vrijdag 4 augustus 2017

Over mijn bibliotheek, vijf jaar later...

Vijf jaar geleden, in oktober 2012, schreef ik "Over mijn bibliotheek".
Sindsdien verschenen 130 stukjes op dit blog met wisselend succes. Het verhaaltje over mijn bibliotheek behoort, als ik mijn statistieken mag geloven, tot de succesvolste en wordt nog steeds regelmatig gelezen. Er is sindsdien wel wat veranderd en daarom is het tijd voor een update.

'Toon mij uw boekenkast(en) en ik zeg wie u bent' is kennelijk een populair onderwerp.
Ik geef toe dat ik zelf ook graag lees over andermans boekenkasten c.q. bibliotheek maar zelden ben ik onder de indruk.
Neem bijvoorbeeld "De boekenkast van", van Erwin Reijers, waarin de kast(en) van tal van bekende Nederlanders (en Belgen) de revue passeren en onder de loep worden genomen. Al dan niet terecht zullen de aanblik en inhoud daarvan voor de meeste beschouwers en lezers niet alleen een indicatie zijn voor de belezenheid van de geportretteerde maar ook voor diens intellectuele - en culturele beschavingsniveau.
Jammer genoeg is het voor mij vaak de bevestiging van het feit dat de meeste BN'ers (en BB'ers), net als de meeste boekenliefhebbers geen bibliofiel zijn maar gewoon (veel)lezers. Kortom geen fraai gebonden bandjes en bijzondere boeken met een interessante geschiedenis maar een hoog gehalte aan pockets en andere in grote oplagen goedkoop gefabriceerde Nederlandse en buitenlandse pulp lectuur.
Zelfs de boekenplanken van Koning Willem Alexander getuigen van een weinig bijzondere of verfijnde smaak (en niet alleen naar mijn mening).

Toen ik vijf jaar geleden voor het eerst over mijn bibliotheek schreef zaten mijn zes Ikea Billy boekenkasten prop- en overvol. Twee jaar en vele boeken later was daarin nog steeds geen verandering gekomen zoals u kunt lezen in: "De derde stapel, een affaire...". Wachten tot het echt niet meer gaat zoals in 2011 herhaalde zich in 2017.
Het zag er dus "Vol!" uit en leidde vaak tot de conclusie dat er "Geen plek!" meer was, anders dan op één van de boekenstapels. Menigmaal verzuchtte ik dat de juiste boekenkasten moeilijker verkrijgbaar waren dan de boeken maar begin dit jaar kon ik eindelijk via Marktplaats twee kasten tegelijk kopen die bovendien bij mij werden langs gebracht (want ik beschik zelf niet meer over een auto).
Ik kan nu weer ademhalen al is het maar voor (heel) even want de kasten die ik kocht zijn meteen gevuld met de stapels die zich in mijn kleine studeerkamertje hadden gevormd en de talloze boeken die op en in de kasten (liggend op de rijen) lagen te wachten op de komst van nieuwe boekenkasten.

Hoe is de situatie hier nu?
Allereerst heb ik de opstelling van de kasten in de huiskamer veranderd. Voorheen stonden alle kasten met hun rug tegen de muur maar nu heb ik zes kasten met hun rug tegen elkaar gezet en één tegen de trapkast wand. Gelukkig is onze woonkamer breed en lang genoeg (de zeven kasten vallen nauwelijks op als je binnenkomt) en deze opstelling geeft mij een echt bibliotheekgevoel! Eventuele uitbreiding is nog mogelijk door het plaatsen van drie smalle kasten tegen de zijkant van de drie dubbele kasten. Natuurlijk is het niet de vraag of dat gaat gebeuren maar wanneer dat gaat gebeuren...

Mijn huiskamerbibliotheek bevat nu vooral seriewerken, (auto)biografieën, Limburgensia, genealogie, algemene(vaderlandse) geschiedenis en tal van andere onderwerpen (tabak & roken, dood & begraafplaatsen, erotiek, Egyptische, Griekse en Romeinse geschiedenis, bijzondere woordenboeken etc.). Het overgrote deel is non-fictie met hier en daar wat luchtige uitzonderingen zoals rijtjes Eco, Dekkers, Haasse en wat Mak.
De meeste kringloopvondsten vinden uiteindelijk hier een plek.


