vrijdag 4 november 2016

Bidden bij onweer

Bent u ook bang voor onweer?
Ik zeker niet. Gefascineerd kan ik voor het raam staan kijken naar de bliksem.
En ’s nachts in bed voelt het - met donder en bliksem buiten - extra veilig, warm en aangenaam.

Enige tijd terug arriveerde in huize Perkamentus een opmerkelijke uitgave die goed past in mijn groeiende collectie bizarre boekjes. Wellicht moet ik ooit nog eens een Nederlandse versie schrijven van: “Bizarre Books. A compendium of classic oddities” (New York, 2007)!

Het gaat om het “Handboekje over het Onweder. Bevattende Onderrigtingen, Behoedmiddelen en Gebeden” (Venlo, 1887).
Het is een kerkelijk goedgekeurde publicatie uitgegeven door J. Sauren (rector aan het St. Maria Hospitaal te Keulen) en vrij vertaald door ‘P(ater)SdM’. De oorspronkelijke uitgave verscheen in 1886 (Salzburg) onder de titel: “Gewitterbüchlein, enthaltend Belehrungen, Schutzmittel und Gebete”.

Zoals u kunt zien zit mijn exemplaar in zijn originele lichtgroene kartonnen uitgeversbandje met op de voorzijde titel- en publicatiegegevens en op de achterzijde reclame van de uitgeverij. Ook aanwezig op de voorzijde is een stempel van het department van Justitie, afdeling auteursrecht (uit wiens archief dit exemplaar kennelijk komt).














Op de titelpagina treffen we hetzelfde stempel nogmaals aan evenals twee belasting(zegel)stempels. Dwars op de titelpagina staat in goed leesbaar handschrift de volgende aantekeningen:

De ondergetekende, wonende te Venlo verklaart dat dit werkje door haar is uitgegeven den 17 juni 1887 en op hare te Venlo gevestigde drukkerij is gedrukt.
Venlo 22 juni 1887.
Firma Wed. H.H Uyttenbroeck.
Eigenaar H.H.H. Uyttenbroeck
”.

Geheel onderaan de titelpagina staat: “Geregistreerd (zie ommezijde)”.
Op de versozijde staat vervolgens:

In duplo geregistreerd te Venlo, twee en twintig juni 1800 zeven en tachtig, deel 30 folio 10 recto, vak 7. Een blad zonder renvooi ontvangen (een gulden twintig) lees: voor recht een gulden twintig cent.
ƒ 1.20 De ontvanger J. van Blarkom
”.


De auteur schrijft in zijn voorwoord: “Wij meenen door de uitgave van dit werkje eenen nuttigen dienst te bewijzen, vooral voor die plaatsen, waar de vereering van den H. Donatus weinig of zelfs geheel niet bekend is”. En tot slot: “Moge het gebruik van dit boekje vele Christenen bij het onweer geruster maken en hun de goddelijke bescherming ruimschoots schenken”.

Het boekje bevat hoofdstukjes over het onweer beschouwd vanuit een natuurwetenschappelijk standpunt en vanuit het godsdienstig standpunt.
Vervolgens gaat het over de natuurlijke (bliksemafleider!) en godsdienstige ‘behoedmiddelen’ tegen onweer, zoals het luiden van de kerkklok en het aanroepen van je beschermengel. Daarna volgen de gebeden voor Priesters (in het Latijn en Nederlands) en de gebeden bedoeld voor alle gelovigen.
Tot slot is er een gedeelte met wat te doen na een onweer (lofzang zingen, psalm 148 lezen en een passend gebed doen).


De Rooms-katholieke beschermheilige om wie het bij onweer en bliksem allemaal draaide was de Romeinse legionair Donatus van Münstereifel (geboren rond 140 en overleden vóór 180 na Christus). De oudste bedevaartplaats van Donatus in Nederland is Reek (thans gemeente Landerd, provincie Noord-Brabant) waar vooral in de tweede helft van de negentiende eeuw een bloeiende Donatus verering bestond, zoals blijkt uit dit krantenbericht uit 1876.


