zaterdag 25 september 2021

Cesar: een honds bestaan...


Toen ik een peuter was hield mijn vader vogels (kanariepietjes) in een volière op het balkon van onze kleine etagewoning aan het Galileiplantsoen 50 in Amsterdam. Tropische vissen, cavia's en poesen (Minkie en Gijsje) volgden in mijn Buitenveldertse tienerjaren. Daarna was er lange tijd niks, maar toen mijn dochter zes was kwam er één konijn (Wittie), waarvoor een riant buitenhok werd gekocht. Op appels en lof heeft dat beestje tien jaar geleefd. Eind 2016 vond in onze achtertuin de plechtige teraardebestelling plaats. Sindsdien zijn we hier huisdier-vrij, maar als het aan onze dochter ligt niet voor lang... Die wil een hond!

   

Een echte hond zal hier voorlopig nog niet komen maar een bijzondere uitgave over een hond is hier inmiddels wel gearriveerd. Via Boekwinkeltjes kocht ik voor weinig geld: "Cesar, de geschiedenis van een hond. Romantisch verhaal" (Rotterdam, z.j. [1896]) geschreven door de Fries Marius Noordhoff (1861-1946). De verschijningsgeschiedenis hiervan hangt nauw samen met de activiteiten van de 'Nederlandsche Vereeniging tot Bescherming van Dieren te 's-Gravenhage' (thans de Dierenbescherming). Die schreef in de eerste jaren na haar oprichting in 1864 regelmatig prijsvragen uit, om via (kinder)boeken meer bekendheid te geven aan haar doel en werkzaamheden. In 1894 werd (voor de tweede maal) een prijsvraag uitgeschreven voor een uitgave met als centraal onderwerp de hond, diens deugden en trouw aan mensen. Daarop volgden 29 inzendingen waaruit: "Cesar en zijn meesters", geschreven door Jo van Sloten, een pseudoniem van E.J.W. van Maurik-Sluyter (1861-1940), als winnaar werd gekozen. Haar bijdrage verscheen vrijwel gelijk met het boekje van Marius Noordhoff.


Noordhoff's inzending viel weliswaar niet in de prijzen maar kreeg, samen met drie onbekend gebleven inzendingen, wel een eervolle vermelding. Wat zijn uitgave speciaal maakt, is niet alleen dat het de enige van deze vier is die in druk verscheen (bij Nijgh & Van Ditmar in klein octavo, 142 blz.), maar bovendien dat ze antiquarisch onvindbaar is en - anders dan Jo van Sloten's boekje - in geen enkele bibliotheekcollectie voorkomt. Noch via Worldcat., noch via de Stichting Geschiedenis Kinder- en Jeugdliteratuur vond ik een tweede exemplaar. Voorlopig is mijn uitgave, gebonden in een fraaie - met goud bedrukte - rood linnen stempelband, dus uniek. Of mijn aanwinst in deze luxe vorm bovendien een bijzonder exemplaar is (voor de auteur?), kan ik bij gebrek aan vergelijkingsmateriaal niet met 100 % zekerheid zeggen. 


Van Noordhoff is overigens nog een uitgave bekend (één exemplaar in de Koninklijke Bibliotheek) dat hij twee jaar later schreef naar aanleiding van - alweer - een prijsvraag van dezelfde vereniging, maar ditmaal over het paard, met als titel: "Jo en Jetje: bijdrage tegen mishandelen van paarden: romantisch verhaal" (Rotterdam, 1898). De restanten van beide boekjes werden volgens diverse krantenadvertenties in 1911 verramsjt door D.P. Bolle in zijn Rotterdamse 'Bazaar van Goedkoope Boeken'.


