zaterdag 25 juni 2016

Naatje


Nederlands eerste Nationaal Monument stond op de Dam in Amsterdam.
U denkt nu wellicht; hoezo ‘stond’?
Maar ik heb het niet over het bekende centrale punt tijdens de jaarlijkse 4 mei herdenking.

Ik heb het over ‘Naatje Eendracht’, ‘Naatje Vrijheid’, ‘Naatje van den Dam’ of kortweg ‘Naatje’ die officieel luisterde naar de naam ‘Vrouwe Eendracht’.
Ze werd uit zandsteen gehakt door de Vlaamse beeldhouwer Louis Roijer (1793-1868) en stond op een aantal verdiepingen hoge neoklassieke hoekige zuil van blauwe ‘Escausijnschen’ steen, vol krijgshaftige symboliek, met aan de basis een waterbassin.
De onthulling van dit ‘monument ter herinnering aan den volksgeest van 1830 & 1831’ vond plaats op 27 augustus 1856.


Ons eerste Nationale Monument was een ontwerp van M.H. Tetar van Elven, M. Gz. (1827-1899) en kwam er destijds op initiatief van de vereniging "Het Metalen Kruis".
Dit was een vereniging van oud-strijders die het Metalen Kruis hadden ontvangen als herinnering aan hun deelname aan de krijgshandelingen tijdens de Belgische opstand in 1830-1831.
Deze onderscheiding werd ook wel het ‘Hasseltkruis’ genoemd naar de plaats Hasselt waar enkele bronzen kanonnen waren buitgemaakt die - volgens een apocrief verhaal - werden omgesmolten voor deze onderscheiding. Vele duizenden Metalen Kruizen zijn uitgereikt en regelmatig worden originele exemplaren op Marktplaats aangeboden.


Het gedenkteken op de Dam in Amsterdam moest herinneren aan die glorieuze periode met als heldhaftig hoogtepunt de Tiendaagse Veldtocht.
Hoe glorieus en manhaftig ook, in werkelijkheid waren niet wij als winnaar uit de strijd gekomen maar onze zuiderburen want het resultaat was een zelfstandig Koninkrijk België.

Naatje was dus politiek beladen maar bovendien vond menigeen het monument foeilelijk. Het weinig geliefde beeld was geen lang leven beschoren. De zachte steen kon slecht tegen ons oer-Hollandse weer met veel wind en regen. Naatje verweerde, haar gezicht werd pokdalig en haar neus vroor er af. In 1905 verloor ze een arm (ze werd nu ook ‘Naatje Eenarm’ of de ‘Naatje van Milo’ genoemd).
Het waterbassin was een mislukking ondanks de vernieuwing van het fundament in 1881. De leeuwenkoppen spuwden zelden water want de waterleiding werkte niet naar behoren. De lege bak werd al gauw een verzamel-, hang- en zitplek voor schoenpoetsers, scharensliepen en werklozen.
Ter gelegenheid van het huwelijk in 1901 van Prinses Wilhelmina met (haar achterneef) Hendrik van Mecklenburg-Schwerin werd Naatje zo veel mogelijk aan het oog onttrokken door uitbundige decoraties van de stadsarchitecten W. Springer (1815-1907) en H. Leguyt (1840-1807).
 

In 1908 werd de waterbak omgetoverd tot een schrale bloembak maar op 8 oktober 1913 viel het doek definitief. In de Amsterdamse gemeenteraad werd toen besloten tot verwijdering van het monument in verband met wijziging van de tramsporen, aanleg van verlichting en de asfaltering van het Damplein.

Het was de zoveelste beeldbepalende verandering in korte tijd op de Dam.
In 1903 was al de Beurs van Zocher afgebroken (tegenwoordig staat hier warenhuis De Bijenkorf) en in 1912 volgde het Commandantshuis (‘Huis onder ‘t Zeil’). Het zou vervolgens nog ruim een halve eeuw duren voordat ons (tweede) Nationaal Monument op de Dam zou verrijzen.