Reek maakt wat mij betreft een goede kans als het gaat om de herkomst van een ander Donatus curiosum dat ik voor twee euro via Marktplaats bemachtigde en in mijn boekje bewaar.

Het strookje handgeschept papier van 13 cm. bij 6 cm. lijkt een uitgeknipte boekillustratie te zijn maar ik denk dat het gaat om een zogenaamd ‘donatus-briefje’, dat tot dezelfde categorie drukwerk behoort als devotieprentjes ('santjes') en bidprentjes.










De ets werd een aantal keer op één papiervel afgedrukt om vervolgens per stuk te worden afgeknipt en verkocht aan pelgrims.
Die konden het papierstrookje dan langs het beeld of de relieken van de heilige Donatus strijken en het als herinnering aan hun pelgrimage, en ter bescherming tegen onweer thuis, meenemen. Van dergelijk efemeer en zeldzaam devotioneel Donatus drukwerk zijn mij slechts enkele andere (onderstaande) voorbeelden bekend uit België (“Ce billet a touché les Reliques de St. Donat, dans l’Eglise des P.P. Capucins a Arlon”!).


Het versje naast de afbeelding van de geknielde heilige op mijn ‘donatus-briefje’ heb ik overigens niet in mijn boekje teruggevonden en ook niet in ouder bewaard gebleven drukwerk, uitgegeven door de broederschappen van de Heilige Donatus (zie hier en hier).
Mogelijk gaat het om een variant op een andere ‘weerspreuk’ zoals: “Sint Donatus kijk op ons neer en bescherm ons tegen onweer”. Wat ouderdom betreft doet dit curiosum achttiende eeuws aan, maar gezien de moderne spelling vermoed ik eerder dat het om negentiende eeuws drukwerk gaat.

Ik vond op internet slechts één verwijzing naar een boek waarin exact hetzelfde versje wordt gebruikt.
Het gaat om een passage uit een thans geheel vergeten antikatholieke sensatieroman ‘uit het priesterleven’, geschreven door W.A. Paap (1856-1923): “De kapelaan van Liestermonde” (Amsterdam, z.j., blz. 14):

Hy (deken Vrancken) dronk nog eens van zyn thee en hernam
- Wel, wat wordt dat ineens donker! Zou het onweer loskomen?
- Het ziet er erg naar uit, antwoordde Heynsberg.
- Dan steek ik een kaars aan. Ik weet niet of u het doet, mynheer Heynsberg, maar bij onweer brand ik altyd een kaarsje ter eere van den heiligen Donatus.


Uit een lade van het buffet nam hij een gewyde kaars, een kaars dus van echte byenwas, waarover hy reeds vroeger, om haar te wyden, gebeden gestort, water gesprenkeld en kruisjes gemaakt had, stak haar aan en prevelde:


‘In onweer, stormen en gevaar
Bescherm ons Christi Martelaar’”.

vrijdag 28 oktober 2016

Vier onbekende proefdrukken


Mijn vierdelige uniform in perkament gebonden beschrijving van Amsterdam (in folio) door Jan Wagenaar (1709-1773), waarover ik al eerder schreef, is één van mijn favoriete topstukken in mijn ‘private library’.

Toen ik deze set van een particulier kon kopen verkocht ik mijn driedelige uitgave gebonden in half leer (in folio), maar behield ik een los vierde deel (groot folio, in half leer) dat ik ooit separaat had gekocht. Het vierde deel verscheen anoniem, vele jaren na de dood van Jan Wagenaar, maar tegenwoordig wordt algemeen aangenomen dat de auteurs Jan Fokke (1742-1812), zoon van de bekende tekenaar en graveur Simon Fokke (1712-1784), en Jacobus Kok (1734-1788) zijn.
Beiden waren ook al verantwoordelijk voor een ander ‘allernoodzaaklykst werk’; het “Vaderlandsch Woordenboek”.