Honden zijn tegenwoordig de beste vriend van de mens en geliefde huisdieren, maar ruim honderd jaar geleden waren ze 'het paard van de armen' en vooral in gebruik als lastdier. Vrijwel elke hond kon daarvoor worden ingezet, maar met name de 'Matin Belge', ook Belgische Mastiff, Belgische Karrenhond of Vlaamse Karrenhond werd beschouwd als de Ferrari onder de trekhonden. De behandeling van trekhonden was over het algemeen honds en het hondenleed kan worden geïllustreerd aan de hand van een aantal schaarse en curieuze uitgaven van de Anti-trekhondenbond in mijn collectie.


Het gaat om: "Een schande van Nederland. Film van Nederlandsche trekhonden-ellende" (Den Haag, z.j. [1918]), waarin ik een los mededelingenblad aantrof van deze bond (nr. 20, maart 1918). Overigens wil 'Film' in de titel zeggen dat de brochure (die verscheen in een oplage van maar liefst 150.000 exemplaren) rijk geïllustreerd is met foto's, die een filmisch beeld geven van de problematiek. Voorts: "Trekhondenellende in Nederland" (Rotterdam, 1918), een uitgave van de 'Rotterdamsche Vereeniging tegen Trekhondenmisbruik' met veel foto's van uitgemergelde en zieke trekhonden, en: "Open brief aan zijne excellentie Mr. J.B. Kan minister van Binnenlandsche zaken en Landbouw 's-Gravenhage" ('s-Gravenhage, z.j. [1928/1929]). Ook deze brochure is rijk geïllustreerd.


Het gebruik van honden als lastdier is oeroud maar beleefde in Nederland zijn hoogtepunt eind 19de -, begin twintigste eeuw. Honden waren goedkoper dan paarden, zowel in aanschaf als onderhoud, en de vele kleine neringdoenden die met handkarren (hondenkar) de stad en het platteland afsjouwden maakten er maar wat graag gebruik van. Trekhonden werden ook in ingezet door de overheid, bijvoorbeeld in het leger om mitrailleurkarren te trekken ('mitrailleurhonden'). Volgens "Trekhondenellende in Nederland" was de problematiek het grootst in Rotterdam; "Geen gemeente in ons land waar zooveel trekhonden zijn, ergo zooveel uitbuiters van deze dieren en zooveel intens trekhondenleed geleden wordt". 


De havenstad mocht dan de kroon spannen feitelijk ging het om een landelijk fenomeen probleem dat goed was ingeburgerd. Zo waren er trekhondenfokkers, trekhondenmarkten, verhuurkantoren voor trekhonden en trekhondenwedstrijden. Bovendien tonen talrijke krantenadvertenties en nostalgische prentbriefkaarten dat trekhonden/hondenkarren destijds een maatschappelijk volkomen geaccepteerd verschijnsel waren. Alleen al rond 1900 liepen er in Nederland circa 80.000 trekhonden rond. 


De noodzaak om het een en ander te reguleren en controleren werd aan het begin van de vorige eeuw steeds meer gevoeld. In 1910 was het zover en werd de trekhondenwet in werking gesteld. Hierin stonden bepalingen ten aanzien van de maximale treklast, het minimale formaat van in te zetten honden, de gebruikte tuigjes waaraan een hondenkar moest voldoen en de minimumleeftijd van de bestuurder. Ook was de eigenaar van een hondenkar vanaf dat moment vergunningplichtig. In 1912 werd de Anti-trekhondenbond opgericht, die een totaalverbod nastreefde ('koop niet bij trekhondenhouders!'). Na de Tweede Wereldoorlog werd deze organisatie herdoopt tot Anti Trek- en Kettinghondenbond (met 'kettinghonden' werden waakhonden bedoeld die aan de ketting lagen op het boerenerf). Thans is dit de Koninklijke Hondenbescherming.


De oprichting van de Anti-trekhondenbond vlak na de invoering van de trekhondenwet is veelzeggend. De reden daarvoor was simpel. De wet werd ontdoken, gemanipuleerd, slecht gehandhaafd en bracht niet de gewenste noodzakelijke verbetering voor het dierenwelzijn. Wat na haar invoering volgde waren jaren van gesteggel met de overheid (en publieke opinie) die vreesde voor economische schade bij een totaal verbod.


