dinsdag 16 oktober 2012

Over mijn bibliotheek


“Ik zou graag wat foto’s van je bibliotheek zien en/of lezen over de kasten, inrichting etc.” was het antwoord op mijn Twitter-vraag over welk onderwerp mijn volgende blog post moest gaan.

Een voor de hand liggend antwoord en onderwerp. Talloze bibliofielen hebben al eens over hun bibliotheek geschreven, zoals Alberto Manguel in zijn “De bibliotheek bij nacht” (Amsterdam, 2007) en Jacques Bonnet met: “Een boekenkast vol geesten” (Amsterdam, 2009). Maak u geen illusies, op een dergelijke literaire wijze lukt mij dat niet. Daar leent dit medium zich niet voor en bovendien beschik ik niet over het enorme aantal boeken waarover beide auteurs beschikken. Ik vermoed dat er maar één overeenkomst bestaat tussen onze bibliotheken; lid worden en (uit)lenen is helaas niet mogelijk.


Op prachtplaatjes a la ‘Bookshelf Porn’ of  ‘Beautiful-Libraries’ hoeft u bij mij ook niet te rekenen. Het pijpenlaatje dat ik ‘mijn’ kamer mag noemen is 3.83 meter lang en 2.24 meter breed en ik moet zodoende woekeren met de beschikbare ruimte. Ruimtegebrek (naast geld!) voorkomt dat ik beschik over een showbibliotheek die zich leent voor fotogenieke plaatjes maar bovendien verhindert het een al te strikte indeling van de kasten. Weliswaar probeer ik mijn dierbare vrienden zoveel mogelijk op onderwerp bij elkaar te plaatsen maar vaak lukt dat gewoonweg niet. Mijn bibliotheek draagt daarom meer het karakter van een studie- en werkbibliotheek waarin constant enige wanorde heerst. Dat neemt niet weg dat ik precies weet waar ik een bepaald boek moet zoeken. Slechts eenmaal kocht ik, na een vruchteloos speuren in mijn kasten, een boekje dat ik naderhand toch bleek te hebben. Een fulltime ondeugende 'sexy librarian' is dus geen noodzaak al droom ik er graag van!


U ziet op de foto’s zes Ikea Billy boekenkasten. Ik ben toe aan mijn achtste. Hoezo? Lijkt me duidelijk. Boeken liggen op de boekenrijen, boeken staan op de boekenkasten en op mijn bureau (buiten zicht) staan nog enkele stapels. Kast nummer zeven is zo gevuld, vandaar dat ik toe ben aan nummer acht.
Dat ik nog geen jaar na het schrijven van ‘crisismanagement’ opnieuw kasten nodig heb (die er voorlopig niet komen omdat ik niet zou weten waar ik ze moet plaatsen) zegt iets over mijn aankoopgedrag.
Waarom Billy's? Gewoon, omdat je ze makkelijk in en uit elkaar haalt, ze goedkoop verkrijgbaar zijn (op Marktplaats soms gratis!) en omdat de planken onder de boekenlast niet te ver doorbuigen. Ze zijn saai maar functioneel.

Drie Billy’s (met o.a. ruim dertig seriewerken) staan in de woonkamer en drie kasten in mijn eigen kamer. Verder staat er in de hoek van mijn kamer nog een metalen archiefkast met ‘old & rare’. Ook deze kast is overvol maar gelukkig breed genoeg om alle planken met dubbele rijen te bezetten. Dat is niet praktisch maar wel noodzakelijk! In de dozen rechts onderin ligt al mijn kleine drukwerk, zoals bibliofiele brochures en dergelijke. Op de kast staan en liggen nog wat zware groot formaat boeken (meest atlassen). Ook een broodnodige tweede archiefkast komt er voorlopig niet. U weet wel, geen plek...