Ik bewaarde dit losse deel niet alleen omdat de daarin gebruikelijk aanwezige stadsgezichten uitzonderlijk schoon en fraai bewaard zijn gebleven maar ook omdat er diverse grote portretten en interessante historieprenten extra zijn bijgebonden. Daarvan heb ik er al een paar eerder besproken zoals u hier en hier kunt lezen.
Toen ik onlangs daarin wat bladerde viel mijn oog op een blad (tussen blz. 226/227) met vier gravures die de tumultueuze gebeurtenissen verbeelden rond de begrafenis van de Amsterdamse Oranjegezinde Doelist Daniel Raap (1703-1754).


De vier prenten zijn op één blad afgedrukt en nog niet losgesneden van elkaar. Geheel onderaan het blad staat in cursief twee maal “proefdruk”.
De term ‘proefdruk’ kom je wel vaker tegen in de prenthandel en verdient een korte toelichting.

Proefdruk. Druk door de kunstenaar gemaakt vóór de voltooiing van de plaat ter controle van zijn vorderingen. Zeldzaam, dus gezocht. Daarom drukte men in de 18e eeuw grote aantallen prenten met de vermelding ‘proefdruk’ voordat het opschrift of de titel op de plaat waren aangebracht” (In: “Het prenten-ABC. Termen en begrippen uit de prentkunst in het kort verklaard” (z.j./z.p. uitgave Rijksmuseum Stichting/Rijksprentenkabinet, educatieve dienst, blz. 25).


En in het bekende handboek van John Carter & Nicolas Barker: “ABC for book collectors” (New Castle/London, 2004) lezen we daarover:

A term used to describe proofs of engravings, etc., taken (sometimes on special paper) before the addition of caption, imprint, date or other matter, while the engraved design was in its freshest state.
Of the more ambitious illustrated books of the late 18th and early 19th centuries there was sometimes a special issue, at considerably advanced price, with the tekst on large or fine paper and ‘proof impressions of the plates’. These would often be proofs before letters
” (blz. 178).

Terug naar mijn boek en blad.
De vier afbeeldingen zijn Romeins genummerd. Onder de twee maal gedateerde prentjes staan drie namen. Die van de tekenaar Simon Fokke, ‘ad. viv. del. 1754’, de uitvoerder/opdrachtgever voor de prent, zijn zoon: Arend Fokke Simonsz. (1755-1812), ’exudit’ (de broer van de eerdergenoemde Jan Fokke!) en de graveur: Cornelis Brouwer (1731/1735-1803), ‘sculp. 1786’. Ze stellen voor:

I. Tumult op de Dam (Amsterdam) bij de begrafenis van Daniël Raap. De lijkbaar van Raap wordt vernield.

II. Onrust voor - en vernielingen aan het huis van de overleden Daniël Raap, voormalig voorman van de Doelisten, aan de Vijgendam in Amsterdam.

III. De kist met het stoffelijk overschot van Daniël Raap wordt ‘s nachts in het geheim naar de Oude Kerk in Amsterdam gebracht om begraven te worden. In alle haast is de kist verkeerd om gelegd, met het hoofd bij het achtereinde van het paard!

IV. Nachtelijke begrafenis (04.00 uur!) bij toortslicht van Daniël Raap in de Oude Kerk te Amsterdam (graf in de Elisabeth Gavenkapel, nr. 44).


De vier prenten zijn evenals de voortekening voor deze serie (uit de Collectie/Atlas Louis Splitgerber) terug te vinden in de beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam.

Voor historieplaten raadpleeg ik altijd het bekende naslagwerk van Frederik Muller: “Nederlandse Historieplaten”, waarvan ik de herdruk in cassette door Nico Israël bezit (Amsterdam, 1970). Muller geeft bijzonder uitvoerige informatie over deze vier prentjes (nr. 4057).