In een "Open brief aan zijne excellentie Mr. J.B. Kan minister van Binnenlandsche zaken en Landbouw 's-Gravenhage('s-Gravenhage, z.j. [1928/1929]) werden nog eens haarfijn alle overtredingen en misstanden aangehaald en met foto's geïllustreerd.
"De wet tot bescherming van den trekhond wordt niet gehandhaafd, noch de Trekhondenwet 1910 met de daarbij behoorende Kon. Besluiten, noch het door U uitgelokte Kon. Besluit dd. 1 Augustus 1927 met de daarop gevolgde leidraad bij de aan de nieuwe voorschriften te geven uitvoering (Circulaire dd. 17 December 1927.). Wij laten dit schrijven volgen door een serie foto's, door ons opgenomen, steeds in het bijzijn van Rijks- of Gemeentepolitie, waaruit U duidelijk zal blijken, dat er, behoudens enkele lofwaardige uitzonderingen, geen sterveling is die zich van een juiste handhaving der Trekhondenwet en Kon. Besluiten iets aantrekt.".


In hetzelfde jaar (1928) heeft de Anti-trekhondenbond ook een korte (stomme) film geproduceerd en wel de dramatische tweeakter: "Cesar, de geschiedenis van een trekhond" (Filmfabriek Polygoon). Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken of men heeft zich laten inspireren door de eerdergenoemde prijsvraagbijdragen. Ik ken de inhoud en verhaallijn van het boekje van Van Sloten niet, maar met de uitgave van Noordhoff zijn er in ieder geval een aantal overeenkomsten. Beide honden heten Cesar en starten als geliefde huisdieren, beide komen in verkeerde handen terecht om vervolgens dienst te doen als trekhond en waakhond. Uiteindelijk vinden beide door eigen vernuft en op eigen kracht hun oorspronkelijke baas weer terug.


Trekhonden zouden in Nederland pas na de Tweede Wereldoorlog langzaam maar zeker uit het straatbeeld verdwijnen gelijk met de opkomst van de bakfiets en (vracht)auto. Maar met een totaalverbod op trekhonden waren wij rijkelijk laat. Wat in Engeland al in 1854 was gelukt zou hier nog tot 1 januari 1962 standhouden! Pas toen werden de laatste 26 dieren, waarvan 11 in de gemeente Staphorst, definitief uitgespannen.
Of daar ook een Cesar tussen zat? Best mogelijk, er zijn wel meer hondjes die Fikkie heten...

maandag 6 september 2021

Het jaar geboekt, augustus 2021

In de rubriek 'Het jaar geboekt' (zie tabblad bovenaan) houd ik bij wat ik gedurende het lopende jaar per maand bij elkaar verzamel. Na afloop van de maand verplaats ik de lijst met aanwinsten naar de startpagina c.q. homepage en geef ik 'de cijfers'. In de rubriek blijven de voorgaande maand(en) als hyperlink aanwezig. Raadpleeg dus regelmatig de nieuwe rubriek om te zien of er aanwinsten zijn bijgekomen (of wacht op het maandoverzicht).

Augustus 2021; de cijfers...

Totaal aantal objecten: 10.

Gekocht: 7.
Gekregen: 3.

Totaal uitgegeven: € 129,60 euro (incl. verzendkosten).
Gedeeld door 7 is gemiddeld: € 18,51 euro per object.

Via kringloopwinkel: 4 (6, 7, 8, 9).
Via Marktplaats: 1 (3).
Via (online) antiquariaat: 1 (1).
Via Bol.com: 1 (2).

Modern: 7 (2, 3, 6, 7, 8, 9, 10).
Marge & klein bibliofiel drukwerk: 2 (4, 5).
Old & rare: 1 (1).

Augustus 2021: de aanwinsten...

