Ik bezocht onlangs het
Pijpenkabinet in Amsterdam van Don Duco. Duco zag ik voor het laatst 35 jaar geleden op verschillende verzamelaarsbeurzen waar hij (toen al) zijn bodemvondsten waaronder de bekende (vaak Goudse) kleipijpjes verhandelde.
Met enige verbazing constateerden wij beiden dat we ouder geworden waren en kletsten wat bij over vroeger. Mijn onverwachte bezoek was niet helemaal toevallig.
Ik wilde zijn deskundige mening horen over een object dat ik alweer een aantal jaren geleden kocht bij een antiquair.
Het is een vierkante (palm?)houten matrijs (8 x 8 cm) met gestoken voorstelling, aan het eind van de 18de eeuw gebruikt voor het bedrukken van
kerftabakszakjes.
Tabak werd vroeger in de winkel gekerfd (fijngesneden) en verkocht in een papieren zakje, dat was voorzien van een eigen opdruk. Deze tabakszak was drager van reclame voor de winkel zowel als het product, vaak verlevendigd met een aansprekende afbeelding.
Na gebruik werd de tabakszak weggegooid, zodat het overgrote deel van dit verpakkingsdrukwerk (efemera!) helaas verloren is gegaan. Ook de houten matrijzen zijn jammer genoeg maar weinig bewaard gebleven. Het Pijpenkabinet bezit een paar 18de eeuwse matrijzen en een vrij grote collectie
tabaksvignetten.
Mijn exemplaar vertoont bovenaan een ovaal gezicht op de uit 1774 daterende kerk te Ouderkerk aan de Amstel in 1775, gekopieerd naar een gravure gemaakt door C. Bogerts naar een tekening van Hendrik Keun (1738-1787). In het midden staat “
Ouderkerk”.
Onderaan is een uitstalling van tabaksartikelen als tabaksrollen, tonnen, vaatjes en balen maar er staat ook een theebus tussen. Op een snuiftabakspot in het midden staat “
appe”, voluit “
rappe” d.w.z. gemalen snuiftabak.
Deze onderste voorstelling is identiek aan de afbeelding op een matrijs van 'De Maas-Stroom' in het bezit van het
Historisch Museum Rotterdam. Feitelijk lijken beiden matrijzen in het geheel sterk op elkaar maar de zwierige ornamentiek rondom mijn exemplaar verraadt dat deze wat ouder is (1775-1800) dan de Rotterdamse matrijs.
Dergelijke matrijzen konden generaties meegaan en vaak werden er veranderingen op aangebracht. Dat is bij mijn exemplaar niet het geval, bovendien is de afbeelding nog mooi scherp wat doet vermoeden dat het blokje niet lang in gebruik is geweest. Aan de onderzijde is het blok recht afgesneden. Hiertegen kon een ander blok of drukzetsel worden geplaatst, bijvoorbeeld een adres of de reclame artikelen van dat moment.
De hamvraag is natuurlijk: ‘Wie was de tabakshandelaar die het vignet 'Ouderkerk' voerde?’. Daarvoor zijn twee aanwijzingen. Op de voorzijde staat op de tabakston links
“
C & C”. Op de achterkant van het blok staat in bruine inkt “
Casparis”.
Dat laatste was makkelijk voor de drukker die, als hij weer een aantal vellen verpakkingsmateriaal had bedrukt, wist dat deze matrijs (tussen de vele anderen) eigendom was van de tabakshandelaar Casparis.
Het dorp Ouderkerk wordt door de rivier de Amstel doorsneden.
De bebouwing ten westen van de Amstel (‘de buurt over Ouderkerk’) behoorde altijd tot de gemeente Nieuwer-Amstel c.q. Amstelveen. Hier was van oudsher ook de meeste bedrijvigheid.
Maar helaas komt zowel in Ouder- als in Nieuwer-Amstel de naam Casparis niet voor in de laat 18de eeuwse doop-, trouw- en begraafregisters of vroeg 19de eeuwse burgerlijke stand.
Het is dus maar de vraag of Casparis (& Co.?) zijn tabaksnering daadwerkelijk in Ouderkerk uitoefende. Het kan ook zijn dat hij in het nabijgelegen Amsterdam zetelde (waar de naam destijds wel voorkwam) en snuiftabak van de in Ouderkerk aanwezige snuifmolens verkocht (zoals molen ‘De Vreede’) onder de merknaam ‘Ouderkerk’.
Hoe dan ook Amsterdam was zijn belangrijkste grondstoffen en afzetmarkt. Mogelijk ontdek ik nog eens de ware identiteit van deze Casparis. Voorlopig blijft hij in tabaksnevelen gehuld.
Naschrift.