zondag 11 oktober 2020

Het jaar geboekt, september 2020

In de rubriek 'Het jaar geboekt' (zie tabblad bovenaan) houd ik bij wat ik gedurende het lopende jaar per maand bij elkaar verzamel. Na afloop van de maand verplaats ik de lijst met aanwinsten naar de startpagina c.q. homepage en geef ik 'de cijfers'. In de rubriek blijven de voorgaande maand(en) als hyperlink aanwezig. Raadpleeg dus regelmatig de nieuwe rubriek om te zien of er aanwinsten zijn bijgekomen (of wacht op het maandoverzicht).

September 2020; de cijfers...

Totaal aantal objecten: 14.
Gekocht: 14.

Totaal uitgegeven: € 204,25 euro (incl. verzendkosten).
Gedeeld door 14 is gemiddeld: € 14,59 euro per object.

Via kringloopwinkel: 8 (1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8).
Via boekenmarkt: 4 (9, 10, 11, 12).
Via Marktplaats: 1 (14).
Bij de drukker/uitgever: 1 (13).

Modern: 11 (1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 13).
Old & rare: 3 (11, 12, 14).

September 2020: de aanwinsten...

Ook deze maand weer verschillende kringloopvondsten die voor weinig geld mijn toch al rijke bibliotheek helpen vullen... Totaal betaalde ik € 22,50 euro voor de volgende acht (eigenlijk negen) boeken (1 t/m 8). 

1. Ch. Pearl & R.S. Brookes: "Wegwijs in het Jodendom" (Amsterdam, 2003). Handig boekje uitgegeven door het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap met een schat aan gegevens omtrent het Joodse geloof, riten en gebruiken.


2. M. Prak: "Gouden eeuw. Het raadsel van de Republiek" (Nijmegen, 2002). Veelgeprezen en goed leesbare uitgave over een bijzonder tijdperk in onze geschiedenis.


3
. J.B. Kist e.a. (red): "Van VOC tot werkspoor. Het Amsterdamse industrieterrein Oostenburg" (Utrecht, 1986). Interessante en veelzijdige studie van dit stuk Amsterdam met o.a. een hoofdstuk over de opgravingen aan de Oostenburgermiddenstraat.


4. G. Mak; "In Europa. Reizen door de twintigste eeuw" (Amsterdam, 2004). Boeken van Geert Mak zou ik nooit nieuw kopen. De oplagen zijn dermate groot dat je het oeuvre van Mak regelmatig tegenkomt in de kringloop. Ik had daar al geruime tijd geleden de pocketeditie gekocht en die mag nu plaats maken voor deze gebonden uitgave (voor € 3,- euro). Zodra de tweedelige editie in cassette opduikt in mijn kringloop, volgt de volgende verbeteringsstap! Geduld...


5
. Jonathan I. Israel: "De Republiek (1477-1806)" (Franeker, 1997). Tweedelige vertaling van "The Dutch Republic. It's Rise, Greatness, and Fall (1477-1806)". Net als de voorgaande aanwinst had ik de Engelse editie al eens kunnen bemachtigen bij mijn kringloop. Die maakt nu plaats voor deze tweedelige vertaling (die slechts € 5,- euro kostte). 


6. H. Driessen (red): "In het huis van de Islam. Geografie, geschiedenis, geloofsleer, cultuur, economie, politiek" (Nijmegen, 1997). Belangrijke studiebundel over de Islam in al zijn facetten.


7. G. Mak en M. Mathijsen: "Lopen met Van Lennep" (Zwolle, 2001). Hertaling en bewerking van: "Nederland in den goeden ouden tijd" (Utrecht, 1942), waarvan ik de luxe-uitgave bezit, gebonden in half perkament en genummerd 355 (van de 375). Het bekende wandeldagboek van Jacob van Lennep en Dirk Hogendorp door de Noord-Nederlandse provincies in 1823. 


8. "Kaarten Noord-Holland" (z.p. [Haarlem?], z.j. [1975]). Kaartenmap t.b.v. statenleden van het Provinciaal Bestuur van Noord-Holland. Losbladige uitgave in plastic multomap met aanvullingen 1976/1977/1978. Hierin een aanbiedingsbrief aan drs. R. Hekstra (1932-2019). 