1. B. Canter: "Rakketten" (Amsterdam, 1911). In juni kocht ik bij antiquariaat 't Wasdom "Kalverstraat" (Amsterdam, 1906) van Bernard Canter. Ik las het in één ruk uit. Ik wist toen al wat mijn volgende aankoop bij 't Wasdom zou worden nl. het zeer zeldzame "Rakketten" van dezelfde schrijver!
Ook deze bundeling van (25) stukjes geschreven door Canter (die soms eerder werden gepubliceerd in verschillende bladen) komt uit de collectie van Igor Cornelissen. De illustratie op het voorplat is (wederom) van Willem Pothast (1877-1916)Gekocht voor € 79,95 (incl. verzendkosten).


In november 2020 (zie mijn aanwinstenlijstje) kocht ik het tweede deel van de tiendelige serie "Geschiedenis van de Nederlandse literatuur", die tussen 2006 en 2017 verscheen (NB. Het tiende deel; "Ongeziene blikken" zijn nabeschouwingen over de werkwijze en totstandkoming).
Ik maak er een sport van om de (gebonden) serie via allerlei kanalen zo goedkoop mogelijk aan te schaffen. De eerste twee delen hebben mij bij elkaar slechts € 30,- euro gekost (beide waren kringloopvondsten). Ditmaal liep ik voor weinig tegen het derde en vierde deel aan. 


2. H. Pleij: "Het gevleugelde woord. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1400-1560". Deel 3 van deze fraai uitgegeven literatuurgeschiedenis heb ik gekocht via Bol.com voor € 17,50 euro (incl. verzendkosten). 

3. K. Porteman & M.B. Smits-Veldt: "Een nieuw vaderland voor de muzen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1560-1700". Dit vierde deel kocht ik via Marktplaats voor € 22,15 euro (incl. verzendkosten). Nog 'maar' zes delen te gaan...

Wederom ontving ik twee deeltjes uit de serie boekjes met Amsterdamse jeugdverhalen en kleurenillustraties van Johan Breuker, uitgegeven door boekenvriend Jos Swiers (De Althea Pers).
Van deze fraai vormgegeven bibliofiele uitgaven bestaan (van elk deel) 100 genummerde exemplaren. Ik ontving 'HC' exemplaren (NB. nr. 7 is ongenummerd).


4. J. Breuker: "Hemels" ('s-Gravenhage, 2021). Nummer 7 van: "Dwars door West". 
5. J. Breuker: "Gelding" ('s-Gravenhage, 2021). Nummer 8 van: "Dwars door West".

Uit mijn kringloop nam ik ditmaal vier boeken mee (nr. 67, 8 en 9) voor totaal € 10,00 euro.

6. J. van Geldorp en R. Ekkart: "Voor Plakboek en Poëziealbum" (Zutphen, 1988). Eén van de weinige uitgaven die de geschiedenis en de producenten van dit klein efemeer drukwerk behandelt. De vroegst dateerbare 'poesieplaatjes' zijn van rond 1860.


7. L. van Driel: "Een leven in woorden. J.H. van Dale, schoolmeester - archivaris - taalkundige" (Zutphen, 2003). Biografie - in cassette - van de samensteller van Nederlands meest bekende woordenboek, 'de Dikke Van Dale'!


8. K.B.C. Weerkamp & G. Scholten (red.): "Interlokale gids ten dienste van Justitie-Politie en Bescherming Bevolking" (z.p. [Zutphen?], 1965). Elfde (en laatste?) uitgave van deze antiquarisch onvindbare, curieuze gids die voor het eerst verscheen in 1954. Op de voorzijde reclame voor de gatsometer-camera (uitvinder Maus Gatsonides, de geestelijke vader van de gehate flitspaal!).


9. S. Glasbergen: "Goeie Mie. Biografie van een seriemoordenares" (Leiden, 2019). Wie kent de grootste gifmengster aller tijden, Maria Swanenburg, alias 'Goeie Mie' nie...?