Dan de antwoorden op wat klassieke vragen.
Nee, ik weet niet hoeveel boeken er in mijn bibliotheek staan want ik heb ze nooit geteld. Is circa 2000 exemplaren een te hoge schatting? Wel weet ik dat mijn collectie ‘old & rare’ zeventig boeken bevat gebonden in perkament, de meesten van voor 1800.
Nee, ik heb ze beslist niet allemaal van A tot Z gelezen. Veel naslagwerken lenen zich daar sowieso niet voor.
Een favoriete lees- en bladerplek heb ik niet al zit ik meestal in mijn kamer omdat ik daar ook de beschikking heb over mijn computer en dus het een en ander online kan op- en uitzoeken (en bloggen!). Ja, ik lees ook graag in bed en ja ik lees ook op het toilet!

Er staat vrijwel geen fictie in mijn kasten. De best vertegenwoordigde onderwerpen zijn: (lokale) geschiedenis (naslagwerken), Tweede Wereldoorlog, topografie (atlassen), boeken over boeken, wat Limburgensia en genealogie. In de kast ‘old & rare’ gaat het om 17de, 18de en 19de eeuwse boeken, vooral geschiedenis (over Amsterdam maar m.n. heruitgaven van kronieken waarover Piet Buijnsters heeft geschreven in dit artikel). Ook bewaar ik in deze kast wat gesigneerde boeken (m.n. Komrij en Büch) en het bibliofiel margedrukwerk (private press).
Een collectie 18de eeuwse topografische kaarten en prenten, deels ingelijst, staat naast mijn bureau (gedeeltelijk zichtbaar op de tweede foto geheel rechts) en een doos voornamelijk 18de en 19de eeuwse archivalia betreffende Nieuwer-Amstel ligt elders.


Voor liefhebbers van een 'close view' heb ik een nieuwe collagefoto gemaakt van enkele willekeurige kastgedeelten (hier staat nog een oude). Dergelijke boekenkastplaatjes wekken bij liefhebbers vaak warme gevoelens op. Vooral begeerte naar een nadere kennismaking met de inhoud. "Laat me uw boekenkast zien en ik zeg u wie u bent", is bij mij echt niet zo moeilijk. Zo schreef ik al over mijn kleinste, mijn grootste boek, mijn oudste tekst, wat voor type verzamelaar Perkamentus antiquarius is, enz., enz.
Kortom duik eens in mijn bijna 200 blog posts en meer dan 1000 foto's en lees die grote - en kleine boekavonturen.

Oh! En voor mijn Engelstalige fans staat hier een ‘summary’!

Naschrift

Het vervolg lezen? Zie: "Over mijn bibliotheek, vijf jaar later". 

woensdag 10 oktober 2012

Mijn andere favoriete winkel

Anders dan menige vrouw (en precies zoals menige man) ben ik geen liefhebber van winkelen. Uitzondering zijn de boekwinkel en de museumwinkel. De laatste is bij mij altijd een vast onderdeel van een museumbezoek in het binnen- of buitenland.
Tegenwoordig beschikken dergelijke verkooplocaties niet alleen over ansichtkaarten, dia’s, posters en boeken maar ook over replica’s van objecten en een enkele keer worden zelfs echte ‘museumstukken’ verkocht.


Dat was ruim dertig jaar geleden in Nederland, met een enkele uitzondering zoals het Rijksmuseum in Amsterdam, nog niet echt gebruikelijk. Ik was daarom aangenaam verrast toen ik destijds op vakantie in Engeland het British Museum in Londen bezocht en daar, na enkele uren door de zalen te hebben gedwaald, een goed voorziene museumshop binnenwandelde.
Haast vanzelfsprekend kocht ik een kleine kunststof replica van de steen van Rosetta, in een lelijke rode cassette, met een boekje van C. Andrews. De sleutel tot de ontcijfering van Egyptische hiërogliefen door de fransman Jean-François Champollion (1790-1832) heeft altijd al tot mijn verbeelding gesproken. Nog steeds is deze replica, voor vijfendertig pond, verkrijgbaar en er zullen inmiddels wel duizenden exemplaren over de hele wereld zijn verspreid. In een Nederlands antiquariaat ben ik ze overigens nog niet tegengekomen.