Op 18 september bezocht ik weer eens na lange tijd de boekenstal van Jos Albers op het Waterlooplein en de Amsterdamse Spui boekenmarkt. Op de markt kocht ik alleen nr. 9. De rest bij Jos. Totaal was ik maar € 20,- euro kwijt.


9
. "The Gutenberg Bible. The property of The General Theological Seminary New York City" (New York, 1978). Luxe gebonden veilingcatalogus met stofomslag en los inlegvel ('sale notice' met erratum). Dit exemplaar van 's werelds meest beroemde boek werd 
verkocht aan de Württembergische Landesbibliothek in Stuttgart voor $ 2.200.000,- dollar (incl. veilingkosten).


10. D. van Velden (red.): "Journaal van W.H.J. Baron van Westreenen van zijn reizen naar Londen, Cambridge en Oxford in de jaren 1834 en 1835" ('s-Gravenhage, 1972).


11. "Het Spreeuwtje. Fluitende en zingende allerhande liedjes op bekende oude en nieuwe wijze" (Haarlem, 1832). Derde druk van dit curieuze bundeltje liedjes (een uitgave van het Haarlemse dichtlievend gezelschap ‘Democriet’), in rood siermarmeren omslag. Op de titelpagina gesigneerd door 'Maartje Samson'. Luimige liedjes waaronder: "De Agurkies Smous".


12. P. Moens: "Tafereelen uit de Nederlandsche geschiedenis, dichterlijk geschetst voor de jeugd" (Haarlem, z.j. [1823]). In originele geelkartonnen uitgeversband met zes illustraties.


13. M.D.M. van Munster en P. van Schaik: "Amstelveen in kaart" (Amstelveen, 2016). Historisch cahier nummer 12 van de Vereniging Historisch Amstelveen (VHA) met een catalogus van topografische kaarten van Amstelveen uit vier eeuwen. Gekocht bij de VHA voor € 10,- euro. 


14. "MISSALE / ROMANUM / Ex decreto sacros. concilii Tridentini / restitutum / S. Pii V. Pontificis Maximi / jussu editum / Clementis VIII. Urbani VIII. et Leonis XIII. / auctoritate recognitum" ('Editio decimatertia, hujus forma quintae', Ratisbonae [Regensburg], 1882). Luxe gebonden neogotisch altaarmissaal (36 cm. hoog x 25 cm. breed en 7 cm. dik). Goud gestempelde leren band met imitatie zilveren sierbeslag. Geïllustreerd (in kleur). Gekocht via Marktplaats voor € 151,75 euro (incl. verzendkosten). Zie mijn blog: "De neogotische pronkmissalen van Pustet".

vrijdag 2 oktober 2020

De neogotische pronkmissalen van Pustet

In mijn gemeente staan twee prachtige neogotische rooms-katholieke kerken (in Bovenkerk en Nes aan de Amstel) gebouwd door de befaamde architect Pierre Cuypers (1827-1921) en zijn zoon Joseph Cuypers (1861-1949). Sommigen vinden de overdadige ornamentiek en versiering kitsch, maar ik hou wel van die neogotische pracht en praal, met voor mij als ultiem lievelingsobject Kasteel de Haar in Haarzuilen.

De neogotiek heeft als kunststroming ook duidelijke sporen achtergelaten in de boekdrukkunst. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar één van de mooiste titelpagina’s die ik ken, speciaal door Pierre Cuypers ontworpen, voor de catalogus: “Tentoonstelling van hulpmiddelen voor den boekhandel 1881” (Amsterdam, 1881). Deze catalogus verscheen ter gelegenheid van de eerste, zeer succesvolle, tentoonstelling van de Vereniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels (VBBB) in het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam. 

Er bestaat een bijzonder smaakvol huwelijk tussen de neogotiek en het rooms-katholicisme. Dat is niet alleen te zien aan eerdergenoemde kerken maar ook aan theologische en religieuze uitgaven die toen verschenen, waaronder talrijke exclusieve (Romeinse) pronkmissalen. Op mijn bibliofiele wensenlijstje stond al geruime tijd zo'n fraai behouden antiquarisch Missale Romanum en plotseling kwam ik op Marktplaats het ultieme voorbeeld tegen. Onmiddellijk bood ik de vraagprijs en werd de koop gesloten. De advertentie – met de melding 'gereserveerd' en pas enkele uren oud - werd vervolgens snel verwijderd (want de verkoper werd gek van alle e-mails met vragen om informatie).

