Posts gesorteerd op datum tonen voor zoekopdracht verlustiging. Sorteren op relevantieAlle posts tonen
Posts gesorteerd op datum tonen voor zoekopdracht verlustiging. Sorteren op relevantieAlle posts tonen

zaterdag 5 juni 2021

Het jaar geboekt, mei 2021

In de rubriek 'Het jaar geboekt' (zie tabblad bovenaan) houd ik bij wat ik gedurende het lopende jaar per maand bij elkaar verzamel. Na afloop van de maand verplaats ik de lijst met aanwinsten naar de startpagina c.q. homepage en geef ik 'de cijfers'. In de rubriek blijven de voorgaande maand(en) als hyperlink aanwezig. Raadpleeg dus regelmatig de nieuwe rubriek om te zien of er aanwinsten zijn bijgekomen (of wacht op het maandoverzicht).

Mei 2021; de cijfers...

Totaal aantal objecten: 23.

Gekocht: 19.
Gekregen: 4.

Totaal uitgegeven: € 262,25 euro (incl. verzendkosten).
Gedeeld door 19 is gemiddeld: € 13,80 euro per object.

Via Boekwinkeltjes: 2 (5, 11).
Via kringloopwinkel: 4 (6, 7, 8, 9).
Via boekenmarkt: 1 (4)
Via Marktplaats: 1 (10).
Bij de drukker/uitgever: 1 (13).
Bubb Kuyper: 10 (14 t/m 23)

Modern: 16 (6, 7, 8, 9, 12, 13, 14 t/m 23).
Marge & klein bibliofiel drukwerk: 3 (1, 2, 3, 14-23).
Old & rare: 4 (4, 5, 10, 11).

Mei 2021: de aanwinsten...

1. G.A.C. (Anton) van der Lem: "Verbreek nooit een oude rooilijn! Huizinga over stadhuis en stadsschoon in Leiden" (Leiden, 2021). Nieuwjaarsuitgave gedrukt voor vrienden en relaties van antiquariaat Klikspaan. Perkamentus ontving nummer 161 (van de 250).


Wederom ontving ik van boekenvriend Jos Swiers (De Althea Pers) twee boekjes met Amsterdamse jeugdverhalen en kleurenillustraties van Johan Breuker. Van deze fraai vormgegeven bibliofiele uitgaven bestaan (van elk deel) 100 genummerde exemplaren. Ik ontving 'HC' exemplaren (beiden nr. 5 van 5).

2. J. Breuker: "Kiekjes" ('s-Gravenhage, 2021). Nummer 3 van: "Dwars door West". 
3. J. Breuker: "Corvee" ('s-Gravenhage, 2021). Nummer 4 van: "Dwars door West".


4. W. Bilderdijk: "Bloemtjens" (Amsterdam, 1785). Gebonden in vroeg 19de eeuws halfleren band met gemarmerde platten. Sinds ik acht jaar geleden: "Mijn verlustiging" (Amsterdam, 1781) kocht had ik een oogje op deze vroege Bilderdijkuitgave, met prentjes van eigen hand geïllustreerd. Bevat bovendien de mooiste gedichten over "Kusjens" (3 x) die ik ken. Naamstempeltje van mr. A.G. Prins Visser (1861-1895): 'A.G. Prins Visser bibliotheek'. Gekocht op de Amsterdamse Spui boekenmarkt bij antiquariaat Klikspaan met wat vriendenkorting voor € 60,- euro. Meer hierover in: "Tongzoenen met Bilderdijk".


5. Espèce: "Mevrouw is een kreng! De meid is een engel! En meheer ....?! De wet op het Arbeidscontract en het dienstboden-vraagstuk gekristalliseerd en begrijpelijk gemaakt voor H.M. de dienstbode en mevrouw" (Breda, 1914). Gekocht via Boekwinkeltjes voor € 23,50 euro (incl. verzendkosten). De eerste druk verscheen in 1913 in een oplage van 2000 exemplaren. De tweede druk in 1914 telde eveneens 2000 exemplaren. Een destijds zeer populaire uitgave, want op rijm! Thans erg schaars.


In de categorie grappig, onvindbaar, ongewoon en/of gek kocht ik bij mijn lokale kringloop vier boekjes (6, 7, 8, 9). voor in totaal € 5,75 euro.


6. K. Hubert: "50 manieren om je dood te adverteren" (Badhoevedorp, 2003). Met aanbiedingsbrief van Fred Eikelenboom (directeur Hansnel communicatie) waarin wordt medegedeeld dat er maar 500 exemplaren van zijn gemaakt. Gebonden in paars halflinnen, met houten voor- en achterplat.

7. T. Bruinja & D. Dee (red.): "Kutgedichten. Poëzie over de vrouwelijke genitaliën in 69 en enige gedichten" (Groningen, 2004). Kennelijk heel populair, want tamelijk onvindbaar...

8. R. Dekker & C. Glaudemans: "Ha Ha Den Haag. 125 Haagse moppen en raadsels uit de 17de eeuw" (z.p. [Den Haag]/z.j. [2009]). Uitgegeven t.g.v. het 125-jarig bestaan van het Haags Gemeentearchief. Ik heb hier meer van Rudolf Dekker staan waaronder zijn andere boekjes over humor in de Gouden eeuw.

9. "De olifantenverzameling van Z.K.H. Prins Bernhard". Veiling(catalogus). Opbrengst kwam ten bate van het Wereld Natuur Fonds (Hoonte, 2005). De olifantenprullaria van deze koninklijke deugniet (217 kavels) bracht maar liefst € 379.250, - euro op. Iets meer dan de geschatte € 14.000,- euro dus... Oranjegekte!