Na de ontmanteling verdween Naatje al gauw uit beeld.
Zo’n twintig jaar later ontdekte een verslaggever van het Algemeen Handelsblad de groen uitgeslagen en bemoste resten in de tuin van het Stedelijk Museum: "Een grote droeve kop, die ons met moede oogen onder den helm aanstaart''.
Weer een paar jaar later was die kop net als de rest van het beeld spoorloos verdwenen.

Het enige wat aan ons nu nog herinnerd aan Nederlands eerste Nationale Monument is de uitdrukking ‘het is naatje (pet)’… en dat is niet best!

Onlangs kocht ik voor twee euro per stuk vier oude ansichtkaarten waarop Naatje is te zien. Ze dienen bij dit verhaal als illustratie, zodat u de plek waar het gedenkteken stond beter kunt bepalen.
Mijn laatste boekenmarktvondst vormde de aanleiding voor deze aanschaf (ik koop wel vaker ansichtkaarten naar aanleiding van boeken!).
Wat vond Perkamentus dan?

Het gaat om een goed bewaard gebleven exemplaar van het zeldzame gedenkboek door S.J. van den Bergh (1814-1868) en W.J. Hofdijk (1816-1888) dat ter gelegenheid van Naatjes onthulling en de hoofdstedelijke festiviteiten daaromheen werd uitgegeven. De volledige titel luidt: “Gedenkboek der oprichting van het monument ter herinnering aan den volksgeest van 1830 & 1831” (Dordrecht, 1858).
Het boek kostte in zijn duurste verschijningsvorm (linnen band met vergulde stempels) drie gulden. Mijn exemplaar zit echter in een particuliere halfleren band met sierpapieren platten en kostte mij zestig euro.


Het wordt antiquarisch maar zelden aangeboden en wie op internet zoekt komt al gauw uit bij Catawiki waar een dit exemplaar enige tijd terug werd geveild en de koper (mijn verkoper?) - inclusief veiling- en verzendkosten - hetzelfde bedrag kwijt was dat ik betaalde!


Het boek telt zonder de lijst van intekenaren (waaronder veel boekhandelaren, oud militairen en metalen kruisdragers) 163 bladzijden, inclusief de bijlagen en verbeteringen. Naast de titelpagina met afbeelding van het metalen kruis zit een uitvouwbare lithografie (van drukkerij Emrik & Binger in Haarlem) die de plechtigheid op de Dam laat zien. Twee andere litho’s in het boek tonen Koning Willem II als veldmaarschalk en het monument op de Dam (alle drie zonder ‘foxing’!). Alleen onder de lithografie van het monument staat ook de naam van de kunstenaar; C.C.A. Last (1808-1876). De oplage was kennelijk groter dan de vraag want enkele jaren later lag het restant in de ramsj.


In jubelende en ronkende taal wordt uitvoerig verslag gedaan van de hoofdstedelijke feestelijkheden. Vier dagen gevuld met optochten, voordrachten, opvoeringen, feestmalen en wedstrijden (o.a. prijsschieten op de voormalige buitenplaats Frankendael in de Watergraafsmeer). Op de scheepswerf William (Kadijk) werd zelfs een nieuwe klipperHet Metalen Kruis” gedoopt en te water gelaten.
Zelf even bladeren? Het boek is via Google Books gratis te lezen en downloaden.

dinsdag 14 juni 2016

Bijkletsen


Opstartproblemen… Daar begint het mee.
Vervolgens schermproblemen en daarna viel alles zo’n beetje uit. Ik zag het al een tijdje aankomen maar je wordt er toch door verrast; de computercrash!

En daar zit je dan… maar dit is geen computerblog en dus zal ik een lang verhaal kort maken door u simpelweg te vertellen dat ik weer online ben en van alle gemakken voorzien. Ik ben overigens wel overgestapt naar een Apple systeem (een IMac computer met een enorm 27 inch Retinascherm) en leer nu vooral omgaan met alle nieuwe toepassingen en mogelijkheden.

Wat intussen gewoon doorliep was mijn bibliofiele (crashbestendige) aanschafpatroon.
In de twee maanden die zijn verstreken sinds mijn laatste blog kwamen hier verschillende oude en nieuwe boeken binnen vooral via de kringloop en internet(antiquariaten).
Daarom maar even dit overzichtje als ‘warming up’ voor de komende blogs en om u bij te praten in mijn alsmaar groeiende ‘private library’.