10. J. Bos e.a. (red.): "Oude boeken (Old Books) Nieuwe podia (New Platforms). Liber amicorum voor/for Marieke van Delft" (Tielt, 2021). Uitgave in een beperkte oplage uitsluitend via de Koninklijke Bibliotheek verkrijgbaar. Gekregen via mijn 'blogredacteur' Reinder Storm van Marieke van Delft. Een verzameling van vijftig korte maar zeer interessante (vlot leesbare) bijdragen van uiteenlopende aard.

zaterdag 28 augustus 2021

Een mysterieuze replica


In 1975 bestond Amsterdam 700 jaar en vierde de Nederlandsche Vereeniging van Antiquaren (NVvA) haar veertigjarig jubileum. Een kort verslag van de activiteiten - ruim vijfenveertig jaar geleden - staat in de kroniek van de NVvA (blz. 43), die twintig jaar later verscheen onder de titel: "Offeren aan Mercurius en Minerva", (Amsterdam, 1995).

Daarin lees ik dat de commissie voor de organisatie van het jubileum bestond uit de antiquaren S. Emmering, N. Israel (tussentijds uitgetreden), A.L. van Gendt, E. Franco, en P.C. Notebaart (later vervangen door B. Hagen). Het congres van de International League of Antiquarian Booksellers (ILAB) vond plaats van 21 tot 25 september. Voor het eerst verscheen er een gemeenschappelijke catalogus, de 'joint catalogue of Dutch antiquarian booksellers' en de beurs die tussen 27 en 29 september plaatsvond in het Amsterdamse Marriott Hotel was, met een omzet van 3.7 miljoen gulden (een nieuw record), uiterst succesvol.
Er waren ook plannen die niet zijn doorgegaan, zoals een tentoonstelling met als thema Amsterdam en een boek van Herman de la Fontaine Verwey over 'antiquariaat en verzamelaars in Nederland door de eeuwen heen'. Pas dertig jaar later zou Piet Buijnsters daarin voorzien met zijn: "Geschiedenis van het Nederlandse antiquariaat" (Nijmegen, 2007) en "Geschiedenis van de Nederlandse bibliofilie" (Nijmegen, 2010). 


Al geruime tijd weet ik dat er in dat jubileumjaar ook een replica werd geslagen van de Amsterdamse penning van het gilde van boekverkopers en -drukkers (3 mm. dik, met een doorsnee van 4 cm.). Vlak voor mijn zomervakantie kon ik die replica via Marktplaats kopen voor bijna zeventien euro (inclusief verzendkosten). Het object maakte mij uiteraard nieuwsgierig en riep onmiddellijk vragen op. Wie was de opdrachtgever geweest? De NVvA, de ILAB of de Vereeniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels (VBBB), thans de Koninklijke Vereniging van het Boekenvak (KVB)? Waar en bij wie was de penning gemaakt? Bij de Koninklijke Begeer? Wat was de oplage destijds, wat had de productie gekost en wie hadden een exemplaar ontvangen?

Dergelijke (gilde)penningen van het 'Boek-vercopers en Druckers Gilt' werden vanaf het midden van de 17de eeuw tot begin 19de eeuw uitgereikt bij toetreding tot dit gilde (dat in Amsterdam sinds 1662 bestond) en gebruikt als presentiemiddel en als legitimatie.
Ze dienden om de aanwezigheid tijdens gildebijeenkomsten te kunnen controleren maar ook om te kunnen aantonen dat men een officieel erkend vakman (en gildebroeder) was. 
Antiquarisch worden ze uiterst zelden aangeboden. In 2017 dook het onderstaande exemplaar op van boekverkoper J.T. Brink G.z. uit 1804 bij veilingsite Catawiki. Helaas heb ik die veiling gemist...