10. A. van Alphen (1748-1831): "Antonius van Alphen Vicarius Generaal Apostoliek van het bisdom van 's Bosch aan de onderhorigen van dit bisdom zaligheid in den Heere"
('s Hertogenbosch, 1822). Deze vastenbrief van Van Alphen tegen de zedenverwildering veroorzaakt door bederfelijke boeken, leesgezelschappen, "Vastenavond huizen: Kwansels: Labaijen: Gaansdagen: Comedien: Ballen: Danspartijen: of diergelijke..." is bekend, omdat de tekst ook staat in: "Roomsch-Catholyke bibliotheek voor het Koninkrijk der Nederlanden" (deel 2, no. 2., titel van de rubriek: 'Kerkelijke geschiedenis').
Als afzonderlijk drukwerk (8 blz.) met impressum aan het eind "Ter boekdrukkerij van J. Coppens en Zoon, op de markt te 's Hertogenbosch" geen ander exemplaar gevonden. Gekocht via Marktplaats voor € 14,50 euro (incl. verzendkosten). 


11. D.L. Daalder: "De invloed van prikkellectuur op de jongeren" (Zeist, 1934). Stenografisch verslag van een voordracht, gehouden in een openbare bijeenkomst op 28 juni 1933 in het gebouw voor kunsten en wetenschappen te Utrecht. Overdruk uit Sexueele Hygiëne nr. 2, maart 1934. Gekocht via Boekwinkeltjes bij antiquariaat Boek & Glas voor € 13,60 euro (incl. verzendkosten).

12. "Jaarboek van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen 2020" (Amsterdam, 2021).


13. Ton de Ruijter: "Atlas & Grimoire" (Amstelveen, 2021). In eigen beheer uitgegeven oblong boekje met obscure, geheimzinnige tekeningen en kaartjes die tezamen doen denken aan een moderne grimoire. Plaatsgenoot Ton de Ruijter is een trouwe lezer van mijn blog en laat zich af en toe inspireren door de rariora die bij Perkamentus de revue passeert. Direct bij hem gekocht voor € 7,50 euro (incl. verzendkosten).


14-23. Een kavel met divers margedrukwerk van De Ammoniet (Bubb Kuyper 74/1072). De 10 aanwinsten (plus wat nieuwjaarskaarten) die dit kavel opleverde werden verwerkt in mijn blog: "De Ammoniet in mijn bibliotheek". Mijn motivatie om dit kavel te bemachtigen was groot want het bevatte o.a. de twee nog ontbrekende hoofdstukken van mijn exemplaar van "Het Ambachtelijk Groeiboek" (B. van Selm: "Ex typographia Elseviriana 1658" (Leiden, 1988) en A. Stijnman: "Zonder inkt geen boeken" (Leiden, 1997). De uitgaven in dit kavel die ik al had zullen worden gebruikt als relatiegeschenkje of gaan naar de boekenmarkt. 
Ik betaalde voor alles, inclusief opgeld en verzendkosten € 137,40 euro

donderdag 6 mei 2021

Tongzoenen met Bilderdijk


Anno domini 2021, op de 30ste dag van de maand april, kwam er een einde aan de beklemmende Corona lockdown en avondklok. Opgelucht (maar hier en daar nog wel met mondmaskers) kon er weer worden ademgehaald. Nog diezelfde dag was er sinds lange tijd een vrijdagse boekenmarkt op het Amsterdamse Spui. Toeval of niet, Perkamentus had een vrije dag! Een klein mirakel gezien mijn onregelmatige werkrooster en dus besloot ik onmiddellijk gebruik te maken van de gelegenheid om weer eens ouderwets te gaan sneupen en (bij)kletsen.

Tegen het middaguur was ik ter plaatste om mijn snuffelronde(s) langs de boekenkramen te maken. Een frisse dag, overwegend droog met af en toe een lichte bui motregen. Dat laatste mocht de pret niet drukken, zonder uitzondering waren de aanwezige boekhandelaren en boekenliefhebbers blij dat een bezoek aan hun boekenmarkt weer mogelijk was. Axe van Maanen van antiquariaat Klikspaan (Leiden) begroette mij vriendelijk en overhandigde mij hun traditionele nieuwsjaarsuitgave voor vrienden en relaties: "Verbreek nooit een oude rooilijn! Huizinga over stadhuis en stadsschoon in Leiden" (Leiden, 2021), geschreven door Huizingakenner G.A.C. (Anton) van der Lem. Perkamentus ontving nummer 161 (van de 250).

Al pratende over koetjes en kalfjes bepotelde ik de rij oude boekjes voor mij en trok er af en toe eentje uit voor een nadere inspectie. Plotseling had ik tot mijn grote voldoening een eerste druk in handen van: "Bloemtjens" (Amsterdam, 1785) geschreven door Willem Bilderdijk (1756-1831). Uit het bescheiden naamstempeltje voorin bleek dat het boek ooit stond in de bibliotheek van (mr.) A.G. Prins Visser (1861-1895). Voor de bescheiden prijs van zes tientjes werd ik de nieuwe eigenaar.