Zo weet hij te vertellen dat ze illustratiemateriaal waren voor: “De Vaderlandsche Historie in themata” (Amsterdam, 1783), waarvan de auteur ‘de geestige schrijver en vurig patriot’ Arend Fokke Simonsz. was. Deze populaire uitgave telde in ieder geval zes herdrukken (1786, 1788, 1796, 1801, 1816 en de laatste in 1825) met een telkens toenemend aantal illustraties. Ondanks de talrijke herdrukken is een compleet exemplaar van deze uitgave behoorlijk schaars.


Deze informatie was mij wel bekend maar onbekend, en belangrijker voor mijn verhaal, is zijn slotopmerking met betrekking tot de proefdrukken voor deze uitgave.

Voorts zijn bij dit No., gevoegd 3 folio vellen, waarop 11 (nog niet van elkander gesneden) plaatjes in 12°, in allereersten proefdruk voor alle letter, allen door S. Fokke, doch waarvan slechts 6 tot deze Vaderl. Hist. in them. behooren en 5 tot eenen roman van dien tijd. Deze afdrukken zijn zóó fraai dat de latere afdrukken in de Vad. Hist. er bijna niet uit te herkennen zijn; deze 6 plaatjes zijn namelijk: die over de voorvallen op 1779 29 dec., 1780 20 mei, 1783 Afvuring voor v.d. Capellen, 1790 10 Aug. en 2 van veel vroegere jaren”.

Samen met mijn vier - voor Muller onbekende proefdrukken - zijn er nu dus tien proefdrukken bekend van illustraties voor “De Vaderlandsche Historie in themata”.
Perkamentus zoekt ondertussen gewoon verder...

vrijdag 14 oktober 2016

Huisboek(je)


Dankzij Catawiki bezit ik sinds kort het befaamde: “Huisboek voor vaderlandsche huisgezinnen” (Amsterdam, 1793), van Johannes Florentius Martinet (1729-1795).
Zoals ik wel vaker doe met oude boeken heb ik aan mijn uitgave een portret van Martinet toegevoegd (zie bijvoorbeeld hier, hier of hier) dat ik via antiquariaat Van der Steur kon bemachtigen.
Martinet behoorde nog tot de fysico-theologen die in de wonderen der natuur een bewijs voor het bestaan van God zagen. De orde en harmonie die er heerste in Gods schepping werden door hem verheerlijkt en aan het huisgezin tot voorbeeld gesteld. Door verbetering van het gezinsleven hoopte Martinet uiteindelijk de gehele samenleving te verbeteren.

Rond 1800 bevond die samenleving zich volop in een veranderingsproces op weg naar een industriële (19de eeuwse) maatschappij waarin werk- en privésfeer steeds meer gescheiden werden. “Door de scheiding van huis en werk werd het gezin geleidelijk aan een gesloten gemeenschap, die werd gekenmerkt door 'Innerlichkeit', 'Intimität' en 'Emotionalität' en de afwezigheid van conflicten, concurrentie en arbeid. De openheid van de traditionele familie werd vervangen door de geslotenheid en intimiteit van het burgerlijke gezin, die nu diende als schuilplaats voor het materialisme en de immoraliteit van de maatschappij. Het gezin werd een gemeenschap die min of meer los stond van de maatschappij. Het werd 'Innenraum' en 'Gegenwelt' tegenover een vijandige buitenwereld. Binnen deze familie leefde men in toenemende mate alleen met de directe verwanten wat de band tussen deze familieleden intensiveerde en emotioneler maakte” (B.L.M. Hijstek in: “De Burgerlijke 19e eeuw: ‘My house is my castle’”).
Kortom ook het gezin veranderde en zo bekeken gaf Martinets huisboek wellicht een steuntje in de rug en voorzag het kennelijk in een grote behoefte want er bestaat ook een 2de druk uit 1803 bij dezelfde uitgever en zelfs een 3de druk uitgegeven in 1831 bij J. Noman & Zn. in Zaltbommel.