Mijn studeerkamerbibliotheek is niet veranderd wat betreft de kastopstelling. Wel heb ik door de komst van extra kastruimte beneden de onderwerpskeuze boven kunnen aanscherpen. De drie kasten bevatten nu uitsluitend 'boeken over boeken' (ruim negen meter), Amstelland & Amsterdam (drie meter), Atlassen (ca. 1 meter) en boeken van voor 1945 inclusief contemporaine uitgaven uit de Tweede Wereldoorlog (ca. 1 meter).
In de archiefkast staan in dubbele rijen alle bijzondere uitgaven; 'old en rare' en mijn in perkament gebonden boeken uit de zeventiende en achttiende eeuw (vooral geschiedenis waaronder oude kronieken, Amsterdam en Amstelland, topografie en oude literatuur). In de zwarte dozen onder in de kast zit voornamelijk moderne bibliofilie; dit soort boekjes...
Die archiefkast was vijf jaar geleden al (te) vol maar barst nu uit zijn voegen.


In de tussentijd kwamen er immers verschillende kleine collecties bij; Helmers ('De Hollandsche Natie'), Hennebo ('Lof der Jeneever') en Van der Goes ('De Ystroom').
Min of meer gedwongen verhuisde ik daarom veel negentiende en vroeg twintigste eeuwse boeken (over straatmuzikanten, gevangenisleven, zwervers, colportage en middernachtzending) uit deze kast naar... een stapel op de oude babycommode.
Een tweede stapel daarachter bevat onder andere de tiendelige serie rode bandjes met werken van Walter Scott waarover u hier kunt lezen. Op het zwarte ladekastje er naast staan twee kattekoppen (17de eeuwse wijnflessen), restanten uit mijn periode als amateur archeoloog en schatgraver. Daar achter ziet u een stapel met jaarboeken van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen met 'on top' de twaalfdelige serie "Verzameling der werken van A. Fokke Simonsz." (Amsterdam, 1830/1835).


Op de boekenkasten staan (aan twee kanten) mijn fameuze metalen tijdschriftenbakken met zeer diverse inhoud zoals u hier kunt lezen.
Wat in de tussentijd vooral groeide is mijn deelcollectie bijzondere folders & brochures. Inmiddels stapelen de zuurvrije dozen (totaal zijn het er nu acht) met dit efemere drukwerk zich hier letterlijk op. Ze bevatten vooral schaarse uitgaven over Amsterdam/Amstelland, armoede, riolering & afvalverwerking, seksualiteit (lees mijn drieluik "De 'Z' van..." en "Vrouwenbeschutting") en 'blanke slavinnen' (dat onderwerp is van een publicatie volgend jaar).
Uit deze dozen putte ik voor mijn Twitter-project "50 Bizarre Brochures" (dat een ode is aan de handelaar bij uitstek daarvan, de helaas alweer vier jaar geleden overleden Amsterdamse antiquaar Louis Putman (1923-2013).


In een aparte kaartenmap bevinden zich mijn losse topografische kaarten en stadsplattegronden plus wat restauratiemateriaal in de vorm van oud en nieuw zuurvrij papier alsmede oud en nieuw (hand)marmerpapier.
Mijn handschriften maar ook gedrukte archivalia waaronder een deelcollectie lokale 'keuren en ordonnantiën' bewaar ik in mappen in een aparte zuurvrije doos.
Een doodenkele keer bewaar ik iets in boeken zoals de ansichtkaarten van 'Naatje' op de Dam in het “Gedenkboek der oprichting van het monument ter herinnering aan den volksgeest van 1830 & 1831” (Dordrecht, 1858). Een ander voorbeeld is Nederlands oudste openbaar vervoersbewijs (een uniek kaartje voor de trekschuit uit 1775) dat ik bewaar in een zuurvrij hoesje bij: “Ordonnantie op de vaart langs den Amstel, Drecht en Aar…” (Amsterdam, z.j.).