Trouwe lezers herinneren zich wellicht hoe ik acht jaar geleden schreef over de aanschaf van Bilderdijks erotisch debuut: "Mijn verlustiging" (Leiden/Amsterdam, 1781). Een bijzonder exemplaar van de handelseditie met 29 door Bilderdijk zelf gegraveerde vignetten (i.p.v. zoals meest gebruikelijk 28). Overigens werd die uitgave nog gebonden in een fraaie typisch 18de eeuwse band.
"Bloemtjens" mag worden beschouwd als een volwaardige opvolger; een tweede erotische uitgave van Bilderdijk, net als "Mijn verlustiging" geïllustreerd met vijfentwintig door de auteur zelf gegraveerde kleine maar fijne vignetten (inclusief titelvignet). Toch zit er een groot verschil tussen beide boekjes. De liefdespoëzie van "Mijn verlustiging" vind ik tamelijk onleesbaar en doet mij nog sterk denken aan een classicistische stijloefening, vol metaforen en versluierende symboliek; "Bloemtjens" daarentegen ademt onverhulde brandende hartstocht van een hopeloos verliefde Bilderdijk aan de vooravond van zijn huwelijk met Catharina Rebecca Woesthoven (1763-1828). 


In deze uitgave staan de befaamde drie gedichten "Kusjens". Het meest betamelijk is de laatste die diverse soorten kusjes benoemt, zoals de onschuldige kinderkus, de gevoelige vriendenkus, de eerbiedwekkende vaderkus en de zachte koele zusterkus. De eerste twee daarentegen laten aan erotische verbeelding niets te wensen over. Met name in de eerste beschrijft Bilderdijk op expliciete wijze de techniek van het tongzoenen. Leest u even mee?


"Duizendvoudig zijn de kusjens,
Die de teêre minnelustjens
In't gevoelig hart ontgloên,
En den brand der liefde voên.
Maar, indien gij wilt beminnen,
Schoone strookster van mijn zinnen,
Hoor, wat kusjens ik verlang,
Als ik aan uw' boezem hang!

Schenk me, ó voedster van mijn lustjens,
Druk me zulke vochte kusjens,
Dat uw tong de mijne streelt,
En er krullend mede speelt;
Even als de geile mussen
In de May elkander kussen,
Of het lieve tortelgoed
In het trekkebekken doet!
Laat uw hart door heete zuchtjens
Tuigen van uw zielsgenuchtjens,
Dat uw malsche boezem zwoegt,
Als ge uw lipjens met mij voegt,
En mijn halfverdronken oogen
Zich in de uwen blind zien mogen.


Hoor nu, hoe gij in den gloed
't Kussend mondtjen zetten moet,
Om het zoetste zoet te koopen.
Niet te dicht, en ook niet open.
Laat één plaatsjen (zoo is 't wel!)
Voor ons beider tongenspel:
Dat mijn zachte tandenbeetjens
Door diebalsemige reetjens
Booren mogen zonder pijn:
En uw tongetjen het mijn
Zacht ontmoeten, lieflijk klemmen,
Bevend in uw mondtjen zwemmen,
Tot het, spartlend van vermaak
Aan mijn tong geschakeld raak.


Dan zal ik het zuigen, strelen,
Zoeken 't aan uw' mond te ontstelen:
'k Zal het bijten, en mijn dorst
Met den adem uit uw borst,
Met het bloed, er uit te leken,
Koelen, lesschen, meer ontsteken;
Zetten borst en ingewand
Door die terging in den brand;
Dat het overstelpte harte
Van genoechelijke smarte
In ons beider binnenst zwelt,
En van fijn gevoel versmelt;
't Geen het op de vochte tippen
Onzer natbedaauwde lippen,
Met een bevend zacht geluid,
Door een teder lispen uit:
Dat en ziel en adem tevens,
Met het overschot des levens,
Dat in onze boezem slaat,
In elkander over gaat;
En wij, in aâmechtig hijgen,
Spraak-, gevoelloos, nederzijgen."


Over de totstandkoming van zowel "Mijn verlustiging" als "Bloemtjens" en Bilderdijks relatie met zijn uitgever P.J. Uylenbroek (1748-1808) zijn we vrij goed geïnformeerd dankzij de correspondentie tussen beiden die door het Arnhemse antiquariaat Gysbers en van Loon in Wenen werd teruggevonden en in 1980 door het Bilderdijkmuseum (en de Koninklijke Bibliotheek) kon worden gekocht. In het artikel dat W.F.G. Breekveldt (1935-1990) daarover schreef in "Voortgang" (jaargang 4, 1983) lezen we dat Bilderdijk zich zeer nadrukkelijk bemoeide met zijn uitgaven. Hij becommentarieerde de gebruikte papiersoort, discussieerde over de lay-out en graveerde zelf de illustraties. "Bloemtjens" werd weliswaar al in 1785 in de drukkerij van Uylenbroeck gezet maar zou - anders dan het op het titelblad vermelde jaar MDCCLXXXV - pas eind 1786 verschijnen. Die vertraging was mede te wijten aan de verlate levering van talrijke gegraveerde vignetten. Uit een bewaard gebleven proefdruk in de collectie van het Rijksmuseum (objectnummer RP-P-1888-A-13687) met acht illustraties voor "Bloemtjens" blijkt dat Bilderdijk meerdere vignetten op één etsplaat graveerde (die later werd versneden).