Een ander voorbeeld van zo’n museumobject ligt hier op de vensterbank. Het is een replica (van klei) van de schijf van Phaistos. Alweer dertig jaar geleden meegebracht uit Kreta na een bezoekje aan het archeologisch museum van Herakleion. Los daarbij kocht ik meteen een boekje met een wetenschappelijke beschrijving van de aan beide zijden met pictogrammen bestempelde schijf en een andere uitgave waarin twee Grieken beweerden dat ze de boodschap hadden ontcijferd (“The mystery of thousands of years finally solved”). Volgens hen ging het om een soort brief geschreven door de mythische Daedalus! Volslagen onzin natuurlijk maar er zijn in de loop der jaren wel meer van dergelijke fantastische verklaringen voor de inscriptie verschenen. Tot op heden blijft de werkelijke betekenis echter een mysterie.


Mijn belangstelling voor dit soort replica’s zit in het feit dat, ook al zijn het geen boeken, ze wel een bepaalde band hebben met het gesproken, geschreven of gedrukte woord. Dergelijke objecten vind je meestal niet in de boekenkast en wellicht daarom ben ik ze nog niet vaak bij anderen tegengekomen. Wél aanwezig bij menige bibliofiel zijn facsimile uitgaven van boeken, handschriften of oude kaarten. Die staan – ook bij mij - in diverse soorten, maten en prijzen (zoals hier en hier is te lezen).


Weliswaar niet in een museumwinkel gekocht maar wel een bijzonder fraaie combinatie van replica’s mét een facsimile is; “History of the Horn-Book” (Amsterdam, 1971) van Andrew W. Tuer. Het is een uitgave van antiquaar Simon Emmering (1914-1999) en bestaat uit een ongewijzigde herdruk van de originele tweedelige uitgave uit 1896 en een cassette met daarin verschillende typen hornboekjes, waarvan drie uitgevoerd op houten plankjes met metaalbeslag.

maandag 24 september 2012

Boeken. Sigaartje erbij?

Sir Winston Churchill (1874-1965) zag je zelden zonder sigaar.
Toen de bekende Britse ijdeltuit veldmaarschalk Bernard Montgomery (1887-1976) eens opmerkte: “Ik drink niet, ik rook niet, ik slaap veel, daarom ben ik voor 100% in vorm”, antwoordde Churchill: “Ik drink veel, ik slaap weinig en ik rook sigaar op sigaar. Daarom ben ik 200% in vorm”.

Ik zou niet willen beweren dat sigaren mij in vorm houden, maar sinds mijn studietijd rook ik graag (en regelmatig) een sigaartje (nee, ik ben niet de ‘trouwe vriend’ in dit toepasselijke stukje).
Zoals elke beginner rookte ik aanvankelijk van alles, verschillende merken, formaten, rijp en groen door elkaar. Pas na enige tijd ontwikkel je een eigen smaak (want daarom draait het bij sigaren) en voorkeur.
Voor mij geen grote Cubaanse sigaren (longfillers), want die vind ik persoonlijk niet zo lekker, maar sigaren als ‘La Paz Wilde’ (shortfillers). Soms veroorloof ik mij een wat luxer type zoals ‘Olifant Panatella Vintage’, wat mij betreft nog steeds de lekkerste sigaar, en een doodenkele keer koop ik een extra luxe sigaar zoals de ‘Hajenius Corona Sumatra’. Voor die laatste moet je echt gaan zitten en even de tijd nemen!