Uit de hoofdstukjes ‘de Ouden van dagen’ en ‘Dienstbooden’ in dit boek blijkt wel dat ook inwonende (schoon)ouders konden behoren tot het gemiddelde huisgezin. Alleen bij de gegoede stand kwam daar uiteraard het dienstpersoneel nog bij. Beide categorieën zouden pas na de Tweede Wereldoorlog het huisgezin verlaten. Ondertrouwde lieden en jonge echtgenoten werden ook door Martinet toegesproken waarbij natuurlijk vooral werd gewezen op de wederzijdse huwelijkse en huiselijke plichten.



Niet lang na mijn aanwinst liep ik op de Amsterdamse Spui boekenmarkt tegen een ander ‘huis-boekje’ aan dat ik niet kende.
De titel luidt: “Huis-boekje voor verloofden en pas-gehuwden en voor dezulken, die eenmaal den huwelijken-staat zullen omhelzen” (Amsterdam, 1823). Het heeft nog zijn originele groen kartonnen bedrukte uitgeversbandje met aan de achterzijde van het voorplat het ex-libris van Ulco Proost (1885-1966). Als bibliofiel werd Proost vooral bekend om zijn collectie bijbels en fraaie boekbanden maar kennelijk schuwde hij ook dergelijke curieuze uitgaven niet.


Deze uitgave is veel zeldzamer dan het boek van Martinet.
Het exemplaar dat ik op de boekenmarkt vond werd in mei 2016 geveild bij Bubb Kuyper in Haarlem (veiling 64/3236). Het bracht een bescheiden zeventig euro op exclusief veilingkosten. Koper destijds was Arnoud van antiquariaat Salamander (in Almere).
Ik werd de nieuwe eigenaar voor honderd euro.
Arnoud maakte dus een bescheiden winst, temeer omdat ik er twee andere boekjes, van enkele euro’s per stuk, gratis bij kreeg.
Alleen de Koninklijke Bibliotheek en Bijzondere Collecties van de UVA bezitten een exemplaar van dit bijzondere boekje. Zowel het huisboek van Martinet als dit 'huis-boekje' zijn gedigitaliseerd zodat u er zelf even in kunt bladeren en lezen.


Het huisboekje voor verloofden en jong gehuwden verscheen oorspronkelijk in 1821 in Leipzig onder de titel: “Hausbedarf für Verlobte und Neuverehelichte und solche, die es noch werden wollen”. De auteur was de dichter en predikant Christian Friedrich Traugott Voigt (1770-1814).
De 153 bladzijden bevatten geen illustraties. Alleen op de titelpagina is een kleine afbeelding gegraveerd door Abraham Lion Zeelander (1789-1856).
De vertaler is onbekend maar hij (of zij) verwijst al in de eerste zin van het voorwoord naar het huisboek van Martinet.

Wat opvalt in dit boekje is het veel explicieter taalgebruik.
Woorden als: zwanger(schap), natuurlijk zuivering (menstruatie), teedere kusjes, echtelijke omhelzing, zinnelijk genot/-reinheid, huwelijksgenot, bijslaap, boeleerster (hoer), voortplanting, en liefkozende driften kom je bij Martinet niet tegen. Het ging er dan ook om - zo lezen we in het voorwoord aan de verloofden en pas gehuwden - om de kern van het verhaal met korte doch krachtige woorden toe te lichten. En waar draaide het dan uiteindelijk om? Natuurlijk om de ultieme daad met het ultieme resultaat; het “vaderland eenen gezonden burger te leveren”.

Of dit destijds weinig verhullende boekje net zo’n bestseller was als het ‘Huisboek’ van Martinet mag worden betwijfeld. De nauwkeurige lezer zal inmiddels hebben gezien dat op de voorkant van de uitgave nog een prijs staat van ƒ1,50 maar in de advertentie (uit de Opregte Haarlemsche Courant van 3 juli 1824), is dat nog maar ƒ1,25. En ruim veertig jaar later is deze uitgave nog steeds verkrijgbaar voor zestig cent bij boekhandelaar G.D. Bom in Amsterdam (zie onderstaande advertentie uit de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 5 november 1864).