Zeer waarschijnlijk is niet al het illustratiemateriaal dat Bilderdijk naar Uylenbroek stuurde gebruikt, maar desondanks was het resultaat "een mooi boekje, vol jonge erotiek, meisjesklacht en pastorale flirt, kusjes, en ridderlijkheid naar de echte trant; maar sinds die teksten werden neergeschreven waren twee jaar voorbijgegaan, en Bilderdijks omstandigheden hadden zich ingrijpend gewijzigd. Als Uylenbroek hem de eerste exemplaren per post aanbiedt, moet Bilderdijk zijn antwoord beginnen met: Mijn hart is gants niet gesteld om veel met het antwoord op uw aangenaamen van gisteren, bezig te zijn: mijn jongste dochtertje is dezen voormiddag gestorven, en mijn vrouw bitterlijk aangedaan.
Hij doelt op Wilhelmina Photina Elisabeth, het tweede kind, op 7 september van dat jaar geboren (brief van 20 december 1786). Toch gaat Bilderdijk in op een paar details; sommige vignetten vindt hij ‘zeer bleek’, en ‘omtrent de stokjes (liggende streepjes tussen de tekst?) zijt gij zuinig geweest.'
De oplage besloeg vermoedelijk circa vijfhonderd exemplaren waarvan er volgens Breekveldt nog 245 bij de uitgever lagen toen het fonds van Uylenbroek in 1809 werd geveild. Ergens in Uylenbroeks magazijn tussen al die bedrukte maar nog ongebonden katernen vol vuur en passie zal ook mijn exemplaar hebben gelegen. Het vond pas één of twee decennia later een koper die het liet binden in een typisch vroeg negentiende eeuwse halfleren band met gemarmerde platten. 

zondag 11 november 2018

Gepeins over zeldzaam (galante dichtluimen)


Naar aanleiding van een nieuwe aanwinst die ik gisteren (op mijn verjaardag) heb opgehaald en het stukje van Boekensneuper over 'de gouden tijd' (toen de duurbetaalde schatten van nu nog voor een schijntje werden verkocht) verzonk ik achter mijn bureau in gepeins en gemijmer over dure en/of zeldzame boeken. En/of, want (thans) dure boeken zijn niet altijd zeldzaam en omgekeerd zeldzame boeken zijn niet altijd duur.

Een boek waarvan maar één exemplaar is gemaakt is een unicum maar kun je moeilijk zeldzaam noemen in de zin van nauwelijks voorkomend of zeer schaars. Dergelijke boeken vind je vaak in de categorie 'Kunstenaarsboek'. Bij bibliofiel margedrukwerk kom ik de term niet zo vaak tegen ondanks het feit dat de oplage vaak beperkt is en soms (hand)genummerd. In dit geval is de tijd een factor. Het drukwerk is jong en circuleert onder verzamelaars. Groot is de kans dat er vroeg of laat (beter; tijdens het leven van de verzamelaar!) ergens een exemplaar opduikt in een veiling, (internet)antiquariaat of bij een particulier.

Bij oud drukwerk wordt de term, soms terecht maar vaker onterecht, gebruikt. Een enkel exemplaar van een oude uitgave aangeboden - al dan niet op internet - kun je zeldzaam noemen omdat deze kennelijk nergens anders verkrijgbaar is. Duur hoeft het dan nog niet te zijn, want dat is weer afhankelijk van de vraag en die kan van tijd tot tijd (enorm) fluctueren. Het "Het allerlaatste exemplaar" van een kleine uitgave die ik ooit beschreef is daar een voorbeeld van. Ook kan het zo zijn dat de verkoper zich niet bewust is van het bijzondere karakter van zijn koopwaar. Een voorbeeld daarvan is "Nederlands oudste openbaar vervoersbewijs?" maar ook deze uitgave 'naar eigen smaak' die ik alle twee voor luttele euro's kon bemachtigen.

Er wordt wel gezegd dat internet de term 'zeldzaam' in de boekenwereld heeft gedevalueerd maar beter is het om te zeggen dat er een herdefinitie heeft plaatsgevonden. Je hebt verschillende uitgaven die voordat internet er was ook al 'zeldzaam' waren en dat tot op heden zijn.
Bilderdijks gezochte erotische debuut: “Mijn verlustiging" (Leiden/Amsterdam, 1781) bijvoorbeeld, zeker als die - zoals mijn exemplaar in excellente conditie is met negentwintig in plaats van achtentwintig vignetten! Ook mijn Helmers' "Hollandse natie" (Amsterdam, 1812) met zijn bijzondere verbeterblad behoort tot deze groep.

Zeldzaam en gezocht maakt uitgaven prijzig, althans dat is de algemene gedachte. Toch behoeft ook deze denkwijze enige nuancering. Ten eerste; wat precies wordt er eigenlijk gezocht? Smaak en interessegebieden veranderen constant, wat thans wordt verzameld stond vroeger niet in de belangstelling (Strips en fotoboeken bijvoorbeeld) en wat vroeger gezocht en duur was kan tegenwoordig voor heel billijke bedragen worden gekocht. En wat is zeldzaam? Mijn octavo exemplaar van Jan Wagenaars: "'T verheugd Amsterdam..." (Amsterdam, 1768) is op zich geen zeldzame uitgave maar wel uniek door zijn handgeschreven opdracht. Zo kunnen op zichzelf veelvoorkomende uitgaven zeldzaamheid/uniciteit ontlenen aan diverse externe factoren zoals een bijzondere boekband (in dit voorbeeld), handgeschreven inscriptie, extra illustraties of provenance.


Internet is voor antiquariaat, boekhandel en bibliofilie, enerzijds een vloek, anderzijds een zegen. Het dwingt de verkoper, antiquaar en particulier om het gebruik van de term 'zeldzaam' te staven met argumenten. Andersom moet de koper zich afvragen of die argumenten valide zijn en de vraagprijs rechtvaardigen. Dilemma's liggen daarbij op de loer. Stel dat u een bepaalde uitgave zoekt en u vindt wereldwijd drie bijzondere exemplaren. Eén beduimeld door de auteur gesigneerd exemplaar, één in een luxe boekband (zonder dat de originele omslag werd meegebonden) en één met de originele stofomslag in uitstekende conditie. Welke van de drie is zeldzaam? Welke zou u kopen?