Via internet kocht ik enige tijd terug het boek van D. Lamarcq; “Het latrinaire gebeuren. De geschiedenis van de W.C.” (Gent, 1993). Vrijwel tegelijkertijd werd er een exemplaar via Catawiki geveild dat het dubbele opbracht van de prijs die ik betaalde. Wonderlijk toch (en ik heb dat al vaker geconstateerd) hoe sommige mensen kennelijk wel weten hoe ze op Catawiki (te veel) moeten bieden maar tegelijkertijd verzuimen om online verder te kijken sneupen dan hun neus lang is! Het boek is een aanvulling op mijn kleine scatologische collectie waarover ik al eens eerder iets schreef. Het onderwerp is interessant en leuk genoeg voor een vervolg en de eerste ideeën en zinnen zijn hier al op papier gezet!


Op Marktplaats trof ik voor dertig euro (en dat is een koopje!) een fraai gebonden negentiende eeuwse heruitgave aan van: “Koddige en ernstige opschriften op Luifels, Wagens, Glazen, Uithangborden en andere Tafereelen” (Amsterdam, 1846).
Oorspronkelijk verschenen in 1698 en gepubliceerd door Jeroen Jeroense alias Hieronymus Sweerts (1629-1696). Ik bezit daarvan al langere tijd een facsimile uitgave uitgegeven in 1969 door de Europese bibliotheek in Zaltbommel in de serie ‘Zaltbommelse herdrukken’ maar mijn nieuwe aanwinst is natuurlijk veel mooier gebonden en bovendien antiquarisch schaarser en dus aantrekkelijker.


De vaak scabreuze opschriften (over poep, pies en seks) die wij bij Jeroense aantreffen vinden we niet terug in “Het boek der opschriften” (Amsterdam, 1868 en heruitgegeven in 1974) van Jan ter Gouw en Jacob van Lennep. Die vonden zijn verzameling onkies en “Men moet zich inderdaad verbazen, dat onze voorouders, niet slechts in de 17de, maar nog tot laat in de 18de eeuw, in zulke vuile en vieze dingen aardigheid konnen vinden”.


Al een tijdje op het oog en dan nu eindelijk gekocht bij antiquariaat Berger & De Vries - in het verre Groningen - is een vrij schaars boekje met de titel: “Uit het leven van Justus van Maurik Jr. 1846-1904” (Amsterdam, z.j.).
Een geïllustreerde uitgave samengesteld door J.H. Rössing met artikeltjes verschenen na het overlijden van de grote volksschrijver in het weekblad “De Amsterdammer”.
De verhalen van Van Maurik zijn nog steeds aangename lectuur voor hen die kennis willen nemen van het wel en wee van de gewone man of vrouw en de historische straattypetjes die Amsterdam in de negentiende eeuw bevolkten. Ik bezit daarom een groot deel van zijn uitgaven, zoals ik al eerder hier schreef.

De lokale kringloop verschafte mij diverse vondsten voor luttele euro’s. Ik zal mij beperken tot de meest jaloersmakende!


Allereerst een heruitgave uit 2008 van het Victoria and Albert Museum in Londen van: “Civil Defence Handbook No. 10. Advising the householder on protection against nuclear attack” (London, 1963), De titel spreekt voor zich en het is grappig om te lezen wat men allemaal voor goedbedoelde adviezen en tips krijgt voor het geval ‘de bom’ valt. Behalve boekjes vervaardigde de overheid destijds ook voorlichtingsfilmpjes zoals het fameuze ‘Duck and Cover’ (1951) voor schoolkinderen.


De moderne mens heden ten dage maakt zich vermoedelijk geen enkele illusie, reden waarom dergelijke boekjes nu als curieuze facsimile worden herdrukt...