Tussen al dat boekengeweld staan hier en daar wat oude en bijzonder objecten want zoals u weet ben ik door en door het voorbeeld van een antiquarius en is mijn belangstelling voor cultuurhistorisch erfgoed dus erg breed. Historische objecten komen er overigens (en gelukkig maar) mondjesmaat bij, want mijn ruimte is beperkt en voornamelijk bedoeld voor boeken.
Toch heeft u sinds mijn eerste stukje over mijn 'private library' kunnen lezen over het beeldje van Coster dat ik in 2014 kocht en over enkele oude bijzondere clichés die ik in 2015 bemachtigde.

Veel is nog niet besproken zoals mijn kleine collectie (tien objecten) dertiende eeuws proto-steengoed uit Brunssum/Schinveld (Limburg), het gebied waar mijn familienaam voor het eerst opduikt in de geschiedenis. Feitelijk het serviesgoed waaruit mijn voorvaderen dronken en aten!
Ook nog niet besproken - maar dat doe ik nu even hier - zijn de oude ijzeren handboeien met originele schroefsleutel die ik vorig jaar kocht via Marktplaats.

Gelukkig zijn ze gestempeld met de firmanaam 'Froggatt' (nummer '87' en 'Hard'). Met die gegevens is via Google gauw te achterhalen dat het gaat om Engelse 'handcuffs' gemaakt rond 1850 door een bekende negentiende eeuwse boeienfabrikant uit Birmingham, die ondermeer leverde aan Harry Houdini (1874-1926).
Wie zou ze hebben gedragen? Wat voor verhaal en leed schuilt erachter?
Zo'n (verzamel)object kan mij enorm boeien en doet mij af en toe denken aan mijn onfortuinlijke overgrootvader!

Ondertussen - beste boekenvrienden - gaat hier de stroom aan oud en nieuw maar altijd interessant (en meestal ingebonden) bedrukt papier gestaag door.
Deze week arriveerde hier met de post weer twee aanvullingen 'curious, old & rare' dankzij mijn nimmer aflatende 'Sneupen 2.0'. Beiden zijn trouwens de moeite van een aparte bespreking waard!
Kortom, u hoort weer van mij...



dinsdag 25 juli 2017

Boeken met een verlengstuk

In mijn kringloop kocht ik voor anderhalve euro: “Dood geen einde. Paranormale stemmen beschrijven een leven na de dood” (Amsterdam, z.j.) van IJsbrand Rogge (wie kent hem niet?). Achterin het boek zit een grammofoonplaat (45 toeren) met de stemmen van overleden personen, waaronder Mahatma Gandhi (1869-1948).
De opnamen komen uit de geluidsbandenverzameling van het beroemde medium Leslie Flint (1911-1994), wie kent hem niet?
In het register kwam ik trouwens ook een bekende Nederlandse naam tegen en wel die van Godfried Bomans (1913-1971). Bij mijn weten is hij de enige Nederlandse schrijver die (via zijn geleide geest ‘Mickey’) over het graf tot ons heeft gesproken. Misschien een leuk idee voor het Godfried Bomans Genootschap, om daarover eens te schrijven want die vermelden (nog) niets over deze interessante geschiedenis.

Enfin; het ging me dus om die grammofoonplaat!
Boeken met een los verlengstuk of dat nu View-Masterschijfjes zijn, dia’s, of zoals in dit geval, een heerlijk gedateerd stuk vinyl, intrigeren mij mateloos. Over de benodigde apparatuur beschik ik allang niet meer dus die plaat met stemmen van gene zijde kan ik helaas niet beluisteren maar opeens is de combinatie boek- en platenmarkt (een verschijnsel dat ik in toenemende mate bespeur) wel een stuk logischer geworden!

Maar eerlijk is eerlijk, het is niet de eerste uitgave in mijn bibliotheek met een grammofoonplaat. Alweer jaren terug kocht ik het boek van Koos Groen: “Er heerst orde en rust. Chaotisch Nederland tussen september 1944 en december 1945” (Nijmegen, 1979). Ook toen was het die los bijgevoegde 45 toerenplaat met ‘authentieke historische geluidsfragmenten’ (radio fragmenten) die mij verleidde tot aanschaf.
Dat geschreven hebbende realiseer ik me opeens dat ik zelfs een bijzondere bibliofiele uitgave bezit met zo’n ouderwetse plaat. Het gaat om: “Trappen” (Amsterdam, 1982) van Rein Jansma en Joost Elffers met een 45-toeren grammofoonplaat in blanco hoes: “Circles” (Philip Glass).
Ik beschreef het op mijn blog in “Boek-en-kunst”, ruim vier jaar geleden.