Desondanks ben ik van mening dat internet voor de bibliofiele verzamelaar meer een zegen dan vloek is. Regelmatig 'sneupen 2.0' levert immers nog steeds bijzondere en zeldzame boeken op. Dat laatste kun je als verzamelaar nu ook veel beter controleren door de enorme hoeveelheid kant en klare informatie op internet. Inzicht in prijzen, kennis en foto's zijn alom beschikbaar.

Mijn boekavonturen bevestigen dat ik het merendeel van mijn bijzondere vondsten doe op internet. Ik kom er mijn luie stoel niet voor uit om 'zeldzame' objecten te vinden voor soms idioot lage prijzen. En dat beschrijf (en beargumenteer) ik vervolgens in smakelijke blogverhalen. Niet alleen omdat ik dat leuk vind maar ook om andere liefhebbers te motiveren en te inspireren.


Anyway... ik begon dit verhaal met de mededeling dat de aanleiding voor mijn gepeins, behalve een blogbijdrage van Boekensneuper, ook een nieuwe zeldzame aanwinst is.
De uitgave in kwestie vond ik via Boekwinkeltjes bij antiquariaat Boek en Glas (waar ik regelmatig leuke en schaarse uitgaven koop!).
Het gaat om: "Galante dichtluimen" (z.p. ['s-Gravenhage], 1780). Een anoniem verschenen dichtbundeltje (XVI, 80 blz. met een gegraveerde titelpagina) met vrij expliciete erotiek door Hendrik Tollens (1780-1856) toegeschreven aan Willem Bilderdijk (1756-1831), maar hoogstwaarschijnlijk geheel geschreven door Hendrik Riemsnijder (1743-1825).
Of ik wat heb met dichtbundels en/of erotica? Daarover kunt u hier en hier meer lezen.
Mijn nieuwe aanwinst is te vinden (en te bekijken) op Google books en dat geldt ook voor enkele negentiende eeuwse heruitgaven die overigens stuk voor stuk bijzonder zeldzaam zijn. De jongste heruitgave van "Galante dichtluimen" dateert van 1979 en verscheen bij De Bosbes in Oosterbeek (in een oplage van 250 exemplaren).

De verschijning in 1780 verliep niet onopgemerkt. De dichtbundel werd besproken in de "Nederduitsche dicht- en tooneelkundige bibliotheek, behelzende vrijë en onpartijdige beöordelingen van poëtische werken" (Amsteldam, 1781, blz. 107) en betiteld als "eene Zedenbedervenden arbeid, van eenen onbeschaamden, dartelen, en vuige wellustminnenden schrijver". Ook de befaamde antiquaar en bibliograaf Frederik Muller (1817-1881) kende de uitgave (naast enkele andere erotische Nederlandse titels) en had er een uitgesproken mening over: "deze boeken zijn alle geschreven of gedicht, om de grootste obsceniteiten in den slechtsch mogelijken vorm te zeggen. Zoo U deze boeken niet kent, moogt U er dankbaar voor zijn. Ze vergiftigen de imaginatie, en daarom moet mijns inziens de boekhandel zich niet leenen dergelijk vergif te verspreiden, maar dit aan bordeelen overlaten en anderen die het in het geheim doen". Tegenwoordig zijn de gedichtjes een stuk onschuldiger maar nog steeds niet mis te verstaan. Bijvoorbeeld dit raadsel.

"'k ben van gestalte klein; woon in een lommerig dal,
Leef steeds bedekt, en ben met pragt noch praal bepaereld,
Vogt is mijn voedsel slegts; men kent mij overal;
'k Ben stom en doof; nogthans regeert mijn magt de weareld,
Schoon hij, die mij genaakt, trotsch en vermeetel staat,
Verzwakt nogthans zijn moed, eer' hij weer van mij gaat".

Leuk is ook 'Aan Lotje':

"Gij hebt een' Roos, die frisch, bekoorlijk is en êel:
Maar, Lotje lief! dit roosje ontbreekt een steel!
Wilt gij mij toestaan u 't geheim der kunst te leeren,
Die frische Roos te inoculeeren?
't zap, welke uit het steeltje vloeit,
Maakt dat het Roosje weelig bloeit."

Het boekje dat ik bij antiquariaat Boek en Glas voor tachtig euro (met verjaardagskorting) in ontvangst mocht nemen zat onafgesneden en nog stevig gebonden los in een oud handmarmeren omslag. Antiquaar Peter van der Linde had me via de mail al geschreven; 'Het boekje verdient een mooi bandje', maar ondertussen was er een ander plan in mij gerijpt.
Zou het mogelijk zijn om een facsimile omslag te maken door op een vel oud achttiende eeuws papier een zwart/wit afdruk te maken van de originele voor- en achterzijde?
Van het exemplaar op Google books kopieerde ik de donkerbruine voor- en achterzijde die ik met behulp van Adobe Photoshop omtoverde naar een zwart/wit afbeelding. Die drukte ik af op een gewoon vel A4 kopieerpapier, vouwde het blad en keek of de omslag met de afbeelding op de voor- en achterzijde ongeveer dezelfde proportie hadden als de uitgave en het titelblad.