Zoals u geheel bovenaan ziet gaat het om een oogverblindend neogotisch altaarmissaal (36 cm. hoog x 25 cm. breed en 7 cm. dik). De band - zonder schaafplekken of verkleuringen - is uitstekend bewaard gebleven. Het zijn (eiken)houten platten bekleed met chagrijnleer in rood en zwart, rijk met goud gestempeld en voorzien van verzilverd sierbeslag en boeksloten. 

Op de uitbundig gekleurde titelpagina lezen we: "MISSALE / ROMANUM / Ex decreto sacros. concilii Tridentini / restitutum / S. PII V. Pontificis Maximi / jussu editum / Clementis VIII. et Urbani VIII. / auctoritate recognitum" ('Editio decimatertia, hujus forma quintae', Ratisbonae [Regensburg], 1882). Een fors boek: 580 bladzijden met nog eens 188 bladzijden aanvullingen en een index (IV blz.). Voorts bevat het extra's als de 'Missae novissimae' (1883), 'Missae votivae per annum' (1883), 'Missae propriae sanctorum dioecesis Harlemensis' (1873), 'Proprium missarum Societatis Jesu' (1877), 'Praefationes in festis et missis votivis S. Joseph, sponsi B.M.V.' (1919) en drie later toegevoegde bladen met aanvullingen/wijzigingen van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten gedateerd 1924, 1925, 1926. Tussen de bladen zitten bovendien nog verschillende aanvullingen/wijzigingen, gedrukt op een kleiner formaat papier, vooral uit de jaren vijftig van de vorige eeuw, de laatsten van 1961. Dit missaal werd up-to-date gehouden blijkt wel, er werd mee gewerkt, er werd mee geleefd.


Naast de uitbundig gekleurde titelpagina bevat het een kleurrijk frontispice (chromolithografie) en talrijke grote kleurenillustraties (gekleurde xylografie) boven elk nieuw hoofdstuk. Bovendien werden vierendertig grote sierinitialen en dertig kleine (van het 'Canon Missae') handgekleurd en de grote sierinitialen met goud gehoogd (!) evenals twee hoofdstuk-afbeeldingen (bladzijde 34 en 249) en de paginagrote illustratie op bladzijde 248.


De belangrijkste vaste illustrator van Pustet was Heinrich Knöfler (1824-1886). Hij was oorspronkelijk porseleinschilder, opgeleid in de porseleinstad Meißen, maar in 1868 begon hij in Wenen zijn eigen drukkerij. Zijn veelkleurige illustraties waren destijds in heel Europa uitermate populair.
Los toegevoegd in mijn missaal vond ik wat extra zaken waaronder een klosje met zes (van de oorspronkelijk acht) geborduurde leeslinten in verschillende kleuren.

Voor zover bekend werd het eerste 'Missale Romanum' gedrukt in Milaan in 1474. In 1570 kreeg het onder Paus Pius V (1504-1572) een definitieve vorm die bijna vier eeuwen standhield tot Paus Paulus VI (1897-1978) in 1969 het vernieuwde Romeins Missaal bekrachtigde. In de loop der eeuwen verscheen het in vele vormen op de markt, uitgegeven door verschillende drukkers en uitgevers, in diverse formaten en uitvoeringen. In de tweede helft van de negentiende eeuw was de beroemdste uitgever op dit gebied de Duitse firma Pustet, gevestigd in Regensburg. Deze uitgeverij en boekhandel bestaat nog steeds en werd opgericht in 1826 door Friedrich Pustet Sr. (1789-1882). Vanaf 1860 zette zijn drie zoons Friedrich, Clemens en Karl het bedrijf, de technische uitvoering en de papierfabriek voort. Langzaam maar zeker specialiseerde Pustet zich in uitgaven op het gebied van liturgie en kerkmuziek. Al in 1845 verscheen bij hen een (overigens toen nog weinig succesvol) Missale Romanum, maar hun vakmanschap steeg snel en bereikte een hoogtepunt in de tweede helft van de negentiende eeuw. Dat blijkt duidelijk uit het hieronder afgebeelde buitengewoon rijkversierde pronkmissaal uit 1858 waarvan maar twee exemplaren bekend zijn. Eén in de bibliotheek van het Vaticaan en de ander in de Bischöfliche Zentralbibliothek Regensburg.