‘Boeken-met-plaat’ lijkt mij vooral een jaren zestig tot en met jaren tachtig verschijnsel. Ongeveer dezelfde periode waarin ik net als vele andere tieners beschikte over een stereotoren met platenspeler (maar nog niet over bovengenoemde boeken).
Inmiddels is de vinyl grammofoonplaat iets exclusief voor de geluidsliefhebber geworden. In huize Perkamentus zijn zowel platenspeler als grammofoonplaten geheel van het toneel verdwenen toen de Compact Disc (CD) zijn intrede deed.

In de eerste helft van de jaren negentig kocht ik mijn eerste personal computer (PC).
Een behoorlijke kast waarin standaard een floppy diskettestation zat. Eerst voor die grote slappe 5¼ inch floppy’s maar later ook voor de harde 3½ inch diskettes.
Kent u een ‘boeken-met-diskette’ voorbeeld, anders dan oude (computer) cursussen en dergelijke? In mijn kasten staat niets.
Gelukkig maar, want toen ik eind vorige eeuw de zoveelste nieuwe desktop kocht zat er tot mijn stomme verbazing opeens geen diskettestation meer op en kon ik al mijn oude 5¼ inch en 3½ inch diskettes niet meer gebruiken.

Gedwongen, maar binnen no time, stapte ik over op CD’s en ja hoor ook boeken met een CD(-rom) deden hun intrede. Daarvan heb ik diverse voorbeelden in mijn bibliotheek zoals het boek van P. Schneiders: “Nederlandse Bibliotheek Geschiedenis. Van Librije tot Virtuele Bibliotheek” (Den Haag, 1997), met in een uitsparing in het achterplat een CD-rom met ‘De Nederlandse Bibliotheek- en Documentatiegids 96/97’.

Het ‘boeken-met-CD’ fenomeen heeft tot in deze eeuw standgehouden. Een ander voorbeeld in mijn boekenkast is het boek van Christian Bertram: “Noord-Hollandse Arcadia. Ruim 400 Noord-Hollandse buitenplaatsen in tekeningen, prenten en kaarten uit de Provinciale Atlas Noord-Holland” (Alphen aan den Rijn, 2005).
In een doorzichtig plastic hoes tegen het achterplat geplakt zit een CD-rom met ruim 560 gravures en tekeningen van de desbetreffende buitenplaatsen alsmede het boek in PDF-formaat.

Ongetwijfeld verschijnen er nog steeds boeken met een CD al zijn het vermoedelijk grotendeels uitgaven die gaan over muziek en componisten maar verschijnen er ook nog boeken met een CD-rom (waarop aanvullende data)?
Trouwens…. inmiddels is net als het diskettestation ook de CD-speler zo’n beetje uit de standaard desktopcomputer verdwenen.
Onder het mom van ‘altijd makkelijk’ (want ik heb nog een stapel CD-rom’s liggen) kocht ik die vorig jaar los bij mijn nieuwe IMac. Tot op heden echter heb ik het apparaat niet gebruikt!

Als extra toevoeging bij het boek, als verlengstuk naar een ander medium, zijn grammofoonplaat of CD niet meer nodig. Immers, het ultieme verlengstuk is inmiddels de PC, want oneindig in beeld, geluid en informatie en altijd up-to-date.

“Bibliopolis. Geschiedenis van het gedrukte boek in Nederland” (Den Haag/Zwolle, 2003), bekend bij vele boekenliefhebbers, zou je een voorbeeld kunnen noemen van ‘boeken-met-PC’.
Geen apart verlengstuk meer maar een verwijzing in de tekst naar de gelijknamige website. Daarmee wordt het boek dan wel losgelaten want niet meer herdrukt terwijl de website voortdurend wordt bijgewerkt. Bovendien heb je het boek niet nodig om op de website te komen.