Vervolgens een mooi bewaard gebleven exemplaar van het boekje van C. Pels: “Papier” (Mijdrecht, z.j.). De vierde en laatste druk uit 1966 met een voor die tijd typisch bandontwerp. Ik heb hier meer boeken staan over papier, papierfabricage en zijn geschiedenis, waaronder dat van de ‘Self-Confessed Bibliophiliac’ N.A. Basbanes: “On Paper. The everything of it’s two-thousand year history” (New York, 2013). Het onderwerp is natuurlijk sterk verbonden mij mijn ‘boeken over boeken’ liefhebberij en bibliofilie in het algemeen.


Tot slot een biografie (die lees ik veel en graag) in het Engels van Ian Gibson: “The Erotomaniac. The Secret Life of Henry Spencer Ashbee” (London, 2001).

Henry Spencer Ashbee (1834-1900) alias ‘Pisanus Fraxi’ was een negentiende eeuwse verzamelaar die vermoedelijk de grootste collectie erotisch en pornografische uitgaven bezat die ooit door een particulier werd bijeengebracht. Hij is auteur van drie belangwekkende bibliografieën op dat gebied die destijds in beperkte oplage verschenen en antiquarisch onvindbaar (en bovendien kostbaar) zijn.


Gelukkig bezit ik daarvan een moderne heruitgave in cassette (oplage 1000 exemplaren); “Bibliography of prohibited books” (New York, 1962) met voorwoord door G. Legman (1917-1999). Bibliofiel detail; mijn exemplaar maakte ooit deel uit van de collectie Boudewijn Büch (1948-2002).

Zo! U bent weer even bijgekletst. Ondertussen zijn er weer diverse interessante boeken binnengekomen die apart mijn (en uw) aandacht verdienen.

zondag 3 april 2016

Verwacht en onverwacht, maar altijd aangenaam


Zo langzamerhand weet ik wat ik kan verwachten in de boekenhoek van mijn kringloopwinkel.
Sinds ik daarover voor het eerst op dit blog schreef (alweer vier jaar geleden) zijn talloze boeken naar mijn kasten verhuist zoals u in dit overzicht - een huldeblijk - zult lezen. Negenennegentig procent van de boeken is niet antiquarisch maar modern en voor een paar euro per stuk. Slechts enkele hebben mij meer geld gekost maar altijd was de prijs aangenaam laag voor de aangeboden waar.
Ik heb een vaste looproute in mijn kringloop naar de plankjes gevuld met geschiedenis,
‘antiquarisch’, taalkunde, Tweede Wereldoorlog, biografieën en religie terwijl ik onderweg de inhoud van verschillende vitrinekasten inspecteer. De laatste onderdelen zijn altijd die met ‘Oranjehuis’, poëzie (beiden één kast) en de grootste afdeling; Nederlandse - en vertaalde literatuur (fictie).

Zoals u wellicht weet ben ik een groot liefhebber van lokale geschiedenis.
Boeken – oud en nieuw - over de geschiedenis van Amstelland, Amsterdam, Amstelveen en de omliggende dorpen en gebieden zoals Diemen, Aalsmeer, Uithoorn, de Watergraafsmeer, de Haarlemmermeer, Bijlmermeer en Bovenkerkerpolder staan in overvloed in mijn kast(en) en duiken ook regelmatig op bij de kringloop. Nieuw kopen doe ik ze daarom vrijwel niet (en dat geldt voor meer onderwerpen). Ik wacht wel af en vaak met resultaat.

De laatste twee die ik hier binnenkwamen zijn een uitgave van de gemeente Haarlemmermeer in samenwerking met het sociografisch bureau ‘De Meerlanden’ getiteld; “Haarlemmermeer, schets van historie en ontwikkeling” (Badhoevedorp, z.j., uitgegeven rond 1979) en het boek van P.J.J.M. van Wees: “Uithoorn, zeven eeuwen geschiedenis, Thamen – de Uithoorn – De Kwakel” (Uithoorn, 2004). Met de laatste had ik de afgelopen jaren al een paar keer geflirt in een boekhandel in de wetenschap dat ik het boek ooit nog wel eens in de kringloop zou tegenkomen en aanschaffen.
Lokale geschiedenis is een genre dat goed via de kringloop is te verzamelen net als bijvoorbeeld bijzondere woordenboeken, een onderwerp in mijn boekenkast dat vrijwel geheel is opgebouwd uit kringloopvondsten.