A4 is te groot voor deze octavo uitgave en dus veranderde ik de afdrukinstellingen net zo lang tot het juiste formaat werd bereikt. Daarna knipte ik uit een folio vel achttiende eeuws papier een vel op A4 formaat, drukte de afbeelding af en plakte het dichtbundeltje voorzichtig vast in mijn facsimile-omslag met wat boekbindersstijfsel. Tot slot nog wat finetuning met behulp van een schaar en kaarsvlam (bruine papierrandjes!) et voilà!
Het fraaie resultaat ziet u bovenaan!

Uit informatie in de STCN blijkt overigens dat een exemplaar in originele omslag maar weinig voorkomt. Datzelfde geldt trouwens ook voor exemplaren met de gegraveerde titelpagina die, anders dan de typografische titelpagina, niet (*) wordt vermeld bij de typografische informatie!
Wie bereid is ruim honderd euro meer te betalen kan bij het Haagse antiquariaat Fokas Holthuis een exemplaar kopen met de enigszins gehavende originele voorzijde van de omslag. Zeldzaam!


(*) Inmiddels werd de STCN aangepast en staat er bij deze titel in de annotatie bovendien: 'Some copies with additional engraved title-page'.

vrijdag 13 oktober 2017

Een oude gewoonte


Op de laatste antiquarenbeurs in het Marriott Hotel heb ik vooral veel gekeken en gepraat.
Gekocht heb ik niets... hoewel...
Ik sprak even met Arine van antiquariaat Van der Steur en sprak af dat ik haar zou mailen met wat vragen.
Eén daarvan was de vraag of zij beschikten over het portret van Willem Bilderdijk (1756-1831) door Jan Hulstkamp (1759-1786) uit 1786, met gedicht van Jan Willem Kumpel (1757-1826) wiens lot zo dramatisch verbonden was met Bilderdijk! Het antwoord was positief, er waren zelfs meerdere exemplaren, en één daarvan kwam mijn kant op.
Inmiddels heb ik het portret ontvangen en toegevoegd aan mijn bijzondere exemplaar van "Mijn Verlustiging" (Leiden/Amsterdam, 1781), waarover ik hier schreef. Trouwe lezers van mijn blog weten dat ik dat wel vaker doe met portretgravures en daarom leek het me aardig daarover iets meer te vertellen.

Anders dan vrijwel alle moderne industrieel vervaardigde uitgaven van tegenwoordig was het oude (met de hand vervaardigde) boek nooit standaard.
Tekst, illustraties en band waren aparte onderdelen met hun eigen vaklieden (drukker, graveur, binder). Illustraties werden bovendien door uitgevers vaak gebruikt voor verschillende titels. Daarom vinden we bijvoorbeeld portretten uit Jakobus Kok: “Vaderlandsch Woordenboek” (Amsterdam, 1785-1799) ook terug in de "Vaderlandsche Historie..." van Jan Wagenaar (1709-1793).
Een goed voorbeeld van een uitgave die in tal van variaties door de uitgever werd aangeboden (en dan nog door de koper zelf kon worden aangevuld en verrijkt zoals u verderop kunt lezen) is de achttiende eeuwse Amsterdamse stadsgeschiedenis van Jan Wagenaar.

Uitgever en koper bepaalden dus uiteindelijk hoe een boek er kwam uit te zien. Het verrijken van boeken door het toevoegen van (extra) portretten, kaarten of afbeeldingen is in de boekenwereld en bibliofilie een oude gewoonte (NB. lees ook mijn: "Een boek naar eigen smaak").
Engelse boekenvrienden praten dan over een ‘grangerized copy’ naar James Granger (1723-1776) en sommige van zijn navolgers als de Britse Alexander Meyrick Broadley (1847-1916), wiens rijke bibliotheek tal van boeken kende voorzien van honderden extra illustraties, waren daar bepaald handig in!

Voorbeelden van oude uitgaven die door een vorige (vaak de eerste) eigenaar werden verrijkt bevinden zich ook in mijn collectie.

Een zeventiende eeuws voorbeeld is het ingekleurde portret van Pieter Corneliszoon Hooft (1581-1647) door Reinier van Persijn (ca. 1614-1668), naar een schilderij van Joachim von Sandrart, en met een latijns gedicht van Casparus Barlaeus). Het werd door een vorige bezitter toegevoegd aan de eerste druk van: "Neederlandsche Histoorien, Sedert de ooverdraght der Heerschappye van Kaizar Karel den Vyfden, op Kooning Philips zynen zoon" (Amsterdam, 1642). Bijzonder is dat het contemporain door een goede 'afsetter' werd ingekleurd (let op de glanseffecten in de zwarte mantel en de roze wangetjes!) en dat is iets dat je eerder en vaker tegenkomt bij oude topografische kaarten en historieprenten.

Een ander achttiende eeuws voorbeeld in mijn boekenkast is een los vierde deel (groot folio) van de eerdergenoemde stadsbeschrijving van Jan Wagenaar. Behalve de gebruikelijke platen heeft de koper vier grote portretgravures en acht historieprenten vooral met betrekking op gebeurtenissen in 1787 extra laten inbinden. Verschillende daarvan heb ik eerder besproken zoals het portret van de dappere burger-kapitein Abraham Valentijn uit 1787, het portret van de Amsterdamse burgervader mr. Egbert de Vrij Temminck (1700-1785) en vier afbeeldingen (proefdrukken) van de beruchte begrafenis van de Oranjegezinde Doelist Daniel Raap in 1754.