Intiemer vind ik daarom mijn prachtige tweedelige Taschen uitgave: “Type. A visual history of Typefaces and Graphic Styles” (Köln, 2009/2010).
In elk deel zit achterin een plastic keycard met wachtwoord.
Voilà ‘Boeken-met-Keycard’!
Daarmee krijg ik toegang tot een besloten gedeelte op de website van Taschen met vele honderden ‘high resolution scans’ van letter- en ornamentproeven van drukkerijen tussen 1628 en 1938.

De boeken bevatten zo de sleutel(s) tot exclusieve media. Nota bene diezelfde moderne media waarvan keer op keer wordt voorspeld dat ze het einde van het gedrukte boek betekenen.
Veel mooier en ironischer wordt het niet…

Naschrift

Ik ontving naar aanleiding van dit verhaal een mail van Jos Swiers (De Althaea Pers) waarin hij me er fijntjes op wees dat ik ook nog over een bibliofiele uitgave met CD beschik! Het gaat om een exemplaar van: "De wereld een cocon" ('s-Gravenhage, 2012) een door de Althaea Pers verzorgde bibliografie in beperkte oplage gewijd aan de uitgaven van de Atalanta Pers. Ik ontving destijds van Jos nummer 20 (van de 195 Arabisch genummerde exemplaren). Als bibliofiel ben je soms rijker dan je denkt!

dinsdag 11 juli 2017

Drukraadsel; pamflet met recept


Afgelopen zondag, 9 juli, vond de laatste 'Boeken op de Dam' plaats, een van de zomerse boekenmarkten die sinds 1986 door De Kan wordt georganiseerd.
Onder een strakblauwe hemel met een stralende zon was ook Perkamentus aanwezig al was dat meer om nostalgische redenen want veel hoop op succes had ik niet.
In de loop der jaren namen aanbod en kwaliteit op deze markt sterk af.
Grote smaakmakers als antiquariaat Klikspaan uit Leiden, met een breed en kwalitatief hoogstaand assortiment, haakten af en met weemoed dacht ik aan de Deventer antiquaar Jos Wijnhoven (1961-2017) bij wie ik alweer drie jaar geleden op de Dam iets leuks kocht, dat ik in 'Zand erover' beschreef.

Ik was al minstens drie keer heen en weer geslenterd over de markt toen ik bij de kraam met veilingrestanten van Vincent Zwiggelaar een stapeltje oud bedrukt papier gewaar werd dat mijn aandacht trok. Het ging om een stuk of vijf dubbelbedrukte foliobladen (bifolium) met een “Recept voor de beet van eenen dollen hond”.
Behalve het recept - goed voor mens en dier! - staat er verder geen jaar en plaats noch een drukker- of uitgeversadres op.
De handelswaar van een kwakzalver?
Anno 2017 toveren recept en behandelmethode een glimlach op je gezicht en zullen maar weinigen aan de heilzame werking ervan geloven laat staan het uitproberen!
Vincent overwoog met een big smile om de bladen doormidden te snijden en ze vervolgens per stuk voor tien euro te verkopen (je bent handelaar of niet...) maar ik kon zo’n intact tweezijdig drukraadsel nog meenemen voor hetzelfde geld en de belofte om erover te schrijven op mijn blog.
Ik zou er hoe dan ook geen honderd euro voor over hebben gehad en toch is dat het bedrag dat iemand er ooit voor bood (exclusief veilingkosten) op zijn veiling een aantal jaren terug (veiling van 8 november 2011, lotnr. 233).


Wie zeventiende en achttiende eeuwse gravures van kerkinterieurs bekijkt zal het onmiddellijk opvallen dat daarop veelvuldig honden werden afgebeeld. Om de overlast van zwerfhonden in de kerk maar ook daarbuiten tegen te gaan ging de stedelijke overheid er al vroeg toe over om hondenslagers (of stokmannen) in dienst te nemen; een beroep dat tot ver in de negentiende eeuw zou blijven bestaan.