Binnenshuis rook ik eigenlijk nooit. Meestal zit ik buiten in de tuin met een boekje, koffie en een sigaar maar ook op de boekenmarkt slenter ik graag van stalletje naar stalletje met een sigaartje. Soms tot irritatie van medesnuffelaars die mopperend plaatsmaken (en dat is precies mijn bedoeling), soms tot genoegen van iemand die zelf sigaren rookt of die daar herinneringen aan heeft (‘Ooooh mijnheer, zo rook het altijd bij mijn grootvader…’).
Een grootverbruiker als Koning Faroek I van Egypte (1920-1965), die regelmatig in Genève nooit minder dan 5.000 sigaren per bezoek kocht, ben ik niet. Gemiddeld één sigaar per drie dagen en zelden meer dan twee sigaren op één dag. Ik kan ook heel goed zonder, soms wekenlang niets en dan opeens begint het weer te kriebelen.
Vaak is daar een aanleiding voor zoals laatst toen ik bij mijn favoriete kringloopwinkel het boekje “De Nederlandse Sigaar. De wereld van puur genieten” (Eindhoven, 1998) tegenkwam voor € 1,25.
Een dag later kocht ik een doosje Hajenius Corona Sumatra, stak er een op en bladerde naar de beschrijving op bladzijde 131. Behalve wat objectieve gegevens zoals formaat en samenstelling staat er, net als in wijngidsen, ook een beschrijving van de ‘Geur’, ‘Smaak’, ‘Balans’ en ‘Nasmaak’. Zó nadrukkelijk herken ik dat allemaal niet maar net als bij wijn ben ik ook geen echte sigarenkenner.


Ik bezit een klein aantal boekjes over sigaren (roken). Eén ervan, “De kunst van het sigaren roken. Vier fanaten geven hun geheimen prijs” (‘s-Gravenhage, 2005) ontving ik een aantal jaren geleden tijdens de cursus ‘Genietend Roken’ bij het bekende Amsterdamse sigarenhuis Hajenius. Een leerzame en bijzonder leuke ervaring die ik iedere liefhebber kan aanraden.
De andere uitgaven kwamen in de loop der jaren tot mij zoals dat van de beroemde Zino Davidoff (1906-1993): “Het boek van de sigaar” (Amsterdam, 1989).

Als antiquarius heb ik ook een tijdje antieke objecten verzameld die bij mijn sigaren roken pasten. Zo kocht ik jaren terug in Den Haag twee fraaie eind negentiende eeuws gefineerde houten kistjes. Een kleine (‘cigares’) waarin ik mijn La Paz - en Olifantsigaren bewaar en een grotere (‘tabac’) voor mijn Hajenius sigaren.
Beiden staan overigens regelmatig leeg, want boeken kosten ook geld en als ik moet kiezen, kies ik voor boeken!
Daarnaast bemachtigde ik via Marktplaats een prachtige gestoken Engelse Sterling zilveren sigarendoos voor onderweg (gemaakt door Samuel M. Levi in 1900 in Birmingham) waarin vier tot vijf sigaren passen (De letter B liet ik er later ingraveren). Alleen voor bijzondere gelegenheden natuurlijk en om indruk te maken, meestal neem ik mijn lelijke stalen sigarenkoker mee waarin twee sigaren passen.


Ook in de boekenwereld behoort het nuttigen van tabak tot de vaste rituelen.
De fameuze Joodse boekhandelaar Barend Boekman (1869-1942) rookte sigaren. De oude (Henk) Brinkman van het gelijknamige Amsterdamse antiquariaat rookte pijp en vond het niet erg als ik met een sigaartje door zijn voorraad snuffelde. Om de hoek, in de Rosmarijnsteeg, bij antiquariaat Straat en De Friedesche Molen houden ze ook van tabak en is het roken van een sigaar geen probleem. Vaak kan ik aan boeken ruiken of de laatste eigenaar een roker was.
Overigens is het wel handig om je handen vrij te hebben bij het bladeren in de oude en nieuwe boekjes. Thuis heb ik daar een waardige oplossing voor. Om mijn rokertje tussen twee trekjes door te laten rusten gebruik ik een fraaie Engelse Sterling zilveren sigarenstandaard uit 1905 (gemaakt door Deakin & Francis).

En nu weer rustig een trekje nemen en bladeren… Boeken en sigaren combineren prima!