In de collectie van het Amsterdamse Allard Pierson /Bijzondere collecties UvA (Bibliotheek van het Boekenvak) worden maar liefst meer dan vijftig originele exemplaren bewaard! (UBA544). Het merendeel (45 stuks!) werd in 1874 gekocht door Frederik Muller uit de veiling van de nalatenschap van J.T. Bodel Nijenhuis. Daarnaast bevinden zich exemplaren in diverse musea; zoals de gildepenning van Johannes Schot (1675) in de collectie van het Rijksmuseum. Ik ken ook een zeldzaam zilveren exemplaar in de collectie van het Haarlemse Teylersmuseum op naam van Bernardus Mourik (1734).
 

Bij de penning hoorde een gildebrief zoals dit voorbeeld uit 1764 in de collectie van het Rijksmuseum, op naam van de plaatdrukker Harmanús Veelwaart. Duidelijk zichtbaar is dat gildepenning en gildebrief gebruik maakten van dezelfde beeldsymboliek.


Dat geldt ook voor het (vroeg negentiende eeuwse?) lakzegel van het Amsterdamse 'Boekverkoopers, boekdruckers en kunstverkoopers gild' (eveneens in de collectie van het Rijksmuseum uit de nalatenschap van antiquaar Simon Emmering). Ook daarop zien we de bekende cartouche met ter weerszijden de attributen die we ook op de gildepenning en gildebrief tegenkomen.

In 1808 werden de gilden door Lodewijk Napoleon afgeschaft en dat gebeurde nogmaals definitief na de totstandkoming van het Koninkrijk in 1818. Twee jaar later, in 1820, werd een wet uitgevaardigd die regelde dat de resterende gildekassen en andere bezittingen van de gilden vervielen aan de desbetreffende stadsbesturen.


Terug naar die replica van brons uit 1975. Via een exemplaar dat te koop werd aangeboden op de website van munt- en penninghandelaar Laurens Schulman vond ik een verwijzing naar het tweemaandelijks tijdschrift voor numismatiek en penningkunst: "De Beeldenaar" (2005, 29ste jaargang nr. 6). Hierin staat een artikel van Raf van Laere: "Penningen in boeken", waarin een originele penning wordt beschreven met een slotopmerking over de replica. 

Die beschrijving luidt als volgt: "Amsterdam; Gilde van boekverkopers en drukkers; Ø 39,5 mm. Vz.: allegorische voorstelling waarin Mercurius, de god van de handel, centraal staat. Hij houdt zijn staf in de rechterhand en een boek in de linker; onderaan drukkerswerktuigen: pers, open boek, passer, inkttampons. Legende: BOEK-VERCOPERS EN DRUCKERS GILT. Kz.: cartouche getopt door het wapen van de stad Amsterdam. In de cartouche over drie lijnen: BALTES /CARELZ /1686. Op het origineel is de tekst gegraveerd. Andere exemplaren dragen de namen van Baltes Boekholt (1658), Esaias van Claveren (1659), Harman Aelsen (1662), Jan Claes (1663), Jan Hermenz (1686), Joannes de Wees (1688) en Bernardus Mourik (1734). Van het exemplaar van Carelz werden bronzen replica’s geslagen naar aanleiding van het congres van de International League of Antiquarian Booksellers dat in 1975 te Amsterdam werd gehouden". Hoe kwam Raf aan die wijsheid? Ik stuurde hem een email en kreeg vrijwel direct antwoord dat zijn bron een exclusieve Amerikaanse numismatische publicatie was.


Het gaat om: "Rarities of Numismata Typographica. Four examples of early Dutch Printers' Bookbinders' & Booksellers Guild Medals" (Newton, 1996). Een prijzige uitgave - in cassette - met vier afgietsels in sterling silver van originele penningen (gemaakt door de Ronnie DaVinci Company). Hierbij zit een beschrijving van William Blades (1824-1890), auteur van "Numismata Typographica; or the medallic history of printing" (Diezelfde Blades was overigens ook auteur van de onder bibliofielen meer bekende: "The enemies of books").
De cassette is een uitgave van de Bird & Bull Press (1958-2013) en aan de beschrijving gaat een introductie vooraf van de uitgever en directeur, Henry Morris (1925-2019). Morris heeft overigens veel meer geschreven over 'tokens voor booksellers and bookmakers'. 