Honden bezorgden niet alleen overlast maar werden ook gezien als de drager en overbrenger van allerlei ziektes, met name de beruchte hondsdolheid (Rabiës).
Vooral in de achttiende eeuw werd daarover veel geschreven en gepubliceerd.
Er bestonden talrijke 'onfeilbare' recepten tegen ‘de beet van eenen dollen hond’ zoals een ander anoniem gedrukt “Recept tegen de Dolligheyd van Menschen en Beesten”, uit 1732 (in de Koninklijke Bibliotheek, Knuttel 16859d).


Mijn "Recept voor de beet van eenen dollen hond" staat niet in de pamflettencatalogus van Knuttel maar wel in WorldCat die twee exemplaren kent. Eén bij de Universiteit van Groningen en de ander (ook een bifolium) in de National Library of Medicine in Bethesda, Amerika.
Volgens de omschrijving werd het mogelijk in Groningen gedrukt. Toen ik vervolgens op Google zocht naar de titel zag ik al gauw een veelbelovende verwijzing naar het maandblad Groningen (Jrg. 2, 1919/1920) met een bijdrage van archiefmedewerker B. Lonsain (1870-1961), over “Maatregelen tegen hondsdolheid” (blz. 197-199). Daaraan ontleen ik de volgende informatie.

In 1785 kwam in Westerwoldingerland (Oost-Groningen) hondsdolheid veelvuldig voor.
De toenmalige richter/drost mr. Lodewijk Muntinghe (1747-1799) schreef hierover op 27 september een brandbrief aan het stadsbestuur van Groningen met het dringende verzoek om een actieplan.
Die formuleerden op 3 oktober een concept-plakaat met diverse maatregelen dat, eenmaal goedgekeurd, aan de stadsgebieden werd verzonden.
“Bovendien werd in herinnering gebracht het in 1781 door het Collegium Medicum te Groningen opgemaakt recept ter behandeling van door een dollen hond gebeten menschen. Dit middel schreef voor, dat de patienten zich gedurende eenigen tijd, moesten onthouden van alle geestrijke dranken en specerijen en daarboven op dieet dienden te worden gesteld, dat de wonden opengehouden moesten worden met Spaansche vliegen en ten minsten tweemaal per dag met zout en azijn gezuiverd en vervolgens worden behandeld met basilicum en roode praecipitaat.
Dit was het toenmaals geldende ‘officieele’ geneesmiddel.
Maar er was ook nog een ander middel, hetwelk de stadsregeering den lijders aan die vreeselijke ziekte niet wilde onthouden en dat zij daarom gaarne stelde ‘ten nutte der ingezetenen van onze stadsdistricten en colonien’.
Dit recept werd niet, zooals het bovengenoemde, in den tekst van het plakkaat opgenomen, doch afzonderlijk gedrukt, ook zou het niet van de predikstoelen worden afgelezen, wat met het evenvermelde plakkaat wel het geval was, doch worden toegezonden aan den drost, de ambtmannen, de richters en de predikanten, om het ‘aan ieder ingezetene des begeerende mede te deelen’
“
U raadt het al, dit - afzonderlijk gedrukte - wondermiddel is mijn anonieme pamflet.

Geen drukwerk van een kwakzalver dus maar een geneeskundige tip van een goedgelovig Gronings stadsbestuur!
We kunnen het ze moeilijk kwalijk nemen. Ook de heren medici geloofden er destijds heilig in zoals blijkt uit het artikel van de Groningse burgemeester en dokter mr. Evert Jan Thomassen a Thuessink (1762-1832) in de “Vaderlandsche Letteroefening” (jaargang 1799).
Hij merkte daarin fijntjes op dat het middel sedertdien algemeen werd gebruikt zonder te hebben gefaald maar dat de geneeskundigen wel tot het inzicht waren gekomen dat het meest werkzame bestanddeel de ‘boomolij’ (= olijfolie) was!
De Groningse behandelmethode hield - zeker voor dieren - nog lang stand.
Een halve eeuw later, in 1844, vinden we het recept terug in dr. A. Numan’s “Handboek der genees- en verloskunde van het vee…” (Groningen, 1844, blz. 599).

Ziezo! Achtergrond, herkomst en ouderdom van mijn curieuze pamflet met recept zijn thans opgelost. Op naar het volgende kunstraadsel, pardon drukraadsel!