendelijk voorzag van zijn signatuur. Inmiddels heb ik de eerste vijf hoofdstukken uitgelezen en ik kan u verzekeren dat het een prettig leesbaar boek is met heel herkenbare verhalen en hoofdstukjes zoals, “Ik ben wat ik heb”, “Wat de gek ervoor geeft” en “Prettig gestoord”. Slechts twee tientjes en van harte aanbevolen dus.

Ook maar twee tientjes was mijn volgende aankoop bij antiquariaat Fokas Holthuis uit Den Haag. Het ging om een exemplaar (één van de 35!) van “De Bibliofiel” (Uitgave Bucheliuspers, Utrecht, december 2001).


Het is een kort gedicht dat werd aangetroffen in een nalatenschap en op twijfelachtige gronden werd toegeschreven aan Simon Carmiggelt.
Het slot luidt:

Soms overweegt hij ooit eens uit te zoeken
Waar al die fraaie letters toch voor stààn.
Maar snel klapt hij weer dicht. Geen denken aan.
Want lezen, dat is zonde van de boeken
”.

Vervolgens deed ik een aankoop in stijl bij de tafel van Antiquariaat De Vries & De Vries uit Haarlem in de vorm van een in perkament gebonden fraaie eerste druk van Daniel Willink's "Amsterdamsche buitensingel, nevens de omleggende dorpen opgeheldert door aanteekeningen, over veele voornaame geschiedeniszen" (Amsterdam, Andries van Damme, 1723).


Een topografisch werk, op rijm over Amsterdam en omgeving, voorzien van uitgebreide annotatie, vier fraaie uitslaande platen en twaalf platen met elk twee afbeeldingen van met name Amsterdamse gebouwen.
De originele tweede druk uit 1738 wordt wat vaker aangeboden maar vaak ontbreken er uitslaande platen. De eerste druk is overigens in 1970 in facsimile herdrukt door de Europese Bibliotheek en volop in het antiquariaat verkrijgbaar.

De absolute topper kocht ik aan het eind van de dag en is een apart blog ‘Het Hornboek Project’ waard.

Het Hornboek Project


Bij de stand van antiquariaat Dik Ramkema uit Overveen bereikte ik een bibliofiel orgasme met de kostbare aanschaf van een exemplaar van het adembenemende ‘Hornboek’.
Het werd uitgegeven in 2003 in een beperkte oplage van 135 exemplaren (waarvan 92 voor de verkoop, die al bij voorintekening verkocht waren). Het was een monsterproject van 26 (!) margedrukkers waarover Ronald Rijkse, conservator van de Zeeuwse bibliotheek, destijds het volgende schreef:
Als enige van de dertien bibliotheken met een wetenschappelijke steunfunctie heeft de Zeeuwse bibliotheek vanaf de oprichting van de Stichting Drukwerk in de Marge in 1975 een speciale band met margedrukkers en hun producten en streeft zij er naar een representatief beeld van het margedrukken te geven. Zo ontstond door aankoop of schenking een collectie die duizenden boeken en talloze efemere (eenmalige) druksels omvat. In deze verzameling zijn diverse bibliofiele persen nagenoeg compleet aanwezig.


Dit margedrukwerk vergt een bijzondere behandeling wat conserveren betreft. Het is kwetsbaar en bovendien kostbaar en het vergt een speciale manier van opbergen. De Zeeuwse Bibliotheek heeft daar momenteel echter geen middelen voor; de vele noodzakelijke restauraties van het Oud Bezit slokken de beschikbare gelden op. Om deze bijzondere collectie toch op een goede manier te kunnen conserveren is vanuit de wereld van de margedrukkers zelf het Hornbook-project tot stand gekomen.
Hornbooks zijn de voorlopers van het ons vertrouwde ABC-boek en werden vanaf de Middeleeuwen tot de 18de eeuw in het onderwijs gebruikt.
Een Hornbook is in feite een rechthoekig plankje (met een handgreep) met daarop een velletje papier met het alfabet. Dat papier is bedekt met een plaatje hoorn. In 2002 zijn er 26 drukkers aan het werk gegaan om gestalte te geven aan een Hornbook ten behoeve van het project.
Het project was gecompliceerd en het aantal betrokkenen zo groot - naast drukkers waren er ook boekbinders, houtbewerkers, cassettemakers, zeefdrukkers en clichémakers bij betrokken - dat het uiteindelijke resultaat een unicum is in de Nederlandse boekgeschiedenis.

Allereerst is er een rode cassette waarin het Hornbook gestoken is. Haalt men dit eruit, dan ziet men 2 eikenhouten platten die de vorm van het oude Hornbook hebben. Tussen de platten bevinden zich achtereenvolgens een katern met het voorwerk, een leporello en een katern met het nawerk.
Een leporello is een boek waarvan de bladen uit één lange, meermalen gevouwen strook bestaan. In dit geval gaat het om een leporello met een lengte van vier meter. Daartoe zijn 13 dubbelzijdig bedrukte bladen harmonicagewijs gevouwen en aan elkaar geplakt. Op de bladen zijn door 26 margedrukkers de 26 letters van het alfabet gedrukt, voorzien van een (literaire) uitweiding en/of afbeelding. Iedere drukker was vrij om zelf vorm te geven aan zijn door loting toegewezen letter, echter binnen het overkoepelend thema margedrukken. De drukkers werkten in koppels van twee: de voor- en achterzijde van een blad moesten in onderling overleg vervaardigd worden. 



Het voorwerk is getiteld
“Van Hornbook tot ABC-Prentenboek” en bevat geïllustreerde bijdragen van John Landwehr en Frits Booy over de ontwikkeling van het hornbook tot de bekende 20ste eeuwse ABC-boekjes. Het nawerk bestaat eveneens uit 2 bijdragen.
De eerste is van Ronald Rijkse, die de kwetsbaarheid van de collectie aan de orde stelt. De tweede bijdrage betreft de verantwoording van het gehele project
”.

Het is werkelijk een onbeschrijfelijk mooi voorbeeld van kunstzinnige vormgeving en typografie en ik prijs mij dan ook gelukkig dat ik op de BOB beurs in de Leidse Pieterskerk een exemplaar kon bemachtigen.
Mijn drie fotootjes geven slechts een indruk maar als u wilt smullen en alle letters A t/m Z zelf wilt zien dan zult u toch echt op jacht moeten gaan naar een eigen exemplaar!