Daarnaast is de kringloop makkelijk om in korte tijd ‘alles’ van bepaalde favoriete auteurs te verzamelen. Zo zie ik dat ik van de twaalf boeken, die hier staan, van Umberto Eco (1932-2016) er maar twee nieuw zijn gekocht (waaronder een gesigneerd exemplaar van “De begraafplaats van Praag”). Eén komt uit een erfenis (een mooi exemplaar van “De naam van de roos”, die de plaats innam van een goedkope uitgave die ik al lang had) en negen zijn afkomstig uit de kringloopwinkel. De laatste voor één euro was: “Het wonder van San Baudolino” (Amsterdam, 2001).


De vijf boeken die ik bezit geschreven door Midas Dekkers komen allemaal uit de kringloop. Het zijn; “De vergankelijkheid”, “Lief dier. Over bestialiteit”, “De Larf. Over kinderen en metamorfose”, “Lichamelijke oefening” en de laatste nog met prijssticker a
€ 21,99 euro: “De kleine verlossing of de lust van ontlasten”. Allemaal voor slechts enkele euro’s per stuk tot mij gekomen.
Van Hella S. Haasse (1918-2011) kocht ik er ooit de gebonden uitgave van “Heren van de thee” (die de plaats innam van de pocketeditie die ik thuis al had) en niet zo heel lang geleden vond en kocht ik er in één keer drie door haar gesigneerde titels!
Het zijn: “Mevrouw Bentinck of Onverenigbaarheid van karakter” (Amsterdam, 1978), “De groten der aarde of Bentinck tegen Bentinck” (Amsterdam, 1981) en het bibliografische boekje van J. Diepstraten; “Hella S. Haasse. Een interview” (’s-Gravenhage, 1984).


Overigens heeft een handtekening van de schrijver in de kringloopwinkel maar zelden invloed op de prijs van het boek. Ook in dit geval bleef de prijs rond de twee a drie euro hangen.

Nog leuker zijn natuurlijk de boeken die je niet zo gauw in de kringloop verwacht. In de afgelopen jaren was dat bijvoorbeeld de serie van Eugene Sue (1804-1857);
De verborgenheden van Parijs”. Een schaarse complete set (drie banden, zes delen) uitgegeven door de firma D. Bolle in Rotterdam eind negentiende eeuw. Ook aangenaam onverwachts waren de ‘Signed First Edition’ van Bill Bryson’s: “A Short History of Nearly Everything” (London, 2003) en het bizarre wijnboek: “Dali: The Wines of Gala” (New York, 1978).

Een doodenkele keer doe ik er een topvondst.
Alweer geruime tijd geleden deze bijvoorbeeld maar de laatste is nog geen week oud. Het is een boekje dat bijna voor mijn neus werd neergelegd in de vitrinekast door een van de kringloopmedewerkers. Het eerste wat me opviel was het perkamenten ruggetje. Dat belooft altijd iets bijzonders. Op de rug staat in goud ‘Flagellation’. De platten zijn van simpel karton; een bijzonder privébandje?


Het gaat om: “Experiences of Flagellation” (London, 1885), geschreven door ‘an amateur flaggelant’ en ‘printed for private circulation’. Er zijn diverse moderne heruitgaven van verschenen. Toch wel een curieus onderwerp voor de kringloop maar destijds typisch voor het preutse Victoriaanse Engeland.
Het bevat verhalen en ingezonden stukjes van kranten- en tijdschriftlezers over het gebruik van de zweep als lijfstraf in de (school)opvoeding van jongens en meisjes.
Bij enkele is de seksuele ondertoon van een (lekker) pak slag onmiskenbaar. Overigens is ‘birching’ (birchrod = twijg van de berkenboom) een praktijk die in Engeland tot na de Tweede Wereldoorlog heeft standgehouden.
Je vraagt je af waar zo’n boekje, dat nergens in een Nederlands antiquariaat wordt aangeboden, zo opeens vandaan komt. Ach, als boeken konden praten….