Het duurde dan ook niet lang of Rome kreeg de prachtvolle, goed verzorgde uitgaven van Pustet in het vizier en dat leidde al snel tot belangrijke privilegiën van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten.

"Als die zwei größten Erfolge des Hauses Pustet unter Leitung Friedrich Pustets des Jüngeren sind die Privilegien zu verzeichnen, welche die Kongregation der Heiligen Riten zu Rom in den Jahren 1868 und 1884 erteilte und damit die Verlagsleistungen von höchster Stelle aus anerkannte: Das Privileg von 1868 zuerkannte dem Haus Pustet auf 30 Jahre den ausschließlichen Nachdruck des Graduale Romanum und Antiphonarium in der sogenannten Medicäa-Ausgabe, die aus der von Kardinal de Medici im 17. Jahrhundert in Rom errichteten Druckerei hervorgegangen war. So entstanden in Regensburg eine Monumentalausgabe des Graduale Romanum in Imperial-Foliobänden 1872/73 und eine ebenso großartige Ausgabe des Antiphonarium und Psalterium 1879-85. Da aber die übergroßen Bände die Buchständer kleinerer Kirchen nicht fassen konnten, wurden auch Handausgaben herausgegeben.

Wie einst die Passauer Buchdrucker und -händler Friedrich, den Älteren beneideten und befehdeten, so jetzt Verleger im eben besiegten Frankreich Friedrich, den Jüngeren - und diese wie jene scheuten vor nichts zurück, auch nicht vor den ausgefallensten Verleumdungen, etwa daß Pustet Kardinäle mit Geldsummen oder Diamantringen bestochen habe. Es gab kämpferische Auseinandersetzungen auf dem 'Europäischen Kongreß für liturgischen Gesang' in Arezzo; aber die Ritenkongregation schützte durch ein Dekret weiterhin die Regensburger Ausgabe der Choralbücher.


Das Privileg von 1884 war die Verleihung des Rechtes an das Haus Pustet, für die verschiedenen liturgischen Bücher jeweils die Musterausgabe, die 'Editio typica' zu schaffen, nach welcher sich alle übrigen Typographen verbindlich zu richten hatten. Als Editionen dieser Art erschienen der Reihe nach das Missale von 1884, das vierbändige Brevier und das Caeremoniale von 1886, das Rituale von 1887 und das Pontificale von 1888, Ausgaben, die an Druck und Ausstattung zu den Spitzenerzeugnissen der Buchproduktion des 19. Jahrhunderts zählen und die auch durch die graphischen Mitarbeiter (Historienmaler Prof. Johann Klein, Laienbruder aus dem Redemptoristenorden Max Schmalzl) beispielhaft sind für die nazarenische Kunst jener Zeit" (S. Färber: "Die Pustet und ihr Verlagswerk". Voordracht uitgesproken bij de opening van de tentoonstelling "150 Jahre Friedrich Pustet" op 15 oktober 1976 in de Staatlichen Bibliothek Regensburg).


Tot aan het begin van de 20ste eeuw produceerde Pustet talrijke neogotische pronkmissalen in diverse uitvoeringen, bijvoorbeeld het zwarte missaal uit 1901 en het rode missaal uit 1908 (beiden hierboven afgebeeld). Dat ze met mijn aanwinst tot dezelfde familie behoren is goed zichtbaar aan de gebruikte bandbestempeling en/of het sierbeslag.
Mede dankzij de verleende privilegiën behoorde Pustet een eeuw lang tot de absolute top van de wereldmarkt met zijn Latijnse religieuze uitgaven. Daaraan kwam pas definitief een einde in 1963, toen na het Tweede Vaticaans Concilie diverse moderniseringen werden doorgevoerd waaronder het gebruik van de landstaal in de liturgie. 


Dat dergelijke pronkmissalen peperduur waren zal niet verbazen. De uitgeverscatalogus van Pustet uit 1874 spreekt wat dat betreft boekdelen. Verschillende papiersoorten, extra inkleuringen, bandbekleding, verguldsel, sierbeslag en boeksloten (al dan niet verguld verzilverd of in edelmetaal), alles was mogelijk en alles had zijn prijs. Grootste kostenpost was de boekband en uit de prijslijst blijkt wel dat aan mijn nieuwe aanwinst met veel 'blingbling' destijds een stevig prijskaartje hing.