Maar zoals ik in de inleiding al schreef voeg ik dus ook zelf regelmatig portretten toe aan mijn oude boeken. Dat kan op verschillende manieren.
Bijvoorbeeld; het portret van Jan Fredrik Helmers (1767-1813) door Philippus Velijn (1787-1836), dat ik kocht voor mijn bijzondere uitgave van de "Hollandsche natie in zes zangen" (Den Haag, 1812), is als apart blad tussen de blanco bladen van het voorwerk gezet (met behulp van wat boekbindersstijfsel).
Datzelfde lukte mij met het portret van Adriaan Kluit (1735-1807) niet!
Het formaat van zijn: "Historia Critica Comitatus Hollandiae et Zeelandiae ab Antiquissimis Inde Deducta Temporibus” (Middelburg 1777-1782)", waaraan ik het toevoegde, is immers veel groter dan de portretgravure van Ludwig Gottlieb Portman (1772-1828). Daarom zit zijn portret geplakt op de binnenzijde van het voorplat.


Dat laatste deed ik ook met het portret van Robert Hennebo (1685-1737) door Christian Friedrich Fritzsch (1719-voor 1774) dat ik toevoegde aan de "Verzamelde dicht-werken van Robert Hennebo” (Diverse plaatsen, 1767), waarover u hier kunt lezen. Dit portret werd destijds los verkocht voor zes stuivers, “Om door de liefhebbers by de GEDICHTEN en SCHIM van HENNEBO te kunnen gevoegd worden” (Leydse courant van 6 mei 1767). Een oude gewoonte dus, dat toevoegen van portretten!


Een portret dat nadrukkelijk wél voor een specifieke uitgave werd vervaardigd is de afbeelding van Johannes Florentius Martinet (1729-1795) door Reinier Vinkeles (1741-1816) uit 1778. Op de gravure is rechtsboven 'IV.D. Pl.7' te zien. Het is een verwijzing naar het vierde deel (plaat 7) van zijn “Katechismus der natuur" (Amsterdam 1778-1779). Ik plaatste mijn exemplaar in zijn "Huisboek voor vaderlandsche huisgezinnen” (Amsterdam, 1793), zoals u hier kunt lezen.


Twee publicaties in mijn bibliotheek waarover ik nog niet schreef maar waaraan ik ook auteursportretten toevoegde zijn:
A. De afbeelding van Mr. Jacobus Scheltema (1767-1835) in 1818 gegraveerd door Jacob Ernst Marcus (1774-1826) aan zijn: "Geschied- en Letterkundig Mengelwerk" (Amsterdam, 1818-1836) en:
B.  De afbeelding van Simon Styl (1731-1804), door eerdergenoemde Reinier Vinkeles, aan: "De opkomst en bloei der vereenigde Nederlanden" (Amsterdam/Harlingen, 1778). 


En nu dus, als voorlopige laatste, Bilderdijk.
Wederom Bilderdijk moet ik zeggen, want het is mijn tweede portret van deze 'gefnuikte arend' dat ik aan een oude uitgave toevoeg. Zoals ik in: "Collectievorming" beschreef heb ik een ander Bilderdijk-portretje, gegraveerd in 1819 door Hendrik Willem Caspari (1770-1829), geplakt in zijn vroeg negentiende eeuwse bewerking van: “Joannes Antonides v.d. Goes, Gedichten, met ophelderende aanteekeningen” (Leiden, 1827-1836).


Dat portretje zou trouwens, evenals vele andere portretten van Bilderdijk, bepaald misstaan hebben in zijn erotische debuut "Mijn Verlustiging". Wat mij betreft kwam alleen het portret van Jan Hulstkamp daarvoor in aanmerking al was het maar omdat Bilderdijk dit portret typeerde als; "een Wildeman, het dolhuis uitgevlogen".
Bilderdijks weinig vleiende opmerking werkte voor mij natuurlijk als een aanbeveling! Immers; alleen die Bilderdijk schreef erotische poëzie en niet de man die we op talrijke andere portretten zien als geleerde advocaat, gezaghebbend taalkundige of eerzaam schrijver.


Hieruit blijkt wel dat ik niet elk portret zo maar aan een uitgave toevoeg. Het moet zoveel mogelijk contemporain zijn en gevoelsmatig ‘passen’. Zo heb ik nog geen auteursportret kunnen plaatsen in mijn exemplaar van: "Gedichten, van J. Antonides vander Goes” (Amsterdam, 1685).
Niet omdat de afbeelding van Antonides van der Goes niet verkrijgbaar is, vooral de prent gegraveerd door Pieter van Gunst (ca. 1659-1731) is antiquarisch ruim voorradig, maar omdat ik uitsluitend de afbeelding gegraveerd door Jacobus Gole (1665-1724) vind passen. Alleen dat portret komt nog wel eens voor in eerste druk uit 1685 terwijl het portret door Van Gunst pas verschijnt in de derde druk van al zijn gedichten (1714)

Het toevoegen van extra illustraties aan oude boeken, waaronder portretten, mag dan een oude gewoonte zijn; ik ken (nog) geen andere bibliofiele medeverzamelaars die doen wat ik doe. U wel?

maandag 13 mei 2013

Bilderdijks zeldzame vignet

Wat kon was Willem Bilderdijk (1756-1831) eigenlijk niet?
Die vraag kun je stellen als je 's mans leven bestudeert en daar, her en der in je bibliotheek en op internet, iets over leest. Voor alles had dit 'gefnuikt genie' talent. Hij was verdediger van Kaat Mossel (1723-1798), leraar van Koning Lodewijk Napoleon (1778-1846) maar ook een groot criticus van Jan Wagenaar (1709-1773) en dat laatste maakt hem in mijn ogen niet sympathiek. Voor velen is hij thans niet meer dan een straat net zoals Vondel een park is. Hoe je ook over hem denkt, het valt niet te ontkennen dat hij behoort tot de categorie ‘erflaters van onze beschaving’, iemand aan wie zelfs een klein maar interessant museum is gewijd.