Van zijn: "Rarities of Numismata Typographica" bestaan 120 exemplaren. Ook het zilveren afgietsel van de penning ten name van Baltes Carelz. zit hierin met een afbeelding en beschrijving (bladzijde 27/28). De eindnoot vermeldt: "Our example engraved; Baltes Carelz, 1686. An approximate replica of this medal was struck in bronze and issued as a keepsake during the International League of Antiquarian Booksellers Congress, held in Amsterdam in 1975". Er staat "this medal" waarmee dus niet specifiek het exemplaar ten name van Baltes Carelz. werd bedoeld. Evenmin mag de conclusie worden getrokken dat Morris de initiatiefnemer van mijn bronzen replica was. Morris kocht zijn gildepenningen namelijk pas in 1992 op de veiling in Frankfurt am Main van Dr. Busso Peus Nachf. e.K. waar de omvangrijke collectie van Paul Jehne (1851-1937) onder de hamer kwam. Inbrenger was de Münzhandlung CG. Thieme in Dresden die de collectie van Jehne's erfgenamen had overgenomen en al die tijd had bewaard. 

Mijn zoektocht naar de herkomst en achtergronden van dit curiosum leverde dus helaas geen antwoord(en) op. Noch de NVvA, ILAB, VVVB (KVB) of Koninklijke Begeer konden antwoord geven of wisten er van. Het feit dat Morris wist dat er een replica was gemaakt in 1975 leek mij een aanwijzing te zijn dat de oorsprong moest worden gezocht onder numismatische verzamelaars(organisaties) in Engeland of Amerika. 

Op 28 augustus publiceerde ik (de eerste versie van) dit blog en drie dagen later ontving ik een email met foto's van één van de deelnemers aan het ILAB-congres in 1975 met de volgende verhelderende inhoud.


"Dear Mr. 'Perkamentus',

When I read your request for information about a facsimile medallion issued for the ILAB Congress in Amsterdam in 1975 passed on by Mrs. Elstner, I knew that I had been at that congress but had no recollection of the medallion in question. As is usually the case, I found my copy while looking for something entirely different and I send you images of the medallion, the box it came in and the information leaflet that was included. As to your question of “for whom and how many”, - if I got one then every congressist got one and in those days there were anywhere between 200 and 400 participants. Usually there was a printed list of participants given to everybody, but I will have to be looking for something else to find that! Maybe the Dutch Association still has a note of those numbers.
Best wishes.
"

Keith Fletcher

H.M. Fletcher ABA
The Granary
Moor Place Park
Much Hadham
Herts SG10 6BF
01279 843 507


Het doosje bevatte de penning en een informatieblad met in twee kolommen (links in het Engels en rechts in het Frans) de volgende tekst:

"The medal offered you here as a remembrance of the 23th ILAB Congress is a replica of a token struck in the 18th century for the Guild of Booksellers, Printers, and Art dealers of Amsterdam.
It has not been possible to establish with any certainty when the first token was struck, but one may safely assume that guild tokens were already in use at the end of the 17th century.
The guild token can be described as follows.

Observe:
Mercury, winged and in flight, holding in his hand the caduceus or serpent-wand and in his left hand an open book. To the left of him a printing press, to the right two inkings balls. Mercury is in flight above an open book, flanked by a composing stick and open compasses. Caption: Guild of Sellers and Printers of Books.

Reverse:
The arms of Amsterdam placed above a large oval cartouche, in which a name and date can be engraved. A small twist pattern rings both sides.

Brass, cast: diam. 40 mm.".

Dus toch! De ILAB en de Koninklijke Begeer! Al weten ze het zelf niet meer...