Pustet missalen waren ook in Nederland verkrijgbaar zoals blijkt uit een advertentie in het katholieke dagblad 'De Tijd' (1865) van de Tilburgse boekhandelaar W. Bergmans, destijds de enige depothouder van Pustet voor heel Nederland. Echter, met een gemiddeld arbeidsloon van negen gulden per week, niet voor de gewone sterveling.


Uit hetzelfde dagblad blijkt ook dat Bergmans lange tijd vertegenwoordiger is geweest van Pustet. In 1892 won hij met zijn 'zeer belangwekkend ' fonds voor 'EE, HH, Geestelijken en R.K. Zangkoren' nog de gouden medaille op de Internationale Tentoonstelling voor Boekhandel en Aanverwante Vakken in het Amsterdamse Paleis voor Volksvlijt.


Het zullen vooral kerken en parochies zijn geweest die zich een dergelijk luxe konden veroorloven en menigmaal behoren deze missalen nog steeds tot de desbetreffende kerkschat. Enigszins vergelijkbare exemplaren kwam ik tegen via Europeana, zoals deze (met ander hoekbeslag) in de collectie van de Sint-Martinuskerk in Overpelt (België). 


Tot slot: waar komt mijn missaal zo plotseling vandaan? Een aanwijzing vond ik voorin tussen de schutbladen. Het is een klein envelopje waarop met viltstift staat geschreven: "1936 Missaal aangeboden door Pastoor Stumpel SJ.". Het gaat hier om pater Antonius Josephus Marie Stumpel SJ. (1884-1951), pastoor van de Haagse parochie van de Heilige Teresia van Avila. Op Marktplaats trof ik voor tweeënhalve euro zijn bidprentje aan (toeval bestaat niet) dat ik uiteraard kocht en nu in 'zijn' boek bewaar.


Stumpel was erg actief binnen de rooms-katholieke gemeenschap, zo was hij o.m. directeur van het Liefdewerk van de zusters van de H. Juliana van Falconiere. 'Heeroom Antoon' was zoon van Hermanus Stumpel (1841-1917), grondlegger van de bekende Hoornse (katholieke) boekhandel Stumpel en het lijkt mij niet onmogelijk dat dit missaal ooit langs die weg in Nederland is gekomen (wellicht als cadeau na Stumpel’s priesterwijding op 30 januari 1921 in Maastricht?). Waarom en aan wie pater Stumpel in 1936 zijn missaal aanbood zal wel een raadsel blijven. Voorlopig koester ik deze kerkschat in mijn bibliotheek.

vrijdag 18 september 2020

Komkommertijd!


Na ruim vierhonderd bijdragen op dit blog zal er bij velen onder u een verkeerd beeld zijn ontstaan van Perkamentus antiquarius. Toegegeven, ik ben daar zelf schuldig aan.
Ik praat, lees en schrijf nu eenmaal graag over het oude boek, perkament, curieuze brochures en rariteiten bedekt door het stof der eeuwen. Ik ben een fan van paleografie, genealogie, iconografie, bibliofilie, en nog wat andere ie’s waarvan de gemiddelde lezer geen flauw benul heeft. Ja, ik duik graag in archieven, musea, bibliotheken en ben een fan van in het wild voorkomend cultureel erfgoed.
Voor velen (mijn dochter van achttien incluis) ben ik een wereldvreemde kluizenaar; saai, grijs en stoffig. Een vriendelijke ‘weirdo’ tussen boekenbergen en antiquiteiten, die met zijn uiterlijk voorkomen wel wat weg heeft van ‘uncle Fester’ uit de ‘The Addams Family’, al word ik tegenwoordig vaker aangezien voor Ferd Grapperhaus of (als ik wat gedronken heb) Frits Wester...

Om dat beeld enigszins te corrigeren wil ik het met u ditmaal niet hebben over mijn gebruikelijke stokpaardjes. Er staat in de huiskamer genoeg onzin in de Billy boekenkasten om de veelzijdigheid van mijn interesses (mijn kleurrijke persoonlijkheid zo u wilt) te illustreren. Daartussen ook boeken en boekjes die zich prima lenen voor een weekendje strand of een kort stedentripje. Mijn lectuur voor in de komkommertijd zeg maar.