In bibliofiel opzicht kunnen twee dingen mij bekoren aan veelschrijver Willem Bilderdijk.
Eén; dat hij vooral zijn vroege werk voorzag van kleine zelfgemaakte prentjes (die ik persoonlijk mooier vind dan zijn poëzie).
Een vaardigheid die hij te danken had aan het onderwijs van Johannes van Dreght (1737-1807), die gedurende 10 jaar zijn leraar was.
Twee; zijn antiquarisch zeldzame en gezochte erotische debuut: “Mijn verlustiging”, dat in 1779 - anoniem - voor het eerst losbladig verscheen, in een oplage van ongeveer vijftien exemplaren, in wisselende omvang en met een wisselend aantal zelfgemaakte vignetten.
Een bibliofiel curiosum volgens Lesley T. Monfils, die het kan weten want hij vervaardigde een zeer uitputtende “Willem Bilderdijk Bibliografie” (Amstelveen, 2006). Opmerkelijk is dat vrijwel de volledige oplage bewaard bleef en vermoedelijk maar twee exemplaren verloren gingen.
Een verklaring daarvoor is dat Bilderdijk één van de meest verzamelde auteurs in de eerste helft van de negentiende eeuw was. Al tijdens zijn leven had hij een flinke schare goed bemiddelde bewonderaars en volgelingen, die alles wat de man op papier zette en wat met hem te maken had verzamelden.


Twee jaar na het losbladige curiosum verscheen de uitgebreide handelseditie van “Mijn verlustiging” (Leiden/Amsterdam, 1781), nog steeds anoniem, in groot octavo en volgens de advertentie in de Diemer- of Watergraafsmeersche Courant (d.d. 14-09-1781); “op fijn Schrijfmediaan Papier gedrukt, en met achtentwintig, door den Dichter zelven geëtste Vignetten versierd".
Opmerkelijk genoeg bestaan er ook bijzondere exemplaren met negenentwintig vignetten! Daarvan zijn mij slechts twee voorbeelden bekend, beide in openbare bibliotheekcollecties. Deze hebben een extra slotvignet met Bilderdijks motto ‘Semper Idem’ ('altijd hetzelfde'), achter het drempeldicht “Aan Regnilde” (π4v).


Toen ik op een mooie zomerdag in april antiquariaat Brinkman aan het Amsterdamse Singel bezocht, trof ik alleen Edwin Bloemsaat aan. Frank Rutten was op vakantie.
Edwin had ik net een paar dagen tevoren nog gezien op de jaarvergadering van ons Genootschap en we raakte aan de praat over – het zal u niet verbazen – boeken, bibliofielen en verzamelen.
De tijd verstreek en nadat ik mijn tweede kopje koffie had geleegd kwamen we op de welhaast onuitputtelijke voorraad oude boeken bij Brinkman. Wie wel eens in het winkeltjes is geweest begrijpt dat daar slechts een deel van de collectie staat. Op een gegeven moment spraken we over specifieke titels en zei Edwin; “Loop maar even mee”. Hij klom de trap op, naast het verscholen minikeukentje, en wat aarzelend volgde ik. In al die jaren was ik nog nooit bij Brinkman boven geweest en in mijn fantasie was daar een soort rommelzolder met veel oud papier, bergen stof en kilometers spinrag.
Dat bleek een grote misvatting. Eenmaal boven stond ik in een keurig achterkamertje, met drie rijk gevulde boekenkasten en een tafel met wat boeken en paperassen in het midden. Het voorkamertje, met uitzicht op het Singel, bleek een bescheiden (ik ken grotere!) handbibliotheek te bevatten.


Likkebaardend volgde ik de titels op de planken en las er enkele hardop voor. “Er staat veel Bilderdijk”, mompelde ik. “Klopt”, zei Edwin, “We werken aan een Bilderdijkcatalogus die nog dit jaar moet verschijnen”. “Hebben jullie ‘Mijn Verlustiging’?”, vroeg ik. Edwin liep naar een kast en voor ik het wist zat ik beneden te bladeren in een prachtexemplaar.
Mooi halfleren bandje, boekruggetje met ribben, verguld bestempeld, rood titelschildje, bruinbespikkelde platten en zo te zien uit de bibliotheek van het voormalige Haagse
St. Aloisiuscollege (die zo groot was dat Brinkman er nog altijd boeken uit verkoopt). Voorin stond met potlood aangetekend dat dit een exemplaar was mét het vaak ontbrekende slotvignet ‘Semper Idem’.


“Dit hoogtepunt van de catalogus zal wel het duurste item zijn”, merkte ik op. Dat bleek inderdaad het geval, alleen een meerdelige set met verschillende kleine zeldzame Bilderdijk-uitgaven was duurder. We waren het er al gauw over eens dat het boekje, zeker in deze fraaie staat, snel zou worden verkocht. “Ik zal je adres opnemen voor de catalogus”, zei Edwin en na nog een half uurtje kletsen namen we afscheid.
Het was inmiddels twee uur geweest en ik at een broodje en dronk wat op het Spui. Daarna checkte ik mijn banksaldo, werd niet vrolijk, maar liep desondanks fluitend terug naar Brinkman. “Bilderdijk spookt door mijn hoofd!”, zei ik. Edwin glimlachte en knikte begripvol: "Tasje erbij?".