Wat dacht u bijvoorbeeld van “The UFO experience. A scientific inquiry” (Chicago, 1972).
Ik ben altijd al een fan geweest van films en documentaires over UFO’s, vooral als dit onderwerp behandeld en onderzocht wordt vanuit een wetenschappelijke hoek.
Dr. J. Allen Hynek (1910-1986) was een Amerikaanse astronoom die in opdracht van de Amerikaanse Marine onderzoek deed naar UFO’s.
Weinigen zullen zijn naam of werk kennen maar wellicht herinneren de ouderen onder u zich de science fiction film “Close encounters of the third kind” (1977) van Steven Spielberg waarin hij een gastrol vervulde. Terecht, want het was Hynek die het ufofenomeen zijn bekende classificatiesysteem gaf. Overigens en geheel terzijde; ik ben een echte sciencefiction film liefhebber…


Vervolgens: “Barbed Wire, a political history” (London, 2002).
Prikkeldraad! We zijn er allemaal wel eens aan blijven hangen, maar niemand staat erbij stil dat er een prikkelende geschiedenis schuilgaat achter die ijzeren draden en dat er zelfs een prikkeldraadmuseum is zal wel niemand weten. Hoewel…
Veel van mijn lezers kennen ook nog wel die andere bibliofiel, Boudewijn Büch (1948-2002).
En ja, ook Büch had een fascinatie voor prikkeldraad zoals u kunt lezen in “Hekken, prikkeldraad en kamelen”, het eerste hoofdstuk van zijn laatste boek ”Steeds verder weg” (Amsterdam, 2002). 


Een meer serieus werkje is: “Scottish clans & Tartans. 150 tartans illustrated in full colour” (London, 1993). De Kilt (de Schotse mannenrok) zullen velen onder u wel kennen van bezoekjes aan het ‘perfide Albion’ of van films zoals “Braveheart” (1992) met Mel Gibson.
Voor diegenen die altijd hebben gedacht dat de kilt bestond uit willekeurig gekozen gekleurde stof volgens de laatste mode kan ik dit boekje aanraden, want niets is minder waar.
Elke familieclan onderscheidt zich door zijn eigen ‘tartan’ met zijn eigen specifieke patroon en kleuren.
Kortom, met deze gids kunt u voortaan een lid van Fletcherclan onderscheiden van een MacGillivray en een Macrae van een Campbell of Argyll. Altijd handig, nietwaar!


De enkele nieuwsgierige bezoeker die voor het eerst naar mijn volle boekenkasten kijkt en vraagt wat mij zoal interesseert mag ik graag overrompelen met: “Het penisboek” (Keulen, 2000). Een boekje dat het mannelijk lid vol in de schijnwerpers zet. Een echte kringloopvondst, waar er drie naast elkaar op de plank stonden. DRIE! 
Volstrekt onbegrijpelijk, want wie wil er nou niet voor anderhalve euro kennisnemen van allerlei nutteloze kennis rondom de penis? En dan die blik van de kassajuffrouw, onbetaalbaar….


Een ander fenomeen dat op een wetenschappelijke manier wordt benaderd is: “Reïncarnatie, 20 gevallen van vermoedelijke wedergeboorte” (Amsterdam, 1981). 
Het boek werd geschreven door een Amerikaanse psychiater, dr. I Stevenson (1918-2007). Geheel onomstreden is zijn onderzoek overigens niet maar dat neemt niet weg dat het al met al boeiende verhalen oplevert. Leven na de dood, wie interesseert zich daar niet voor?
Of dat reïncarnatie is weet ik niet want er zijn tal van andere mogelijkheden en ook daarover is geschreven. Stevenson zelf is - voor zover mij bekend - nog niet gereïncarneerd.


Dan weer zo’n onzinboekje over een onderwerp dat niemand ziet, tenzij je vaak met het hoofd in de nek loopt: “Ornamenten & Windvanen“ (Hilversum, 1999). Het is een rijk geïllustreerd overzicht van in Nederland voorkomende ornamenten zoals de windwijzer of windvaan op daken, torens en schoorstenen. De meesten onder u zullen wel de (oeroude) ‘windhaan’ kennen die op vele kerktorens staat maar er zijn talloze andere ornamenten die ontsnappen aan onze aandacht en nooit bezoek krijgen, behalve dan van de bliksem. Ik blijf me verbazen over dit soort boekjes. Hoeveel mensen delen deze afwijking passie van auteur B.M. Oostendorp sr., ‘torenaar’ in ruste?